Moderne talen-wiskunde - Derde graad - ASO

Studierichting "Moderne talen-wiskunde"

De logische vooropleiding is de 2de graad Wetenschappen ASO. Deze studierichting bestaat uit twee gebonden componenten: Moderne talen en Wiskunde. Deze geven de klemtonen van de studierichting aan. Alle studierichtingen van het Algemeen Secundair Onderwijs (ASO) hebben een uitgesproken doorstromingsfunctie. Dit wil zeggen dat ze enkel en alleen willen voorbereiden op verder studeren in het hoger onderwijs.
De verdere uitwegen in het hoger onderwijs na deze studierichting zijn zeer ruim. Er zijn geen beperkingen. 

Het ASO bereidt je niet voor om direct te gaan werken na het beëindigen van je secundaire studies. De leerplannen zijn zo opgemaakt dat elke studierichting in principe voorbereidt op alle vormen van hoger onderwijs. In de derde graad kan de 6u-cursus Wiskunde – via het complementair gedeelte – nog uitgebreid worden tot 8u. In deze studierichting klimt het onderwijs in de wiskunde naar een vrij hoog niveau van algemeenheid en abstractie. Dit gebeurt via de deelvakken algebra, meetkunde, analyse, statistiek en kansrekening.

Ook in deze richting neemt de studie van de moderne talen een belangrijke plaats in. De aandacht gaat naar het ontwikkelen van communicatieve vaardigheden (luisteren, lezen, spreken en schrijven), de reflectie op taal en de kennismaking met anderstalige literatuur. Accenten liggen op het ontwikkelen van:
- communicatieve en creatieve competenties in het Nederlands en moderne vreemde talen (b.v. leesstrategieën toepassen, literaire smaak ontwikkelen, …);
- competentie op vlak van taalbeschouwing (analyseren van en reflectie over taalstructuren, communicatie, taalfenomenen, …);
- interculturele competenties (literair, filosofisch en historisch bestuderen van culturele achtergronden, culturele diversiteit onderkennen en respecteren).

Moderne talen-wiskunde - Derde graad - ASO

 
Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK
Klik op de foto om te vergroten
 

De logische vooropleiding is de 2de graad Wetenschappen ASO. Deze studierichting bestaat uit twee gebonden componenten: Moderne talen en Wiskunde. Deze geven de klemtonen van de studierichting aan. Alle studierichtingen van het Algemeen Secundair Onderwijs (ASO) hebben een uitgesproken doorstromingsfunctie. Dit wil zeggen dat ze enkel en alleen willen voorbereiden op verder studeren in het hoger onderwijs.
De verdere uitwegen in het hoger onderwijs na deze studierichting zijn zeer ruim. Er zijn geen beperkingen. 

Het ASO bereidt je niet voor om direct te gaan werken na het beëindigen van je secundaire studies. De leerplannen zijn zo opgemaakt dat elke studierichting in principe voorbereidt op alle vormen van hoger onderwijs. In de derde graad kan de 6u-cursus Wiskunde – via het complementair gedeelte – nog uitgebreid worden tot 8u. In deze studierichting klimt het onderwijs in de wiskunde naar een vrij hoog niveau van algemeenheid en abstractie. Dit gebeurt via de deelvakken algebra, meetkunde, analyse, statistiek en kansrekening.

Ook in deze richting neemt de studie van de moderne talen een belangrijke plaats in. De aandacht gaat naar het ontwikkelen van communicatieve vaardigheden (luisteren, lezen, spreken en schrijven), de reflectie op taal en de kennismaking met anderstalige literatuur. Accenten liggen op het ontwikkelen van:
- communicatieve en creatieve competenties in het Nederlands en moderne vreemde talen (b.v. leesstrategieën toepassen, literaire smaak ontwikkelen, …);
- competentie op vlak van taalbeschouwing (analyseren van en reflectie over taalstructuren, communicatie, taalfenomenen, …);
- interculturele competenties (literair, filosofisch en historisch bestuderen van culturele achtergronden, culturele diversiteit onderkennen en respecteren).

 

Voorbereidend jaar Se-n-Se Voorbereidend jaar

Se-n-Se
7de specialisatiejaar  

6e leerjaar ASO

6e leerjaar TSO

6e leerjaar KSO

6e leerjaar BSO


Leertijd
Deeltijds BSO

5e leerjaar ASO

5e leerjaar TSO

5e leerjaar KSO

5e leerjaar BSO

 

Situering binnen studiegebied "Algemeen secundair onderwijs"

 
Tweede graad Derde graad Se-n-Se / 7e jr. / Voorbereidend jr.

Economie (ASO)
Grieks (ASO)
Grieks-Latijn (ASO)
Humane wetenschappen (ASO)
Latijn (ASO)
Rudolf Steinerpedagogie (ASO)
Wetenschappen (ASO)
Yeshiva (ASO)

Economie-moderne talen (ASO)
Economie-wetenschappen (ASO)
Economie-wiskunde (ASO)
Grieks-Latijn (ASO)
Grieks-moderne talen (ASO)
Grieks-wetenschappen (ASO)
Grieks-wiskunde (ASO)
Humane wetenschappen (ASO)
Latijn-moderne talen (ASO)
Latijn-wetenschappen (ASO)
Latijn-wiskunde (ASO)
Moderne talen-wetenschappen (ASO)
Moderne talen-wiskunde (ASO)
Rudolf Steinerpedagogie (ASO)
Wetenschappen-wiskunde (ASO)
Yeshiva (ASO)

Bijzondere wetenschappelijke vorming (ASO)

 

Welke lessen krijg ik in "Moderne talen-wiskunde" ?

De lessentabel bestaat uit maximaal 33 lestijden per week.

 
Filteren op net
   

Waar kan ik "Moderne talen-wiskunde" volgen ?

  Toon alle scholen

Verfijn je zoekopdracht door één of meerdere filter(s) te selecteren.


Filteren op provincie:
Filteren op arrondissement:
Filteren op gemeente:
Filteren op net:
   
Filteren op methodeschool:
Filteren op schooleigenschap:
 
   

Wie wordt toegelaten tot "Moderne talen-wiskunde" ?

Eerste leerjaar derde graad

Je wordt toegelaten:

  • als je geslaagd bent in het 2de leerjaar van de 2de graad ASO, TSO of KSO (hou wel rekening met eventuele clausuleringen);
  • als je een getuigschrift hebt van de 2de graad ASO, TSO of KSO behaald via Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap.
    In dit geval is er een gunstige beslissing nodig van de toelatingsklassenraad over de keuze van de studierichting;
  • als je geslaagd bent in het 2de leerjaar van de 3de graad BSO.
    In dit geval is een gunstige beslissing nodig van de toelatingsklassenraad;
  • als je leerling bent van het buitengewoon secundair onderwijs (Opleidingsvorm 1, 2, 3). In dit geval is er een gunstige beslissing nodig van de toelatingsklassenraad. In afwachting van deze beslissing wordt de leerling onder ontbindende voorwaarde ingeschreven.
De toelatingsklassenraad kan, onder bepaalde voorwaarden,  de gevolgen van een behaald B- of C-attest ongedaan maken.

Kom je uit een niet-Vlaamse onderwijsinstelling (buitenlandse -, Frans- of Duitstalige school in België) of uit een onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers (OKAN), dan kan de toelatingsklassenraad van de school je toelaten tot dit leerjaar.
Dit moet beslist worden binnen de 25 lesdagen vanaf je start in dat leerjaar.

Vanaf schooljaar 2014-2015 mag je, om toegelaten te worden, de leeftijd van 25 jaar niet hebben bereikt.
Je mag secundair onderwijs volgen tot het einde van het schooljaar waarin je 25 wordt.  
De leeftijdsgrens telt niet:

  • als je in 2013-2014 voltijds gewoon secundair onderwijs hebt gevolgd en vanaf het schooljaar 2014-2015 je secundaire studies verderzet; 
  • in de voorbereidende jaren op het hoger onderwijs, Se-n-Se-jaren, specialisatiejaren, het naamloos leerjaar en deze opleidingen van de derde graad TSO: optiektechnieken, orthopedietechnieken en tandtechnieken.

 

Tweede leerjaar derde graad

Je wordt toegelaten:

  • als je geslaagd bent in het 1ste leerjaar van de 3de graad ASO van dezelfde studierichting;
  • als je geslaagd bent in het 1ste leerjaar van de 3de graad ASO van een andere studierichting van hetzelfde studiegebied.
    In dit geval is een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad nodig.
  • als je geslaagd bent in het 1ste leerjaar van de 3de graad ASO, TSO of KSO in een studierichting van een ander studiegebied.
    In dit geval is een gunstige beslissing nodig van de toelatingsklassenraad na kennisname van advies delibererende klassenraad van studierichting die leerling in 1ste leerjaar van 3de graad met vrucht heeft gevolgd en deze beslissing is gebaseerd op ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige redenen.
De toelatingsklassenraad kan, onder bepaalde voorwaarden,  de gevolgen van een behaald B- of C-attest ongedaan maken.

In afwijking van voorgaande voorwaarden kunnen leerlingen met tekorten voor bepaalde programmaonderdelen in het onderliggend leerjaar worden toegelaten.
In dit geval is een gunstige beslissing nodig van de toelatingsklassenraad van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert na overleg met de delibererende klassenraad van het structuuronderdeel waaruit hij komt. De inrichtende macht beslist of de school gebruik maakt van deze afwijkingsmogelijkheid.
De bedoeling is rekening te houden in individuele gevallen met specifieke onderwijskundige of organisatorische argumenten en meer individuele leertrajecten aan te bieden.
Als de school van die afwijking gebruik maakt gelden volgende uitzonderlijke modaliteiten:

• de tekorten moeten weggewerkt zijn vóór het einde van het 2de leerjaar van de 3de graad (bv. via remediëring, bijkomende opdrachten, ...).
• in het 1ste leerjaar wordt het oriënteringsattest vervangen door het attest regelmatige lesbijwoning
• beslist de delibererende klassenraad van het 2de leerjaar van de 3de graad om een oriënteringsattest A van het 1ste leerjaar toe te kennen aan leerlingen die tekorten van het 1ste leerjaar hebben weggewerkt maar niet geslaagd zijn in het 2de leerjaar.

Leerlingen met een attest van regelmatige lesbijwoning over het 1ste leerjaar van de 3de graad, binnen het systeem van uitstel van de delibererende klassenraad tot het einde van desbetreffende graad, worden ook toegelaten.

Kom je uit een niet-Vlaamse onderwijsinstelling (buitenlandse -, Frans- of Duitstalige school in België) of uit een onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers (OKAN), dan kan de toelatingsklassenraad van de school je toelaten tot dit leerjaar.
Dit moet beslist worden binnen de 25 lesdagen vanaf je start in dat leerjaar.

Vanaf schooljaar 2014-2015 mag je, om toegelaten te worden, de leeftijd van 25 jaar niet hebben bereikt.
Je mag secundair onderwijs volgen tot het einde van het schooljaar waarin je 25 wordt.  
De leeftijdsgrens telt niet:

  • als je in 2013-2014 voltijds gewoon secundair onderwijs hebt gevolgd en vanaf het schooljaar 2014-2015 je secundaire studies verderzet; 
  • in de voorbereidende jaren op het hoger onderwijs, Se-n-Se-jaren, specialisatiejaren, het naamloos leerjaar en deze opleidingen van de derde graad TSO: optiektechnieken, orthopedietechnieken en tandtechnieken.

Wat kan je behalen na "Moderne talen-wiskunde" ?


Eerste leerjaar derde graad

Je kan één van volgende Oriënteringsattesten behalen: A of C:

  • een Oriënteringsattest A als je GESLAAGD bent;
  • een Oriënteringsattest C als je NIET GESLAAGD bent;
  • een Attest van regelmatige lesbijwoning. Indien een school werkt volgens ‘het systeem van uitstel van de delibererende klassenraad tot het einde van een graad’, krijg je hiermee toelating tot het 2de leerjaar van de 3de graad.

Tweede leerjaar derde graad

Je behaalt:

  • een Diploma Secundair Onderwijs, als je GESLAAGD bent.
  • een Oriënteringsattest C als je NIET GESLAAGD bent.
  • een getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer wanneer de delibererende klassenraad beslist dat je voldaan hebt voor het programma bedrijfsbeheer.
    Let wel: de mogelijkheid wordt voorzien om dit getuigschrift uit te reiken.
    Dit is geen verplichting!

Mag ik tijdens het schooljaar nog veranderen ?


Eerste leerjaar derde graad

Veranderen van school mag altijd.
Tot en met 15 januari mag je binnen hetzelfde leerjaar veranderen van onderwijsvorm en/of studierichting.
In uitzonderlijke gevallen* kan de toelatingsklassenraad een overgang toestaan na 15 januari.

 

Tweede leerjaar derde graad

Veranderen van school mag altijd.
Veranderen van richting is in principe niet toegelaten!.
In uitzonderlijke gevallen* kan de toelatingsklassenraad een overgang toestaan.

* Wanneer een overgang van studierichting en/of onderwijsvorm echt aangewezen is voor een individuele leerling, kan de toelatingsklassenraad een overgang toestaan. 
Het is onmogelijk een limitatieve lijst van ‘uitzonderlijke gevallen’ voor op te stellen. Na kennisname van het advies van de begeleidende klassenraad van de studierichting die de leerling tot dan toe volgt, beslist de toelatingsklassenraad of er ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige redenen zijn. 
Zo kunnen bv. een verhuis naar een regio waar de tot dan toe gevolgde studierichting niet bestaat, psychische problemen die verband houden met een foute studiekeuze, studieverandering omwille van de aansluiting met een studiekeuze hoger onderwijs  of een allergie aan producten die eigen zijn aan de opleiding… geldige redenen zijn.

Wat na "Moderne talen-wiskunde" ?

De verdere uitwegen in het hoger onderwijs na deze studierichting zijn zeer ruim. Er zijn geen beperkingen.

Professionele Bachelors

Na het aso zijn in principe alle professionele bachelors haalbaar; extra inspanning voor sommige vakken kan, afhankelijk van je vooropleiding en gemaakte keuze, nodig zijn. Het zal dan meestal gaan over technische vakken of praktijk. 
Uiteraard spelen je inzet en competenties een grote rol.  De studierendementscijfers die bij elke richting vermeld worden onder het gelijknamige tabblaadje, informeren je over gemaakte keuzes en gemiddeld studiesucces.

Academische Bachelors

Bij de keuze voor academisch hoger onderwijs moet je rekening houden met de gemaakte keuzes tijdens het aso.
Heb je bv. een minimumprogramma wiskunde of wetenschappen gevolgd, dan is een keuze voor richtingen met een sterke component wiskunde of wetenschappen niet aan te raden, maar, afhankelijk van je inzet en capaciteiten, daarom niet onmogelijk. Eventueel kunnen vakantiecursussen ook helpen. In sommige situaties kan een voorbereidend jaar aangewezen zijn.
Een talenopleiding is mogelijk na elke aso-opleiding. Daarnaast zijn er ook richtingen die geen specifieke vooropleiding vergen (bv. rechten, geschiedenis, communicatiewetenschappen ..) en die na elke aso-richting mogelijk zijn.
De studierendementscijfers die bij elke richting vermeld worden onder het gelijknamige tabblaadje, informeren je over gemaakte keuzes en gemiddeld studiesucces.

Voorbereidend jaar

In het aso en kso zijn er 7de jaren ingericht als voorbereidend jaar op het hoger onderwijs.
In het aso gaat het om het jaar Bijzonder wetenschappelijke vorming, dat tekorten in de vooropleiding wiskunde en wetenschappen wil bijwerken. In het kso zijn het jaren die voorbereiden op de artistieke toelatingsproeven van het hoger kunstonderwijs.

HBO

De overstap van het aso naar het hbo is niet echt logisch, maar kan uiteraard.
Het hoger beroepsonderwijs positioneert zich op niveau 5 van de Vlaamse kwalificatiestructuur; vandaar de roepnaam HBO5. Het maakt deel uit van het hoger onderwijs en situeert zich qua niveau net onder de professionele bachelor. 
De opleidingen uit het HBO bereiden voor op het uitoefenen van een beroep.
Er zijn twee soorten:
- de hogere opleidingen van het Volwassenenonderwijs
- de opleiding Verpleegkunde.
Let wel dat de toelatingsvoorwaarden voor beide soorten verschillen, maar met een diploma secundair kan je altijd starten in elke opleiding van het HBO5. 

Se-n-Se

Se-n-Se bestaat enkel in het tso en kso. De overstap van het aso naar een Se-n-Se-jaar is onlogisch en kan wettelijk enkel als de toelatingsklassenraad van de school dit toestaat.

Er worden in dit studiegebied geen/andere Se-n-Se opleidingen georganiseerd.

7de specialisatiejaren BSO

De overstap van het aso naar een 7de jaar bso is totaal onlogisch en kan wettelijk enkel als de toelatingsklassenraad van de school dit toestaat.

Er worden in dit studiegebied geen/andere 7de specialisatiejaren BSO georganiseerd.

 

Uiteraard zijn nog andere keuzes mogelijk. Er zijn ook nog verdere opleidingsmogelijkheden in het Se-n-Se, HBO5 Verpleegkunde, HBO5 in het Volwassenenonderwijs, bij Syntra, bij VDAB, bij Defensie, Politie, ...

Studierendement

Professionele bachelor Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Bedrijfsmanagement 30 1,77% 84,88% 1 0 2 7 19 1
Business Management 30 1,77% 84,88% 1 0 2 7 19 1
Business Management Marketing (E) 30 1,77% 84,88% 1 0 2 7 19 1
International Business Management (E) 30 1,77% 84,88% 1 0 2 7 19 1
Lager onderwijs 46 2,72% 94,21% 0 2 0 3 40 1
Secundair onderwijs 53 3,13% 86,44% 1 2 2 8 36 4


Academische bachelor Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Architectuur 55 3,25% 80,12% 5 1 2 13 28 6
Communicatiewetenschappen 51 3,01% 76,92% 2 2 4 18 25 0
Geschiedenis 31 1,83% 59,09% 4 5 4 6 11 1
Handelswetenschappen 38 2,24% 70,77% 2 3 4 10 19 0
Industriële wetenschappen 50 2,95% 62,42% 4 10 5 11 18 2
Pedagogische wetenschappen 34 2,01% 76,09% 2 2 2 7 19 2
Psychologie 80 4,72% 72,97% 4 4 11 14 43 4
Rechten 143 8,44% 69,95% 9 10 16 36 66 6
Revalidatiewetenschappen en kinesitherapie 79 4,66% 73,14% 2 6 8 21 33 9
Taal- en letterkunde 111 6,55% 72,06% 11 10 7 22 57 4
Toegepaste economische wetenschappen 49 2,89% 71,44% 3 3 5 15 21 2
Toegepaste economische wetenschappen: bedrijfskunde 45 2,66% 67,27% 1 4 8 13 19 0
Toegepaste economische wetenschappen: handelsingenieur 50 2,95% 67,78% 1 4 7 16 17 5
Toegepaste taalkunde 101 5,96% 80,57% 5 6 10 15 62 3

Per studierichting die je kan volgen in het secundair onderwijs kan je hier bekijken wat de studieresultaten zijn als die leerlingen beginnen in een bacheloropleiding in het hoger onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.

Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het studierendement. De tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het hoger onderwijs weer van studenten uit deze secundaire studierichting. Dit is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% = de studenten uit deze secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.

Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit deze secundaire studierichting dat zich inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit deze secundaire studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.

Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.

extra info over studierendement


bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming

Wanneer bachelordiploma behaald?

Bachelordiploma behaald Geen bachelordiploma behaald
Professionele bachelor Academische bachelor
na 3 jaar na 4 jaar na 5 jaar na 3 jaar na 4 jaar na 5 jaar na 5 jaar
16,50 % 7,86 % 4,88 % 34,85 % 14,89 % 6,05 % 14,98 %

Aantal studenten 2223
Aantal studenten rechtstreeks naar HO 2049
Participatiegraad 92,17%

Hoe dit interpreteren?

De tabel toont het percentage van leerlingen uit deze secundaire studierichting, die hun 1e bachelordiploma behalen na resp. 3, 4 of 5 academiejaren. Het behalen van een bachelordiploma betekent dat de student geslaagd verklaard is voor het geheel van de bacheloropleiding.
In de berekeningen worden enkel jongeren meegenomen die zich onmiddellijk na het secundair onderwijs, voor het eerst in een academische of professionele bachelor inschrijven met een diplomacontract, aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.
De cijfers hebben betrekking op de generatiestudenten periode van 2006-2007 tot en met 2011-2012.

Uitleg:

16,50 % van de studenten die onmiddellijk na deze secundaire studierichting gestart zijn in een bacheloropleiding (professionele of academische bachelor), behaalt na drie jaar een diploma van professionele bachelor.

Geen bachelordiploma behaald:

14,98 %van de studenten die onmiddellijk na deze secundaire studierichting gestart zijn in hetzij een professionele hetzij een academische bachelor, behaalde geen diploma binnen de 5 jaar.

Opgelet:

  • Enkel het eerst behaalde bachelordiploma wordt meegeteld. Enkel als een student in hetzelfde academiejaar een eerste academische bachelor én een eerste professionele bachelor behaalt, worden beide diploma’s meegeteld. 
  • Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (minimum 30) uit deze secundaire studierichting onmiddellijk overstapt naar een bachelor, worden de cijfers weergegeven. . Bij minder studenten zijn de cijfers weinig betekenisvol.
  • Deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het behalen van een bachelordiploma.

bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming