Animator duaal - Derde graad - DBSO

Studierichting "Animator duaal"

Je gaat een overeenkomst alternerende opleiding aan en leert: 

  • recreatieve activiteiten organiseren en uitvoeren voor verschillende doelgroepen
  • rekening houden met het specifieke karakter van een toeristische, culturele en/of recreatieve organisatie, en dat in een (inter)nationale context
  • een gepast ontspanningsprogramma aanbieden

De leerling moet zijn/haar opleidingstraject vervullen met meerdere doelgroepen, namelijk jongeren, volwassenen, personen met een handicap, anderstaligen, enz. én waarbij meerdere recreatieve activiteiten aan bod komen, namelijk sport, spel, natuur, muziek, cultuur, enz.

Deze duale opleiding is gebaseerd op de

  • Beroepskwalificatie animator, niveau 4

Meer dan de helft van je graadsopleiding breng je door op je reële werkplek: gemiddeld minstens 20u/week (op jaarbasis).

Voor elke duale opleiding bestaat er 1 standaardtraject. Hierin staat gedetailleerd wat jij moet leren. Open het tabblad Lessen, om het te raadplegen.


Bron: https://www.duaalleren.vlaanderen en omzendbrief duaal leren en de aanloopfase

Deze opleiding wordt momenteel nergens ingericht! Deze opleiding wordt momenteel nergens ingericht!

Animator duaal - Derde graad - DBSO

 

Je gaat een overeenkomst alternerende opleiding aan en leert: 

  • recreatieve activiteiten organiseren en uitvoeren voor verschillende doelgroepen
  • rekening houden met het specifieke karakter van een toeristische, culturele en/of recreatieve organisatie, en dat in een (inter)nationale context
  • een gepast ontspanningsprogramma aanbieden

De leerling moet zijn/haar opleidingstraject vervullen met meerdere doelgroepen, namelijk jongeren, volwassenen, personen met een handicap, anderstaligen, enz. én waarbij meerdere recreatieve activiteiten aan bod komen, namelijk sport, spel, natuur, muziek, cultuur, enz.

Deze duale opleiding is gebaseerd op de

  • Beroepskwalificatie animator, niveau 4

Meer dan de helft van je graadsopleiding breng je door op je reële werkplek: gemiddeld minstens 20u/week (op jaarbasis).

Voor elke duale opleiding bestaat er 1 standaardtraject. Hierin staat gedetailleerd wat jij moet leren. Open het tabblad Lessen, om het te raadplegen.


Bron: https://www.duaalleren.vlaanderen en omzendbrief duaal leren en de aanloopfase

Wat jij precies moet leren op het vlak van algemene vorming en beroepsgerichte vorming staat gedetailleerd beschreven in het standaardtraject Animator duaal (7e jaar bso).

Welke lessen krijg ik in "Animator duaal" ?

Je opleiding is gebaseerd op het standaardtraject dat werd uitgeschreven voor deze opleiding. Hierin staat gedetailleerd wat jij moet leren op het vlak van: 
 

  • algemene  vorming  

  • beroepsgerichte vorming  
     

Algemene vorming 
Deze bestaat uit het Project Algemene vakken (PAV), Frans of Engels en de vakoverschrijdende eindtermen van het SO.  
De lessen worden hoofdzakelijk gegeven in het CDO. Ze kunnen ook deels geïntegreerd worden in de beroepsgerichte vorming.  
In het CDO worden ook praktijklessen voorzien. 
 
Beroepsgerichte vorming  krijg je vnl. op je reële werkplek. Een gedeelte kan gegeven worden op het CDO 

Deze vorming is gebaseerd op één/meerdere beroepskwalificaties. Hierin staat precies wat jij moet kunnen als beginnend werknemer in een bepaald beroep.   
 
Een werkplek vinden is zeer belangrijk. Per schooljaar krijg je hier een periode van 20 opleidingsdagen voor. Deze termijn begint te tellen vanaf je 1e lesdag in de duale opleiding. 
Je kan door je trajectbegeleider geholpen worden bij het zoeken naar een onderneming. Soms kan hiervoor zelfs extra ondersteuning voor voorzien worden (IBAL-begeleiding). 
 

De periode waarin je nog geen werkplek hebt gevonden, wordt door het CDOvoltijds (!) ingevuld. Slechtsin enkele situatieskan de periode van 20 opleidingsdagen per schooljaar verlengd worden.  

Als je binnen de vastgelegde termijn geen overeenkomst hebt afgesloten, moet je met je duale opleiding stoppen. 

Je volgt binnen het CDO hetzelfde standaardtraject als leerlingen die dezelfde  dualeopleiding volgen in de leertijd of in het voltijds BSO. 
 

De CDO beslissen zelf hoe ze het standaardtraject vertalen naar lessen en hoeveel uren ze besteden aan het schoolgedeelte.  De lessen kunnen verschillen van CDO tot CDO en zelfs van leerling tot leerling.  
Om hier zicht op te krijgen contacteer je zelf het CDO van je keuze.  
 
Het CDO volgt jouw opleiding op, in nauwe samenwerking met je mentor op de werkplek.Heb je nood aan aanpassingen op school en/of op de werkplek? Vraag deze dan aan (cfr. omzendbrief ‘duaal leren en de aanloopfase, 7.5 en bijlage 3). 

Het CDO beslist of de opleiding lineair of modulair georganiseerd worden.  
Lineair? dan volg je les volgens een schooljaarsysteem, 
Modulair? dan bestaat je opleiding uit clusters (bundels van leeractiviteiten).  

Wie wordt toegelaten tot "Animator duaal" ?

Wat na "Animator duaal" ?

Je kan volgende studiebewijzen behalen: 

  • Het diploma secundair onderwijs als je geslaagd bent voor je volledige duale opleiding (algemene + beroepsgerichte vorming) 
     

  • Het studiegetuigschrift van het 3e  leerjaar van de 3e  graad als je geslaagd bent voor je volledige duale opleiding (uitgereikt aan leerlingen die instromen vanuit 6 ASO, TSO of KSO) 
     

  • een bewijs van beroepskwalificatie als je slaagt voor de vakken van de beroepsgerichte vorming, maar niet voor de vakken algemene vorming.  
    Als je opleiding op meer dan 1 beroepskwalificatie is gebaseerd, kan je verschillende bewijzen van beroepskwalificatie behalen. 
     

  • een bewijs van deelkwalificatie als je geslaagd bent voor een kleiner afgerond geheel uit een beroepskwalificatie. Ook deze deelkwalificaties hebben hun belang op de arbeidsmarkt.  
    Let wel:Niet elke beroepskwalificatie is opgedeeld in deelkwalificaties.  

  • een bewijs van competenties als je enkele afzonderlijke competenties hebt behaald maar geen recht hebt op 1 van de bovenvermelde studiebewijzen  
    Of als je, bovenop een beroepskwalificatie, nog andere bijkomende competenties bereikte. ?  

De klassenraad beslist wanneer je opleiding is afgerond, welk studiebewijs je krijgt en wanneer.  
Meestal is dat op het einde van het schooljaar (30 juni) maar het kan ook tijdens het schooljaar. 
 
Let wel: je ontvangt niet alle bovenvermelde studiebewijzen tegelijk. 
Een onderwijskwalificatie omvat al beroepskwalificatie(s) en of deelkwalificatie(s). 
Beroepskwalificatie omvatten al evt. onderliggende deelkwalificaties. 

In CDO’s gaf elke geslaagde module (vroeger bij DBSO)  recht op een deelcertificaat. Dat is niet langer zo.  

In duaal leren wordt pas op het einde van de opleiding een studiebewijs gegeven.  

Wat na "Animator duaal" ?

Als je slaagt in dit specialisatiejaar behaal je je diploma secundair onderwijs.  
Na deze duale opleiding kan je:  

  • gaan? werken of  

  • verder studeren. Dat kan op verschillende niveaus. ?Niet elke overstap zal even makkelijk zijn.  
    Bespreek dit vooraf met je trajectbegeleider of CLB. 

Werken?  
Heb je een/enkele beroepskwalificaties behaald? 
Vergeet dan niet deze voor te leggen aan je (toekomstige) werkgever. Ze zijn belangrijk voor de arbeidsmarkt. 

Verder studeren? 
Je kan nog een ander specialisatiejaar BSO? kiezen.  
Kies je een 7 BSO uit een?ander studiegebied, dan?moet je de toestemming hebben van de klassenraad van de school. 

Met je diploma SO op zak, kan je een voorbereidend jaar volgen. Deze jaren worden ingericht in het ASO en het KSO als voorbereiding op het hoger onderwijs. 
In het ASO wil men tekorten in wiskunde en wetenschappen bijwerken. In het KSO zijn deze jaren bedoeld als voorbereiding op de artistieke toelatingsproeven van het hoger onderwijs.  

Met je diploma SO op zak kan je verder studeren?in Se-n-Se en in het hoger onderwijs?(graduaten, HBO5- verpleegkunde, professionele bachelor…).  

Se-n-Se- opleiding (secundair na secundair)  
Je kan verder studeren in alle Se-n-Se- opleidingen (TSO en KSO) van hetzelfde studiegebied waarin je je diploma secundair onderwijs hebt behaald. Als je kiest voor een Se-n-Se uit een ander studiegebied moet de toelatingsklassenraad van de school dit toestaan.  
Sommige Se-n-Se’ s worden in geen enkele school ingericht. Dit kan jaarlijks wijzigen.  

Graduaten/ HBO5- Verpleegkunde ?maken deel uit van het hoger onderwijs en situeren zich qua niveau tussen het SO en de professionele bachelor. Ze bereiden je voor op het uitoefenen van een bepaald beroep. Met het diploma SO op zak, kan je starten in elke graduaatsopleiding of in ?HBO5- verpleegkunde.  
 
Je mag ook starten in een professionele bacheloropleiding (PBa). 
Na het BSO is de overstap naar een PBa? niet vanzelfsprekend. In het BSO kreeg je immers een eerder beperkte theoretische basis. 
Houd bij je keuze rekening met je vooropleiding.? De studierendementscijfers (SR) informeren je o.m. over het gemiddeld studiesucces in een bepaalde PBa vanuit een studierichting SO. Deze SR worden vermeld bij elke opleiding hoger onderwijs onder het tabblad ‘studierendement’. 

Je mag ook starten in de meeste academische bachelors (ABa). Voor enkele opleidingen gelden extra toelatingsvoorwaarden.?  

Deze opleidingen worden door de universiteit* georganiseerd en zijn nog veel theoretischer dan de PBa’ s. Een instap na BSO is zeker niet vanzelfsprekend.  
Bespreek vooraf je keuze en je kansen op studiesucces met je ouders, leerkrachten, het CLB… 

Misschien zijn extra VDAB-opleidingen, opleidingen binnen het Volwassenenonderwijs, Defensie of Politie… ook het overwegen waard?  

  

*De opleiding ‘Nautische wetenschappen’ wordt georganiseerd door de Hogere Zeevaartschool en kunstopleidingen in de studiegebieden ‘Muziek en Podiumkunsten’ en ‘Audiovisuele en Beeldende Kunst’ worden door een School of Arts georganiseerd.

Mogelijke beroepen

Hier een overzicht van beroepen die mogelijk zijn na deze opleiding. Enkel beroepen uit de beroependatabase van Onderwijskiezer zijn vermeld. Er kunnen dus steeds nog andere mogelijkheden zijn. Klik op een beroep voor meer informatie.