BUSO: Opleidingsvorm 4 (OV4)

In opleidingsvorm 4 wordt het programma van het ‘gewone’ secundair onderwijs gegeven, maar dan met doelstellingen en ondersteuning aangepast aan de problematiek van de jongere. Het is gericht op maatschappelijk functioneren en participeren, al dan niet in een omgeving waar in ondersteuning voorzien is en op het aanvatten, binnen de context van het gemeenschappelijk curriculum, van vervolgonderwijs of op tewerkstelling in het gewone arbeidsmilieu al dan niet met ondersteuning.

In OV4 gelden dezelfde programma's en overgangsvoorwaarden als in het gewoon onderwijs. Wel worden klemtonen gelegd die recht doen aan je specifieke mogelijkheden en behoeften. Ook de sanctionering van de studies is dezelfde, net als de studiebewijzen die je kunt behalen. Na het secundair onderwijs kun je verder studeren in het hoger onderwijs of je integreren in het gewone leef- en arbeidsmilieu.

OV4 omvat 3 graden, 4 onderwijsvormen en een groot aantal studierichtingen. Het kan georganiseerd worden voor type 3, 4, 5, 6, 7 en 9.

OV4 Type 5 is ziekenhuisonderwijs; hier zijn alle ‘gewone’ secundaire richtingen mogelijk. Maar niet overal kan je voor alle richtingen terecht.

De studierichtingen in OV4 volgen de modernisering van het secundair onderwijs.

Toelatingsvoorwaarden

Je moet beschikken over een verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs, waarin wordt aangegeven welk type en welke opleidingsvorm beantwoordt aan je behoeften. Dit verslag wordt opgesteld door een CLB en integreert een attest + een protocol ter verantwoording.

         In het verslag wordt opgenomen:

  • de identificatiegegevens van de leerling: voornaam, achternaam, geboortedatum en adres,
  • de identificatiegegevens van de ouders: voornaam, achternaam en adres
  • de identificatiegegevens van het een centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) dat het attest bij de eerste attestering heeft afgeleverd: naam, adres en instellingsnummer, en voor- en achternaam van de directeur;
  • het type en de opleidingsvorm voor buitengewoon secundair onderwijs bij de eerste attestering (dit kan ook een type zijn van buitengewoon basisonderwijs), met vermelding van de datum van de ondertekening van het attest, de ingangsdatum van het attest en de handtekening van de directeur van het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB);
  • het type en de opleidingsvorm voor buitengewoon secundair onderwijs.


      In het protocol wordt opgenomen:

  • dat de fasen van het zorgcontinuüm voor de betreffende leerling werden doorlopen, tenzij de school in uitzonderlijke omstandigheden kan motiveren dat het doorlopen van een bepaalde fase niet relevant is;
  • dat met toepassing van de principes van handelingsgericht werken de aanpassingen, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende en dispenserende maatregelen, die nodig zijn om de leerling binnen een gemeenschappelijk curriculum te blijven meenemen binnen de context van een gewone school disproportioneel zijn;
  • dat de inzet van paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch of orthopedagogisch personeel in een gespecialiseerde onderwijsomgeving noodzakelijk is om de onderwijsdoelen te bereiken; 
  • dat de onderwijsbehoeften van de leerling werden omschreven met toepassing van een classificatiesysteem dat wetenschappelijk onderbouwd is en gebaseerd is op een interactionele visie en een sociaal model van handicap;
  • dat de onderwijsbehoeften van de leerling niet louter toe te schrijven zijn aan een gelijkekansenindicator van de leerling; 
  • welk type voor de leerling van toepassing is.

In OV4 moet je ook voldoen aan dezelfde toelatings- en overgangsvoorwaarden die gelden binnen het gewoon voltijds secundair onderwijs. cfr. omzendbrief SO 64 van 25/06/1999 .


Opleidingen

Alle opleidingen OV4

BUSO: Opleidingsvorm 4 OV 4

In opleidingsvorm 4 wordt het programma van het ‘gewone’ secundair onderwijs gegeven, maar dan met doelstellingen en ondersteuning aangepast aan de problematiek van de jongere. Het is gericht op maatschappelijk functioneren en participeren, al dan niet in een omgeving waar in ondersteuning voorzien is en op het aanvatten, binnen de context van het gemeenschappelijk curriculum, van vervolgonderwijs of op tewerkstelling in het gewone arbeidsmilieu al dan niet met ondersteuning.

In OV4 gelden dezelfde programma's en overgangsvoorwaarden als in het gewoon onderwijs. Wel worden klemtonen gelegd die recht doen aan je specifieke mogelijkheden en behoeften. Ook de sanctionering van de studies is dezelfde, net als de studiebewijzen die je kunt behalen. Na het secundair onderwijs kun je verder studeren in het hoger onderwijs of je integreren in het gewone leef- en arbeidsmilieu.

OV4 omvat 3 graden, 4 onderwijsvormen en een groot aantal studierichtingen. Het kan georganiseerd worden voor type 3, 4, 5, 6, 7 en 9.

OV4 Type 5 is ziekenhuisonderwijs; hier zijn alle ‘gewone’ secundaire richtingen mogelijk. Maar niet overal kan je voor alle richtingen terecht.

De studierichtingen in OV4 volgen de modernisering van het secundair onderwijs.

Toelatingsvoorwaarden

Je moet beschikken over een verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs, waarin wordt aangegeven welk type en welke opleidingsvorm beantwoordt aan je behoeften. Dit verslag wordt opgesteld door een CLB en integreert een attest + een protocol ter verantwoording.

         In het verslag wordt opgenomen:

  • de identificatiegegevens van de leerling: voornaam, achternaam, geboortedatum en adres,
  • de identificatiegegevens van de ouders: voornaam, achternaam en adres
  • de identificatiegegevens van het een centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) dat het attest bij de eerste attestering heeft afgeleverd: naam, adres en instellingsnummer, en voor- en achternaam van de directeur;
  • het type en de opleidingsvorm voor buitengewoon secundair onderwijs bij de eerste attestering (dit kan ook een type zijn van buitengewoon basisonderwijs), met vermelding van de datum van de ondertekening van het attest, de ingangsdatum van het attest en de handtekening van de directeur van het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB);
  • het type en de opleidingsvorm voor buitengewoon secundair onderwijs.


      In het protocol wordt opgenomen:

  • dat de fasen van het zorgcontinuüm voor de betreffende leerling werden doorlopen, tenzij de school in uitzonderlijke omstandigheden kan motiveren dat het doorlopen van een bepaalde fase niet relevant is;
  • dat met toepassing van de principes van handelingsgericht werken de aanpassingen, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende en dispenserende maatregelen, die nodig zijn om de leerling binnen een gemeenschappelijk curriculum te blijven meenemen binnen de context van een gewone school disproportioneel zijn;
  • dat de inzet van paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch of orthopedagogisch personeel in een gespecialiseerde onderwijsomgeving noodzakelijk is om de onderwijsdoelen te bereiken; 
  • dat de onderwijsbehoeften van de leerling werden omschreven met toepassing van een classificatiesysteem dat wetenschappelijk onderbouwd is en gebaseerd is op een interactionele visie en een sociaal model van handicap;
  • dat de onderwijsbehoeften van de leerling niet louter toe te schrijven zijn aan een gelijkekansenindicator van de leerling; 
  • welk type voor de leerling van toepassing is.

In OV4 moet je ook voldoen aan dezelfde toelatings- en overgangsvoorwaarden die gelden binnen het gewoon voltijds secundair onderwijs. cfr. omzendbrief SO 64 van 25/06/1999 .


Opleidingen

Alle opleidingen OV4