BUSO: Opleidingsvorm 3 (OV3)

OV3 geeft je een algemene, sociale en beroepsvorming. Het doel is maatschappelijk functioneren en participeren en tewerkstelling in het gewone arbeidsmilieu mogelijk te maken.

De opleiding kent drie opeenvolgende fasen:

Observatiefase:

Dit is de instapfase als je vanuit de lagere school instroomt. In principe duurt deze fase één schooljaar. De klassenraad kan de duur ervan evenwel in functie van de leerling aanpassen. Je krijgt naast algemene en sociale vorming ook beroepsgerichte vorming. Deze beroepsgerichte vorming geeft een initiatie in de opleidingen die de school aanbiedt in de latere fases. Hier krijg je minstens 14 lestijden algemene en sociale vorming en 16 lestijden beroepsgerichte vorming (praktijk). Het lessenrooster omvat 32 lestijden zodat de school nog een aantal lestijden zelf kan invullen.

Opleidingsfase:

Deze fase duurt ten minste 2 volledige schooljaren. Je hebt gekozen voor een bepaalde opleiding maar in deze fase kan je op elk ogenblik nog van richting veranderen. Hier krijg je minstens 10 lestijden algemene en sociale vorming en 13 lestijden beroepsgerichte vorming (praktijk). Het lessenrooster omvat 32 lestijden zodat de school nog een aantal lestijden zelf kan invullen.

Kwalificatiefase:

De fase duurt ten minste twee volledige schooljaren. In deze fase kan je niet meer veranderen van studierichting; je moet hier altijd twee volledige schooljaren dezelfde opleiding volgen, tenzij de klassenraad beslist heeft voor een individuele leerling dat de kwalificatiefase wordt ingekort tot één jaar. Hier krijg je minstens 10 lestijden algemene en sociale vorming en 19 lestijden beroepsgerichte vorming zodat de school nog een aantal lestijden zelf kan invullen, waaronder ook stages. Na de kwalificatiefase is je opleiding eigenlijk afgerond en ben je niet meer leerplichtig.

(facultatieve) Integratiefase:

Deze is bedoeld voor leerling die het getuigschrift van een opleiding hebben behaald. Deze fase omvat één volledig schooljaar in de vorm van een alternerende beroepsopleiding. Deze facultatieve integratiefase van één schooljaar kan bij wijze van uitzondering door de klassenraad verlengd worden tot een tweede schooljaar. Dit als je door omstandigheden een lange periode gewettigd afwezig was gedurende het eerste schooljaar van de integratiefase en daardoor geen getuigschrift hebt behaald.
De integratiefase bevat vooral stages (minstens 24 lestijden). Je werkt 3 dagen in een bedrijf om 'de stiel' te leren en te wennen aan het arbeidsritme en de nodige werkhouding; de overige 2 dagen (minstens 14 lestijden) volg je les (een halve dag algemene vorming en anderhalve dag beroepsgerichte vorming). De bedoeling hiervan is je nog beter kennis te laten maken met de concrete werksituatie.

Bij wijze van uitzondering kan je, op gemotiveerd advies van de klassenraad, ook zonder getuigschrift van de opleiding, worden toegelaten.

Deze opleidingsvorm wordt georganiseerd in type basisaanbod, 3, 4, 6, 7 en 9.

Modulair BuSO

In een beperkt aantal scholen wordt het BuSO modulair georganiseerd. Hier is er geen onderverdeling in leerjaren maar in modules en eenheden van een module. Als je slaagt in een module behaal je een deelcertificaat. Door verschillende deelcertificaten te combineren kan men een certificaat behalen. Je behaalt dezelfde studiebewijzen als in het ‘gewone’, lineair georganiseerde BuSO.
De bedoeling is te voorkomen dat je zonder kwalificaties op de arbeidsmarkt zou belanden, als je voortijdig je schoolse opleiding zou afbreken. Je kunt in dit systeem op flexibele wijze je loopbaan plannen of eventueel makkelijker vervolledigen in bv. het volwassenenonderwijs.

Toelatingsvoorwaarden

Je moet beschikken over een verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs, waarin wordt aangegeven welk type en welke opleidingsvorm beantwoordt aan je behoeften.
Dit verslag wordt opgesteld door een CLB en integreert een attest + een protocol ter verantwoording.

           In het verslag worden opgenomen:

  • de identificatiegegevens van de leerling: voornaam, achternaam, geboortedatum en adres,
  • de identificatiegegevens van de ouders: voornaam, achternaam en adres
  • de identificatiegegevens van het CLB dat het attest bij de eerste attestering heeft afgeleverd: naam, adres en instellingsnummer, en voor- en achternaam van de directeur;
  • het type en de opleidingsvorm voor buitengewoon secundair onderwijs bij de eerste attestering (dit kan ook een type zijn van buitengewoon basisonderwijs), met vermelding van de datum van de ondertekening van het attest, de ingangsdatum van het attest en de handtekening van de directeur van het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB);
  • het type en de opleidingsvorm voor buitengewoon secundair onderwijs waarnaar de leerling verwezen wordt.

     
  • de mededeling dat de fasen van het zorgcontinuüm voor de betreffende leerling werden doorlopen, tenzij de school in uitzonderlijke omstandigheden kan motiveren dat het doorlopen van een bepaalde fase niet relevant is;
  • dat met toepassing van de principes van handelingsgericht werken de aanpassingen (waaronder remediërende, differentiërende, compenserende en dispenserende maatregelen) die nodig zijn om de leerling binnen een gemeenschappelijk curriculum te blijven meenemen, ofwel disproportioneel, ofwel onvoldoende zijn;
  • dat de onderwijsbehoeften van de leerling werden omschreven met toepassing van een classificatiesysteem dat wetenschappelijk onderbouwd is en gebaseerd is op een interactionele visie en een sociaal model van handicap; 
  • dat de onderwijsbehoeften van de leerling niet louter toe te schrijven zijn aan een gelijkekansenindicator van de leerling; 

Het verslag zal na de inschrijving door het CLB bezorgd worden aan de school voor buitengewoon onderwijs. Let wel: Je kan alleen BuSO volgen van de opleidingsvorm en type waarnaar je in het verslag georiënteerd wordt. 

Het verslag wordt bezorgd aan de ouders. Voor de types 3, 4, 6, 7 en 9 is er daarenboven een medisch (voor type 4, 6 en 7) of multidisciplinair (voor type 3 en 9) onderzoek nodig uitgevoerd door een geneesheer-specialist. 
In geval van een effectieve inschrijving in een school voor buitengewoon onderwijs is het verslag bestemd voor de directeur, ter staving van de inschrijving en wordt het toegevoegd aan het leerlingendossier op school.
Als de leerling de school voor buitengewoon onderwijs verlaat, wordt het verslag aan de ouders terugbezorgd.

Leeftijdsvoorwaarden:
Je kan worden toegelaten: 
- na de zomervakantie van het jaar waarin 13 jaar wordt; 
- of op gemotiveerd advies gevoegd bij het inschrijvingsverslag, na de zomervakantie van het jaar waarin je 12 jaar wordt; 
- of als je een getuigschrift basisonderwijs hebt;
- of als je hoogstens 21 jaar bent.
Hierop bestaan er wel een aantal uitzonderingen. Je vindt deze in de omzendbrief

Bijzondere toelatingsvoorwaarde:

Leerlingen uit OV3 die met voedingswaren of -stoffen in aanraking komen, hebben een medisch attest nodig waaruit blijkt dat ze hiervoor medisch geschikt zijn.
Het dient te worden uitgereikt voor 1 oktober van het betrokken schooljaar (of onmiddelijk indien de inschrijving op een later tijdstip gebeurt).
De verklaring geldt voor de hele duur van de (ononderbroken) studies waarin rond voeding wordt gewerkt tenzij er een aanleiding is tot herevaluatie.  

Opleidingen

Alle opleidingen OV 3

BUSO: Opleidingsvorm 3 (OV3)

OV3 geeft je een algemene, sociale en beroepsvorming. Het doel is maatschappelijk functioneren en participeren en tewerkstelling in het gewone arbeidsmilieu mogelijk te maken.

De opleiding kent drie opeenvolgende fasen:

Observatiefase:

Dit is de instapfase als je vanuit de lagere school instroomt. In principe duurt deze fase één schooljaar. De klassenraad kan de duur ervan evenwel in functie van de leerling aanpassen. Je krijgt naast algemene en sociale vorming ook beroepsgerichte vorming. Deze beroepsgerichte vorming geeft een initiatie in de opleidingen die de school aanbiedt in de latere fases. Hier krijg je minstens 14 lestijden algemene en sociale vorming en 16 lestijden beroepsgerichte vorming (praktijk). Het lessenrooster omvat 32 lestijden zodat de school nog een aantal lestijden zelf kan invullen.

Opleidingsfase:

Deze fase duurt ten minste 2 volledige schooljaren. Je hebt gekozen voor een bepaalde opleiding maar in deze fase kan je op elk ogenblik nog van richting veranderen. Hier krijg je minstens 10 lestijden algemene en sociale vorming en 13 lestijden beroepsgerichte vorming (praktijk). Het lessenrooster omvat 32 lestijden zodat de school nog een aantal lestijden zelf kan invullen.

Kwalificatiefase:

De fase duurt ten minste twee volledige schooljaren. In deze fase kan je niet meer veranderen van studierichting; je moet hier altijd twee volledige schooljaren dezelfde opleiding volgen, tenzij de klassenraad beslist heeft voor een individuele leerling dat de kwalificatiefase wordt ingekort tot één jaar. Hier krijg je minstens 10 lestijden algemene en sociale vorming en 19 lestijden beroepsgerichte vorming zodat de school nog een aantal lestijden zelf kan invullen, waaronder ook stages. Na de kwalificatiefase is je opleiding eigenlijk afgerond en ben je niet meer leerplichtig.

(facultatieve) Integratiefase:

Deze is bedoeld voor leerling die het getuigschrift van een opleiding hebben behaald. Deze fase omvat één volledig schooljaar in de vorm van een alternerende beroepsopleiding. Deze facultatieve integratiefase van één schooljaar kan bij wijze van uitzondering door de klassenraad verlengd worden tot een tweede schooljaar. Dit als je door omstandigheden een lange periode gewettigd afwezig was gedurende het eerste schooljaar van de integratiefase en daardoor geen getuigschrift hebt behaald.
De integratiefase bevat vooral stages (minstens 24 lestijden). Je werkt 3 dagen in een bedrijf om 'de stiel' te leren en te wennen aan het arbeidsritme en de nodige werkhouding; de overige 2 dagen (minstens 14 lestijden) volg je les (een halve dag algemene vorming en anderhalve dag beroepsgerichte vorming). De bedoeling hiervan is je nog beter kennis te laten maken met de concrete werksituatie.

Bij wijze van uitzondering kan je, op gemotiveerd advies van de klassenraad, ook zonder getuigschrift van de opleiding, worden toegelaten.

Deze opleidingsvorm wordt georganiseerd in type basisaanbod, 3, 4, 6, 7 en 9.

Modulair BuSO

In een beperkt aantal scholen wordt het BuSO modulair georganiseerd. Hier is er geen onderverdeling in leerjaren maar in modules en eenheden van een module. Als je slaagt in een module behaal je een deelcertificaat. Door verschillende deelcertificaten te combineren kan men een certificaat behalen. Je behaalt dezelfde studiebewijzen als in het ‘gewone’, lineair georganiseerde BuSO.
De bedoeling is te voorkomen dat je zonder kwalificaties op de arbeidsmarkt zou belanden, als je voortijdig je schoolse opleiding zou afbreken. Je kunt in dit systeem op flexibele wijze je loopbaan plannen of eventueel makkelijker vervolledigen in bv. het volwassenenonderwijs.

Toelatingsvoorwaarden

Je moet beschikken over een verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs, waarin wordt aangegeven welk type en welke opleidingsvorm beantwoordt aan je behoeften.
Dit verslag wordt opgesteld door een CLB en integreert een attest + een protocol ter verantwoording.

           In het verslag worden opgenomen:

  • de identificatiegegevens van de leerling: voornaam, achternaam, geboortedatum en adres,
  • de identificatiegegevens van de ouders: voornaam, achternaam en adres
  • de identificatiegegevens van het CLB dat het attest bij de eerste attestering heeft afgeleverd: naam, adres en instellingsnummer, en voor- en achternaam van de directeur;
  • het type en de opleidingsvorm voor buitengewoon secundair onderwijs bij de eerste attestering (dit kan ook een type zijn van buitengewoon basisonderwijs), met vermelding van de datum van de ondertekening van het attest, de ingangsdatum van het attest en de handtekening van de directeur van het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB);
  • het type en de opleidingsvorm voor buitengewoon secundair onderwijs waarnaar de leerling verwezen wordt.

     
  • de mededeling dat de fasen van het zorgcontinuüm voor de betreffende leerling werden doorlopen, tenzij de school in uitzonderlijke omstandigheden kan motiveren dat het doorlopen van een bepaalde fase niet relevant is;
  • dat met toepassing van de principes van handelingsgericht werken de aanpassingen (waaronder remediërende, differentiërende, compenserende en dispenserende maatregelen) die nodig zijn om de leerling binnen een gemeenschappelijk curriculum te blijven meenemen, ofwel disproportioneel, ofwel onvoldoende zijn;
  • dat de onderwijsbehoeften van de leerling werden omschreven met toepassing van een classificatiesysteem dat wetenschappelijk onderbouwd is en gebaseerd is op een interactionele visie en een sociaal model van handicap; 
  • dat de onderwijsbehoeften van de leerling niet louter toe te schrijven zijn aan een gelijkekansenindicator van de leerling; 

Het verslag zal na de inschrijving door het CLB bezorgd worden aan de school voor buitengewoon onderwijs. Let wel: Je kan alleen BuSO volgen van de opleidingsvorm en type waarnaar je in het verslag georiënteerd wordt. 

Het verslag wordt bezorgd aan de ouders. Voor de types 3, 4, 6, 7 en 9 is er daarenboven een medisch (voor type 4, 6 en 7) of multidisciplinair (voor type 3 en 9) onderzoek nodig uitgevoerd door een geneesheer-specialist. 
In geval van een effectieve inschrijving in een school voor buitengewoon onderwijs is het verslag bestemd voor de directeur, ter staving van de inschrijving en wordt het toegevoegd aan het leerlingendossier op school.
Als de leerling de school voor buitengewoon onderwijs verlaat, wordt het verslag aan de ouders terugbezorgd.

Leeftijdsvoorwaarden:
Je kan worden toegelaten: 
- na de zomervakantie van het jaar waarin 13 jaar wordt; 
- of op gemotiveerd advies gevoegd bij het inschrijvingsverslag, na de zomervakantie van het jaar waarin je 12 jaar wordt; 
- of als je een getuigschrift basisonderwijs hebt;
- of als je hoogstens 21 jaar bent.
Hierop bestaan er wel een aantal uitzonderingen. Je vindt deze in de omzendbrief

Bijzondere toelatingsvoorwaarde:

Leerlingen uit OV3 die met voedingswaren of -stoffen in aanraking komen, hebben een medisch attest nodig waaruit blijkt dat ze hiervoor medisch geschikt zijn.
Het dient te worden uitgereikt voor 1 oktober van het betrokken schooljaar (of onmiddelijk indien de inschrijving op een later tijdstip gebeurt).
De verklaring geldt voor de hele duur van de (ononderbroken) studies waarin rond voeding wordt gewerkt tenzij er een aanleiding is tot herevaluatie.  

Opleidingen

Alle opleidingen OV 3