Revalidatiewetenschappen en kinesitherapie : Neurologische aandoeningen - Master

 

VUB


KU Leuven


UHasselt

Universiteit Antwerpen


Studiepunten

120

Revalidatiewetenschappen en kinesitherapie : Neurologische aandoeningen - Master

Algemene info

VUB


KU Leuven


UHasselt

Universiteit Antwerpen


Studiepunten

120

Taal

TOELATINGSVOORWAARDEN

Het bezit van de graad van bachelor, verworven in een academische gerichte bacheloropleiding, geeft recht op een rechtstreekse toegang tot minstens één masteropleiding.
Andere manieren om van een bachelor door te stromen naar een master:

  • na een professioneel gerichte bacheloropleiding dient er een schakelprogramma te worden gevolgd. 
  • na een academische bacheloropleiding met een andere kwalificatie dient er eventueel een voorbereidingsprogramma te worden gevolgd.

Extra taalvoorwaarden voor internationale studenten

De onderwijsinstellingen kunnen het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis voor houders van een buitenlands diploma.

Situering

Opleiding: Revalidatiewetenschappen en kinesitherapie 

Afstudeerrichting: Neurologische aandoeningen

Studieniveau: Master - HO

Specificatie: Master of Science

Studiegebied: Bewegings- en Revalidatiewetenschappen

Belangstellingsdomeinen: Exacte wetenschappen, Medische activiteiten, Sociaal dienstbetoon, Sport,

Schoolvakken SO: Lichamelijke opvoeding, Sport,

Vervolgopleidingen

Na een masteropleiding kan je, binnen het hoger onderwijs, verder studeren in:


een master-na-master

Volgende Ma-na-Ma's sluiten aan op Revalidatiewetenschappen en kinesitherapie: Neurologische aandoeningen


Eventueel zijn er nog andere mogelijkheden op basis van uw gevolgd studietraject. Raadpleeg de hogeschool voor meer informatie.


een postgraduaat

De toelating tot een postgraduaat verschilt per opleiding. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per opleiding.


een bachelor-na-bachelor

Volgende Ba-na-Ba's sluiten aan op Revalidatiewetenschappen en kinesitherapie: Neurologische aandoeningen




Eventueel zijn er nog andere mogelijkheden op basis van uw gevolgd studietraject. Raadpleeg de hogeschool voor meer informatie.


een lerarenopleiding

Na een masteropleiding kan je via een verkorte educatieve masteropleiding leraar worden. Deze opleiding neemt 60 studiepunten in beslag en wordt georganiseerd door een universiteit. Meer info.

Flexibele leersystemen

Deze opleiding kan ook gevolgd worden in een flexibel leersysteem. Je ziet hier per onderwijsinstelling de mogelijkheden.

Vrije Universiteit Brussel, Brussels Humanities, Sciences & Engineering Campus

Avondonderwijs

Universiteit Antwerpen, Stadscampus

Werkstudententraject

KU Leuven

Werkstudententraject

Instellingen

Pleinlaan 2  1050 Elsene
02 629 20 10    


Prinsstraat 13  2000 Antwerpen
03 265 48 72    


  
Naamsestraat 22  3000 Leuven
016 32 40 10    


Agoralaan  3590 Diepenbeek
011 26 81 11    


Beroepsuitwegen

Als master in de revalidatiewetenschappen en de kinesitherapie kun je verschillende wegen uit.
Je kunt in dienstverband gaan werken of je vestigen als zelfstandig therapeut.
In dienstverband kun je terecht in tal van verzorgingsinstellingen zoals poliklinieken en ziekenhuizen voor orthopedische en fysiotherapeutische behandelingen, voor behandelingen na een hartinfarct of chirurgische ingreep, voor behandeling van spierziekten en verlammingen; in kraaminrichtingen voor pre- en postnatale oefeningen, in centra voor rehabilitatie en revalidatie na arbeids- of verkeersongevallen, in centra voor hersenverlamde kinderen en voor nabehandeling van poliomyelitis.
Verder kun je aan de slag in instituten voor buitengewoon onderwijs en voor personen met een motorische handicap, in consultatiebureaus voor personen met een handicap (motorisch onderzoek) en in sportverenigingen.
Je komt trouwens ook in aanmerking voor commerciële functies.
Dat kan bijvoorbeeld in bedrijven die toeleverancier zijn van de ziekenhuissector.
Je kunt je natuurlijk ook vestigen als zelfstandige kinesitherapeut of je associëren in een bestaande praktijk. Een nauwe samenwerking met een arts is hierbij aangewezen, omdat alleen behandelingen die op doktersadvies worden uitgevoerd voor een gedeeltelijke terugbetaling door het ziekenfonds in aanmerking komen.

Hier een overzicht van mogelijke aansluitende beroepen uit de beroependatabase van onderwijskiezer. 
Er kunnen steeds nog andere mogelijkheden zijn.
Klik op een beroep voor meer informatie.

Mogelijke beroepen

Kinesitherapeut ( knelpuntberoep)
Psychomotorisch therapeut

Studierendement

Studierichting 3e graad SO Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Biotechnische wetenschappen (TSO) 38 2,83 65,15 4 4 2 16 10 2
Economie-moderne talen (ASO) 315 1,15 54,91 33 54 52 79 79 18
Economie-moderne talen (ASO) 80 0,29 21,65 21 23 17 6 1 12
Economie-wetenschappen (ASO) 170 5,20 65,40 7 18 30 52 60 3
Economie-wiskunde (ASO) 102 1,53 69,79 2 7 16 32 41 4
Gezondheids- en welzijnswetenschappen (TSO) 89 1,37 40,62 17 17 17 15 13 10
Grieks-wiskunde (ASO) 39 2,54 84,62 0 1 3 9 25 1
Humane wetenschappen (ASO) 335 1,28 55,69 33 50 63 78 92 19
Humane wetenschappen (ASO) 82 0,31 21,70 21 23 13 9 0 16
Latijn-moderne talen (ASO) 125 1,63 62,35 8 17 17 40 40 3
Latijn-wetenschappen (ASO) 567 8,99 78,16 6 25 59 153 312 12
Latijn-wetenschappen (ASO) 31 0,49 37,67 3 10 7 1 6 4
Latijn-wiskunde (ASO) 548 4,82 82,93 8 19 43 112 353 13
Latijn-wiskunde (ASO) 35 0,31 53,41 3 11 3 4 12 2
Lichamelijke opvoeding en sport (TSO) 439 6,19 37,28 95 104 81 83 47 29
Lichamelijke opvoeding en sport (TSO) 136 1,92 11,32 63 41 10 4 0 18
Moderne talen-wetenschappen (ASO) 807 7,97 70,18 30 74 115 220 352 16
Moderne talen-wetenschappen (ASO) 102 1,01 25,44 19 30 32 7 2 12
Moderne talen-wiskunde (ASO) 51 4,43 75,05 1 3 6 15 25 1
Sociale en technische wetenschappen (TSO) 162 0,65 42,09 35 33 23 30 26 15
Sociale en technische wetenschappen (TSO) 45 0,18 14,92 14 17 2 3 0 9
Sportwetenschappen (ASO) 540 17,32 62,39 34 76 88 142 188 12
Sportwetenschappen (ASO) 72 2,31 19,62 21 24 14 7 0 6
Techniek-wetenschappen (TSO) 156 3,41 54,41 18 28 26 35 43 6
Techniek-wetenschappen (TSO) 43 0,94 27,90 7 16 11 3 2 4
Wetenschappen-wiskunde (ASO) 2421 6,24 77,75 54 113 270 603 1 331 50
Wetenschappen-wiskunde (ASO) 204 0,53 34,71 26 59 54 25 17 23

Per bacheloropleiding die je kan volgen in het hoger onderwijs kan je hier bekijken wat de resultaten zijn van afgestudeerden uit verschillende studierichtingen uit het secundair onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.

Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het studierendement. Onderstaande tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het hoger onderwijs weer van studenten uit een secundaire studierichting. Dit is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorie├źn: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% = de studenten uit een secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.

Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit een secundaire studierichting dat zich inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit een secundaire studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.

Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.

extra info over studierendement



bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming


Gegevens bijgewerkt tot 25-09-2019

Revalidatiewetenschappen en kinesitherapie : Neurologische aandoeningen - Master

Algemene info

VUB


KU Leuven


UHasselt

Universiteit Antwerpen


Studiepunten

120

Taal

TOELATINGSVOORWAARDEN

Het bezit van de graad van bachelor, verworven in een academische gerichte bacheloropleiding, geeft recht op een rechtstreekse toegang tot minstens één masteropleiding.
Andere manieren om van een bachelor door te stromen naar een master:

  • na een professioneel gerichte bacheloropleiding dient er een schakelprogramma te worden gevolgd. 
  • na een academische bacheloropleiding met een andere kwalificatie dient er eventueel een voorbereidingsprogramma te worden gevolgd.

Extra taalvoorwaarden voor internationale studenten

De onderwijsinstellingen kunnen het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis voor houders van een buitenlands diploma.

Situering

Opleiding: Revalidatiewetenschappen en kinesitherapie 

Afstudeerrichting: Neurologische aandoeningen

Studieniveau: Master - HO

Specificatie: Master of Science

Studiegebied: Bewegings- en Revalidatiewetenschappen

Belangstellingsdomeinen: Exacte wetenschappen, Medische activiteiten, Sociaal dienstbetoon, Sport,

Schoolvakken SO: Lichamelijke opvoeding, Sport,

Vervolgopleidingen

Na een masteropleiding kan je, binnen het hoger onderwijs, verder studeren in:


een master-na-master

Volgende Ma-na-Ma's sluiten aan op Revalidatiewetenschappen en kinesitherapie: Neurologische aandoeningen


Eventueel zijn er nog andere mogelijkheden op basis van uw gevolgd studietraject. Raadpleeg de hogeschool voor meer informatie.


een postgraduaat

De toelating tot een postgraduaat verschilt per opleiding. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per opleiding.


een bachelor-na-bachelor

Volgende Ba-na-Ba's sluiten aan op Revalidatiewetenschappen en kinesitherapie: Neurologische aandoeningen




Eventueel zijn er nog andere mogelijkheden op basis van uw gevolgd studietraject. Raadpleeg de hogeschool voor meer informatie.


een lerarenopleiding

Na een masteropleiding kan je via een verkorte educatieve masteropleiding leraar worden. Deze opleiding neemt 60 studiepunten in beslag en wordt georganiseerd door een universiteit. Meer info.

Flexibele leersystemen

Deze opleiding kan ook gevolgd worden in een flexibel leersysteem. Je ziet hier per onderwijsinstelling de mogelijkheden.

Vrije Universiteit Brussel, Brussels Humanities, Sciences & Engineering Campus

Avondonderwijs

Universiteit Antwerpen, Stadscampus

Werkstudententraject

KU Leuven

Werkstudententraject

Instellingen

Pleinlaan 2  1050 Elsene
02 629 20 10    


Prinsstraat 13  2000 Antwerpen
03 265 48 72    


  
Naamsestraat 22  3000 Leuven
016 32 40 10    


Agoralaan  3590 Diepenbeek
011 26 81 11    


Beroepsuitwegen

Als master in de revalidatiewetenschappen en de kinesitherapie kun je verschillende wegen uit.
Je kunt in dienstverband gaan werken of je vestigen als zelfstandig therapeut.
In dienstverband kun je terecht in tal van verzorgingsinstellingen zoals poliklinieken en ziekenhuizen voor orthopedische en fysiotherapeutische behandelingen, voor behandelingen na een hartinfarct of chirurgische ingreep, voor behandeling van spierziekten en verlammingen; in kraaminrichtingen voor pre- en postnatale oefeningen, in centra voor rehabilitatie en revalidatie na arbeids- of verkeersongevallen, in centra voor hersenverlamde kinderen en voor nabehandeling van poliomyelitis.
Verder kun je aan de slag in instituten voor buitengewoon onderwijs en voor personen met een motorische handicap, in consultatiebureaus voor personen met een handicap (motorisch onderzoek) en in sportverenigingen.
Je komt trouwens ook in aanmerking voor commerciële functies.
Dat kan bijvoorbeeld in bedrijven die toeleverancier zijn van de ziekenhuissector.
Je kunt je natuurlijk ook vestigen als zelfstandige kinesitherapeut of je associëren in een bestaande praktijk. Een nauwe samenwerking met een arts is hierbij aangewezen, omdat alleen behandelingen die op doktersadvies worden uitgevoerd voor een gedeeltelijke terugbetaling door het ziekenfonds in aanmerking komen.

Hier een overzicht van mogelijke aansluitende beroepen uit de beroependatabase van onderwijskiezer. 
Er kunnen steeds nog andere mogelijkheden zijn.
Klik op een beroep voor meer informatie.

Mogelijke beroepen

Kinesitherapeut ( knelpuntberoep)
Psychomotorisch therapeut

Studierendement

Studierichting 3e graad SO Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Biotechnische wetenschappen (TSO) 38 2,83 65,15 4 4 2 16 10 2
Economie-moderne talen (ASO) 315 1,15 54,91 33 54 52 79 79 18
Economie-moderne talen (ASO) 80 0,29 21,65 21 23 17 6 1 12
Economie-wetenschappen (ASO) 170 5,20 65,40 7 18 30 52 60 3
Economie-wiskunde (ASO) 102 1,53 69,79 2 7 16 32 41 4
Gezondheids- en welzijnswetenschappen (TSO) 89 1,37 40,62 17 17 17 15 13 10
Grieks-wiskunde (ASO) 39 2,54 84,62 0 1 3 9 25 1
Humane wetenschappen (ASO) 335 1,28 55,69 33 50 63 78 92 19
Humane wetenschappen (ASO) 82 0,31 21,70 21 23 13 9 0 16
Latijn-moderne talen (ASO) 125 1,63 62,35 8 17 17 40 40 3
Latijn-wetenschappen (ASO) 567 8,99 78,16 6 25 59 153 312 12
Latijn-wetenschappen (ASO) 31 0,49 37,67 3 10 7 1 6 4
Latijn-wiskunde (ASO) 548 4,82 82,93 8 19 43 112 353 13
Latijn-wiskunde (ASO) 35 0,31 53,41 3 11 3 4 12 2
Lichamelijke opvoeding en sport (TSO) 439 6,19 37,28 95 104 81 83 47 29
Lichamelijke opvoeding en sport (TSO) 136 1,92 11,32 63 41 10 4 0 18
Moderne talen-wetenschappen (ASO) 807 7,97 70,18 30 74 115 220 352 16
Moderne talen-wetenschappen (ASO) 102 1,01 25,44 19 30 32 7 2 12
Moderne talen-wiskunde (ASO) 51 4,43 75,05 1 3 6 15 25 1
Sociale en technische wetenschappen (TSO) 162 0,65 42,09 35 33 23 30 26 15
Sociale en technische wetenschappen (TSO) 45 0,18 14,92 14 17 2 3 0 9
Sportwetenschappen (ASO) 540 17,32 62,39 34 76 88 142 188 12
Sportwetenschappen (ASO) 72 2,31 19,62 21 24 14 7 0 6
Techniek-wetenschappen (TSO) 156 3,41 54,41 18 28 26 35 43 6
Techniek-wetenschappen (TSO) 43 0,94 27,90 7 16 11 3 2 4
Wetenschappen-wiskunde (ASO) 2421 6,24 77,75 54 113 270 603 1 331 50
Wetenschappen-wiskunde (ASO) 204 0,53 34,71 26 59 54 25 17 23

Per bacheloropleiding die je kan volgen in het hoger onderwijs kan je hier bekijken wat de resultaten zijn van afgestudeerden uit verschillende studierichtingen uit het secundair onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.

Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het studierendement. Onderstaande tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het hoger onderwijs weer van studenten uit een secundaire studierichting. Dit is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorie├źn: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% = de studenten uit een secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.

Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit een secundaire studierichting dat zich inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit een secundaire studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.

Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.

extra info over studierendement



bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming


Gegevens bijgewerkt tot 25-09-2019