Industriële wetenschappen - Derde graad - TSO

Studierichting "Industriële wetenschappen"

De logische vooropleiding voor de derde graad IW is de tweede graad TSO Industriële Wetenschappen.
Deze studierichting is één van de meest theoretische studierichtingen binnen het TSO en gericht op verder studeren in het hoger onderwijs.
Opvallend voor deze studierichting zijn het hoge aantal lestijden wiskunde en het eerder geringe aanbod praktijkvakken.  

De technische vorming is niet op een onmiddellijke specialisatie gericht maar steunt op een algemeen wetenschappelijke basis.
Het wiskundeprogramma is vergelijkbaar met dat van de richtingen met component wiskunde in het ASO.
Je leert op een wetenschappelijke manier de kenmerken van fysische verschijnselen onderzoeken en wetenschappelijke wetmatigheden formuleren.
Je leert ook de toepassingen ervan in technologische realisaties.
Het ontwerpen van ruimtelijke vormen en schema’s met professionele software komt eveneens aan bod.

De technische vakken focussen op mechanica, elektriciteit, elektronica, toegepaste chemie en fysica.
Er gaat ook de nodige aandacht naar de talen: Nederlands, Frans en Engels.

Industriële wetenschappen - Derde graad - TSO

 
Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK
Klik op de foto om te vergroten
 

De logische vooropleiding voor de derde graad IW is de tweede graad TSO Industriële Wetenschappen.
Deze studierichting is één van de meest theoretische studierichtingen binnen het TSO en gericht op verder studeren in het hoger onderwijs.
Opvallend voor deze studierichting zijn het hoge aantal lestijden wiskunde en het eerder geringe aanbod praktijkvakken.  

De technische vorming is niet op een onmiddellijke specialisatie gericht maar steunt op een algemeen wetenschappelijke basis.
Het wiskundeprogramma is vergelijkbaar met dat van de richtingen met component wiskunde in het ASO.
Je leert op een wetenschappelijke manier de kenmerken van fysische verschijnselen onderzoeken en wetenschappelijke wetmatigheden formuleren.
Je leert ook de toepassingen ervan in technologische realisaties.
Het ontwerpen van ruimtelijke vormen en schema’s met professionele software komt eveneens aan bod.

De technische vakken focussen op mechanica, elektriciteit, elektronica, toegepaste chemie en fysica.
Er gaat ook de nodige aandacht naar de talen: Nederlands, Frans en Engels.

 

Alternatieve benaming(en) voor deze richting

Engineering

 

Voorbereidend jaar Se-n-Se Voorbereidend jaar

Se-n-Se
7de specialisatiejaar

6e leerjaar ASO

6e leerjaar TSO

6e leerjaar KSO

6e leerjaar BSO


Leertijd
Deeltijds BSO

5e leerjaar ASO

5e leerjaar TSO

5e leerjaar KSO

5e leerjaar BSO

 

Situering binnen studiegebied "Mechanica - Elektriciteit"

 
Tweede graad Derde graad Se-n-Se / 7e jr. / Voorbereidend jr.

Elektriciteit-elektronica (TSO)
Elektromechanica (TSO)
Elektrotechnieken (TSO)
Industriële wetenschappen (TSO)
Mechanische technieken (TSO)
Basismechanica (BSO)
Elektrische installaties (BSO)

Electrotechnieken duaal (TSO)
Elektriciteit-elektronica (TSO)
Elektrische installatietechnieken (TSO)
Elektromechanica (TSO)
Elektromechanische technieken duaal (TSO)
Elektronische installatietechnieken (TSO)
Industriële ICT (TSO)
Industriële wetenschappen (TSO)
Kunststoftechnieken (TSO)
Mechanische vormgevingstechnieken (TSO)
Mechanische vormgevingstechnieken duaal (TSO)
Podiumtechnieken (TSO)
Podiumtechnieken duaal (TSO)
Vliegtuigtechnieken (TSO)
Elektrische installaties (BSO)
Elektrische installaties duaal (BSO)
Kunststofverwerking (BSO)
Lassen-constructie (BSO)
Lassen-constructie duaal (BSO)
Mechanisch onderhoud (BSO)
Mechanische vormgeving duaal (BSO)
Productieoperator (BSO)
Werktuigmachines (BSO)

Audio-, video- en teletechnieken (TSO)
Automotive (TSO)
Beveiligingstechnicus duaal (TSO)
Computergestuurde mechanische productietechnieken (TSO)
Haventechnieken (TSO)
Industriële computertechnieken (TSO)
Industriële elektronicatechnieken (TSO)
Industriële onderhoudstechnieken (TSO)
Kunststofvormgevingstechnieken (TSO)
Mechanica constructie- en planningstechnieken (TSO)
Productie- en procestechnologie (TSO)
Regeltechnieken (TSO)
Stuur- en beveiligingstechnieken (TSO)
Technicus hernieuwbare energie duaal (TSO)
Vliegtuigtechnicus (TSO)
Composietverwerking (BSO)
Computergestuurde werktuigmachines (BSO)
Elektrotechnicus duaal (BSO)
Fotolassen (BSO)
Industrieel onderhoud (BSO)
Industriële elektriciteit (BSO)
Installateur gebouwenautomatisering duaal (BSO)
Matrijzenbouw (BSO)
Metaal- en kunststofschrijnwerk (BSO)
Pijpfitten-lassen-monteren (BSO)
Productieoperator textielproductielijn duaal (BSO)

 

Welke lessen krijg ik in "Industriële wetenschappen" ?

De lessentabel bestaat uit maximaal 36 lestijden per week.                                                                                 

 
Filteren op net
   

Waar kan ik "Industriële wetenschappen" volgen ?

  Toon alle scholen

Verfijn je zoekopdracht door één of meerdere filter(s) te selecteren.


Filteren op provincie:
Filteren op arrondissement:
Filteren op gemeente:
Filteren op net:
   
Filteren op methodeschool:
Filteren op schooleigenschap:
 
   

Wie wordt toegelaten tot "Industriële wetenschappen" ?

Eerste leerjaar derde graad

Je wordt toegelaten:

  • als je geslaagd bent in het 2de leerjaar van de 2de graad ASO, TSO of KSO (hou wel rekening met eventuele clausuleringen).
  • als je een getuigschrift van de 2de graad ASO, TSO of KSO behaald hebt via Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap. In dit geval is er een gunstige beslissing nodig van de toelatingsklassenraad over de keuze van de studierichting.
  • als je geslaagd bent in het 2de leerjaar van de 3de graad BSO. In dit geval is een gunstige beslissing nodig van de toelatingsklassenraad.
  • als je leerling bent van het buitengewoon secundair onderwijs (Opleidingsvorm 1, 2, 3). In dit geval is er een gunstige beslissing nodig van de toelatingsklassenraad. In afwachting van deze beslissing wordt de leerling onder ontbindende voorwaarde ingeschreven.
De toelatingsklassenraad kan, onder bepaalde voorwaarden,  de gevolgen van een behaald B- of C-attest ongedaan maken.

Kom je uit een niet-Vlaamse onderwijsinstelling (buitenlandse -, Frans- of Duitstalige school in België) of uit een onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers (OKAN), dan kan de toelatingsklassenraad van de school je toelaten tot dit leerjaar. Dit moet beslist worden binnen de 25 lesdagen vanaf je start in dat leerjaar.

Vanaf schooljaar 2014-2015 mag je, om toegelaten te worden, de leeftijd van 25 jaar niet hebben bereikt. Je mag secundair onderwijs volgen tot het einde van het schooljaar waarin je 25 wordt.  
De leeftijdsgrens telt niet:

  • als je in 2013-2014 voltijds gewoon secundair onderwijs hebt gevolgd en vanaf het schooljaar 2014-2015 je secundaire studies verderzet;
  • in de voorbereidende jaren op het hoger onderwijs, Se-n-Se-jaren, specialisatiejaren, het naamloos leerjaar en deze opleidingen van de derde graad TSO: optiektechnieken, orthopedietechnieken en tandtechnieken.

Tweede leerjaar derde graad

Je wordt toegelaten:

  • als je geslaagd bent in het 1ste leerjaar van de 3de graad TSO van dezelfde studierichting;
  • als je geslaagd bent in het 1ste leerjaar van de 3de graad TSO van een andere studierichting van hetzelfde studiegebied. In dit geval is een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad nodig.
  • als je geslaagd bent in het 1ste leerjaar van de 3de graad ASO, TSO of KSO in een studierichting van een ander studiegebied.
    In dit geval is een gunstige beslissing nodig van de toelatingsklassenraad na kennisname van advies delibererende klassenraad van studierichting die leerling in 1ste leerjaar van 3de graad met vrucht heeft gevolgd en deze beslissing is gebaseerd op ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige redenen.
De toelatingsklassenraad kan, onder bepaalde voorwaarden,  de gevolgen van een behaald B- of C-attest ongedaan maken.

In afwijking van voorgaande voorwaarden kunnen leerlingen met tekorten voor bepaalde programmaonderdelen in het onderliggend leerjaar worden toegelaten.
In dit geval is een gunstige beslissing nodig van de toelatingsklassenraad van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert na overleg met de delibererende klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling komt.
De inrichtende macht beslist of de school gebruik maakt van deze afwijkingsmogelijkheid.
De bedoeling is rekening te houden in individuele gevallen met specifieke onderwijskundige of organisatorische argumenten en meer individuele leertrajecten aan te bieden.
Als de school van die afwijking gebruik maakt gelden volgende uitzonderlijke modaliteiten:

  • de tekorten moeten weggewerkt zijn vóór het einde van het 2de leerjaar van de 3de graad (bv. via remediëring, bijkomende opdrachten, ...).
  • in het 1ste leerjaar wordt het oriënteringsattest vervangen door het attest regelmatige lesbijwoning
  • beslist de delibererende klassenraad van het 2de leerjaar van de 3de graad om een oriënteringsattest A van het 1ste leerjaar toe te kennen aan leerlingen die tekorten van het 1ste leerjaar hebben weggewerkt maar niet geslaagd zijn in het 2de leerjaar.


Leerlingen met een attest van regelmatige lesbijwoning over het 1ste leerjaar van de 3de graad, binnen het systeem van uitstel van de delibererende klassenraad tot het einde van desbetreffende graad, worden ook toegelaten.

Kom je uit een niet-Vlaamse onderwijsinstelling (buitenlandse -, Frans- of Duitstalige school in België) of uit een onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers (OKAN), dan kan de toelatingsklassenraad van de school je toelaten tot dit leerjaar.
Dit moet beslist worden binnen de 25 lesdagen vanaf je start in dat leerjaar.

Vanaf schooljaar 2014-2015 mag je, om toegelaten te worden, de leeftijd van 25 jaar niet hebben bereikt.
Je mag secundair onderwijs volgen tot het einde van het schooljaar waarin je 25 wordt.  
De leeftijdsgrens telt niet:

  • als je in 2013-2014 voltijds gewoon secundair onderwijs hebt gevolgd en vanaf het schooljaar 2014-2015 je secundaire studies verderzet;
  • in de voorbereidende jaren op het hoger onderwijs, Se-n-Se-jaren, specialisatiejaren, het naamloos leerjaar en deze opleidingen van de derde graad TSO: optiektechnieken, orthopedietechnieken en tandtechnieken.

Wat kan je behalen na "Industriële wetenschappen" ?


Eerste leerjaar derde graad

Je kan één van volgende Oriënteringsattesten behalen: A, B of C:

  • een Oriënteringsattest A, als je GESLAAGD bent;
  • een Oriënteringsattest B, als je GESLAAGD bent MAAR niet verder TSO mag volgen (dus enkel BSO is mogelijk);
  • een Oriënteringsattest C, als je NIET GESLAAGD bent;
  • een Attest van regelmatige lesbijwoning.
    Indien een school werkt volgens ‘het systeem van uitstel van de delibererende klassenraad tot het einde van een graad’, krijg je hiermee toelating tot het 2de leerjaar van de 3de graad.

Tweede leerjaar derde graad

Je behaalt:

  • een Diploma Secundair Onderwijs, als je GESLAAGD bent.
  • een Oriënteringsattest C als je NIET GESLAAGD bent.
  • een getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer wanneer de delibererende klassenraad beslist dat je voldaan hebt voor het programma bedrijfsbeheer.
    Let wel: de mogelijkheid wordt voorzien om dit getuigschrift uit te reiken.
    Dit is geen verplichting!

Mag ik tijdens het schooljaar nog veranderen ?


Eerste leerjaar derde graad

Veranderen van school mag altijd.
Tot en met 15 januari mag je binnen hetzelfde leerjaar veranderen van onderwijsvorm en/of studierichting.
In uitzonderlijke gevallen* kan de toelatingsklassenraad een overgang toestaan na 15 januari.

Tweede leerjaar derde graad

Veranderen van school mag altijd.
Veranderen van richting is niet toegelaten
In uitzonderlijke gevallen* kan de toelatingsklassenraad een overgang toestaan.

* Wanneer een overgang van studierichting en/of onderwijsvorm echt aangewezen is voor een individuele leerling, kan de toelatingsklassenraad een overgang toestaan na 15 januari
Het is onmogelijk een limitatieve lijst van ‘uitzonderlijke gevallen’ voor op te stellen. Na kennisname van het advies van de begeleidende klassenraad van de studierichting die de leerling tot dan toe volgt, beslist de toelatingsklassenraad of er ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige redenen zijn. 
Zo kunnen bv. een verhuis naar een regio waar de tot dan toe gevolgde studierichting niet bestaat, psychische problemen die verband houden met een foute studiekeuze, studieverandering omwille van de aansluiting met een studiekeuze hoger onderwijs  of een allergie aan producten die eigen zijn aan de opleiding… geldige redenen zijn.

 

Wat na "Industriële wetenschappen" ?

Deze richting heeft weinig of geen onmiddellijke tewerkstellingskansen op de arbeidsmarkt.
Na deze richting is verder studeren in het hoger onderwijs logisch. 
Je krijgt hier per onderwijsniveau een oplijsting van een aantal inhoudelijk verwante vervolgopleidingen. Let wel dat een inhoudelijke verwantschap van een richting niet wil niet zeggen dat die richting vlot haalbaar is.

Se-n-Se

Met je diploma secundair onderwijs op zak kan je verder studeren op verschillende niveaus.
Zo kan je kiezen voor een Se-n-Se  in tso of kso (secundair na secundair).
Als je kiest voor een jaar dat behoort tot een ander studiegebied, heb je de toestemming van de toelatingsklassenraad nodig.

Dit zijn de Se-n-Se-jaren van dit studiegebied:


Automotive (TSO - Se-n-Se)


Haventechnieken (TSO - Se-n-Se)







Regeltechnieken (TSO - Se-n-Se)


Vliegtuigtechnicus (TSO - Se-n-Se)

Voorbereidend jaar

In het aso en kso worden 7de jaren ingericht als een voorbereidend jaar op het hoger onderwijs.
In het aso gaat het om een jaar dat tekorten in de vooropleiding wiskunde en wetenschappen wil bijwerken.
In het kso bereiden deze jaren voor op de artistieke toelatingsproeven van het hoger onderwijs.
Sommige voorbereidende jaren worden in geen enkele school ingericht. Dit kan jaarlijks wijzigen. Informeer je goed.

Professionele Bachelors

Met een diploma secundair mag je starten in een professionele bacheloropleiding.
Na het tso is de overstap naar een inhoudelijk verwante richting meestal haalbaar.
Houd bij je keuze zeker rekening met je vooropleiding want dit studiegebied omvat verschillende soorten richtingen.
Na het bso is de overstap naar het hoger onderwijs veel minder vanzelfsprekend owv de zwakkere theoretische vooropleiding. De studierendementscijfers die bij elke richting vermeld worden onder het gelijknamige tabblaadje, informeren je over gemaakte keuzes en gemiddeld studiesucces.
Bespreek je keuze grondig vooraleer te beslissen.

Dit zijn de inhoudelijk aansluitende opleidingen:






























Academische Bachelors

Met een diploma secundair mag je starten in de meeste academische bacheloropleidingen.
Voor enkele opleidingen gelden extra toelatingsvoorwaarden.
Let wel dat deze opleidingen sterk theoretisch zijn en dat een instap na tso, en vooral na bso, zeker niet vanzelfsprekend is.
Deze opleidingen worden meestal door een universiteit georganiseerd.
Uitzonderingen hierop zijn de opleidingen \'Nautische wetenschappen\', georganiseerd door de Hogere Zeevaartschool en de kunstrichtingen in de studiegebieden \'Muziek en Podiumkunsten\' en \'Audiovisuele en Beeldende Kunst\', die door een School of Arts (= hogeschool) worden georganiseerd.
De academische opleidingen zijn voor de theorie een pak moeilijker dan de professionele bachelors.  De studierendementscijfers die bij elke richting vermeld worden onder het gelijknamige tabblaadje, informeren je over gemaakte keuzes en gemiddeld studiesucces.
Je doet er goed aan je keuze en je kansen op studiesucces vooraf grondig te bespreken met je ouders, leerkrachten, het CLB,...

HBO

Het hoger beroepsonderwijs positioneert zich op niveau 5 van de Vlaamse kwalificatiestructuur; vandaar de roepnaam HBO5. Het maakt deel uit van het hoger onderwijs en situeert zich qua niveau net onder de professionele bachelor. 
De opleidingen uit het HBO bereiden voor op het uitoefenen van een beroep. 
Er zijn twee soorten:
- de graduaatsopleidingen 
- de opleiding hoger beroepsonderwijss Verpleegkunde. 
Let wel dat de toelatingsvoorwaarden voor beide soorten verschillen, maar met een diploma secundair kan je altijd starten in elke opleiding van het HBO5. Controleer daarom goed de toelatingsvoorwaarden.

Aangezien de graduatsopleidingen momenteel nog niet allemaal erkend zijn verwijzen wij op dit ogenblik door naar de webpagina's (opleidingspagina's) van de hogescholen die vanaf 2019-2020 de desbetreffende opleidingen willen aanbieden. Van zodra de erkinningsproxcedure is afgerond en wij de opleidingsfiches allemaal kunnen aanmaken zullen de inhoudelijk verwante vervolgopleidingen hieronder plaatsen. Voorlopig kan je alle toekomstige graduaatsopleidingen op de websites van de hogescholen via deze link raadplegen.

7de specialisatiejaren BSO

Je wordt toegelaten tot alle 7de specialisatiejaren bso van het studiegebied Mechanica-elektriciteit.
Dit betekent echter niet dat in de praktijk alle overgangen vanzelfsprekend zijn.
Als je een specialisatiejaar wilt volgen in een ander studiegebied moet je de toestemming hebben van de toelatingsklassenraad van de school. Sommige studierichtingen worden in geen enkele school ingericht.
Dit kan jaarlijks wijzigen. 

Als je slaagt in dit specialisatiejaar behaal je het diploma secundair onderwijs. Dit geeft toegang tot verdere opleidingsmogelijkheden zoals het Se-n-Se en het hoger onderwijs.
Voor een aantal richtingen in het hoger onderwijs kan je een voorbereidend jaar volgen.

Er is één 7de jaar dat zich specifiek richt op doorstroming naar het hoger onderwijs.
Meer info vind je hier

Dit zijn de mogelijkheden:

Composietverwerking (BSO - Derde leerjaar)

Computergestuurde werktuigmachines (BSO - Derde leerjaar)

Fotolassen (BSO - Derde leerjaar)


Industrieel onderhoud (BSO - Derde leerjaar)

Industriële elektriciteit (BSO - Derde leerjaar)

Matrijzenbouw (BSO - Derde leerjaar)

Metaal- en kunststofschrijnwerk (BSO - Derde leerjaar)

Non-ferro metalen dakbedekkingen (BSO - Derde leerjaar)

Pijpfitten-lassen-monteren (BSO - Derde leerjaar)

 

Uiteraard zijn nog andere keuzes mogelijk.
Er zijn ook opleidingsmogelijkheden in het Volwassenenonderwijs, bij Syntra, bij VDAB, bij Defensie, Politie, ...

Studierendement

Professionele bachelor Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Bachelor in de agro- en biotechnologie 35 0,95% 72,23% 3 2 20
Bachelor in de autotechnologie 54 1,47% 89,20% 1 1 43 1
Bachelor in de bouw 126 3,43% 84,24% 7 4 80 6
Bachelor in de chemie 48 1,31% 63,51% 6 5 15 3
Bachelor in de elektromechanica 292 7,95% 88,90% 6 6 221 4
Bachelor in de elektronica-ICT 99 2,70% 87,99% 2 3 73 5
Bachelor in de multimedia en de communicatietechnologie 35 0,95% 64,53% 4 4 14
Bachelor in de ontwerp- en productietechnologie 49 1,33% 91,35% 2 40 2
Bachelor in de toegepaste informatica 78 2,12% 69,32% 11 9 41
Bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs 58 1,58% 62,71% 4 7 18 1


Academische bachelor Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Bachelor of Science in de architectuur 45 1,23% 68,00% 2 2 7 17 14 3
Bachelor of Science in de industri?le wetenschappen 1724 46,96% 63,47% 112 239 285 383 668 37
Bachelor of Science in de industri?le wetenschappen: bouwkunde 75 2,04% 52,70% 4 21 12 16 20 2
Bachelor of Science in de industri?le wetenschappen: industrieel ontwerpen 58 1,58% 71,75% 1 4 4 22 22 5
Bachelor of Science in de industriele wetenschappen: elektromechanica 94 2,56% 74,45% 2 10 10 18 50 4
Bachelor of Science in de informatica 75 2,04% 65,91% 7 7 9 18 29 5
Bachelor of Science in de ingenieurswetenschappen 174 4,74% 59,33% 10 34 30 32 56 12
Bachelor of Science in de ingenieurswetenschappen: architectuur 32 0,87% 62,17% 2 3 8 6 11 2

Per studierichting die je kan volgen in het secundair onderwijs kan je hier bekijken wat de studieresultaten zijn als die leerlingen beginnen in een bacheloropleiding in het hoger onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.

Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het studierendement. De tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het hoger onderwijs weer van studenten uit deze secundaire studierichting. Dit is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% = de studenten uit deze secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.

Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit deze secundaire studierichting dat zich inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit deze secundaire studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.

Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.

extra info over studierendement


bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming

Wanneer bachelordiploma behaald?

Bachelordiploma behaald Geen bachelordiploma behaald
Professionele bachelor Academische bachelor
na 3 jaar na 4 jaar na 5 jaar na 3 jaar na 4 jaar na 5 jaar na 5 jaar
16,06 % 14,07 % 7,34 % 24,60 % 11,14 % 4,98 % 21,81 %

Aantal studenten 3653
Aantal studenten rechtstreeks naar HO 3475
Participatiegraad 95,13%

Hoe dit interpreteren?

De tabel toont het percentage van leerlingen uit deze secundaire studierichting, die hun 1e bachelordiploma behalen na resp. 3, 4 of 5 academiejaren. Het behalen van een bachelordiploma betekent dat de student geslaagd verklaard is voor het geheel van de bacheloropleiding.
In de berekeningen worden enkel jongeren meegenomen die zich onmiddellijk na het secundair onderwijs, voor het eerst in een academische of professionele bachelor inschrijven met een diplomacontract, aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.
De cijfers hebben betrekking op de generatiestudenten periode van 2008-2009 tot en met 2013-2014.

Uitleg:

16,06 % van de studenten die onmiddellijk na deze secundaire studierichting gestart zijn in een bacheloropleiding (professionele of academische bachelor), behaalt na drie jaar een diploma van professionele bachelor.

Geen bachelordiploma behaald:

21,81 %van de studenten die onmiddellijk na deze secundaire studierichting gestart zijn in hetzij een professionele hetzij een academische bachelor, behaalde geen diploma binnen de 5 jaar.

Opgelet:

  • Enkel het eerst behaalde bachelordiploma wordt meegeteld. Enkel als een student in hetzelfde academiejaar een eerste academische bachelor én een eerste professionele bachelor behaalt, worden beide diploma’s meegeteld. 
  • Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (minimum 30) uit deze secundaire studierichting onmiddellijk overstapt naar een bachelor, worden de cijfers weergegeven. . Bij minder studenten zijn de cijfers weinig betekenisvol.
  • Deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het behalen van een bachelordiploma.

bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming