Biowetenschappen - Academische bachelor

 

Algemene info


Biowetenschappen beoogt een theoretische benadering van de verschillende aspecten van agro-foodsector op academisch niveau.
Daarnaast kan je focussen op natuur en milieu of op huisdieren.
Het doel van de studie is dus niet het bijbrengen van een technisch-praktische handvaardigheid, wat niet uitsluit dat een groot aantal uren wordt besteed aan toepassingen en laboratoriumoefeningen.
De opleiding wordt gekenmerkt door een brede interesse voor plantaardige en dierlijke productie, verwerking van agrarische producten en milieubeheer, gestoeld op een brede wetenschappelijke vorming.
In het 1ste jaar ligt de klemtoon op exacte wetenschappen als wiskunde, fysica en chemie.
De biologische vakken anatomie en fysiologie van plant en dier krijgen ook bijzondere aandacht.
In het 2de jaar komen daar nog ingenieurswetenschappen, biochemie, genetica, bodemkunde en microbiologie als belangrijke vakken bij.


Afhankelijk van de universiteit worden keuzetrajecten georganiseerd.
Een overzicht vind je onder het gelijknamige tabblaadje.


Voor wie?
Het spreekt voor zich dat een uitgesproken interesse voor wiskunde en wetenschappen onontbeerlijk is voor al wie een ingenieursstudie wil aanvatten.
Een voorkennis van minstens 4 uur wiskunde per week (in het secundair) ten sterkste aangeraden.
Een specifieke voorkennis van opleidingsonderdelen zoals mechanica, elektriciteit en chemie is niet noodzakelijk.
 


De universiteiten organiseren voor kandidaat-studenten een ijkingstoets
Bedoeling is vrijblijvend te peilen naar uw niveau voor wiskunde en wetenschappen. 
Voor info: http://www.ijkingstoets.be 



Studiepunten

180 (bachelor) + 60 (master)

Biowetenschappen - Academische bachelor

Algemene info


Biowetenschappen beoogt een theoretische benadering van de verschillende aspecten van agro-foodsector op academisch niveau.
Daarnaast kan je focussen op natuur en milieu of op huisdieren.
Het doel van de studie is dus niet het bijbrengen van een technisch-praktische handvaardigheid, wat niet uitsluit dat een groot aantal uren wordt besteed aan toepassingen en laboratoriumoefeningen.
De opleiding wordt gekenmerkt door een brede interesse voor plantaardige en dierlijke productie, verwerking van agrarische producten en milieubeheer, gestoeld op een brede wetenschappelijke vorming.
In het 1ste jaar ligt de klemtoon op exacte wetenschappen als wiskunde, fysica en chemie.
De biologische vakken anatomie en fysiologie van plant en dier krijgen ook bijzondere aandacht.
In het 2de jaar komen daar nog ingenieurswetenschappen, biochemie, genetica, bodemkunde en microbiologie als belangrijke vakken bij.


Afhankelijk van de universiteit worden keuzetrajecten georganiseerd.
Een overzicht vind je onder het gelijknamige tabblaadje.


Voor wie?
Het spreekt voor zich dat een uitgesproken interesse voor wiskunde en wetenschappen onontbeerlijk is voor al wie een ingenieursstudie wil aanvatten.
Een voorkennis van minstens 4 uur wiskunde per week (in het secundair) ten sterkste aangeraden.
Een specifieke voorkennis van opleidingsonderdelen zoals mechanica, elektriciteit en chemie is niet noodzakelijk.
 


De universiteiten organiseren voor kandidaat-studenten een ijkingstoets
Bedoeling is vrijblijvend te peilen naar uw niveau voor wiskunde en wetenschappen. 
Voor info: http://www.ijkingstoets.be 



Studiepunten

180 (bachelor) + 60 (master)

Instellingen die de opleiding organiseren met keuzetraject(en):

Onderwijskiezer ziet een keuzetraject als een existentieel deel van de opleiding, dat mede de eigenheid van die opleiding bepaalt. We stellen geen voorwaarden van een minimum aantal studiepunten, maar het gaat wel altijd om een pakket van meerdere vakken.

KU Leuven - Campus Geel

Animal life

Landbouwkunde

Natuur en milieu

Tuinbouwkunde

Voedingsindustrie


Universiteit Gent - Campus Gent

Biotechnologie

Landbouwkunde

Tuinbouwkunde

Voedingsindustrie




Taal

TOELATINGSVOORWAARDEN

Je wordt rechtstreeks toegelaten als je in het bezit bent van één van onderstaande diploma's:

  • een diploma van secundair onderwijs;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs voor sociale promotie (met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid);
  • een buitenlands diploma of getuigschrift dat gelijkwaardig verklaard is met één van bovenstaande.

    Uitzonderingen:
  • Er is een toelatingsproef voor de bacheloropleidingen in de studiegebieden Geneeskunde en Tandheelkunde (info: toelatingsexamenartstandarts.be);
  • Er zijn bekwaamheidsproeven (artistieke toelatingsproeven) om toegelaten te worden tot de opleidingen in de studiegebieden 'Audiovisuele en beeldende kunst' en 'Muziek en podiumkunsten'.
  • Er is een verplichte niet bindende toelatingsproef voor de bacheloropleidingen Ingenieurswetenschappen en Ingenieurswetenschappen-Architectuur en Diergeneeskunde.

Afwijkende toelatingsvoorwaarden:
De onderwijsinstellingen hebben een reglement moeten opstellen voor kandidaten die niet aan de algemene toelatingsvoorwaarden voldoen.
Dit reglement kan je bij de instelling van je keuze opvragen.
De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen gebaseerd zijn op:
1. humanitaire redenen;
2. medische, psychische of sociale redenen ;
3. het algemeen niveau van de kandidaat, getoetst op de door het instellingsbestuur bepaalde wijze (bv. een gesprek, een proef, ..).
Weet wel dat dergelijke toelating niet gelijkgesteld is aan het diploma secundair onderwijs!!  

Extra taalvoorwaarden voor internationale studenten

De onderwijsinstellingen kunnen het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis voor houders van een buitenlands diploma.
Meer info vind u bij de organiserende onderwijsinstellingen en onder het tabblaadje 'International students'.

Situering

Opleiding: Biowetenschappen 

Studieniveau: Academische bachelor - HO

Specificatie: Bachelor of Science

Studiegebied: Biotechniek

Belangstellingsdomeinen: Exacte wetenschappen, Techniek, Wiskunde-cijferwerk,

Schoolvakken SO: Biologie, Biotechniek, Chemie, Landbouw, Tuinbouw, Voeding,

Vervolgopleidingen


een masteropleiding

Na een academisch gerichte bacheloropleiding ga je normalerwijze een masteropleiding volgen. Een master omvat minstens 60 studiepunten. Masters zijn altijd academisch gericht, maar kunnen ook een professionele gerichtheid hebben. Onderwijskiezer vermeldt hier de masters van het studiegebied van deze opleiding. Let wel dat je niet automatisch in al deze masters toegelaten wordt! Het kan zijn dat je eerst een voorbereidingsprogramma moet volgen.

Masteropleidingen binnen dit studiegebied








een postgraduaat

Verder studeren kan ook in een postgraduaat. Dit is een opleiding van minstens 20 studiepunten.. Het geeft recht op een getuigschrift. Bedoeling is: verdere professionele vorming, verbreding of verdieping van de reeds verworven competenties.  Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelating tot een postgraduaat verschilt per opleiding. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per opleiding.


een bachelor-na-bacheloropleiding (Ba-na-Ba)

Verder studeren kan ook in een Ba-na-Ba. Dit is een verdere specialisatie, aansluitend op je basisopleiding en omvat minstens 60 studiepunten. Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelatingsvoorwaarden kunnen verschillen per opleiding.


een verkorte bachelor/master

Wanneer je een andere bachelor/master wilt behalen, kan dat soms via een verkort traject. Je behaalt dan het diploma op kortere termijn. De verkorte bachelor/master leidt naar een volwaardig bachelor-/masterdiploma.
Voor informatie over je mogelijkheden kan je terecht bij de onderwijsinstellingen.

Mits het volgen van een voorbereidingsprogramma zijn er waarschijnlijk nog andere opleidingen mogelijk. De mogelijkheden hangen af van je vooropleiding, EVC’s, EVK’s ... Contacteer de instellingen voor hoger onderwijs voor concrete informatie.


na- of bijscholingen

Hogescholen en universiteiten hebben doorgaans ook een aanbod van diverse na- of bijscholingen. Informatie hierover vind je niet op Onderwijskiezer, maar bij de onderwijsinstelling.

Instellingen

Kleinhoefstraat 4  2440 Geel
014 80 22 40    


Sint-Pietersnieuwstraat 33  9000 Gent
09 331 00 31    


Beroepsuitwegen

Deze beschrijving veronderstelt dat je het masterniveau hebt behaald.

Het werkterrein van de master in de Biowetenschappen richt zich zowel tot de dierlijke als plantaardige sector als tot de voedingsindustrie.
Industrieën verwant aan deze sectoren vormen ook een belangrijk werkterrein.
Dit kan enerzijds zijn bij de vervaardiging van de producten die bestemd zijn voor de agro-foodindustrie zoals meststoffen, veevoeders en reinigings- en desinfectiemiddelen.
Anderzijds kan het ook gaan over valorisatie van producten afkomstig van de landbouw zoals verwerking, conservering, verduurzaming en zuivering.
Het werkterrein is sterk innovatief.
Naast de productietakken biedt ook het beheer van natuurgebieden nieuwe tewerkstellingsgebieden.

De belangrijkste uitwegen zijn:

- de agrarische en voedingsindustrieën: landbouw- en tuinbouwondernemingen, fabrieken voor meststoffen, maalderij- en veevoederbedrijven, brouwerijen en gistingsbedrijven, zuivelindustrie, conserveringsbedrijven, suikerraffinaderijen, jam- en stroopfabrieken, biochemische bedrijven
- onderzoekscentra en ontwikkelingslaboratoria voor biotechnologie
- diensten van de federale of gewestelijke overheid (bv. departement Leefmilieu en Infrastructuur): ruilverkaveling, voorlichting als bedrijfsconsulent, proefstations, zuiveringsstations, ...
- handel en marketing van land- en tuinbouwproducten
- beroepsverenigingen voor de landbouw (bv. Belgische Boerenbond)
- zelfstandig land- en tuinbouwbedrijf
- ontwikkelingslanden waar nog een groot tekort is aan bio-ingenieurs
- secundair onderwijs: opleidingen land- en tuinbouw, mits het behalen van een getuigschrift van pedagogische bekwaamheid.

Hier een overzicht van mogelijke aansluitende beroepen uit de beroependatabase van onderwijskiezer.
Er kunnen steeds nog andere mogelijkheden zijn.
Klik op een beroep voor meer informatie.

Mogelijke beroepen

Industrieel ingenieur
Landbouwkundig adviseur
Landbouwkundig onderzoeker
Leidinggevende milieuzorg en sanering
Onderzoeker exacte wetenschappen
Supervisor natuurpatrimonium
Technicus veiligheid, hygiëne en leefmilieu
Verantwoordelijke eco-industriële onderneming

Vlaamse Kwalificatiestructuur

  • Kwalificaties beschrijven wat je moet kennen en kunnen om een beroep uit te oefenen, een opleiding te starten of deel te nemen aan de maatschappij. De Kwalificatiedatabank bevat alle beroepskwalificaties en onderwijskwalificaties uit de Vlaamse kwalificatiestructuur.

VKS - Onderwijskwalificatie Academische Bachelor: Bachelor of Science in de biowetenschappen

Studierendement

Studierichting 3e graad SO Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Biotechnische wetenschappen (TSO) 81 5,88% 61,73% 6 8 11 24 20 12
Moderne talen-wetenschappen (ASO) 48 0,47% 60,77% 4 2 10 17 8 7
Techniek-wetenschappen (TSO) 34 0,76% 60,54% 3 4 7 8 11 1
Wetenschappen-wiskunde (ASO) 286 0,78% 79,44% 3 14 28 73 154 14

Per bacheloropleiding die je kan volgen in het hoger onderwijs kan je hier bekijken wat de resultaten zijn van afgestudeerden uit verschillende studierichtingen uit het secundair onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.

Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het studierendement. Onderstaande tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het hoger onderwijs weer van studenten uit een secundaire studierichting. Dit is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% = de studenten uit een secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.

Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit een secundaire studierichting dat zich inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit een secundaire studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.

Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.

extra info over studierendement



bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming


Gegevens bijgewerkt tot 01-02-2017

Biowetenschappen - Academische bachelor

Algemene info


Biowetenschappen beoogt een theoretische benadering van de verschillende aspecten van agro-foodsector op academisch niveau.
Daarnaast kan je focussen op natuur en milieu of op huisdieren.
Het doel van de studie is dus niet het bijbrengen van een technisch-praktische handvaardigheid, wat niet uitsluit dat een groot aantal uren wordt besteed aan toepassingen en laboratoriumoefeningen.
De opleiding wordt gekenmerkt door een brede interesse voor plantaardige en dierlijke productie, verwerking van agrarische producten en milieubeheer, gestoeld op een brede wetenschappelijke vorming.
In het 1ste jaar ligt de klemtoon op exacte wetenschappen als wiskunde, fysica en chemie.
De biologische vakken anatomie en fysiologie van plant en dier krijgen ook bijzondere aandacht.
In het 2de jaar komen daar nog ingenieurswetenschappen, biochemie, genetica, bodemkunde en microbiologie als belangrijke vakken bij.


Afhankelijk van de universiteit worden keuzetrajecten georganiseerd.
Een overzicht vind je onder het gelijknamige tabblaadje.


Voor wie?
Het spreekt voor zich dat een uitgesproken interesse voor wiskunde en wetenschappen onontbeerlijk is voor al wie een ingenieursstudie wil aanvatten.
Een voorkennis van minstens 4 uur wiskunde per week (in het secundair) ten sterkste aangeraden.
Een specifieke voorkennis van opleidingsonderdelen zoals mechanica, elektriciteit en chemie is niet noodzakelijk.
 


De universiteiten organiseren voor kandidaat-studenten een ijkingstoets
Bedoeling is vrijblijvend te peilen naar uw niveau voor wiskunde en wetenschappen. 
Voor info: http://www.ijkingstoets.be 



Studiepunten

180 (bachelor) + 60 (master)

Instellingen die de opleiding organiseren met keuzetraject(en):

Onderwijskiezer ziet een keuzetraject als een existentieel deel van de opleiding, dat mede de eigenheid van die opleiding bepaalt. We stellen geen voorwaarden van een minimum aantal studiepunten, maar het gaat wel altijd om een pakket van meerdere vakken.

KU Leuven - Campus Geel

Animal life

Landbouwkunde

Natuur en milieu

Tuinbouwkunde

Voedingsindustrie


Universiteit Gent - Campus Gent

Biotechnologie

Landbouwkunde

Tuinbouwkunde

Voedingsindustrie




Taal

TOELATINGSVOORWAARDEN

Je wordt rechtstreeks toegelaten als je in het bezit bent van één van onderstaande diploma's:

  • een diploma van secundair onderwijs;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs voor sociale promotie (met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid);
  • een buitenlands diploma of getuigschrift dat gelijkwaardig verklaard is met één van bovenstaande.

    Uitzonderingen:
  • Er is een toelatingsproef voor de bacheloropleidingen in de studiegebieden Geneeskunde en Tandheelkunde (info: toelatingsexamenartstandarts.be);
  • Er zijn bekwaamheidsproeven (artistieke toelatingsproeven) om toegelaten te worden tot de opleidingen in de studiegebieden 'Audiovisuele en beeldende kunst' en 'Muziek en podiumkunsten'.
  • Er is een verplichte niet bindende toelatingsproef voor de bacheloropleidingen Ingenieurswetenschappen en Ingenieurswetenschappen-Architectuur en Diergeneeskunde.

Afwijkende toelatingsvoorwaarden:
De onderwijsinstellingen hebben een reglement moeten opstellen voor kandidaten die niet aan de algemene toelatingsvoorwaarden voldoen.
Dit reglement kan je bij de instelling van je keuze opvragen.
De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen gebaseerd zijn op:
1. humanitaire redenen;
2. medische, psychische of sociale redenen ;
3. het algemeen niveau van de kandidaat, getoetst op de door het instellingsbestuur bepaalde wijze (bv. een gesprek, een proef, ..).
Weet wel dat dergelijke toelating niet gelijkgesteld is aan het diploma secundair onderwijs!!  

Extra taalvoorwaarden voor internationale studenten

De onderwijsinstellingen kunnen het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis voor houders van een buitenlands diploma.
Meer info vind u bij de organiserende onderwijsinstellingen en onder het tabblaadje 'International students'.

Situering

Opleiding: Biowetenschappen 

Studieniveau: Academische bachelor - HO

Specificatie: Bachelor of Science

Studiegebied: Biotechniek

Belangstellingsdomeinen: Exacte wetenschappen, Techniek, Wiskunde-cijferwerk,

Schoolvakken SO: Biologie, Biotechniek, Chemie, Landbouw, Tuinbouw, Voeding,

Vervolgopleidingen


een masteropleiding

Na een academisch gerichte bacheloropleiding ga je normalerwijze een masteropleiding volgen. Een master omvat minstens 60 studiepunten. Masters zijn altijd academisch gericht, maar kunnen ook een professionele gerichtheid hebben. Onderwijskiezer vermeldt hier de masters van het studiegebied van deze opleiding. Let wel dat je niet automatisch in al deze masters toegelaten wordt! Het kan zijn dat je eerst een voorbereidingsprogramma moet volgen.

Masteropleidingen binnen dit studiegebied








een postgraduaat

Verder studeren kan ook in een postgraduaat. Dit is een opleiding van minstens 20 studiepunten.. Het geeft recht op een getuigschrift. Bedoeling is: verdere professionele vorming, verbreding of verdieping van de reeds verworven competenties.  Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelating tot een postgraduaat verschilt per opleiding. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per opleiding.


een bachelor-na-bacheloropleiding (Ba-na-Ba)

Verder studeren kan ook in een Ba-na-Ba. Dit is een verdere specialisatie, aansluitend op je basisopleiding en omvat minstens 60 studiepunten. Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelatingsvoorwaarden kunnen verschillen per opleiding.


een verkorte bachelor/master

Wanneer je een andere bachelor/master wilt behalen, kan dat soms via een verkort traject. Je behaalt dan het diploma op kortere termijn. De verkorte bachelor/master leidt naar een volwaardig bachelor-/masterdiploma.
Voor informatie over je mogelijkheden kan je terecht bij de onderwijsinstellingen.

Mits het volgen van een voorbereidingsprogramma zijn er waarschijnlijk nog andere opleidingen mogelijk. De mogelijkheden hangen af van je vooropleiding, EVC’s, EVK’s ... Contacteer de instellingen voor hoger onderwijs voor concrete informatie.


na- of bijscholingen

Hogescholen en universiteiten hebben doorgaans ook een aanbod van diverse na- of bijscholingen. Informatie hierover vind je niet op Onderwijskiezer, maar bij de onderwijsinstelling.

Instellingen

Kleinhoefstraat 4  2440 Geel
014 80 22 40    


Sint-Pietersnieuwstraat 33  9000 Gent
09 331 00 31    


Beroepsuitwegen

Deze beschrijving veronderstelt dat je het masterniveau hebt behaald.

Het werkterrein van de master in de Biowetenschappen richt zich zowel tot de dierlijke als plantaardige sector als tot de voedingsindustrie.
Industrieën verwant aan deze sectoren vormen ook een belangrijk werkterrein.
Dit kan enerzijds zijn bij de vervaardiging van de producten die bestemd zijn voor de agro-foodindustrie zoals meststoffen, veevoeders en reinigings- en desinfectiemiddelen.
Anderzijds kan het ook gaan over valorisatie van producten afkomstig van de landbouw zoals verwerking, conservering, verduurzaming en zuivering.
Het werkterrein is sterk innovatief.
Naast de productietakken biedt ook het beheer van natuurgebieden nieuwe tewerkstellingsgebieden.

De belangrijkste uitwegen zijn:

- de agrarische en voedingsindustrieën: landbouw- en tuinbouwondernemingen, fabrieken voor meststoffen, maalderij- en veevoederbedrijven, brouwerijen en gistingsbedrijven, zuivelindustrie, conserveringsbedrijven, suikerraffinaderijen, jam- en stroopfabrieken, biochemische bedrijven
- onderzoekscentra en ontwikkelingslaboratoria voor biotechnologie
- diensten van de federale of gewestelijke overheid (bv. departement Leefmilieu en Infrastructuur): ruilverkaveling, voorlichting als bedrijfsconsulent, proefstations, zuiveringsstations, ...
- handel en marketing van land- en tuinbouwproducten
- beroepsverenigingen voor de landbouw (bv. Belgische Boerenbond)
- zelfstandig land- en tuinbouwbedrijf
- ontwikkelingslanden waar nog een groot tekort is aan bio-ingenieurs
- secundair onderwijs: opleidingen land- en tuinbouw, mits het behalen van een getuigschrift van pedagogische bekwaamheid.

Hier een overzicht van mogelijke aansluitende beroepen uit de beroependatabase van onderwijskiezer.
Er kunnen steeds nog andere mogelijkheden zijn.
Klik op een beroep voor meer informatie.

Mogelijke beroepen

Industrieel ingenieur
Landbouwkundig adviseur
Landbouwkundig onderzoeker
Leidinggevende milieuzorg en sanering
Onderzoeker exacte wetenschappen
Supervisor natuurpatrimonium
Technicus veiligheid, hygiëne en leefmilieu
Verantwoordelijke eco-industriële onderneming

Vlaamse Kwalificatiestructuur

  • Kwalificaties beschrijven wat je moet kennen en kunnen om een beroep uit te oefenen, een opleiding te starten of deel te nemen aan de maatschappij. De Kwalificatiedatabank bevat alle beroepskwalificaties en onderwijskwalificaties uit de Vlaamse kwalificatiestructuur.

VKS - Onderwijskwalificatie Academische Bachelor: Bachelor of Science in de biowetenschappen

Studierendement

Studierichting 3e graad SO Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Biotechnische wetenschappen (TSO) 81 5,88% 61,73% 6 8 11 24 20 12
Moderne talen-wetenschappen (ASO) 48 0,47% 60,77% 4 2 10 17 8 7
Techniek-wetenschappen (TSO) 34 0,76% 60,54% 3 4 7 8 11 1
Wetenschappen-wiskunde (ASO) 286 0,78% 79,44% 3 14 28 73 154 14

Per bacheloropleiding die je kan volgen in het hoger onderwijs kan je hier bekijken wat de resultaten zijn van afgestudeerden uit verschillende studierichtingen uit het secundair onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.

Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het studierendement. Onderstaande tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het hoger onderwijs weer van studenten uit een secundaire studierichting. Dit is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% = de studenten uit een secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.

Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit een secundaire studierichting dat zich inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit een secundaire studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.

Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.

extra info over studierendement



bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming


Gegevens bijgewerkt tot 01-02-2017