Educatieve opleiding: Lager onderwijs - Professionele bachelor

 

De opleiding biedt je de kennis, vaardigheden en attitudes om een onderwijsprofessional te worden die kan lesgeven in het lager onderwijs.

Een educatieve bachelor leidt je op tot een onderwijsprofessional met een brede theoretische kennis en de vaardigheden en attitudes die nodig zijn om voor een klas te staan. Daarbij ligt extra focus op de uitdagingen waarmee het lerarenberoep geconfronteerd wordt: zorg, grootstedelijke context, Nederlandse taalvaardigheid, meertaligheid en de diversificatie van het onderwijs. Op je rooster staan vakken als opvoedkundige wetenschappen, onderwijskunde, communicatieve en psycho-pedagogische vaardigheden, levensbeschouwing en ICT.
Kies je voor een educatieve bachelor Lager onderwijs, dan word je opgeleid om les te geven aan kinderen tussen zes en twaalf jaar. Tijdens de pedagogische en didactische lessen leer je hoe je op een boeiende en effectieve manier lesgeeft en een krachtige leeromgeving creëert. In je lessenpakket zitten vakken als Nederlands, wereldoriëntatie, Frans, bewegings-, beeldende en muzikale opvoeding, wiskunde en levensbeschouwing.
Je krijgt dus een brede theoretische basis, die wordt aangevuld met praktijkoefeningen, projecten en stages. Onder begeleiding van een stagebegeleider vanuit de hogeschool en een leerkracht van je stageschool zet je al snel de eerste stappen naar lesgeven. Zo start je met een observatiestage, maar ga je al snel over naar participerend lesgeven om uiteindelijk bijna helemaal zelfstandig voor de klas te staan. Dat gaat stap voor stap, en je doet altijd een eerste lesgeefervaring op in de veilige omgeving van de hogeschool en bij je klasgenoten.
Wil je ook in het buitenland ervaring opdoen? Dan is er een groot aanbod aan internationale stageplekken.
Doorheen de opleiding staat je totale ontwikkeling als onderwijzer centraal, met een sterke focus op de maatschappelijke betrokkenheid, een zorgverbredende instelling, communicatieve vaardigheden, werken in teamverband en zelfreflectie. Je leert omgaan met meertaligheid, de grootstedelijke context en diversiteit in de klas.
Als leraar breng je niet alleen kennis of vaardigheden over, je bent ook leerlingbegeleider. Daarom is een alerte houding nodig, zodat je kan bijsturen of ingrijpen als het nodig is. Je zal je daarom dus moeten kunnen inleven in de leefwereld van een kind.

Is deze opleiding iets voor jou?
Een specifieke vooropleiding is niet nodig. Je staat natuurlijk wel te springen om vol enthousiasme les te geven aan zes- tot twaalfjarigen en ze te begeleiden. Je hebt een groot inlevingsvermogen, en je bent communicatief, creatief en alert.


Aanvullende info:

Odisee - Campus Brussel

Erasmushogeschool Brussel - Campus Kanal

Erasmushogeschool Brussel - Campus Bloemenhof

AP Hogeschool Antwerpen - Campus Spoor Noord (Noorderplaats)

Karel de Grote Hogeschool - Campus Zuid

Thomas More - Campus Vorselaar

Thomas More - Campus Turnhout

Thomas More - Campus Kruidtuin

Hogeschool UCLL - Campus Hertogstraat

Hogeschool UCLL - Campus Diest

Hogeschool PXL - Campus Vildersstraat

Hogeschool UCLL - Campus Diepenbeek

Howest - Campus Brugge Centrum

Hogeschool VIVES - Campus Brugge Xaverianenstraat

Hogeschool VIVES - Campus Kortrijk

Hogeschool VIVES - Campus Torhout

HOGENT - Campus Ledeganck

Arteveldehogeschool - Campus Brusselsepoortstraat

Odisee - Campus Sint-Niklaas

Odisee - Campus Aalst


Studiepunten

180

Educatieve opleiding: Lager onderwijs - Professionele bachelor

Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK
Klik op de foto om te vergroten

Algemene info

De opleiding biedt je de kennis, vaardigheden en attitudes om een onderwijsprofessional te worden die kan lesgeven in het lager onderwijs.

Een educatieve bachelor leidt je op tot een onderwijsprofessional met een brede theoretische kennis en de vaardigheden en attitudes die nodig zijn om voor een klas te staan. Daarbij ligt extra focus op de uitdagingen waarmee het lerarenberoep geconfronteerd wordt: zorg, grootstedelijke context, Nederlandse taalvaardigheid, meertaligheid en de diversificatie van het onderwijs. Op je rooster staan vakken als opvoedkundige wetenschappen, onderwijskunde, communicatieve en psycho-pedagogische vaardigheden, levensbeschouwing en ICT.
Kies je voor een educatieve bachelor Lager onderwijs, dan word je opgeleid om les te geven aan kinderen tussen zes en twaalf jaar. Tijdens de pedagogische en didactische lessen leer je hoe je op een boeiende en effectieve manier lesgeeft en een krachtige leeromgeving creëert. In je lessenpakket zitten vakken als Nederlands, wereldoriëntatie, Frans, bewegings-, beeldende en muzikale opvoeding, wiskunde en levensbeschouwing.
Je krijgt dus een brede theoretische basis, die wordt aangevuld met praktijkoefeningen, projecten en stages. Onder begeleiding van een stagebegeleider vanuit de hogeschool en een leerkracht van je stageschool zet je al snel de eerste stappen naar lesgeven. Zo start je met een observatiestage, maar ga je al snel over naar participerend lesgeven om uiteindelijk bijna helemaal zelfstandig voor de klas te staan. Dat gaat stap voor stap, en je doet altijd een eerste lesgeefervaring op in de veilige omgeving van de hogeschool en bij je klasgenoten.
Wil je ook in het buitenland ervaring opdoen? Dan is er een groot aanbod aan internationale stageplekken.
Doorheen de opleiding staat je totale ontwikkeling als onderwijzer centraal, met een sterke focus op de maatschappelijke betrokkenheid, een zorgverbredende instelling, communicatieve vaardigheden, werken in teamverband en zelfreflectie. Je leert omgaan met meertaligheid, de grootstedelijke context en diversiteit in de klas.
Als leraar breng je niet alleen kennis of vaardigheden over, je bent ook leerlingbegeleider. Daarom is een alerte houding nodig, zodat je kan bijsturen of ingrijpen als het nodig is. Je zal je daarom dus moeten kunnen inleven in de leefwereld van een kind.

Is deze opleiding iets voor jou?
Een specifieke vooropleiding is niet nodig. Je staat natuurlijk wel te springen om vol enthousiasme les te geven aan zes- tot twaalfjarigen en ze te begeleiden. Je hebt een groot inlevingsvermogen, en je bent communicatief, creatief en alert.


Studiepunten

180


Instellingen die de opleiding organiseren zonder keuzetraject(en):

Odisee - Campus Brussel

Erasmushogeschool Brussel - Campus Kanal

Erasmushogeschool Brussel - Campus Bloemenhof

AP Hogeschool Antwerpen - Campus Spoor Noord (Noorderplaats)

Karel de Grote Hogeschool - Campus Zuid

Thomas More - Campus Vorselaar

Thomas More - Campus Turnhout

Thomas More - Campus Kruidtuin

Hogeschool UCLL - Campus Hertogstraat

Hogeschool UCLL - Campus Diest

Hogeschool PXL - Campus Vildersstraat

Hogeschool UCLL - Campus Diepenbeek

Howest - Campus Brugge Centrum

Hogeschool VIVES - Campus Brugge Xaverianenstraat

Hogeschool VIVES - Campus Kortrijk

Hogeschool VIVES - Campus Torhout

HOGENT - Campus Ledeganck

Arteveldehogeschool - Campus Brusselsepoortstraat

Odisee - Campus Sint-Niklaas

Odisee - Campus Aalst


Bijzondere toelatingsvoorwaarden

Er is een verplichte en bindende starttoets voor de lerarenopleidingen. Deze toets wil je een idee geven over je vaardigheden Nederlands,  Frans en wiskunde. Als je niet slaagt in de toets, dan moet je verplicht een remediëringstraject volgen. Dit kan zowel vóór de start van je opleiding als na de start tijdens het academiejaar.


Meer info over de inschrijving en de locatie vind je hier.

 

Taal

TOELATINGSVOORWAARDEN

Je wordt rechtstreeks toegelaten als je in het bezit bent van één van onderstaande diploma's:

  • een diploma van secundair onderwijs;
  • een diploma van vroegere hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
  • een diploma of certificaat, uitgereikt in het kader van het hoger beroepsonderwijs (HBO5 Verpleegkunde en Graduaatsopleidingen);
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs voor sociale promotie (met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid);
  • een buitenlands diploma of getuigschrift dat gelijkwaardig verklaard is met één van bovenstaande.

    Uitzondering:
    • Er zijn bekwaamheidsproeven (artistieke toelatingsproeven) om toegelaten te worden tot de opleidingen in de studiegebieden 'Audiovisuele en beeldende kunst' en 'Muziek en podiumkunsten'.
    • Er is een verplichte en bindende starttoets voor de lerarenopleidingen.

Afwijkende toelatingsvoorwaarden

De hogescholen hebben verplicht een reglement voor kandidaten die niet aan de algemene toelatingsvoorwaarden voldoen. Dit reglement kan je bij elke instelling opvragen.
De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen gebaseerd zijn op:
1. humanitaire redenen;
2. medische, psychische of sociale redenen ;
3. het algemeen niveau van de kandidaat, getoetst op de door het instellingsbestuur bepaalde wijze (bv. een proef of een gesprek of ...).
Weet wel dat dergelijke toelating niet gelijkgesteld is aan het diploma secundair onderwijs!! 

Extra taalvoorwaarden voor internationale studenten

De onderwijsinstellingen kunnen het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis voor houders van een buitenlands diploma.

Situering

Opleiding: Educatieve opleiding: Lager onderwijs 

Studieniveau: Professionele bachelor - HO

Studiegebied: Onderwijs

Belangstellingsdomeinen: Sociaal dienstbetoon,

Schoolvakken SO: Psychologie,

Vervolgopleidingen

Na een professioneel gerichte bacheloropleiding kan je binnen het hoger onderwijs verder studeren in:


een bachelor-na-bacheloropleiding (Ba-na-Ba)

Een Ba-na-ba is een opleiding van 60 studiepunten. Het is in feite een voortgezette, gespecialiseerde (verbredend of verdiepend) opleiding. Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De opleiding leidt tot een diploma. Een Ba-na-ba kan je niet volgen als basisdiploma. Je kan een Ba-na-ba starten als je een bachelor of masterdiploma hebt behaald. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per Ba-na-Ba


een verkorte bachelor

Wanneer je al een bachelor of master hebt behaald en bijkomend een andere bachelor wilt behalen, kan dat soms via een verkort traject. Je behaalt dan het diploma op kortere termijn. De verkorte bachelor leidt naar een volwaardig bachelordiploma. Het aantal vrijstellingen dat je kan krijgen kan per opleiding en per hogeschool verschillen. Voor meer info neem je best contact op met de instelling.


een postgraduaat

Dit is een opleiding van minstens 20 studiepunten. Je kan deze opleiding volgen na een bachelor- of masteropleiding. Het geeft recht op een getuigschrift. Bedoeling is: verdere professionele vorming, verbreding of verdieping van de reeds verworven competenties.  Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten.

De toelating tot een postgraduaat verschilt per opleiding. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per opleiding.


een schakelprogramma

Dit is een overgangsprogramma tussen een professionele bachelor en een master, met een studieomvang van ten hoogste 90 studiepunten. De juiste omvang hangt af van de vooropleiding die je volgde en de gekozen master. 
Bedoeling is: academische vaardigheden en wetenschappelijk-disciplinaire basiskennis bijbrengen. Een schakelprogramma levert geen academische graad of diploma op, je hoeft dus ook geen leerkrediet in te zetten.  
Een schakelprogramma geeft toegang tot één welbepaalde master in een welbepaalde instellng.


een lerarenopleiding

Na een professionele bachelor kan je via een verkorte educatieve bacheloropleiding leraar worden. Deze opleiding neemt 60 studiepunten in beslag en wordt georganiseerd door een hogeschool. Meer info.


na- of bijscholingen

Hogescholen en universiteiten hebben doorgaans ook een aanbod van diverse na- of bijscholingen. Informatie hierover vind je niet op Onderwijskiezer, maar bij de onderwijsinstelling.

Flexibele leersystemen

Deze opleiding kan ook gevolgd worden in een flexibel leersysteem. Je ziet hier per onderwijsinstelling de mogelijkheden.

Erasmushogeschool Brussel, Campus Bloemenhof

Starten in februari
VDAB-traject
Werkstudententraject

Erasmushogeschool Brussel, Campus Kanal

Starten in februari
VDAB-traject
Werkstudententraject

AP Hogeschool Antwerpen, Campus Spoor Noord (Noorderplaats)

VDAB-traject
Werkplekleren

Karel de Grote Hogeschool, Campus Zuid

Starten in februari
VDAB-traject
Werkstudententraject

Thomas More, Campus Vorselaar

VDAB-traject

Thomas More, Campus Turnhout

VDAB-traject

Thomas More, Campus Kruidtuin

Starten in februari
VDAB-traject

Hogeschool UCLL, Campus Hertogstraat

Starten in februari
VDAB-traject
Werkstudententraject

Hogeschool UCLL, Campus Diest

Starten in februari
VDAB-traject

Hogeschool PXL, Campus Vildersstraat

Avondonderwijs
VDAB-traject
Werkplekleren
Werkstudententraject

Hogeschool UCLL, Campus Diepenbeek

Avondonderwijs
VDAB-traject

Howest, Campus Brugge Centrum

Starten in februari

Hogeschool VIVES, Campus Brugge Xaverianenstraat

Starten in februari

Hogeschool VIVES, Campus Kortrijk

Afstandsonderwijs
Werkplekleren

Arteveldehogeschool, Campus Brusselsepoortstraat

Afstandsonderwijs
Avondonderwijs
Starten in februari
VDAB-traject
Werkstudententraject

HOGENT, Campus Ledeganck

Starten in februari
Werkplekleren

Odisee, Campus Sint-Niklaas

Afstandsonderwijs
Starten in februari

Odisee, Campus Aalst

Afstandsonderwijs

Instellingen

Warmoesberg 26  1000 Brussel

Slotstraat 28  1000 Brussel

Zespenningenstraat 70  1000 Brussel

Noorderplaats 2  2000 Antwerpen

Brusselstraat 45  2018 Antwerpen

Lepelstraat 2  2290 Vorselaar

Campus Blairon 800  2300 Turnhout

Lange Ridderstraat 44  2800 Mechelen

Hertogstraat 178  3001 Heverlee

Weerstandsplein 2  3290 Diest

Vildersstraat 5  3500 Hasselt

Agoralaan Gebouw B bus 1  3590 Diepenbeek

Sint-Jorisstraat 71  8000 Brugge

Xaverianenstraat 10  8200 Sint-Michiels

Doorniksesteenweg 145  8500 Kortrijk

Sint-Jozefstraat 1  8820 Torhout

K.L. Ledeganckstraat 8  9000 Gent

Brusselsepoortstraat 93  9000 Gent

Hospitaalstraat 23  9100 Sint-Niklaas

Kwalestraat 154  9320 Nieuwerkerken

Beroepsuitwegen

De onderwijzer begeleidt het leerproces bij kinderen van 6 tot 12 jaar, maar is ook een opvoeder die zorgverbredend werkt met alle kinderen.
Dit aspect is zeer belangrijk gezien de onderwijskundige en maatschappelijke trends naar inclusief onderwijs en kansenbevordering.
Afgestudeerden komen als leerkracht vooral terecht in het lager onderwijs, zowel gewoon als buitengewoon. Men kan zijn onderwijsbevoegdheden uitbreiden (bijvoorbeeld naar het kleuter- of secundair onderwijs) door het volgen van een vervolgopleiding.
Sommige afgestudeerden gaan werken als opvoeder in een MPI of als studiemeester-opvoeder in het secundair onderwijs.
De onderwijzer moet in principe alle vakken kunnen onderwijzen waardoor hij moet beschikken over een brede algemene belangstelling en bedreven moet zijn in specifieke didactische werkmethodes.
Het beroep van onderwijzer en de inhoud van de taken evolueert sterk.
Zo is er naast een trend tot specialisatie (bv. leerkracht lichamelijke opvoeding, godsdienstleerkracht, taakleerkracht) ook een aanbod van nieuwe functies (bv. zorgcoördinator, beleidsondersteuner).
Naast de gewone lestaken wordt de onderwijzer ook vaak ingeschakeld voor allerlei nevenactiviteiten: socio-culturele activiteiten, bewaking, sneeuw- of bosklassen.
De onderwijzer is naast leerkracht ook de manager van al wat gebeurt in de klas en moet over organisatorische vaardigheden beschikken om met verschillende niveaugroepen van kinderen te kunnen werken.
Vlotte communicatieve vaardigheden om te overleggen en samen te werken met collega's, ouders en begeleidende diensten zijn vanzelfsprekend.
Bij de start van de loopbaan kunnen door de schoolgemeenschappen mentoren worden aangesteld om de beginnende leerkrachten bij te staan.

Hier een overzicht van mogelijke aansluitende beroepen uit de beroependatabase van onderwijskiezer. 
Er kunnen steeds nog andere mogelijkheden zijn. 
Klik op een beroep voor meer informatie.

Mogelijke beroepen

Directeur-Directrice kleuterschool en lagere school
Leerkracht buitengewoon secundair onderwijs ( knelpuntberoep)
Leerkracht kleuter- of lager onderwijs ( knelpuntberoep)
Zorgleerkracht- Zorgcoördinator

Vlaamse Kwalificatiestructuur

  • Kwalificaties beschrijven wat je moet kennen en kunnen om een beroep uit te oefenen, een opleiding te starten of deel te nemen aan de maatschappij. De Kwalificatiedatabank bevat alle beroepskwalificaties en onderwijskwalificaties uit de Vlaamse kwalificatiestructuur.

VKS - Onderwijskwalificatie Professionele Bachelor: Lager onderwijs

Beroepeninfo: Leraar worden

Studierendement

Studierendement is iets anders dan slaagpercentage.
Toelichting vind je onder de tabel. We raden je aan om de cijfers rond het studierendement met een (leerling)begeleider of een CLB-medewerker te bespreken.
Vanaf schooljaar 2025-2026 zullen omwille van de modernisering van het SO de cijfers tijdelijk niet beschikbaar zijn.
Vanaf 2027-2028 levert het departement onderwijs en vorming nieuwe cijfers aan.

Studierichting 3e graad SO Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
7e leerjaar gericht op het hoger onderwijs (BSO) 37 4,54 42,7 10 6 8 5 7 1
Boekhouden - informatica (TSO) 92 1,99 58,6 7 12 16 22 26 9
Economie-moderne talen (ASO) 624 2,32 84,4 13 23 39 101 415 33
Economie-wetenschappen (ASO) 52 1,27 86,3 0 1 5 6 38 2
Economie-wiskunde (ASO) 67 1,02 95,7 1 0 1 6 55 4
Gezondheids- en welzijnswetenschappen (TSO) 469 7,31 63,3 41 49 75 124 157 23
Handel (TSO) 357 2,73 57,0 41 47 61 98 91 19
Humane wetenschappen (ASO) 1374 4,99 84,6 31 61 86 205 922 69
Informaticabeheer (TSO) 31 0,77 41,1 3 12 2 5 6 3
Jeugd- en gehandicaptenzorg (TSO) 172 6,68 57,3 21 23 29 34 52 13
Kantooradministratie en gegevensbeheer (BSO) 128 1,59 25,4 38 36 16 14 6 18
Kinderzorg (BSO) 107 2,14 36,3 26 19 17 19 12 14
Latijn-moderne talen (ASO) 73 1,11 82,7 3 3 7 9 51 0
Latijn-wetenschappen (ASO) 34 0,58 95,9 0 0 0 3 29 2
Lichamelijke opvoeding en sport (TSO) 216 2,76 45,3 43 46 28 40 39 20
Moderne talen-wetenschappen (ASO) 179 1,83 90,9 4 2 5 23 139 6
Onthaal en public relations (TSO) 58 3,65 56,5 5 8 9 16 15 5
Schoonheidsverzorging (TSO) 82 3,16 46,1 11 14 15 19 15 8
Secretariaat-talen (TSO) 164 4,06 63,3 13 21 23 42 50 15
Sociale en technische wetenschappen (TSO) 2228 8,53 65,8 133 260 287 579 849 120
Sportwetenschappen (ASO) 61 1,70 77,4 6 4 1 15 32 3
Techniek-wetenschappen (TSO) 70 1,49 72,1 1 6 13 13 35 2
Thuis- en bejaardenzorg / zorgkundige (BSO) 41 0,47 35,7 10 10 4 7 3 7
Toerisme (TSO) 46 2,38 42,4 11 8 7 9 7 4
Wetenschappen-wiskunde (ASO) 186 0,44 92,3 3 2 2 23 151 5
Woordkunst-drama (KSO) 45 4,17 69,1 7 3 3 7 22 3

Per bacheloropleiding die je kan volgen in het hoger onderwijs kan je hier bekijken wat de resultaten zijn van afgestudeerden uit verschillende studierichtingen uit het secundair onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.

Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het studierendement. Onderstaande tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het hoger onderwijs weer van studenten uit een secundaire studierichting. Dit is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% = de studenten uit een secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.

Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit een secundaire studierichting dat zich inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit een secundaire studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.

Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.

extra info over studierendement



bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming


Gegevens bijgewerkt tot 15-09-2023

Educatieve opleiding: Lager onderwijs - Professionele bachelor

Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK
Klik op de foto om te vergroten

Algemene info

De opleiding biedt je de kennis, vaardigheden en attitudes om een onderwijsprofessional te worden die kan lesgeven in het lager onderwijs.

Een educatieve bachelor leidt je op tot een onderwijsprofessional met een brede theoretische kennis en de vaardigheden en attitudes die nodig zijn om voor een klas te staan. Daarbij ligt extra focus op de uitdagingen waarmee het lerarenberoep geconfronteerd wordt: zorg, grootstedelijke context, Nederlandse taalvaardigheid, meertaligheid en de diversificatie van het onderwijs. Op je rooster staan vakken als opvoedkundige wetenschappen, onderwijskunde, communicatieve en psycho-pedagogische vaardigheden, levensbeschouwing en ICT.
Kies je voor een educatieve bachelor Lager onderwijs, dan word je opgeleid om les te geven aan kinderen tussen zes en twaalf jaar. Tijdens de pedagogische en didactische lessen leer je hoe je op een boeiende en effectieve manier lesgeeft en een krachtige leeromgeving creëert. In je lessenpakket zitten vakken als Nederlands, wereldoriëntatie, Frans, bewegings-, beeldende en muzikale opvoeding, wiskunde en levensbeschouwing.
Je krijgt dus een brede theoretische basis, die wordt aangevuld met praktijkoefeningen, projecten en stages. Onder begeleiding van een stagebegeleider vanuit de hogeschool en een leerkracht van je stageschool zet je al snel de eerste stappen naar lesgeven. Zo start je met een observatiestage, maar ga je al snel over naar participerend lesgeven om uiteindelijk bijna helemaal zelfstandig voor de klas te staan. Dat gaat stap voor stap, en je doet altijd een eerste lesgeefervaring op in de veilige omgeving van de hogeschool en bij je klasgenoten.
Wil je ook in het buitenland ervaring opdoen? Dan is er een groot aanbod aan internationale stageplekken.
Doorheen de opleiding staat je totale ontwikkeling als onderwijzer centraal, met een sterke focus op de maatschappelijke betrokkenheid, een zorgverbredende instelling, communicatieve vaardigheden, werken in teamverband en zelfreflectie. Je leert omgaan met meertaligheid, de grootstedelijke context en diversiteit in de klas.
Als leraar breng je niet alleen kennis of vaardigheden over, je bent ook leerlingbegeleider. Daarom is een alerte houding nodig, zodat je kan bijsturen of ingrijpen als het nodig is. Je zal je daarom dus moeten kunnen inleven in de leefwereld van een kind.

Is deze opleiding iets voor jou?
Een specifieke vooropleiding is niet nodig. Je staat natuurlijk wel te springen om vol enthousiasme les te geven aan zes- tot twaalfjarigen en ze te begeleiden. Je hebt een groot inlevingsvermogen, en je bent communicatief, creatief en alert.


Studiepunten

180


Instellingen die de opleiding organiseren zonder keuzetraject(en):

Odisee - Campus Brussel

Erasmushogeschool Brussel - Campus Kanal

Erasmushogeschool Brussel - Campus Bloemenhof

AP Hogeschool Antwerpen - Campus Spoor Noord (Noorderplaats)

Karel de Grote Hogeschool - Campus Zuid

Thomas More - Campus Vorselaar

Thomas More - Campus Turnhout

Thomas More - Campus Kruidtuin

Hogeschool UCLL - Campus Hertogstraat

Hogeschool UCLL - Campus Diest

Hogeschool PXL - Campus Vildersstraat

Hogeschool UCLL - Campus Diepenbeek

Howest - Campus Brugge Centrum

Hogeschool VIVES - Campus Brugge Xaverianenstraat

Hogeschool VIVES - Campus Kortrijk

Hogeschool VIVES - Campus Torhout

HOGENT - Campus Ledeganck

Arteveldehogeschool - Campus Brusselsepoortstraat

Odisee - Campus Sint-Niklaas

Odisee - Campus Aalst


Bijzondere toelatingsvoorwaarden

Er is een verplichte en bindende starttoets voor de lerarenopleidingen. Deze toets wil je een idee geven over je vaardigheden Nederlands,  Frans en wiskunde. Als je niet slaagt in de toets, dan moet je verplicht een remediëringstraject volgen. Dit kan zowel vóór de start van je opleiding als na de start tijdens het academiejaar.


Meer info over de inschrijving en de locatie vind je hier.

 

Taal

TOELATINGSVOORWAARDEN

Je wordt rechtstreeks toegelaten als je in het bezit bent van één van onderstaande diploma's:

  • een diploma van secundair onderwijs;
  • een diploma van vroegere hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
  • een diploma of certificaat, uitgereikt in het kader van het hoger beroepsonderwijs (HBO5 Verpleegkunde en Graduaatsopleidingen);
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs voor sociale promotie (met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid);
  • een buitenlands diploma of getuigschrift dat gelijkwaardig verklaard is met één van bovenstaande.

    Uitzondering:
    • Er zijn bekwaamheidsproeven (artistieke toelatingsproeven) om toegelaten te worden tot de opleidingen in de studiegebieden 'Audiovisuele en beeldende kunst' en 'Muziek en podiumkunsten'.
    • Er is een verplichte en bindende starttoets voor de lerarenopleidingen.

Afwijkende toelatingsvoorwaarden

De hogescholen hebben verplicht een reglement voor kandidaten die niet aan de algemene toelatingsvoorwaarden voldoen. Dit reglement kan je bij elke instelling opvragen.
De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen gebaseerd zijn op:
1. humanitaire redenen;
2. medische, psychische of sociale redenen ;
3. het algemeen niveau van de kandidaat, getoetst op de door het instellingsbestuur bepaalde wijze (bv. een proef of een gesprek of ...).
Weet wel dat dergelijke toelating niet gelijkgesteld is aan het diploma secundair onderwijs!! 

Extra taalvoorwaarden voor internationale studenten

De onderwijsinstellingen kunnen het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis voor houders van een buitenlands diploma.

Situering

Opleiding: Educatieve opleiding: Lager onderwijs 

Studieniveau: Professionele bachelor - HO

Studiegebied: Onderwijs

Belangstellingsdomeinen: Sociaal dienstbetoon,

Schoolvakken SO: Psychologie,

Vervolgopleidingen

Na een professioneel gerichte bacheloropleiding kan je binnen het hoger onderwijs verder studeren in:


een bachelor-na-bacheloropleiding (Ba-na-Ba)

Een Ba-na-ba is een opleiding van 60 studiepunten. Het is in feite een voortgezette, gespecialiseerde (verbredend of verdiepend) opleiding. Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De opleiding leidt tot een diploma. Een Ba-na-ba kan je niet volgen als basisdiploma. Je kan een Ba-na-ba starten als je een bachelor of masterdiploma hebt behaald. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per Ba-na-Ba


een verkorte bachelor

Wanneer je al een bachelor of master hebt behaald en bijkomend een andere bachelor wilt behalen, kan dat soms via een verkort traject. Je behaalt dan het diploma op kortere termijn. De verkorte bachelor leidt naar een volwaardig bachelordiploma. Het aantal vrijstellingen dat je kan krijgen kan per opleiding en per hogeschool verschillen. Voor meer info neem je best contact op met de instelling.


een postgraduaat

Dit is een opleiding van minstens 20 studiepunten. Je kan deze opleiding volgen na een bachelor- of masteropleiding. Het geeft recht op een getuigschrift. Bedoeling is: verdere professionele vorming, verbreding of verdieping van de reeds verworven competenties.  Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten.

De toelating tot een postgraduaat verschilt per opleiding. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per opleiding.


een schakelprogramma

Dit is een overgangsprogramma tussen een professionele bachelor en een master, met een studieomvang van ten hoogste 90 studiepunten. De juiste omvang hangt af van de vooropleiding die je volgde en de gekozen master. 
Bedoeling is: academische vaardigheden en wetenschappelijk-disciplinaire basiskennis bijbrengen. Een schakelprogramma levert geen academische graad of diploma op, je hoeft dus ook geen leerkrediet in te zetten.  
Een schakelprogramma geeft toegang tot één welbepaalde master in een welbepaalde instellng.


een lerarenopleiding

Na een professionele bachelor kan je via een verkorte educatieve bacheloropleiding leraar worden. Deze opleiding neemt 60 studiepunten in beslag en wordt georganiseerd door een hogeschool. Meer info.


na- of bijscholingen

Hogescholen en universiteiten hebben doorgaans ook een aanbod van diverse na- of bijscholingen. Informatie hierover vind je niet op Onderwijskiezer, maar bij de onderwijsinstelling.

Flexibele leersystemen

Deze opleiding kan ook gevolgd worden in een flexibel leersysteem. Je ziet hier per onderwijsinstelling de mogelijkheden.

Erasmushogeschool Brussel, Campus Bloemenhof

Starten in februari
VDAB-traject
Werkstudententraject

Erasmushogeschool Brussel, Campus Kanal

Starten in februari
VDAB-traject
Werkstudententraject

AP Hogeschool Antwerpen, Campus Spoor Noord (Noorderplaats)

VDAB-traject
Werkplekleren

Karel de Grote Hogeschool, Campus Zuid

Starten in februari
VDAB-traject
Werkstudententraject

Thomas More, Campus Vorselaar

VDAB-traject

Thomas More, Campus Turnhout

VDAB-traject

Thomas More, Campus Kruidtuin

Starten in februari
VDAB-traject

Hogeschool UCLL, Campus Hertogstraat

Starten in februari
VDAB-traject
Werkstudententraject

Hogeschool UCLL, Campus Diest

Starten in februari
VDAB-traject

Hogeschool PXL, Campus Vildersstraat

Avondonderwijs
VDAB-traject
Werkplekleren
Werkstudententraject

Hogeschool UCLL, Campus Diepenbeek

Avondonderwijs
VDAB-traject

Howest, Campus Brugge Centrum

Starten in februari

Hogeschool VIVES, Campus Brugge Xaverianenstraat

Starten in februari

Hogeschool VIVES, Campus Kortrijk

Afstandsonderwijs
Werkplekleren

Arteveldehogeschool, Campus Brusselsepoortstraat

Afstandsonderwijs
Avondonderwijs
Starten in februari
VDAB-traject
Werkstudententraject

HOGENT, Campus Ledeganck

Starten in februari
Werkplekleren

Odisee, Campus Sint-Niklaas

Afstandsonderwijs
Starten in februari

Odisee, Campus Aalst

Afstandsonderwijs

Instellingen

Warmoesberg 26  1000 Brussel

Slotstraat 28  1000 Brussel

Zespenningenstraat 70  1000 Brussel

Noorderplaats 2  2000 Antwerpen

Brusselstraat 45  2018 Antwerpen

Lepelstraat 2  2290 Vorselaar

Campus Blairon 800  2300 Turnhout

Lange Ridderstraat 44  2800 Mechelen

Hertogstraat 178  3001 Heverlee

Weerstandsplein 2  3290 Diest

Vildersstraat 5  3500 Hasselt

Agoralaan Gebouw B bus 1  3590 Diepenbeek

Sint-Jorisstraat 71  8000 Brugge

Xaverianenstraat 10  8200 Sint-Michiels

Doorniksesteenweg 145  8500 Kortrijk

Sint-Jozefstraat 1  8820 Torhout

K.L. Ledeganckstraat 8  9000 Gent

Brusselsepoortstraat 93  9000 Gent

Hospitaalstraat 23  9100 Sint-Niklaas

Kwalestraat 154  9320 Nieuwerkerken

Beroepsuitwegen

De onderwijzer begeleidt het leerproces bij kinderen van 6 tot 12 jaar, maar is ook een opvoeder die zorgverbredend werkt met alle kinderen.
Dit aspect is zeer belangrijk gezien de onderwijskundige en maatschappelijke trends naar inclusief onderwijs en kansenbevordering.
Afgestudeerden komen als leerkracht vooral terecht in het lager onderwijs, zowel gewoon als buitengewoon. Men kan zijn onderwijsbevoegdheden uitbreiden (bijvoorbeeld naar het kleuter- of secundair onderwijs) door het volgen van een vervolgopleiding.
Sommige afgestudeerden gaan werken als opvoeder in een MPI of als studiemeester-opvoeder in het secundair onderwijs.
De onderwijzer moet in principe alle vakken kunnen onderwijzen waardoor hij moet beschikken over een brede algemene belangstelling en bedreven moet zijn in specifieke didactische werkmethodes.
Het beroep van onderwijzer en de inhoud van de taken evolueert sterk.
Zo is er naast een trend tot specialisatie (bv. leerkracht lichamelijke opvoeding, godsdienstleerkracht, taakleerkracht) ook een aanbod van nieuwe functies (bv. zorgcoördinator, beleidsondersteuner).
Naast de gewone lestaken wordt de onderwijzer ook vaak ingeschakeld voor allerlei nevenactiviteiten: socio-culturele activiteiten, bewaking, sneeuw- of bosklassen.
De onderwijzer is naast leerkracht ook de manager van al wat gebeurt in de klas en moet over organisatorische vaardigheden beschikken om met verschillende niveaugroepen van kinderen te kunnen werken.
Vlotte communicatieve vaardigheden om te overleggen en samen te werken met collega's, ouders en begeleidende diensten zijn vanzelfsprekend.
Bij de start van de loopbaan kunnen door de schoolgemeenschappen mentoren worden aangesteld om de beginnende leerkrachten bij te staan.

Hier een overzicht van mogelijke aansluitende beroepen uit de beroependatabase van onderwijskiezer. 
Er kunnen steeds nog andere mogelijkheden zijn. 
Klik op een beroep voor meer informatie.

Mogelijke beroepen

Directeur-Directrice kleuterschool en lagere school
Leerkracht buitengewoon secundair onderwijs ( knelpuntberoep)
Leerkracht kleuter- of lager onderwijs ( knelpuntberoep)
Zorgleerkracht- Zorgcoördinator

Vlaamse Kwalificatiestructuur

  • Kwalificaties beschrijven wat je moet kennen en kunnen om een beroep uit te oefenen, een opleiding te starten of deel te nemen aan de maatschappij. De Kwalificatiedatabank bevat alle beroepskwalificaties en onderwijskwalificaties uit de Vlaamse kwalificatiestructuur.

VKS - Onderwijskwalificatie Professionele Bachelor: Lager onderwijs

Beroepeninfo: Leraar worden

Studierendement

Studierendement is iets anders dan slaagpercentage.
Toelichting vind je onder de tabel. We raden je aan om de cijfers rond het studierendement met een (leerling)begeleider of een CLB-medewerker te bespreken.
Vanaf schooljaar 2025-2026 zullen omwille van de modernisering van het SO de cijfers tijdelijk niet beschikbaar zijn.
Vanaf 2027-2028 levert het departement onderwijs en vorming nieuwe cijfers aan.

Studierichting 3e graad SO Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
7e leerjaar gericht op het hoger onderwijs (BSO) 37 4,54 42,7 10 6 8 5 7 1
Boekhouden - informatica (TSO) 92 1,99 58,6 7 12 16 22 26 9
Economie-moderne talen (ASO) 624 2,32 84,4 13 23 39 101 415 33
Economie-wetenschappen (ASO) 52 1,27 86,3 0 1 5 6 38 2
Economie-wiskunde (ASO) 67 1,02 95,7 1 0 1 6 55 4
Gezondheids- en welzijnswetenschappen (TSO) 469 7,31 63,3 41 49 75 124 157 23
Handel (TSO) 357 2,73 57,0 41 47 61 98 91 19
Humane wetenschappen (ASO) 1374 4,99 84,6 31 61 86 205 922 69
Informaticabeheer (TSO) 31 0,77 41,1 3 12 2 5 6 3
Jeugd- en gehandicaptenzorg (TSO) 172 6,68 57,3 21 23 29 34 52 13
Kantooradministratie en gegevensbeheer (BSO) 128 1,59 25,4 38 36 16 14 6 18
Kinderzorg (BSO) 107 2,14 36,3 26 19 17 19 12 14
Latijn-moderne talen (ASO) 73 1,11 82,7 3 3 7 9 51 0
Latijn-wetenschappen (ASO) 34 0,58 95,9 0 0 0 3 29 2
Lichamelijke opvoeding en sport (TSO) 216 2,76 45,3 43 46 28 40 39 20
Moderne talen-wetenschappen (ASO) 179 1,83 90,9 4 2 5 23 139 6
Onthaal en public relations (TSO) 58 3,65 56,5 5 8 9 16 15 5
Schoonheidsverzorging (TSO) 82 3,16 46,1 11 14 15 19 15 8
Secretariaat-talen (TSO) 164 4,06 63,3 13 21 23 42 50 15
Sociale en technische wetenschappen (TSO) 2228 8,53 65,8 133 260 287 579 849 120
Sportwetenschappen (ASO) 61 1,70 77,4 6 4 1 15 32 3
Techniek-wetenschappen (TSO) 70 1,49 72,1 1 6 13 13 35 2
Thuis- en bejaardenzorg / zorgkundige (BSO) 41 0,47 35,7 10 10 4 7 3 7
Toerisme (TSO) 46 2,38 42,4 11 8 7 9 7 4
Wetenschappen-wiskunde (ASO) 186 0,44 92,3 3 2 2 23 151 5
Woordkunst-drama (KSO) 45 4,17 69,1 7 3 3 7 22 3

Per bacheloropleiding die je kan volgen in het hoger onderwijs kan je hier bekijken wat de resultaten zijn van afgestudeerden uit verschillende studierichtingen uit het secundair onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.

Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het studierendement. Onderstaande tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het hoger onderwijs weer van studenten uit een secundaire studierichting. Dit is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% = de studenten uit een secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.

Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit een secundaire studierichting dat zich inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit een secundaire studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.

Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.

extra info over studierendement



bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming


Gegevens bijgewerkt tot 15-09-2023