Muziek - Derde graad - KSO

Studierichting "Muziek"

De logische vooropleiding is de 2de graad KSO Muziek.
In principe kan je ook instromen met een muziekopleiding van niveau Middelbare graad 3.
Er wordt van jou immers een hoge vaardigheid op muzikaal vlak verwacht.

Je kiest een hoofdinstrument en neveninstrument.
Eén van beide moet piano zijn.
Per instrument wordt een programma uitgewerkt waarin techniek, ‘études’ en ‘stukken’ aan bod komen.
Zowel voor je 1ste als voor je 2de instrument krijg je individuele lessen.
Op het einde van je opleiding moet je examen afleggen voor je 1ste instrument op het niveau van de hogere graad van het Deeltijds Kunstonderwijs.

Deze 3de graad wil creatieve musici die technisch sterk staan, vormen.
Muziek wordt zowel theoretisch bestudeerd als technisch beoefend.
Zowel zangtechnisch als instrumentaal.
Zowel individueel als in groep.
Je leert ook met de computer, muzieksoftware en geluidstechniek omgaan.
Daarnaast wordt ook veel aandacht besteed aan algemene verbale vorming.
Je leert taal creatief gebruiken en je werkt aan je uitspraak.
Ademhaling, articulatie-, zang- en spreekoefeningen staan op het programma.
Net als het lezen van teksten, improviseren en oefenen op geluid, tempo, toon en volume.

In het 5de jaar focust men op toonsoorten en akkoorden.
In het 6de jaar komen akoestiek, transpositie en versieringsleer aan bod.

In deze graad heb je de keuze tussen klassiek, pop/jazz, muziektheorie.
Veranderen van optie kan na een aangepaste oriënteringsproef.
Ook veranderen van instrument kan eventueel na een aangepaste oriënteringsproef.

Wanneer je kiest voor de optie ‘klassiek’ leer je bestaande partituren interpreteren en uitvoeren.
Zowel solo- als samenspel zijn belangrijk. Improviseren binnen een afgebakend kader staat centraal in de pop/jazz-optie.
Als een echte teamplayer leer je musiceren in groep en inspelen op mekaars improvisatie.

Toekomstige componisten kiezen voor de optie: muziektheorie.
Hier leer je muziek analyseren, componeren en bewerken.

Je leert musiceren in groep en geeft optredens.
Je krijgt ook algemene muziekleer (notenleer, muzikaal dictee, gehoorvorming…)
. Al deze kennis gebruik je wanneer je melodieën leert begeleiden op de piano.

Let op:
de school kan (dus geen verplichting) een geschiktheidsproef organiseren die door de toelatingsklassenraad wordt beoordeeld.
De geschiktheidsproef is eenmalig en geldt voor de duur van de opleiding.
De proef peilt naar je artistieke aanleg. Bij een negatieve evaluatie heb je, enkel in het eerste leerjaar van de graad, recht op 1 herkansing.
In dit geval moet de toelatingsklassenraad externe deskundigen als raadgevend lid opnemen.
Het aantal externe deskundigen bepaalt een school vrij, maar zij mogen in geen geval voordrachtgever bij de school zijn.
Elke kandidaat-leerling moet de geschiktheidsproef afleggen.

Muziek - Derde graad - KSO

 
Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK
Klik op de foto om te vergroten
 

De logische vooropleiding is de 2de graad KSO Muziek.
In principe kan je ook instromen met een muziekopleiding van niveau Middelbare graad 3.
Er wordt van jou immers een hoge vaardigheid op muzikaal vlak verwacht.

Je kiest een hoofdinstrument en neveninstrument.
Eén van beide moet piano zijn.
Per instrument wordt een programma uitgewerkt waarin techniek, ‘études’ en ‘stukken’ aan bod komen.
Zowel voor je 1ste als voor je 2de instrument krijg je individuele lessen.
Op het einde van je opleiding moet je examen afleggen voor je 1ste instrument op het niveau van de hogere graad van het Deeltijds Kunstonderwijs.

Deze 3de graad wil creatieve musici die technisch sterk staan, vormen.
Muziek wordt zowel theoretisch bestudeerd als technisch beoefend.
Zowel zangtechnisch als instrumentaal.
Zowel individueel als in groep.
Je leert ook met de computer, muzieksoftware en geluidstechniek omgaan.
Daarnaast wordt ook veel aandacht besteed aan algemene verbale vorming.
Je leert taal creatief gebruiken en je werkt aan je uitspraak.
Ademhaling, articulatie-, zang- en spreekoefeningen staan op het programma.
Net als het lezen van teksten, improviseren en oefenen op geluid, tempo, toon en volume.

In het 5de jaar focust men op toonsoorten en akkoorden.
In het 6de jaar komen akoestiek, transpositie en versieringsleer aan bod.

In deze graad heb je de keuze tussen klassiek, pop/jazz, muziektheorie.
Veranderen van optie kan na een aangepaste oriënteringsproef.
Ook veranderen van instrument kan eventueel na een aangepaste oriënteringsproef.

Wanneer je kiest voor de optie ‘klassiek’ leer je bestaande partituren interpreteren en uitvoeren.
Zowel solo- als samenspel zijn belangrijk. Improviseren binnen een afgebakend kader staat centraal in de pop/jazz-optie.
Als een echte teamplayer leer je musiceren in groep en inspelen op mekaars improvisatie.

Toekomstige componisten kiezen voor de optie: muziektheorie.
Hier leer je muziek analyseren, componeren en bewerken.

Je leert musiceren in groep en geeft optredens.
Je krijgt ook algemene muziekleer (notenleer, muzikaal dictee, gehoorvorming…)
. Al deze kennis gebruik je wanneer je melodieën leert begeleiden op de piano.

Let op:
de school kan (dus geen verplichting) een geschiktheidsproef organiseren die door de toelatingsklassenraad wordt beoordeeld.
De geschiktheidsproef is eenmalig en geldt voor de duur van de opleiding.
De proef peilt naar je artistieke aanleg. Bij een negatieve evaluatie heb je, enkel in het eerste leerjaar van de graad, recht op 1 herkansing.
In dit geval moet de toelatingsklassenraad externe deskundigen als raadgevend lid opnemen.
Het aantal externe deskundigen bepaalt een school vrij, maar zij mogen in geen geval voordrachtgever bij de school zijn.
Elke kandidaat-leerling moet de geschiktheidsproef afleggen.

Welke lessen krijg ik in "Muziek" ?

Per week worden maximaal 36 lestijden georganiseerd.

Vergeet niet dat je binnen het KSO nooit klaar bent met je werk.
Het artistieke proces stopt niet aan de schoolpoort.
Extra muros-activiteiten, deelname aan culturele en maatschappelijke manifestaties, geïntegreerde werkperiodes (binnen- en buitenschools) en veel oefenen maken evenzeer deel uit van je kunstopleiding en zitten niet vervat in het lessenrooster!

 
Filteren op net
   

Waar kan ik "Muziek" volgen ?

  Toon alle scholen

Verfijn je zoekopdracht door één of meerdere filter(s) te selecteren.


Filteren op provincie:
Filteren op arrondissement:
Filteren op gemeente:
Filteren op net:
   
Filteren op methodeschool:
Filteren op schooleigenschap:
 
   

Wie wordt toegelaten tot "Muziek" ?

Eerste leerjaar derde graad

Je kunt starten in het 1ste leerjaar van de 3de graad (5 KSO) als je ofwel:

  • geslaagd (A- of B-attest) bent in het 2de leerjaar van de 2de graad ASO, TSO of KSO.
    Ingeval van een B-attest word je niet toegelaten tot bepaalde studierichtingen.
  • geslaagd (A- of B-attest) bent in het 2de leerjaar van de 3de graad BSO én de toelatingsklassenraad van 5 KSO akkoord gaat.
    Ingeval van een B-attest word je niet toegelaten tot bepaalde studierichtingen.
  • een getuigschrift van de 2de graad ASO, TSO of KSO hebt, uitgereikt door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap én de toelatingsklassenraad akkoord gaat met de keuze van je studierichting.
  • uit het BUSO komt (Opleidingsvorm 1, 2, 3) én mits gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad. In afwachting van deze beslissing wordt de leerling onder ontbindende voorwaarde ingeschreven.
De toelatingsklassenraad kan, onder bepaalde voorwaarden,  de gevolgen van een behaald B- of C-attest ongedaan maken.

Voor de studierichtingen ballet, modern ballet, dans, muziek, woordkunst-drama kàn de school bovendien (zo ze wil) eisen dat je slaagt in een door de school georganiseerde geschiktheidsproef.
De proef, die je slechts 1 maal dient af te leggen, geldt voor de duur van de hele opleiding en gaat na of je er voldoende artistieke aanleg voor hebt.
Wanneer je in een onderliggend leerjaar deze proef reeds hebt afgelegd is dit geen voorwaarde meer.

Kom je uit een niet-Vlaamse onderwijsinstelling (buitenlandse -, Frans- of Duitstalige school in België) of uit een onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers (OKAN), dan kan de toelatingsklassenraad van de school je toelaten tot dit leerjaar.
Dit moet beslist worden binnen de 25 lesdagen vanaf je start in dat leerjaar.

Vanaf schooljaar 2014-2015 mag je, om toegelaten te worden, de leeftijd van 25 jaar niet hebben bereikt.
Je mag secundair onderwijs volgen tot het einde van het schooljaar waarin je 25 wordt.  
De leeftijdsgrens telt niet:

  • als je in 2013-2014 voltijds gewoon secundair onderwijs hebt gevolgd en vanaf het schooljaar 2014-2015 je secundaire studies verderzet;
  • in de voorbereidende jaren op het hoger onderwijs, Se-n-Se-jaren, specialisatiejaren, het naamloos leerjaar en deze opleidingen van de derde graad TSO: optiektechnieken, orthopedietechnieken en tandtechnieken.

Tweede leerjaar derde graad

Je kunt starten in het 2de leerjaar van de 3de graad (6 KSO) als je ofwel:

  • geslaagd bent in het 1ste leerjaar van de 3de graad KSO in dezelfde studierichting.
  • geslaagd bent in het 1ste leerjaar van de 3de graad KSO in een andere studierichting van hetzelfde studiegebied én de toelatingsklassenraad akkoord gaat.
  • geslaagd bent in het 1ste leerjaar van de 3de graad ASO, TSO of KSO in een studierichting van een ander studiegebied én de toelatingsklassenraad akkoord gaat na kennisname van het advies van de delibererende klassenraad van de studierichting waarin je geslaagd bent in het 1ste leerjaar van de 3de graad.
    Deze gunstige beslissing is gebaseerd op ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige redenen.
  • een ‘attest van regelmatige lesbijwoning over het 1ste leerjaar van de 3de graad’ hebt behaald én overgaat naar het 2de leerjaar van die graad binnen een school die het systeem toepast van ‘uitstel van deliberatie tot het einde van de graad’.
    De inrichtende macht van een school kan immers beslissen dit systeem toe te passen.
  • een ‘attest van regelmatige lesbijwoning over het 1ste leerjaar van de 3de graad’hebt behaald én overgaat met tekorten voor bepaalde vakken, naar het 2de leerjaar van die graad.
    Dit kan enkel binnen een school die het systeem toepast van ‘overgang met tekorten’.
    In dit systeem moeten de tekorten van het 1ste leerjaar in het 2de leerjaar worden weggewerkt, bv. via remediëring, bijkomende opdrachten,… .
    De voltallige toelatingsklassenraad moet akkoord gaan, na overleg met de delibererende klassenraad van het 1ste leerjaar van de 2de graad.
De toelatingsklassenraad kan, onder bepaalde voorwaarden,  de gevolgen van een behaald B- of C-attest ongedaan maken.

Kom je uit een niet-Vlaamse onderwijsinstelling (buitenlandse -, Frans- of Duitstalige school in België) of uit een onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers (OKAN), dan kan de toelatingsklassenraad van de school je toelaten tot dit leerjaar.
Dit moet beslist worden binnen de 25 lesdagen vanaf je start in dat leerjaar.

Vanaf schooljaar 2014-2015 mag je, om toegelaten te worden, de leeftijd van 25 jaar niet hebben bereikt.
Je mag secundair onderwijs volgen tot het einde van het schooljaar waarin je 25 wordt.  
De leeftijdsgrens telt niet:

  • als je in 2013-2014 voltijds gewoon secundair onderwijs hebt gevolgd en vanaf het schooljaar 2014-2015 je secundaire studies verderzet; 
  • in de voorbereidende jaren op het hoger onderwijs, Se-n-Se-jaren, specialisatiejaren, het naamloos leerjaar en deze opleidingen van de derde graad TSO: optiektechnieken, orthopedietechnieken en tandtechnieken.

Wat kan je behalen na "Muziek" ?


Eerste leerjaar derde graad

Je kan één van volgende Oriënteringsattesten behalen: A of C.

  • een Oriënteringsattest A als je GESLAAGD bent;
  • een Oriënteringsattest C als je NIET GESLAAGD bent;
  • een Attest van regelmatige lesbijwoning. Indien een school werkt volgens ‘het systeem van uitstel van de delibererende klassenraad tot het einde van een graad’, krijg je hiermee toelating tot het 2de leerjaar van de 3de graad.

Tweede leerjaar derde graad

Je behaalt:

  • een Diploma Secundair Onderwijs, als je GESLAAGD bent.
  • een Oriënteringsattest C als je NIET GESLAAGD bent.
  • een getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer wanneer de delibererende klassenraad beslist dat je voldaan hebt voor het programma bedrijfsbeheer.
    Let wel: de mogelijkheid wordt voorzien om dit getuigschrift uit te reiken.
    Dit is geen verplichting!

Mag ik tijdens het schooljaar nog veranderen ?


Eerste leerjaar derde graad

Veranderen van school mag altijd.
Tot en met 15 januari mag je binnen hetzelfde leerjaar veranderen van onderwijsvorm en/of studierichting.
In uitzonderlijke gevallen* kan de toelatingsklassenraad een overgang toestaan na 15 januari.

Tweede leerjaar derde graad

Veranderen van school mag altijd.
Veranderen van richting is niet toegelaten.
In uitzonderlijke gevallen* kan de toelatingsklassenraad een overgang toestaan.

* Wanneer een overgang van studierichting en/of onderwijsvorm echt aangewezen is voor een individuele leerling, kan de toelatingsklassenraad een overgang toestaan na 15 januari
Het is onmogelijk een limitatieve lijst van ‘uitzonderlijke gevallen’ voor op te stellen. Na kennisname van het advies van de begeleidende klassenraad van de studierichting die de leerling tot dan toe volgt, beslist de toelatingsklassenraad of er ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige redenen zijn. 
Zo kunnen bv. een verhuis naar een regio waar de tot dan toe gevolgde studierichting niet bestaat, psychische problemen die verband houden met een foute studiekeuze, studieverandering omwille van de aansluiting met een studiekeuze hoger onderwijs  of een allergie aan producten die eigen zijn aan de opleiding… geldige redenen zijn.

 

Wat na "Muziek" ?

Na deze richting ga je verder studeren in het hoger onderwijs.
Als je toch wil gaan werken, raadpleeg dan de rubriek 'mogelijke beroepen' voor concrete beroepsinformatie.

Se-n-Se

Met je diploma secundair onderwijs op zak kan je ook kiezen voor een Se-n-Se- opleiding (secundair na secundair) kso of tso.
Deze opleidingen zijn sterk beroepsgericht.
Je wordt rechtstreeks toegelaten in Se-n-se-opleidingen van hetzelfde studiegebied waarin je het diploma secundair onderwijs hebt behaald.
Binnen het studiegebied Podiumkunsten worden echter geen Se-n-Se-opleiningen georganiseerd.
Bij de overgang naar een specialisatiejaar of Se-n-Se van een ander studiegebied heb je toestemming nodig van de toelatingsklassenraad, eventueel na een toelatingsproef.

Er worden in dit studiegebied geen/andere Se-n-Se opleidingen georganiseerd.

Voorbereidend jaar

In het aso en kso worden 7de jaren ingericht als voorbereidend jaar op het hoger onderwijs.
In het aso gaat het om een jaar dat tekorten in de vooropleiding wiskunde en wetenschappen wil bijwerken.
In het kso bereiden deze jaren voor op de artistieke toelatingsproeven van het hoger onderwijs.
Sommige voorbereidende jaren worden in geen enkele school ingericht. Dit kan jaarlijks wijzigen.

Professionele Bachelors

Met het diploma van secundair onderwijs op zak is verder studeren in het Professioneel hoger onderwijs  mogelijk.
Uiteraard ben je het best voorbereid op studierichtingen die een beroep doen op je specifieke vooropleiding. Natuurlijk kan je ook voor een totaal andere vervolgstudie kiezen.
Niet alle opleidingen zijn even vlot haalbaar. Motivatie, studiehouding, vooropleiding en talent bepalen mee je succes. De studierendementscijfers die bij elke richting vermeld worden onder het gelijknamige tabblaadje, informeren je over gemaakte keuzes en gemiddeld studiesucces.
Bespreek de keuze grondig vooraleer te beslissen.

Academische Bachelors

Met een diploma secundair mag je starten in de meeste academische bacheloropleidingen, doch voor enkele opleidingen gelden extra toelatingsvoorwaarden.
De academische opleidingen aan de universiteit zijn sterk theoretisch en hier is een instap na kso verre van vanzelfsprekend.
De academische opleidingen aan een \'School of Arts\' zijn een voortzetting van het kunstonderwijs en leggen het accent meer op het artistieke dan op het theoretische.
Je moet voor deze richtingen een artistieke toelatingsproef doen. De studierendementscijfers die bij elke richting vermeld worden onder het gelijknamige tabblaadje, informeren je over gemaakte keuzes en gemiddeld studiesucces.
Je doet er goed aan je keuze en je kansen op studiesucces vooraf grondig te bespreken met je ouders, leerkrachten, het CLB,...

HBO

Het hoger beroepsonderwijs positioneert zich op niveau 5 van de Vlaamse kwalificatiestructuur; vandaar de roepnaam HBO5. Het maakt deel uit van het hoger onderwijs en situeert zich qua niveau net onder de professionele bachelor. 
De opleidingen uit het HBO bereiden voor op het uitoefenen van een beroep. 
Er zijn twee soorten:
- de graduaatsopleidingen 
- de opleiding hoger beroepsonderwijss Verpleegkunde. 
Let wel dat de toelatingsvoorwaarden voor beide soorten verschillen, maar met een diploma secundair kan je altijd starten in elke opleiding van het HBO5. Controleer daarom goed de toelatingsvoorwaarden.

Via deze link kan je meer lezen over de graduaatsopleidingen, het aanbod, ….

7de specialisatiejaren BSO

Als de toelatingsklassenraad van de school het toelaat kan je kiezen voor een 7de specialisatiejaar bso in een ander studiegebied.

Er worden in dit studiegebied geen/andere 7de specialisatiejaren BSO georganiseerd.

 

Er zijn ook nog verdere opleidingsmogelijkheden in het Deeltijds Kunstonderwijs, het Volwassenenonderwijs, bij Syntra, bij VDAB ...

Mogelijke beroepen

Hier een overzicht van beroepen die mogelijk zijn na deze opleiding. Enkel beroepen uit de beroependatabase van Onderwijskiezer zijn vermeld. Er kunnen dus steeds nog andere mogelijkheden zijn. Klik op een beroep voor meer informatie.



Studierendement



Academische bachelor Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Bachelor of Arts in de muziek 297 49,42% 86,75% 3 9 6 65 209 5

Per studierichting die je kan volgen in het secundair onderwijs kan je hier bekijken wat de studieresultaten zijn als die leerlingen beginnen in een bacheloropleiding in het hoger onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.

Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het studierendement. De tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het hoger onderwijs weer van studenten uit deze secundaire studierichting. Dit is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% = de studenten uit deze secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.

Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit deze secundaire studierichting dat zich inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit deze secundaire studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.

Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.

extra info over studierendement


bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming

Wanneer bachelordiploma behaald?

Bachelordiploma behaald Geen bachelordiploma behaald
Professionele bachelor Academische bachelor
na 3 jaar na 4 jaar na 5 jaar na 3 jaar na 4 jaar na 5 jaar na 5 jaar
8,25 % 7,77 % 6,55 % 25,24 % 13,11 % 5,10 % 33,98 %

Aantal studenten 514
Aantal studenten rechtstreeks naar HO 412
Participatiegraad 80,16%

Hoe dit interpreteren?

De tabel toont het percentage van leerlingen uit deze secundaire studierichting, die hun 1e bachelordiploma behalen na resp. 3, 4 of 5 academiejaren. Het behalen van een bachelordiploma betekent dat de student geslaagd verklaard is voor het geheel van de bacheloropleiding.
In de berekeningen worden enkel jongeren meegenomen die zich onmiddellijk na het secundair onderwijs, voor het eerst in een academische of professionele bachelor inschrijven met een diplomacontract, aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.
De cijfers hebben betrekking op de generatiestudenten periode van 2008-2009 tot en met 2013-2014.

Uitleg:

8,25 % van de studenten die onmiddellijk na deze secundaire studierichting gestart zijn in een bacheloropleiding (professionele of academische bachelor), behaalt na drie jaar een diploma van professionele bachelor.

Geen bachelordiploma behaald:

33,98 %van de studenten die onmiddellijk na deze secundaire studierichting gestart zijn in hetzij een professionele hetzij een academische bachelor, behaalde geen diploma binnen de 5 jaar.

Opgelet:

  • Enkel het eerst behaalde bachelordiploma wordt meegeteld. Enkel als een student in hetzelfde academiejaar een eerste academische bachelor én een eerste professionele bachelor behaalt, worden beide diploma’s meegeteld. 
  • Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (minimum 30) uit deze secundaire studierichting onmiddellijk overstapt naar een bachelor, worden de cijfers weergegeven. . Bij minder studenten zijn de cijfers weinig betekenisvol.
  • Deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het behalen van een bachelordiploma.

bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming