Leraar worden?

Algemeen

Lees onderaan deze pagina info over de geplande hervorming van de lerarenopleidingen vanaf schooljaar 2019-2020.

Er zijn tot heden 2 soorten lerarenopleidingen, gebaseerd op dezelfde basiscompetenties:

  • de geïntegreerde lerarenopleiding 
    Aan een hogeschool kan je de opleiding professionele bachelor in het onderwijs volgen. 
    Deze leiden naar een diploma van leraar kleuter-, lager – of secundair onderwijs. 
    In de opleiding tot leraar secundair onderwijs kies je twee vakken uit het aanbod van de hogeschool, waarin je onderwijsbevoegdheid wenst te behalen. Dit aanbod verschilt per hogeschool.
    Het zijn opleidingen van 180 stp. die vakinhoudelijke kennis en pedagogische competenties integreren. Naast de gewone voltijdse opleiding, bestaan er ook flexibele manieren om de opleiding te volgen. Voor info, zie de database flexibel studeren of onder het tabblaadje 'flexibel' op de infofiche van de richting.Wil je de opleiding professionele bachelor in het onderwijs volgen? Dan leg je eerst de verplichte niet-bindende toelatingsproef af. Deze instaptoets geeft je een beeld van je startcompetenties. Info vind je hier.
    De taalvereisten om in het onderwijs te werken kan je hier nalezen.

  • de specifieke lerarenopleiding
    Je hebt kennis verworven in een opleiding in het hoger of secundair onderwijs en je wil die kennis doorgeven als leraar? Dan volg je een specifieke lerarenopleiding (SLO). Deze vervangt de vroegere D-cursus, GPB- en aggregatieopleiding.
    De SLO focust enkel op het pedagogische aspect. Je hoofddiploma (secundair, bachelor of master) bepaalt in welke graden je in welke vakken les mag geven. De opleiding omvat 60 studiepunten: 30 voor theorie en 30 voor praktijk.
    De praktijkcomponent kan je op 3 manieren invullen:
    • Je hebt nog geen werk gevonden als leraar: dan volg je een stage bij een school, centrum of instelling. Dit is ‘preservicetraining.
    • Je bent al personeelslid in een school, centrum of instelling: dan kan je de praktijkcomponent vervullen in ‘inservicetraining
      Je hebt dan een leraar-in-opleidingsbaan (LIO). Hiervoor moet je minstens 500 uren effectief les geven. 
    • Je kan ook een combinatie van preservicetraining en inservicetraining maken.

    Je kan de SLO volgen in een School of Arts, een cvo of aan een universiteit. Er is geen verschil in de onderwijsbevoegdheid of verloning nadien, welke soort onderwijsinstelling je ook kiest.
    1. De SLO in een Centrum voor Volwassenenonderwijs

    2. De SLO aan een School of Arts en Universiteit

    Als je een master hebt behaald, kan je inschrijven. Als je een academisch bachelordiploma hebt en je schrijft je in voor de aansluitende master, kan je ook al bijkomend inschrijven voor de SLO. Professionele bachelors die ingeschreven zijn in het schakelprogramma kunnen eveneens starten. In sommige masteropleidingen worden 30 stp. van de SLO ingebouwd als afstudeervariant. 
    Organiserende Schools of Arts en universiteiten.
    De taalvereisten om in het onderwijs te werken kan je hier nalezen.

Voortgezette opleidingen

Onder de vorm van een bachelor-na-bachelor worden deze ‘voortgezette lerarenopleidingen’ georganiseerd:

Onderwijsbevoegdheid secundair onderwijs

Er zijn verschillende soorten bekwaamheidsbewijzen om les te mogen geven. Je vindt hier de info. 
Opzoeken welke vakken je mag geven in het basis- en secundair onderwijs (gewoon en buitengewoon), het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs, kan je hier.

Als je geen diploma hebt van het hoger onderwijs moet je, naast je basisdiploma, bijkomende vakkennis hebben opgedaan via 'nuttige ervaring': 

  • met een studiebewijs van de derde graad SO is 3 jaar nuttige ervaring vereist; 
  • met een studiebewijs van lager secundair of tweede graad beroeps- of technisch, is dit 6 jaar

Om te weten of je ervaring erkend kan worden moet je een aanvraag doen bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Alle info vind je hier

Onderwijsbevoegdheid hogescholen

Om les te geven aan een hogeschool is er geen wettelijke verplichting dat je een lerarenopleiding hebt gevolgd. Er zijn verschillende ambten die elk diplomavoorwaarden hebben. Minimaal moet je wel een bachelordiploma behaald hebben.
De hogeschool kan bij de aanwerving van onderwijzend personeel een aantal zaken zelf bepalen:

  • Een hogeschool kan vragen dat je beschikt over een pedagogisch bekwaamheidsbewijs, zoals een diploma van een specifieke lerarenopleiding. 
  • Ambten en diploma’s zijn niet gekoppeld aan vakken. Elke hogeschool bepaalt zelf welke vakken je mag onderwijzen.
  • Een hogeschool kan bijkomende vereisten opleggen inzake specialiteit van diploma’s en nuttige beroepservaring. 
  • Hoogst uitzonderlijk en na omstandige motivering kan een hogeschool afwijken van de minimaal vereiste bekwaamheidsbewijzen. Dat kan ze doen als jij specifieke deskundigheid of nuttige beroepservaring kan voorleggen. Voorwaarde is wel dat de nuttige beroepservaring verworven is door de uitoefening van een ambacht, beroep of artistieke bedrijvigheid buiten het onderwijs.
  • Voor bepaalde ambten wordt een bijkomende anciënniteitsvoorwaarde gesteld.

Alle info vind je hier.

Onderwijsbevoegdheid universiteiten

Om les te geven aan een universiteit is er geen wettelijke verplichting dat je een lerarenopleiding hebt gevolgd. Er zijn verschillende ambten die elk diplomavoorwaarden hebben. Minimaal moet je wel een masterdiploma behaald hebben, maar hier kan uitzonderlijk van afgeweken worden.
De universiteit kan bij de aanwerving van academisch personeel een aantal zaken zelf bepalen:

  • Een universiteit kan bijkomende vereisten opleggen inzake specialiteit van diploma’s en nuttige beroepservaring. 
  • Voor de benoeming tot hoofddocent, hoogleraar en (buiten)gewoon hoogleraar legt het universiteitsbestuur voorafgaandelijk de criteria vast. De criteria kunnen slaan op een minimale anciënniteit en de deskundigheid inzake onderwijs, onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening.
Alle info vind je hier.
 

Hoe solliciteren in het onderwijs?

  1. Rechtstreeks
    Wil je solliciteren voor een job in het onderwijs, dan neem je rechtstreeks contact op met de scholen, schoolbesturen, scholengroepen of onderwijsnetten die je voorkeur wegdragen. Sommige onderwijsnetten hebben een online vacature- en/of sollicitantendatabank.
    Klik hier voor een beknopt overzicht (585 kB)

  2. Via de leerkrachtendatabank
    Deze databank wordt door veel scholen gebruikt die snel een geschikte kandidaat willen vinden voor b.v. een vervanging. De leerkrachtendatabank is een online databank die beheerd wordt door de VDAB. Tijdelijke leraren, afgestudeerden van de lerarenopleiding en andere kandidaten kunnen zich inschrijven via de leerkrachtendatabank van VDAB en er hun cv publiceren.
    Scholen kunnen in deze databank zelf op zoek gaan naar een geschikte kandidaat volgens regio en vak, maar kunnen ook vacatures plaatsen die automatisch bezorgd worden aan alle kandidaten die in aanmerking komen. De VDAB houdt de databank actueel en werkt daarvoor samen met het Agentschap voor Onderwijsdiensten.

  3. Via jobsopschool.be
    Steeds meer schoolgemeenschappen (BaO) gebruiken deze site. Klik hier om op de kaart te zien waar deze toepassing op dit ogenblik al wordt gebruikt.

 

Wat verdient een leraar?

Info over je loon als leraar kleuteronderwijs, vind je hier.

Info over je loon al leraar lager onderwijs, vind je hier.

Info over je loon als leraar secundair onderwijs, vind je hier.

Hervorming lerarenopleiding vanaf 2019-2020

Vanaf het academiejaar 2019-2020 worden de lerarenopleidingen hervormd.
Er zijn vanaf dan 3 mogelijkheden om leraar te worden:

De educatieve graduaatsopleiding voor het secundair onderwijs.
Deze opleiding wordt aangeboden door de hogescholen en is enkel toegankelijk voor kandidaat leraren die vooraf nuttige ervaring in een technisch of praktisch vak kunnen bewijzen. Het is een opleiding van 90 studiepunten, waarvan 30 studiepunten gewijd zijn aan de praktijkcomponent.

De educatieve bacheloropleiding kleuteronderwijs, lager onderwijs of secundair onderwijs.
Deze drie opleidingen vervangen de bestaande geïntegreerde bachelors in het onderwijs: kleuteronderwijs, lager onderwijs en secundair onderwijs. In de opleidingen voor kleuter en lager onderwijs word je opgeleid als klasleraar, je mag alle vakken geven. In de opleiding voor het secundair onderwijs moet je twee onderwijsvakken kiezen. Deze drie bacheloropleidingen worden georganiseerd door de hogescholen. Het zijn opleidingen van 180 studiepunten, waarvan 45 studiepunten besteed moeten worden aan de praktijkcomponent.

De educatieve masteropleiding secundair onderwijs of kunstvakken.
Deze nieuwe masteropleidingen combineren een opleiding tot leraar met een inhoudelijke masteropleiding in een domein. Het zijn masteropleidingen van 90 of 120 studiepunten, waarvan 60 studiepunten aan leraarschap besteed worden. Vaak zal het mogelijk zijn om in je academische bachelor al 15 studiepunten leraarschap op te nemen. Zo kan je al eens proeven of de lerarenopleiding iets voor jou is. De praktijkcomponent is voor deze opleidingen vastgelegd op 60 studiepunten. De educatieve masteropleiding secundair onderwijs wordt georganiseerd door de universiteiten, de educatieve masteropleiding kunstvakken door de Schools of Arts.

Wil je studies en werk combineren?
Elke lerarenopleiding zal vanaf het academiejaar 2019-2020 als een traject voor generatiestudenten en zij-instromers worden aangeboden. Dat laatste kan een verkort programma zijn, een opleiding in avondonderwijs, afstandsonderwijs of een mengvorm. In alle opleidingen is ook een ‘leraar in opleiding’ (LIO) traject mogelijk. In dit traject combineer je het volgen van een lerarenopleiding met werken in onderwijs.
Behaalde je reeds een bachelor- of een masterdiploma? Dan kan je je inschrijven voor een verkort traject, waarbij enkel op de pedagogische aspecten gefocust wordt. Voor meer informatie en de voorwaarden voor het LIO-traject kan je terecht bij een hogeschool, universiteit of Schools of Arts.