Auto-elektriciteit - Derde graad - BSO

Studierichting "Auto-elektriciteit"

Deze studierichting is vooral praktisch opgevat.
De klemtoon ligt op de afstelling van auto-onderdelen en op een snelle diagnose van problemen.

Stages en studiebezoeken vergroten je kennis en je werkervaring.
Je leert al doende het elektrisch schema van voertuigen begrijpen en gebruiken voor het veilig (de)monteren, onderhouden en herstellen van de onderdelen.

Daarnaast leer je elektrische storingen zelfstandig opsporen en herstellen volgens de regels van de constructeur.

Auto-elektriciteit - Derde graad - BSO

 
Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK
Klik op de foto om te vergroten
 

Deze studierichting is vooral praktisch opgevat.
De klemtoon ligt op de afstelling van auto-onderdelen en op een snelle diagnose van problemen.

Stages en studiebezoeken vergroten je kennis en je werkervaring.
Je leert al doende het elektrisch schema van voertuigen begrijpen en gebruiken voor het veilig (de)monteren, onderhouden en herstellen van de onderdelen.

Daarnaast leer je elektrische storingen zelfstandig opsporen en herstellen volgens de regels van de constructeur.

Welke lessen krijg ik in "Auto-elektriciteit" ?

 
Filteren op net
   

Waar kan ik "Auto-elektriciteit" volgen ?

  Toon alle scholen

Verfijn je zoekopdracht door één of meerdere filter(s) te selecteren.


Filteren op provincie:
Filteren op arrondissement:
Filteren op gemeente:
Filteren op net:
   
Filteren op methodeschool:
Filteren op schooleigenschap:
 
   

Wie wordt toegelaten tot "Auto-elektriciteit" ?

Je kunt starten in het 3de leerjaar van de 3de graad, ingericht als een specialisatiejaar (7 BSO) als je ofwel:

  • een diploma secundair onderwijs hebt behaald in een studierichting van hetzelfde studiegebied.
    De toelatingsklassenraad kan een advies formuleren in verband met de haalbaarheid of de geschiktheid van je keuze. Dit advies is niet bindend.
  • een diploma secundair onderwijs hebt behaald in een studierichting van een ander studiegebied.
    In dit geval moet de toelatingsklassenraad akkoord gaan. Sommige overstappen worden ‘meestal aanvaard’, soms wegen elders verworven competenties in positieve zin door.
    Voor de studierichting thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige geldt dit niet; hier is de toelating enkel mogelijk binnen hetzelfde studiegebied.
  • een studiegetuigschrift van het 2de leerjaar van de 3de graad van het S.O. hebt behaald in een studierichting van hetzelfde studiegebied.
    De toelatingsklassenraad kan een advies formuleren in verband met de haalbaarheid of de geschiktheid van je keuze. Dit advies is niet bindend.
  • een studiegetuigschrift van het 2de leerjaar van de 3de graad van het S.O. hebt behaald in een studierichting van een ander studiegebied.
    In dit geval moet de toelatingsklassenraad akkoord gaan.
    Sommige overstappen worden ‘meestal aanvaard’, soms wegen elders verworven competenties in positieve zin door.
    Voor de studierichting thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige geldt dit niet; hier is de toelating enkel mogelijk binnen hetzelfde studiegebied.

Kom je uit een niet-Vlaamse onderwijsinstelling (buitenlandse -, Frans- of Duitstalige school in België) of uit een onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers (OKAN), dan kan de toelatingsklassenraad van de school je toelaten tot dit leerjaar.
Dit moet beslist worden binnen de 25 lesdagen vanaf je start in dat leerjaar.

Wat kan je behalen na "Auto-elektriciteit" ?


Je behaalt ofwel:

  • het diploma van secundair onderwijs, als je al een getuigschrift van de 2e graad van het secundair onderwijs hebt én geslaagd bent in het 1e leerjaar van de 3e graad + in het 2e leerjaar van de 3e graad BSO + in het 3e leerjaar van de 3e graad BSO, ingericht als een specialisatiejaar;
  • het studiegetuigschrift van het 3e leerjaar van de 3e graad van het secundair onderwijs, ingericht als specialisatiejaar, als je slaagt in dat leerjaar maar niet in aanmerking komt voor het diploma van secundair onderwijs;
  • een C-attest als je NIET GESLAAGD bent maar het specialisatiejaar wel beëindigd heb ofwel het leerjaar, de onderwijsvorm en de studierichting slechts gedurende een gedeelte van het schooljaar in de betrokken school hebt gevolgd.
  • een getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer wanneer de delibererende klassenraad beslist dat je voldaan hebt voor het programma bedrijfsbeheer.
    Let wel: de mogelijkheid wordt voorzien om dit getuigschrift uit te reiken.
    Dit is geen verplichting!

Mag ik tijdens het schooljaar nog veranderen ?


Veranderen van school mag altijd.
Tot en met 30 september mag je binnen hetzelfde leerjaar veranderen van onderwijsvorm en/of studierichting.
Voor uitzonderlijke gevallen kan de toelatingsklassenraad afwijken van deze datum onder volgende voorwaarden:
a) na kennisname van advies van de begeleidende klassenraad van de studierichting die de leerling tot dan volgt
b) omwille van ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige redenen.

Wat na "Auto-elektriciteit" ?

Na deze richting kan je gaan werken.
Raadpleeg hieronder de rubriek 'mogelijke beroepen' om een beeld te krijgen van concrete mogelijkheden. 
Verder studeren kan eventueel ook.
Afhankelijk van je capaciteiten, interesse en inzet is verdere doorstroming mogelijk.
Hier per onderwijsniveau een oplijsting van een aantal inhoudelijk verwante vervolgopleidingen.
Let wel ‘inhoudelijk verwant’ wil zeker niet zeggen ‘vlot haalbaar’.

Se-n-Se

Je wordt toegelaten tot alle Se-n-Se-opleidingen van het studiegebied Auto.
Dit betekent echter niet dat alle overgangen vanzelfsprekend zijn.
Als je een Se-n-Se-opleiding wilt volgen in een ander studiegebied moet de toelatingsklassenraad van de school dit toestaan.
Sommige studierichtingen worden in geen enkele onderwijsinstelling ingericht. Dit kan jaarlijks wijzigen. 

Dit zijn de Se-n-Se-jaren van dit studiegebied:

Toegepaste autotechnieken (TSO - Se-n-Se)

HBO

Het hoger beroepsonderwijs positioneert zich op niveau 5 van de Vlaamse kwalificatiestructuur; vandaar de roepnaam HBO5. 
De opleidingen uit het HBO bereiden voor op het uitoefenen van een beroep.
Zij maken deel uit van het hoger onderwijs en situeren zich net onder de professionele bachelor.
Het HBO5 omvat de hogere opleidingen van het Volwassenenonderwijs en de opleiding Verpleegkunde.
Als je in het bezit bent van een diploma secundair mag je zeker starten.
Als je dit niet hebt, controleer dan goed de toelatingsvoorwaarden. 

Dit zijn de inhoudelijk aansluitende opleidingen:



Professionele Bachelors

Je mag starten in een professionele bacheloropleiding.
Na het tso is de overstap naar een inhoudelijk verwante richting meestal haalbaar.
Houd bij je keuze zeker rekening met je vooropleiding.
Na het bso is dit veel minder vanzelfsprekend owv de zwakkere theoretische vooropleiding. Bespreek je keuze grondig vooraleer te beslissen. De studierendementscijfers die bij elke richting vermeld worden onder het gelijknamige tabblaadje, informeren je over gemaakte keuzes en gemiddeld studiesucces.

Academische Bachelors

Met een diploma secundair mag je starten in de meeste academische bacheloropleidingen.
Voor enkele opleidingen gelden extra toelatingsvoorwaarden.
Let wel dat deze opleidingen sterk theoretisch zijn en dat een instap na tso, en vooral na bso, zeker niet vanzelfsprekend is.
Deze opleidingen worden meestal door een universiteit georganiseerd.  
Uitzonderingen hierop zijn de opleidingen \'Nautische wetenschappen\', georganiseerd door de Hogere Zeevaartschool en de kunstrichtingen in de studiegebieden \'Muziek en Podiumkunsten\' en \'Audiovisuele en Beeldende Kunst\', die door een School of Arts worden georganiseerd.
De academische opleidingen zijn voor de theorie een pak moeilijker dan de professionele bachelors. De studierendementscijfers die bij elke richting vermeld worden onder het gelijknamige tabblaadje, informeren je over gemaakte keuzes en gemiddeld studiesucces.
Je doet er goed aan je keuze en je kansen op studiesucces vooraf grondig te bespreken met je ouders, leerkrachten, het CLB,...

Er zijn inhoudelijk geen aansluitende opleidingen

Voorbereidend jaar

In het aso en kso worden 7de jaren ingericht als voorbereidend jaar op het hoger onderwijs.
In het aso gaat het om een jaar dat tekorten in de vooropleiding wiskunde en wetenschappen wil bijwerken. In het kso bereiden deze jaren voor op de artistieke toelatingsproeven van het hoger onderwijs.
Sommige voorbereidende jaren worden in geen enkele school ingericht. Dit kan jaarlijks wijzigen.

7de specialisatiejaren BSO

Je mag ook nog een ander specialisatiejaar bso volgen.
Wil je een richting uit een ander studiegebied, dan moet de toelatingsklassenraad dit toestaan.
Dit zijn de mogelijkheden in het studiegebied Auto:

Dit zijn de mogelijkheden:

Bedrijfsvoertuigen (BSO - Derde leerjaar)

Bijzonder transport (BSO - Derde leerjaar)

Carrosserie- en spuitwerk (BSO - Derde leerjaar)

Diesel- en LPG-motoren (BSO - Derde leerjaar)


Scheeps- en havenwerk (BSO - Derde leerjaar)



 

Er zijn ook nog interessante opleidingsmogelijkheden in het volwassenenonderwijs, bij Syntra, de VDAB, bij Defensie, Politie, ...

Mogelijke beroepen

Hier een overzicht van beroepen die mogelijk zijn na deze opleiding. Enkel beroepen uit de beroependatabase van Onderwijskiezer zijn vermeld. Er kunnen dus steeds nog andere mogelijkheden zijn. Klik op een beroep voor meer informatie.




Technicus van voertuigen ( knelpuntberoep)

Studierendement

Professionele bachelor Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Autotechnologie 50 5,83% 22,13% 17 12 6 2 4 9



Per studierichting die je kan volgen in het secundair onderwijs kan je hier bekijken wat de studieresultaten zijn als die leerlingen beginnen in een bacheloropleiding in het hoger onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.

Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het studierendement. De tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het hoger onderwijs weer van studenten uit deze secundaire studierichting. Dit is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% = de studenten uit deze secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.

Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit deze secundaire studierichting dat zich inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit deze secundaire studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.

Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.

extra info over studierendement


bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming

Wanneer bachelordiploma behaald?

Bachelordiploma behaald Geen bachelordiploma behaald
Professionele bachelor Academische bachelor
na 3 jaar na 4 jaar na 5 jaar na 3 jaar na 4 jaar na 5 jaar na 5 jaar
11,67 % 6,67 % 1,67 % 0,00 % 0,00 % 0,00 % 80,00 %

Aantal studenten 781
Aantal studenten rechtstreeks naar HO 60
Participatiegraad 7,68%

Hoe dit interpreteren?

De tabel toont het percentage van leerlingen uit deze secundaire studierichting, die hun 1e bachelordiploma behalen na resp. 3, 4 of 5 academiejaren. Het behalen van een bachelordiploma betekent dat de student geslaagd verklaard is voor het geheel van de bacheloropleiding.
In de berekeningen worden enkel jongeren meegenomen die zich onmiddellijk na het secundair onderwijs, voor het eerst in een academische of professionele bachelor inschrijven met een diplomacontract, aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.
De cijfers hebben betrekking op de generatiestudenten periode 2005-2010.

Uitleg:

11,67 % van de studenten die onmiddellijk na deze secundaire studierichting gestart zijn in een bacheloropleiding (professionele of academische bachelor), behaalt na drie jaar een diploma van professionele bachelor.

Geen bachelordiploma behaald:

80,00 %van de studenten die onmiddellijk na deze secundaire studierichting gestart zijn in hetzij een professionele hetzij een academische bachelor, behaalde geen diploma binnen de 5 jaar.

Opgelet:

  • Enkel het eerst behaalde bachelordiploma wordt meegeteld. Enkel als een student in hetzelfde academiejaar een eerste academische bachelor én een eerste professionele bachelor behaalt, worden beide diploma’s meegeteld. 
  • Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (minimum 30) uit deze secundaire studierichting onmiddellijk overstapt naar een bachelor, worden de cijfers weergegeven. . Bij minder studenten zijn de cijfers weinig betekenisvol.
  • Deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het behalen van een bachelordiploma.

bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming