Humane wetenschappen - Derde graad - ASO

Studierichting "Humane wetenschappen"

De logische onderbouw is de richting Humane wetenschappen in de 2de graad ASO.
Alle studierichtingen van het Algemeen Secundair Onderwijs (ASO) bereiden enkel voor op verder studeren in het hoger onderwijs.
De leerplannen zijn zo opgemaakt dat elke studierichting in principe voorbereidt op alle vormen van hoger onderwijs.
De uitwegen na deze studierichting zijn ruim.
Enkel verder studeren in zuiver wiskundig-wetenschappelijke richtingen is niet evident. 
De meest logische vervolgopleidingen situeren zich in de menswetenschappelijke richtingen van het hoger onderwijs.
Belangrijke vakken zijn:

  • Cultuurwetenschappen:
    Binnen dit vak bestudeer je het functioneren en de rol van organisaties in de samenleving; de beïnvloedende factoren, structuren en functies van communicatie; opvattingen over identiteit, cultuur en beschaving in verschillende samenlevingen; verschillende mens- en wereldbeelden; de relatie tussen cultuur en wetenschap, techniek en samenleving; kunstvormen en hun rol bij veranderingen in de samenleving; de ontwikkeling, vormgeving, kenmerken en principes van waarden en normen.
  • Gedragswetenschappen:
    Binnen dit vak bestudeer je verschillende organisatievormen waartoe de mens als individu behoort; de factoren die de communicatie tussen mensen mogelijk maken en beïnvloeden; de ontwikkeling van het individu en de dynamiek van sociale groepen en cultuursystemen; de samenhang tussen en de onderlinge beïnvloeding van individu, groepen en samenleving; het ontstaan, de aard, de functies en de expressie van emoties en het omgaan met lichamelijkheid; de wijze waarop waarden en normen in sociale gemeenschappen worden overgedragen.

    Ook in deze richting neemt de studie van de moderne talen een belangrijke plaats in.
    De aandacht gaat naar het ontwikkelen van communicatieve vaardigheden (luisteren, lezen, spreken en schrijven), de reflectie op taal en de kennismaking met anderstalige literatuur.
    Accenten liggen op het ontwikkelen van:
  • communicatieve en creatieve competenties in het Nederlands en moderne vreemde talen (b.v. leesstrategieën toepassen, literaire smaak ontwikkelen, …);
  • competentie op vlak van taalbeschouwing (analyseren van en reflectie over taalstructuren, communicatie, taalfenomenen, …);
  • interculturele competenties (literair, filosofisch en historisch bestuderen van culturele achtergronden, culturele diversiteit onderkennen en respecteren).

Humane wetenschappen - Derde graad - ASO

 
Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK
Klik op de foto om te vergroten
 

De logische onderbouw is de richting Humane wetenschappen in de 2de graad ASO.
Alle studierichtingen van het Algemeen Secundair Onderwijs (ASO) bereiden enkel voor op verder studeren in het hoger onderwijs.
De leerplannen zijn zo opgemaakt dat elke studierichting in principe voorbereidt op alle vormen van hoger onderwijs.
De uitwegen na deze studierichting zijn ruim.
Enkel verder studeren in zuiver wiskundig-wetenschappelijke richtingen is niet evident. 
De meest logische vervolgopleidingen situeren zich in de menswetenschappelijke richtingen van het hoger onderwijs.
Belangrijke vakken zijn:

  • Cultuurwetenschappen:
    Binnen dit vak bestudeer je het functioneren en de rol van organisaties in de samenleving; de beïnvloedende factoren, structuren en functies van communicatie; opvattingen over identiteit, cultuur en beschaving in verschillende samenlevingen; verschillende mens- en wereldbeelden; de relatie tussen cultuur en wetenschap, techniek en samenleving; kunstvormen en hun rol bij veranderingen in de samenleving; de ontwikkeling, vormgeving, kenmerken en principes van waarden en normen.
  • Gedragswetenschappen:
    Binnen dit vak bestudeer je verschillende organisatievormen waartoe de mens als individu behoort; de factoren die de communicatie tussen mensen mogelijk maken en beïnvloeden; de ontwikkeling van het individu en de dynamiek van sociale groepen en cultuursystemen; de samenhang tussen en de onderlinge beïnvloeding van individu, groepen en samenleving; het ontstaan, de aard, de functies en de expressie van emoties en het omgaan met lichamelijkheid; de wijze waarop waarden en normen in sociale gemeenschappen worden overgedragen.

    Ook in deze richting neemt de studie van de moderne talen een belangrijke plaats in.
    De aandacht gaat naar het ontwikkelen van communicatieve vaardigheden (luisteren, lezen, spreken en schrijven), de reflectie op taal en de kennismaking met anderstalige literatuur.
    Accenten liggen op het ontwikkelen van:
  • communicatieve en creatieve competenties in het Nederlands en moderne vreemde talen (b.v. leesstrategieën toepassen, literaire smaak ontwikkelen, …);
  • competentie op vlak van taalbeschouwing (analyseren van en reflectie over taalstructuren, communicatie, taalfenomenen, …);
  • interculturele competenties (literair, filosofisch en historisch bestuderen van culturele achtergronden, culturele diversiteit onderkennen en respecteren).

 

Voorbereidend jaar Se-n-Se Voorbereidend jaar

Se-n-Se
7de specialisatiejaar  

6e leerjaar ASO

6e leerjaar TSO

6e leerjaar KSO

6e leerjaar BSO


Leertijd
Deeltijds BSO

5e leerjaar ASO

5e leerjaar TSO

5e leerjaar KSO

5e leerjaar BSO

 

Situering binnen studiegebied "Algemeen secundair onderwijs"

 
Tweede graad Derde graad Se-n-Se / 7e jr. / Voorbereidend jr.

Economie (ASO)
Grieks (ASO)
Grieks-Latijn (ASO)
Humane wetenschappen (ASO)
Latijn (ASO)
Rudolf Steinerpedagogie (ASO)
Wetenschappen (ASO)
Yeshiva (ASO)

Economie-moderne talen (ASO)
Economie-wetenschappen (ASO)
Economie-wiskunde (ASO)
Grieks-Latijn (ASO)
Grieks-moderne talen (ASO)
Grieks-wetenschappen (ASO)
Grieks-wiskunde (ASO)
Humane wetenschappen (ASO)
Latijn-moderne talen (ASO)
Latijn-wetenschappen (ASO)
Latijn-wiskunde (ASO)
Moderne talen-wetenschappen (ASO)
Moderne talen-wiskunde (ASO)
Rudolf Steinerpedagogie (ASO)
Wetenschappen-wiskunde (ASO)
Yeshiva (ASO)

Bijzondere wetenschappelijke vorming (ASO)

 

Welke lessen krijg ik in "Humane wetenschappen" ?

De lessentabel bestaat uit maximaal 33 lestijden per week.

 
Filteren op net
   

Waar kan ik "Humane wetenschappen" volgen ?

  Toon alle scholen

Verfijn je zoekopdracht door één of meerdere filter(s) te selecteren.


Filteren op provincie:
Filteren op arrondissement:
Filteren op gemeente:
Filteren op net:
   
Filteren op methodeschool:
Filteren op schooleigenschap:
 
   

Wie wordt toegelaten tot "Humane wetenschappen" ?

Eerste leerjaar derde graad

Je wordt toegelaten:

  • als je geslaagd bent in het 2de leerjaar van de 2de graad ASO, TSO of KSO (hou wel rekening met eventuele clausuleringen);
  • als je een getuigschrift hebt van de 2de graad ASO, TSO of KSO behaald via Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap.
    In dit geval is er een gunstige beslissing nodig van de toelatingsklassenraad over de keuze van de studierichting;
  • als je geslaagd bent in het 2de leerjaar van de 3de graad BSO.
    In dit geval is een gunstige beslissing nodig van de toelatingsklassenraad;
  • als je leerling bent van het buitengewoon secundair onderwijs (Opleidingsvorm 1, 2, 3). In dit geval is er een gunstige beslissing nodig van de toelatingsklassenraad. In afwachting van deze beslissing wordt de leerling onder ontbindende voorwaarde ingeschreven.
De toelatingsklassenraad kan, onder bepaalde voorwaarden,  de gevolgen van een behaald B- of C-attest ongedaan maken.

Kom je uit een niet-Vlaamse onderwijsinstelling (buitenlandse -, Frans- of Duitstalige school in België) of uit een onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers (OKAN), dan kan de toelatingsklassenraad van de school je toelaten tot dit leerjaar.
Dit moet beslist worden binnen de 25 lesdagen vanaf je start in dat leerjaar.

Vanaf schooljaar 2014-2015 mag je, om toegelaten te worden, de leeftijd van 25 jaar niet hebben bereikt.
Je mag secundair onderwijs volgen tot het einde van het schooljaar waarin je 25 wordt.  
De leeftijdsgrens telt niet:

  • als je in 2013-2014 voltijds gewoon secundair onderwijs hebt gevolgd en vanaf het schooljaar 2014-2015 je secundaire studies verderzet; 
  • in de voorbereidende jaren op het hoger onderwijs, Se-n-Se-jaren, specialisatiejaren, het naamloos leerjaar en deze opleidingen van de derde graad TSO: optiektechnieken, orthopedietechnieken en tandtechnieken.

 

Tweede leerjaar derde graad

Je wordt toegelaten:

  • als je geslaagd bent in het 1ste leerjaar van de 3de graad ASO van dezelfde studierichting;
  • als je geslaagd bent in het 1ste leerjaar van de 3de graad ASO van een andere studierichting van hetzelfde studiegebied.
    In dit geval is een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad nodig.
  • als je geslaagd bent in het 1ste leerjaar van de 3de graad ASO, TSO of KSO in een studierichting van een ander studiegebied.
    In dit geval is een gunstige beslissing nodig van de toelatingsklassenraad na kennisname van advies delibererende klassenraad van studierichting die leerling in 1ste leerjaar van 3de graad met vrucht heeft gevolgd en deze beslissing is gebaseerd op ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige redenen.
De toelatingsklassenraad kan, onder bepaalde voorwaarden,  de gevolgen van een behaald B- of C-attest ongedaan maken.

In afwijking van voorgaande voorwaarden kunnen leerlingen met tekorten voor bepaalde programmaonderdelen in het onderliggend leerjaar worden toegelaten.
In dit geval is een gunstige beslissing nodig van de toelatingsklassenraad van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert na overleg met de delibererende klassenraad van het structuuronderdeel waaruit hij komt. De inrichtende macht beslist of de school gebruik maakt van deze afwijkingsmogelijkheid.
De bedoeling is rekening te houden in individuele gevallen met specifieke onderwijskundige of organisatorische argumenten en meer individuele leertrajecten aan te bieden.
Als de school van die afwijking gebruik maakt gelden volgende uitzonderlijke modaliteiten:

• de tekorten moeten weggewerkt zijn vóór het einde van het 2de leerjaar van de 3de graad (bv. via remediëring, bijkomende opdrachten, ...).
• in het 1ste leerjaar wordt het oriënteringsattest vervangen door het attest regelmatige lesbijwoning
• beslist de delibererende klassenraad van het 2de leerjaar van de 3de graad om een oriënteringsattest A van het 1ste leerjaar toe te kennen aan leerlingen die tekorten van het 1ste leerjaar hebben weggewerkt maar niet geslaagd zijn in het 2de leerjaar.

Leerlingen met een attest van regelmatige lesbijwoning over het 1ste leerjaar van de 3de graad, binnen het systeem van uitstel van de delibererende klassenraad tot het einde van desbetreffende graad, worden ook toegelaten.

Kom je uit een niet-Vlaamse onderwijsinstelling (buitenlandse -, Frans- of Duitstalige school in België) of uit een onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers (OKAN), dan kan de toelatingsklassenraad van de school je toelaten tot dit leerjaar.
Dit moet beslist worden binnen de 25 lesdagen vanaf je start in dat leerjaar.

Vanaf schooljaar 2014-2015 mag je, om toegelaten te worden, de leeftijd van 25 jaar niet hebben bereikt.
Je mag secundair onderwijs volgen tot het einde van het schooljaar waarin je 25 wordt.  
De leeftijdsgrens telt niet:

  • als je in 2013-2014 voltijds gewoon secundair onderwijs hebt gevolgd en vanaf het schooljaar 2014-2015 je secundaire studies verderzet; 
  • in de voorbereidende jaren op het hoger onderwijs, Se-n-Se-jaren, specialisatiejaren, het naamloos leerjaar en deze opleidingen van de derde graad TSO: optiektechnieken, orthopedietechnieken en tandtechnieken.

Wat kan je behalen na "Humane wetenschappen" ?


Eerste leerjaar derde graad

Je kan één van volgende Oriënteringsattesten behalen: A of C:

  • een Oriënteringsattest A als je GESLAAGD bent;
  • een Oriënteringsattest C als je NIET GESLAAGD bent;
  • een Attest van regelmatige lesbijwoning. Indien een school werkt volgens ‘het systeem van uitstel van de delibererende klassenraad tot het einde van een graad’, krijg je hiermee toelating tot het 2de leerjaar van de 3de graad.

Tweede leerjaar derde graad

Je behaalt:

  • een Diploma Secundair Onderwijs, als je GESLAAGD bent.
  • een Oriënteringsattest C als je NIET GESLAAGD bent.
  • een getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer wanneer de delibererende klassenraad beslist dat je voldaan hebt voor het programma bedrijfsbeheer.
    Let wel: de mogelijkheid wordt voorzien om dit getuigschrift uit te reiken.
    Dit is geen verplichting!

Mag ik tijdens het schooljaar nog veranderen ?


Eerste leerjaar derde graad

Veranderen van school mag altijd.
Tot en met 15 januari mag je binnen hetzelfde leerjaar veranderen van onderwijsvorm en/of studierichting.
In uitzonderlijke gevallen* kan de toelatingsklassenraad een overgang toestaan na 15 januari.

 

Tweede leerjaar derde graad

Veranderen van school mag altijd.
Veranderen van richting is in principe niet toegelaten!.
In uitzonderlijke gevallen* kan de toelatingsklassenraad een overgang toestaan.

* Wanneer een overgang van studierichting en/of onderwijsvorm echt aangewezen is voor een individuele leerling, kan de toelatingsklassenraad een overgang toestaan. 
Het is onmogelijk een limitatieve lijst van ‘uitzonderlijke gevallen’ voor op te stellen. Na kennisname van het advies van de begeleidende klassenraad van de studierichting die de leerling tot dan toe volgt, beslist de toelatingsklassenraad of er ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige redenen zijn. 
Zo kunnen bv. een verhuis naar een regio waar de tot dan toe gevolgde studierichting niet bestaat, psychische problemen die verband houden met een foute studiekeuze, studieverandering omwille van de aansluiting met een studiekeuze hoger onderwijs  of een allergie aan producten die eigen zijn aan de opleiding… geldige redenen zijn.

Wat na "Humane wetenschappen" ?

De uitwegen na deze studierichting zijn ruim.
Enkel verder studeren in zuiver wiskundig-wetenschappelijke richtingen is niet evident.
De meest logische vervolgopleidingen situeren zich in de sociale richtingen van het hoger professioneel (studiegebieden Sociaal-Agogisch werk en Onderwijs) en het academisch onderwijs (sociologie, psychologie, pedagogie, geschiedenis, ...).

Professionele Bachelors

Na het aso zijn in principe alle professionele bachelors haalbaar; extra inspanning voor sommige vakken kan, afhankelijk van je vooropleiding en gemaakte keuze, nodig zijn. Het zal dan meestal gaan over technische vakken of praktijk. 
Uiteraard spelen je inzet en competenties een grote rol.  De studierendementscijfers die bij elke richting vermeld worden onder het gelijknamige tabblaadje, informeren je over gemaakte keuzes en gemiddeld studiesucces.

Academische Bachelors

Bij de keuze voor academisch hoger onderwijs moet je rekening houden met de gemaakte keuzes tijdens het aso.
Heb je bv. een minimumprogramma wiskunde of wetenschappen gevolgd, dan is een keuze voor richtingen met een sterke component wiskunde of wetenschappen niet aan te raden, maar, afhankelijk van je inzet en capaciteiten, daarom niet onmogelijk. Eventueel kunnen vakantiecursussen ook helpen. In sommige situaties kan een voorbereidend jaar aangewezen zijn.
Een talenopleiding is mogelijk na elke aso-opleiding. Daarnaast zijn er ook richtingen die geen specifieke vooropleiding vergen (bv. rechten, geschiedenis, communicatiewetenschappen ..) en die na elke aso-richting mogelijk zijn.
De studierendementscijfers die bij elke richting vermeld worden onder het gelijknamige tabblaadje, informeren je over gemaakte keuzes en gemiddeld studiesucces.

Voorbereidend jaar

In het aso en kso zijn er 7de jaren ingericht als voorbereidend jaar op het hoger onderwijs.
In het aso gaat het om het jaar Bijzonder wetenschappelijke vorming, dat tekorten in de vooropleiding wiskunde en wetenschappen wil bijwerken. In het kso zijn het jaren die voorbereiden op de artistieke toelatingsproeven van het hoger kunstonderwijs.

HBO

De overstap van het aso naar het hbo is niet echt logisch, maar kan uiteraard.
Het hoger beroepsonderwijs positioneert zich op niveau 5 van de Vlaamse kwalificatiestructuur; vandaar de roepnaam HBO5. Het maakt deel uit van het hoger onderwijs en situeert zich qua niveau net onder de professionele bachelor. 
De opleidingen uit het HBO bereiden voor op het uitoefenen van een beroep.
Er zijn twee soorten:
- de hogere opleidingen van het Volwassenenonderwijs
- de opleiding Verpleegkunde.
Let wel dat de toelatingsvoorwaarden voor beide soorten verschillen, maar met een diploma secundair kan je altijd starten in elke opleiding van het HBO5. 

Se-n-Se

Se-n-Se bestaat enkel in het tso en kso. De overstap van het aso naar een Se-n-Se-jaar is onlogisch en kan wettelijk enkel als de toelatingsklassenraad van de school dit toestaat.

Er worden in dit studiegebied geen/andere Se-n-Se opleidingen georganiseerd.

7de specialisatiejaren BSO

De overstap van het aso naar een 7de jaar bso is totaal onlogisch en kan wettelijk enkel als de toelatingsklassenraad van de school dit toestaat.

Er worden in dit studiegebied geen/andere 7de specialisatiejaren BSO georganiseerd.

 

Uiteraard zijn nog andere keuzes mogelijk.
Er zijn ook nog verdere opleidingsmogelijkheden in het Se-n-Se, HBO5 Verpleegkunde, HBO5 in het Volwassenenonderwijs, bij Syntra, bij VDAB, bij Defensie, Politie, ...

Studierendement

Professionele bachelor Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Agro- en Biotechnologie 163 0,62% 73,99% 8 13 20 34 80 8
Audiovisuele kunsten 54 0,20% 68,27% 3 5 9 14 21 2
Audiovisuele technieken: Film, tv en video 50 0,19% 65,37% 2 3 7 17 15 6
Audiovisuele technieken: Fotografie 42 0,16% 64,83% 5 4 1 13 16 3
Bedrijfsmanagement 1000 3,78% 70,38% 75 86 98 240 442 59
Beeldende vormgeving 53 0,20% 69,61% 2 8 4 9 28 2
Biomedische laboratoriumtechnologie 90 0,34% 50,68% 6 18 18 23 15 10
Bouw 32 0,12% 58,08% 4 5 4 4 11 4
Business Management 1000 3,78% 70,38% 75 86 98 240 442 59
Business Management Marketing (E) 1000 3,78% 70,38% 75 86 98 240 442 59
Communicatiemanagement 636 2,41% 77,80% 29 39 46 114 370 38
Digital Arts and Entertainment 111 0,42% 55,90% 12 22 11 27 30 9
Ergotherapie 653 2,47% 83,52% 17 33 41 111 436 15
Grafische en digitale media 153 0,58% 71,20% 9 21 13 30 68 12
Hotelmanagement 47 0,18% 73,56% 2 5 4 4 26 6
Interieurvormgeving 154 0,58% 83,78% 6 5 14 11 97 21
International Business Management (E) 1000 3,78% 70,38% 75 86 98 240 442 59
Journalistiek 304 1,15% 78,34% 20 16 20 48 184 16
Kleuteronderwijs 711 2,69% 85,99% 29 17 45 101 502 17
Lager onderwijs 2099 7,94% 80,90% 73 117 151 385 1309 64
Landschaps- en tuinarchitectuur 32 0,12% 73,92% 2 4 3 5 15 3
Logopedie en audiologie 495 1,87% 76,42% 20 27 59 114 263 12
Maatschappelijke veiligheid 57 0,22% 75,79% 4 1 7 16 28 1
Medische beeldvorming 32 0,12% 60,78% 6 2 4 7 11 2
Multimedia en communicatietechnologie 111 0,42% 55,90% 12 22 11 27 30 9
Office management 302 1,14% 75,58% 18 26 23 58 160 17
Orthopedagogie 1551 5,87% 85,20% 40 69 82 219 1103 38
Pedagogie van het jonge kind 99 0,37% 79,22% 5 8 8 13 60 5
Secundair onderwijs 1329 5,03% 71,34% 101 109 128 311 596 84
Sociaal werk 2058 7,79% 80,91% 85 94 154 375 1305 45
Sociale readaptatiewetenschappen 167 0,63% 87,03% 1 4 4 36 119 3
Sport en bewegen 37 0,14% 67,71% 4 5 1 11 15 1
Toegepaste informatica 242 0,92% 51,49% 54 35 30 41 65 17
Toegepaste psychologie 1004 3,80% 76,81% 41 75 74 206 582 26
Toerisme- en recreatiemanagement 105 0,40% 77,54% 5 8 7 17 61 7
Vastgoed 69 0,26% 75,33% 4 3 7 20 32 3
Verpleegkunde 1264 4,78% 83,84% 61 37 79 204 842 41
Voedings- en dieetkunde 189 0,72% 70,08% 12 22 18 50 82 5
Vroedkunde 436 1,65% 75,82% 28 31 37 86 232 22


Academische bachelor Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Agogische wetenschappen 110 0,42% 83,40% 2 5 4 31 65 3
Archeologie 52 0,20% 35,16% 9 16 11 9 5 2
Architectuur 145 0,55% 59,77% 14 13 18 45 32 23
Audiovisuele kunsten 121 0,46% 80,71% 4 5 4 28 72 8
Beeldende kunsten 209 0,79% 73,25% 12 17 22 28 117 13
Bestuurskunde en publiek management 65 0,25% 61,54% 5 7 8 18 22 5
Biologie 36 0,14% 35,33% 5 7 11 2 4 7
Biomedische wetenschappen 72 0,27% 17,64% 20 24 11 4 1 12
Communicatiewetenschappen 754 2,85% 51,62% 129 112 104 192 188 29
Criminologische wetenschappen 746 2,82% 55,04% 134 81 98 183 225 25
Diergeneeskunde 65 0,25% 29,37% 15 27 3 14 3 3
Farmaceutische wetenschappen 37 0,14% 37,95% 2 12 7 6 3 7
Geschiedenis 607 2,30% 49,92% 96 113 89 136 144 29
Handelswetenschappen 115 0,44% 45,08% 12 26 25 16 25 11
Industriële wetenschappen 35 0,13% 29,75% 4 9 8 4 1 9
Interieurarchitectuur 168 0,64% 77,60% 9 9 16 37 80 17
Kunstwetenschappen 134 0,51% 47,05% 20 25 24 27 27 11
Lichamelijke opvoeding en bewegingswetenschappen 86 0,33% 50,63% 8 13 17 31 11 6
Logopedische en audiologische wetenschappen 65 0,25% 46,17% 10 12 14 8 12 9
Moraalwetenschappen 30 0,11% 68,94% 2 3 3 9 12 1
Muziek 67 0,25% 80,60% 2 1 5 13 41 5
Onderwijskunde 32 0,12% 75,70% 1 2 3 5 19 2
Oosterse talen en culturen 48 0,18% 37,69% 9 11 9 12 2 5
Pedagogische wetenschappen 563 2,13% 67,58% 42 48 56 159 227 31
Politieke wetenschappen 336 1,27% 51,74% 55 49 51 95 74 12
Politieke wetenschappen en Sociologie 231 0,87% 55,94% 28 34 37 67 62 3
Psychologie 1841 6,97% 57,77% 214 260 208 476 608 75
Rechten 1493 5,65% 43,99% 290 309 252 288 297 57
Revalidatiewetenschappen en kinesitherapie 441 1,67% 46,10% 75 82 76 85 81 42
Sociaal-economische wetenschappen 69 0,26% 48,98% 6 12 15 18 11 7
Sociologie 269 1,02% 58,04% 39 30 36 82 76 6
Taal- en letterkunde 434 1,64% 52,41% 67 77 56 78 121 35
Taal- en regiostudies 55 0,21% 39,81% 9 16 9 7 11 3
Toegepaste economische wetenschappen 56 0,21% 30,18% 10 13 20 5 4 4
Toegepaste taalkunde 341 1,29% 48,37% 50 69 44 61 78 39
Wijsbegeerte 113 0,43% 54,30% 16 16 19 24 32 6

Per studierichting die je kan volgen in het secundair onderwijs kan je hier bekijken wat de studieresultaten zijn als die leerlingen beginnen in een bacheloropleiding in het hoger onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.

Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het studierendement. De tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het hoger onderwijs weer van studenten uit deze secundaire studierichting. Dit is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% = de studenten uit deze secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.

Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit deze secundaire studierichting dat zich inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit deze secundaire studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.

Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.

extra info over studierendement


bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming

Wanneer bachelordiploma behaald?

Bachelordiploma behaald Geen bachelordiploma behaald
Professionele bachelor Academische bachelor
na 3 jaar na 4 jaar na 5 jaar na 3 jaar na 4 jaar na 5 jaar na 5 jaar
28,56 % 16,42 % 8,70 % 8,90 % 5,95 % 3,14 % 28,33 %

Aantal studenten 25391
Aantal studenten rechtstreeks naar HO 23868
Participatiegraad 94,00%

Hoe dit interpreteren?

De tabel toont het percentage van leerlingen uit deze secundaire studierichting, die hun 1e bachelordiploma behalen na resp. 3, 4 of 5 academiejaren. Het behalen van een bachelordiploma betekent dat de student geslaagd verklaard is voor het geheel van de bacheloropleiding.
In de berekeningen worden enkel jongeren meegenomen die zich onmiddellijk na het secundair onderwijs, voor het eerst in een academische of professionele bachelor inschrijven met een diplomacontract, aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.
De cijfers hebben betrekking op de generatiestudenten periode van 2006-2007 tot en met 2011-2012.

Uitleg:

28,56 % van de studenten die onmiddellijk na deze secundaire studierichting gestart zijn in een bacheloropleiding (professionele of academische bachelor), behaalt na drie jaar een diploma van professionele bachelor.

Geen bachelordiploma behaald:

28,33 %van de studenten die onmiddellijk na deze secundaire studierichting gestart zijn in hetzij een professionele hetzij een academische bachelor, behaalde geen diploma binnen de 5 jaar.

Opgelet:

  • Enkel het eerst behaalde bachelordiploma wordt meegeteld. Enkel als een student in hetzelfde academiejaar een eerste academische bachelor én een eerste professionele bachelor behaalt, worden beide diploma’s meegeteld. 
  • Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (minimum 30) uit deze secundaire studierichting onmiddellijk overstapt naar een bachelor, worden de cijfers weergegeven. . Bij minder studenten zijn de cijfers weinig betekenisvol.
  • Deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het behalen van een bachelordiploma.

bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming