Diergeneeskunde - Academische bachelor

 

Algemene info


Deze opleiding richt zich op alles wat te maken heeft met de gezondheid van het dier.
In de bacheloropleiding leer je nog niet meteen de volledige praktische kant van het beroep.
Eerst verken je de theoretische basis over het gezonde dier. Je krijgt wel een inleiding in de klinische en praktische aspecten van het dierenarts-beroep.

Tijdens het 1ste bachelorjaar is er een grondige studie van de basiswetenschappen: fysica, chemie (organische en anorganische), biologie (plant- en dierkunde), naast cel- en weefselleer.
Het programma wordt vervolledigd door biomedische informatica, ICT, statistiek en dierenwelzijn.
Het 2de jaar staat in het teken van het gezonde dier, dat bestudeerd wordt via anatomie, embryologie, fysiologie en biochemie.
In het 3de bachelorjaar staan de studie van de verschillende ziekteverwekkers (bacteriologie, virologie, parasitologie), diervoeding, genetica, immunologie en hygiëne centraal.
De bacheloropleiding en het 1ste masterjaar zijn volledig gemeenschappelijk.
Halverwege het 2de masterjaar maken de studenten een keuze tussen de verschillende afstudeerrichtingen: gezelschapsdieren, paard, herkauwers, varken, pluimvee en konijn of onderzoek.
In het laatste jaar wordt zowat alle beschikbare tijd in de kliniek doorgebracht.

Een Master in de Diergeneeskunde bezit in de 1ste plaats voldoende kennis en vaardigheid om de gezondheid van dieren te bewaren of te herstellen.
In de 2de plaats kan de dierenarts de interacties tussen mens en dier beoordelen en in een brede maatschappelijke context plaatsen.
De dierenarts heeft daarvoor kennis van en inzicht in het normale en abnormale gedrag van (huis)dieren, het dierenwelzijn en de ketenbewaking bij de productie van voedsel van dierlijke oorsprong.
In de masteropleiding bestaan 5 afstudeerrichtingen: herkauwers / varken, pluimvee en konijn / gezelschapsdieren / paard / onderzoek. 

Voor wie?

De belangrijkste cursussen van het eerste jaar, zoals chemie, fysica en bio­logie, vereisen voorkennis.
De leerstof begint met een herhaling van wat in het secundair onderwijs gegeven werd, maar de benadering gebeurt vanuit een ander oogpunt; begrijpen, opbouwen en toepassen zijn belangrijker dan iets kennen.
Een goed geheugen is belangrijk voor nagenoeg alle dier­geneeskundige basis­opleidingsonderdelen en klinische opleidingsonderdelen. 
Noties van Latijn zijn nuttig (maar niet noodzakelijk), omdat veel gebruik wordt gemaakt van Latijnse terminologie.


Vanaf het academiejaar 2019-2020 is deelname aan een ijkingstoets verplicht voor wie zich wil inschrijven in de opleiding diergeneeskunde.  Dit is een niet-bindende toelatingsproef die zal bestaan uit vragen wiskunde, fysica, chemie en een niet-cognitieve vragenlijst.
Met deze toets ontdek je of je de noodzakelijke wiskundige en wetenschappelijke vaardigheden hebt om te starten in de opleiding.
De toets is gebaseerd op leerstof van de richtingen uit het secundair onderwijs met 6 uur wiskunde en met 1 uur chemie.
Deelname is gratis en verplicht. Inschrijven is verplicht.
Info https://www.ijkingstoets.be


 


 




Aanvullende info:

Universiteit Antwerpen - Stadscampus

De Universiteit Antwerpen organiseert enkel de bacheloropleiding.

Universiteit Gent - Campus Gent


Studiepunten

180 (bachelor) + 180 (master)

Diergeneeskunde - Academische bachelor

Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK
Klik op de foto om te vergroten

Algemene info


Deze opleiding richt zich op alles wat te maken heeft met de gezondheid van het dier.
In de bacheloropleiding leer je nog niet meteen de volledige praktische kant van het beroep.
Eerst verken je de theoretische basis over het gezonde dier. Je krijgt wel een inleiding in de klinische en praktische aspecten van het dierenarts-beroep.

Tijdens het 1ste bachelorjaar is er een grondige studie van de basiswetenschappen: fysica, chemie (organische en anorganische), biologie (plant- en dierkunde), naast cel- en weefselleer.
Het programma wordt vervolledigd door biomedische informatica, ICT, statistiek en dierenwelzijn.
Het 2de jaar staat in het teken van het gezonde dier, dat bestudeerd wordt via anatomie, embryologie, fysiologie en biochemie.
In het 3de bachelorjaar staan de studie van de verschillende ziekteverwekkers (bacteriologie, virologie, parasitologie), diervoeding, genetica, immunologie en hygiëne centraal.
De bacheloropleiding en het 1ste masterjaar zijn volledig gemeenschappelijk.
Halverwege het 2de masterjaar maken de studenten een keuze tussen de verschillende afstudeerrichtingen: gezelschapsdieren, paard, herkauwers, varken, pluimvee en konijn of onderzoek.
In het laatste jaar wordt zowat alle beschikbare tijd in de kliniek doorgebracht.

Een Master in de Diergeneeskunde bezit in de 1ste plaats voldoende kennis en vaardigheid om de gezondheid van dieren te bewaren of te herstellen.
In de 2de plaats kan de dierenarts de interacties tussen mens en dier beoordelen en in een brede maatschappelijke context plaatsen.
De dierenarts heeft daarvoor kennis van en inzicht in het normale en abnormale gedrag van (huis)dieren, het dierenwelzijn en de ketenbewaking bij de productie van voedsel van dierlijke oorsprong.
In de masteropleiding bestaan 5 afstudeerrichtingen: herkauwers / varken, pluimvee en konijn / gezelschapsdieren / paard / onderzoek. 

Voor wie?

De belangrijkste cursussen van het eerste jaar, zoals chemie, fysica en bio­logie, vereisen voorkennis.
De leerstof begint met een herhaling van wat in het secundair onderwijs gegeven werd, maar de benadering gebeurt vanuit een ander oogpunt; begrijpen, opbouwen en toepassen zijn belangrijker dan iets kennen.
Een goed geheugen is belangrijk voor nagenoeg alle dier­geneeskundige basis­opleidingsonderdelen en klinische opleidingsonderdelen. 
Noties van Latijn zijn nuttig (maar niet noodzakelijk), omdat veel gebruik wordt gemaakt van Latijnse terminologie.


Vanaf het academiejaar 2019-2020 is deelname aan een ijkingstoets verplicht voor wie zich wil inschrijven in de opleiding diergeneeskunde.  Dit is een niet-bindende toelatingsproef die zal bestaan uit vragen wiskunde, fysica, chemie en een niet-cognitieve vragenlijst.
Met deze toets ontdek je of je de noodzakelijke wiskundige en wetenschappelijke vaardigheden hebt om te starten in de opleiding.
De toets is gebaseerd op leerstof van de richtingen uit het secundair onderwijs met 6 uur wiskunde en met 1 uur chemie.
Deelname is gratis en verplicht. Inschrijven is verplicht.
Info https://www.ijkingstoets.be


 


 




Aanvullende info:

Universiteit Antwerpen - Stadscampus

De Universiteit Antwerpen organiseert enkel de bacheloropleiding.

Universiteit Gent - Campus Gent


Studiepunten

180 (bachelor) + 180 (master)

Bijzondere toelatingsvoorwaarden

Vanaf het academiejaar 2019-2020 komt er een nieuwe niet-bindende toelatingsproef voor studenten die zich inschrijven in de opleiding diergeneeskunde. De proef zal bestaan uit vragen wiskunde, fysica, chemie en een niet-cognitieve vragenlijst.


Je kan enkel deelnemen aan de ijkingstoets als je je ook op voorhand hebt ingeschreven voor de ijkingstoets. Houd rekening met de deadlines.


Bij je deelname zal je een deelnameattest ontvangen dat je kan voorleggen bij inschrijving.  Dit deelnameattest is slechts geldig voor inschrijving in het daaropvolgende academiejaar.  Je kan aan eender welke deelnemende universiteit de ijkingstoets afleggen, ongeacht waar je je later inschrijft.


Zonder deelname kan je je niet inschrijven in de opleiding, maar je resultaat is niet bindend. 
Als je niet slaagt, krijg je nog steeds toelating tot de opleiding. Wel kan de universiteit beslissen om bij een lage score remediëring op te leggen.  De ijkingstoets is een gezamelijk initiatief van de Vlaamse Universiteiten.
In een aantal gevallen (bv. deelname aan een andere ijkingstoets of toelatingsexamen) is er een uitzondering op deze verplichting
Voor info: http://www.ijkingstoets.be

 

Taal

TOELATINGSVOORWAARDEN

Je wordt rechtstreeks toegelaten als je in het bezit bent van één van onderstaande diploma's:

  • een diploma van secundair onderwijs;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs voor sociale promotie (met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid);
  • een buitenlands diploma of getuigschrift dat gelijkwaardig verklaard is met één van bovenstaande.

    Uitzonderingen:
  • Er is een toelatingsproef voor de bacheloropleidingen in de studiegebieden Geneeskunde en Tandheelkunde (info: toelatingsexamenartstandarts.be);
  • Er zijn bekwaamheidsproeven (artistieke toelatingsproeven) om toegelaten te worden tot de opleidingen in de studiegebieden 'Audiovisuele en beeldende kunst' en 'Muziek en podiumkunsten'.
  • Er is een verplichte niet bindende toelatingsproef voor de bacheloropleidingen Ingenieurswetenschappen en Ingenieurswetenschappen-Architectuur en Diergeneeskunde.

Afwijkende toelatingsvoorwaarden:
De onderwijsinstellingen hebben een reglement moeten opstellen voor kandidaten die niet aan de algemene toelatingsvoorwaarden voldoen.
Dit reglement kan je bij de instelling van je keuze opvragen.
De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen gebaseerd zijn op:
1. humanitaire redenen;
2. medische, psychische of sociale redenen ;
3. het algemeen niveau van de kandidaat, getoetst op de door het instellingsbestuur bepaalde wijze (bv. een gesprek, een proef, ..).
Weet wel dat dergelijke toelating niet gelijkgesteld is aan het diploma secundair onderwijs!!  

Extra taalvoorwaarden voor internationale studenten

De onderwijsinstellingen kunnen het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis voor houders van een buitenlands diploma.
Meer info vind u bij de organiserende onderwijsinstellingen en onder het tabblaadje 'International students'.

Situering

Opleiding: Diergeneeskunde 

Studieniveau: Academische bachelor - HO

Specificatie: Bachelor of Science

Studiegebied: Diergeneeskunde

Belangstellingsdomeinen: Exacte wetenschappen,

Schoolvakken SO: Biologie, Wetenschappen,

Vervolgopleidingen


een masteropleiding

Na een academisch gerichte bacheloropleiding ga je normalerwijze een masteropleiding volgen. Een master omvat minstens 60 studiepunten. Masters zijn altijd academisch gericht, maar kunnen ook een professionele gerichtheid hebben. Onderwijskiezer vermeldt hier de masters van het studiegebied van deze opleiding. Let wel dat je niet automatisch in al deze masters toegelaten wordt! Het kan zijn dat je eerst een voorbereidingsprogramma moet volgen.

Masteropleidingen binnen dit studiegebied







een postgraduaat

Verder studeren kan ook in een postgraduaat. Dit is een opleiding van minstens 20 studiepunten.. Het geeft recht op een getuigschrift. Bedoeling is: verdere professionele vorming, verbreding of verdieping van de reeds verworven competenties.  Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelating tot een postgraduaat verschilt per opleiding. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per opleiding.


een bachelor-na-bacheloropleiding (Ba-na-Ba)

Verder studeren kan ook in een Ba-na-Ba. Dit is een verdere specialisatie, aansluitend op je basisopleiding en omvat minstens 60 studiepunten. Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelatingsvoorwaarden kunnen verschillen per opleiding.


een verkorte bachelor/master

Wanneer je een andere bachelor/master wilt behalen, kan dat soms via een verkort traject. Je behaalt dan het diploma op kortere termijn. De verkorte bachelor/master leidt naar een volwaardig bachelor-/masterdiploma.
Voor informatie over je mogelijkheden kan je terecht bij de onderwijsinstellingen.

Mits het volgen van een voorbereidingsprogramma zijn er waarschijnlijk nog andere opleidingen mogelijk. De mogelijkheden hangen af van je vooropleiding, EVC’s, EVK’s ... Contacteer de instellingen voor hoger onderwijs voor concrete informatie.


na- of bijscholingen

Hogescholen en universiteiten hebben doorgaans ook een aanbod van diverse na- of bijscholingen. Informatie hierover vind je niet op Onderwijskiezer, maar bij de onderwijsinstelling.

Instellingen

Prinsstraat 13  2000 Antwerpen
03 265 48 72    


Sint-Pietersnieuwstraat 33  9000 Gent
09 331 00 31    


Beroepsuitwegen

Deze beschrijving veronderstelt dat je het masterniveau hebt behaald.

Zowat 60% van de dierenartsen is gevestigd als zelfstandig dierenarts.
Hier is vooral een toename van praktijken gericht op gezelschapsdieren merkbaar, ten nadele van de praktijken gericht op de veeteelt.
In deze laatste sector krijgt de dierenarts, door de intensieve teelt van meestal een diersoort, meer en meer een belangrijke rol bij de ziektepreventie in een groep dieren en de bedrijfsbegeleiding.
De dierenarts kan naast zijn traditionele rol in de diergeneeskunde eveneens een loopbaan uitbouwen in alle biomedische sectoren.
Andere tewerkstellingsmogelijkheden zijn er in de vleeskeuring, de farmaceutische industrie, de veevoederbedrijven, de vleesverwerkende nijverheid, inspectiediensten van de overheid, wetenschappelijk onderzoek en onderwijs (mits het volgen van een lerarenopleiding).

Hier een overzicht van mogelijke aansluitende beroepen uit de beroependatabase van onderwijskiezer. 
Er kunnen steeds nog andere mogelijkheden zijn. 
Klik op een beroep voor meer informatie.

Mogelijke beroepen

Dierenarts

Studierendement

Studierichting 3e graad SO Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Biotechnische wetenschappen (TSO) 40 2,90% 30,40% 13 10 5 8 3 1
Economie-moderne talen (ASO) 59 0,21% 25,39% 21 15 7 5 5 6
Humane wetenschappen (ASO) 65 0,25% 29,37% 15 27 3 14 3 3
Latijn-wetenschappen (ASO) 219 3,13% 69,09% 18 23 20 46 105 7
Latijn-wiskunde (ASO) 159 1,32% 79,67% 8 7 13 26 103 2
Sociale en technische wetenschappen (TSO) 30 0,13% 10,07% 15 9 1 1 1 3
Wetenschappen-wiskunde (ASO) 575 1,64% 69,38% 38 67 58 112 284 16

Per bacheloropleiding die je kan volgen in het hoger onderwijs kan je hier bekijken wat de resultaten zijn van afgestudeerden uit verschillende studierichtingen uit het secundair onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.

Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het studierendement. Onderstaande tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het hoger onderwijs weer van studenten uit een secundaire studierichting. Dit is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% = de studenten uit een secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.

Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit een secundaire studierichting dat zich inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit een secundaire studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.

Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.

extra info over studierendement



bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming

Higher education in Flanders: general information

Language admission requirements for higher education in Dutch

Dutch language levels explained

Language requirements


Instelling Taalniveau ITNA CNaVT Staats-
examen
Certificaat CVO Eigen Succesvol
Universiteit Gent
->Alle academische bachelors behalve Toegepaste taalkunde
B2
Universiteit Gent
->Bachelor of Arts - toegepaste taalkunde
C1
Universiteit Antwerpen
->Alle academische bachelors niet uit studiegebieden Toegepaste taalkunde en Taal- en Letterkunde
B2
Universiteit Antwerpen
->Alle academische bachelors uit studiegebieden Toegepaste Taalkunde en Taal-en letterkunde
C1

Gegevens bijgewerkt tot 05-03-2019

Diergeneeskunde - Academische bachelor

Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK
Klik op de foto om te vergroten

Algemene info


Deze opleiding richt zich op alles wat te maken heeft met de gezondheid van het dier.
In de bacheloropleiding leer je nog niet meteen de volledige praktische kant van het beroep.
Eerst verken je de theoretische basis over het gezonde dier. Je krijgt wel een inleiding in de klinische en praktische aspecten van het dierenarts-beroep.

Tijdens het 1ste bachelorjaar is er een grondige studie van de basiswetenschappen: fysica, chemie (organische en anorganische), biologie (plant- en dierkunde), naast cel- en weefselleer.
Het programma wordt vervolledigd door biomedische informatica, ICT, statistiek en dierenwelzijn.
Het 2de jaar staat in het teken van het gezonde dier, dat bestudeerd wordt via anatomie, embryologie, fysiologie en biochemie.
In het 3de bachelorjaar staan de studie van de verschillende ziekteverwekkers (bacteriologie, virologie, parasitologie), diervoeding, genetica, immunologie en hygiëne centraal.
De bacheloropleiding en het 1ste masterjaar zijn volledig gemeenschappelijk.
Halverwege het 2de masterjaar maken de studenten een keuze tussen de verschillende afstudeerrichtingen: gezelschapsdieren, paard, herkauwers, varken, pluimvee en konijn of onderzoek.
In het laatste jaar wordt zowat alle beschikbare tijd in de kliniek doorgebracht.

Een Master in de Diergeneeskunde bezit in de 1ste plaats voldoende kennis en vaardigheid om de gezondheid van dieren te bewaren of te herstellen.
In de 2de plaats kan de dierenarts de interacties tussen mens en dier beoordelen en in een brede maatschappelijke context plaatsen.
De dierenarts heeft daarvoor kennis van en inzicht in het normale en abnormale gedrag van (huis)dieren, het dierenwelzijn en de ketenbewaking bij de productie van voedsel van dierlijke oorsprong.
In de masteropleiding bestaan 5 afstudeerrichtingen: herkauwers / varken, pluimvee en konijn / gezelschapsdieren / paard / onderzoek. 

Voor wie?

De belangrijkste cursussen van het eerste jaar, zoals chemie, fysica en bio­logie, vereisen voorkennis.
De leerstof begint met een herhaling van wat in het secundair onderwijs gegeven werd, maar de benadering gebeurt vanuit een ander oogpunt; begrijpen, opbouwen en toepassen zijn belangrijker dan iets kennen.
Een goed geheugen is belangrijk voor nagenoeg alle dier­geneeskundige basis­opleidingsonderdelen en klinische opleidingsonderdelen. 
Noties van Latijn zijn nuttig (maar niet noodzakelijk), omdat veel gebruik wordt gemaakt van Latijnse terminologie.


Vanaf het academiejaar 2019-2020 is deelname aan een ijkingstoets verplicht voor wie zich wil inschrijven in de opleiding diergeneeskunde.  Dit is een niet-bindende toelatingsproef die zal bestaan uit vragen wiskunde, fysica, chemie en een niet-cognitieve vragenlijst.
Met deze toets ontdek je of je de noodzakelijke wiskundige en wetenschappelijke vaardigheden hebt om te starten in de opleiding.
De toets is gebaseerd op leerstof van de richtingen uit het secundair onderwijs met 6 uur wiskunde en met 1 uur chemie.
Deelname is gratis en verplicht. Inschrijven is verplicht.
Info https://www.ijkingstoets.be


 


 




Aanvullende info:

Universiteit Antwerpen - Stadscampus

De Universiteit Antwerpen organiseert enkel de bacheloropleiding.

Universiteit Gent - Campus Gent


Studiepunten

180 (bachelor) + 180 (master)

Bijzondere toelatingsvoorwaarden

Vanaf het academiejaar 2019-2020 komt er een nieuwe niet-bindende toelatingsproef voor studenten die zich inschrijven in de opleiding diergeneeskunde. De proef zal bestaan uit vragen wiskunde, fysica, chemie en een niet-cognitieve vragenlijst.


Je kan enkel deelnemen aan de ijkingstoets als je je ook op voorhand hebt ingeschreven voor de ijkingstoets. Houd rekening met de deadlines.


Bij je deelname zal je een deelnameattest ontvangen dat je kan voorleggen bij inschrijving.  Dit deelnameattest is slechts geldig voor inschrijving in het daaropvolgende academiejaar.  Je kan aan eender welke deelnemende universiteit de ijkingstoets afleggen, ongeacht waar je je later inschrijft.


Zonder deelname kan je je niet inschrijven in de opleiding, maar je resultaat is niet bindend. 
Als je niet slaagt, krijg je nog steeds toelating tot de opleiding. Wel kan de universiteit beslissen om bij een lage score remediëring op te leggen.  De ijkingstoets is een gezamelijk initiatief van de Vlaamse Universiteiten.
In een aantal gevallen (bv. deelname aan een andere ijkingstoets of toelatingsexamen) is er een uitzondering op deze verplichting
Voor info: http://www.ijkingstoets.be

 

Taal

TOELATINGSVOORWAARDEN

Je wordt rechtstreeks toegelaten als je in het bezit bent van één van onderstaande diploma's:

  • een diploma van secundair onderwijs;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs voor sociale promotie (met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid);
  • een buitenlands diploma of getuigschrift dat gelijkwaardig verklaard is met één van bovenstaande.

    Uitzonderingen:
  • Er is een toelatingsproef voor de bacheloropleidingen in de studiegebieden Geneeskunde en Tandheelkunde (info: toelatingsexamenartstandarts.be);
  • Er zijn bekwaamheidsproeven (artistieke toelatingsproeven) om toegelaten te worden tot de opleidingen in de studiegebieden 'Audiovisuele en beeldende kunst' en 'Muziek en podiumkunsten'.
  • Er is een verplichte niet bindende toelatingsproef voor de bacheloropleidingen Ingenieurswetenschappen en Ingenieurswetenschappen-Architectuur en Diergeneeskunde.

Afwijkende toelatingsvoorwaarden:
De onderwijsinstellingen hebben een reglement moeten opstellen voor kandidaten die niet aan de algemene toelatingsvoorwaarden voldoen.
Dit reglement kan je bij de instelling van je keuze opvragen.
De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen gebaseerd zijn op:
1. humanitaire redenen;
2. medische, psychische of sociale redenen ;
3. het algemeen niveau van de kandidaat, getoetst op de door het instellingsbestuur bepaalde wijze (bv. een gesprek, een proef, ..).
Weet wel dat dergelijke toelating niet gelijkgesteld is aan het diploma secundair onderwijs!!  

Extra taalvoorwaarden voor internationale studenten

De onderwijsinstellingen kunnen het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis voor houders van een buitenlands diploma.
Meer info vind u bij de organiserende onderwijsinstellingen en onder het tabblaadje 'International students'.

Situering

Opleiding: Diergeneeskunde 

Studieniveau: Academische bachelor - HO

Specificatie: Bachelor of Science

Studiegebied: Diergeneeskunde

Belangstellingsdomeinen: Exacte wetenschappen,

Schoolvakken SO: Biologie, Wetenschappen,

Vervolgopleidingen


een masteropleiding

Na een academisch gerichte bacheloropleiding ga je normalerwijze een masteropleiding volgen. Een master omvat minstens 60 studiepunten. Masters zijn altijd academisch gericht, maar kunnen ook een professionele gerichtheid hebben. Onderwijskiezer vermeldt hier de masters van het studiegebied van deze opleiding. Let wel dat je niet automatisch in al deze masters toegelaten wordt! Het kan zijn dat je eerst een voorbereidingsprogramma moet volgen.

Masteropleidingen binnen dit studiegebied







een postgraduaat

Verder studeren kan ook in een postgraduaat. Dit is een opleiding van minstens 20 studiepunten.. Het geeft recht op een getuigschrift. Bedoeling is: verdere professionele vorming, verbreding of verdieping van de reeds verworven competenties.  Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelating tot een postgraduaat verschilt per opleiding. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per opleiding.


een bachelor-na-bacheloropleiding (Ba-na-Ba)

Verder studeren kan ook in een Ba-na-Ba. Dit is een verdere specialisatie, aansluitend op je basisopleiding en omvat minstens 60 studiepunten. Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelatingsvoorwaarden kunnen verschillen per opleiding.


een verkorte bachelor/master

Wanneer je een andere bachelor/master wilt behalen, kan dat soms via een verkort traject. Je behaalt dan het diploma op kortere termijn. De verkorte bachelor/master leidt naar een volwaardig bachelor-/masterdiploma.
Voor informatie over je mogelijkheden kan je terecht bij de onderwijsinstellingen.

Mits het volgen van een voorbereidingsprogramma zijn er waarschijnlijk nog andere opleidingen mogelijk. De mogelijkheden hangen af van je vooropleiding, EVC’s, EVK’s ... Contacteer de instellingen voor hoger onderwijs voor concrete informatie.


na- of bijscholingen

Hogescholen en universiteiten hebben doorgaans ook een aanbod van diverse na- of bijscholingen. Informatie hierover vind je niet op Onderwijskiezer, maar bij de onderwijsinstelling.

Instellingen

Prinsstraat 13  2000 Antwerpen
03 265 48 72    


Sint-Pietersnieuwstraat 33  9000 Gent
09 331 00 31    


Beroepsuitwegen

Deze beschrijving veronderstelt dat je het masterniveau hebt behaald.

Zowat 60% van de dierenartsen is gevestigd als zelfstandig dierenarts.
Hier is vooral een toename van praktijken gericht op gezelschapsdieren merkbaar, ten nadele van de praktijken gericht op de veeteelt.
In deze laatste sector krijgt de dierenarts, door de intensieve teelt van meestal een diersoort, meer en meer een belangrijke rol bij de ziektepreventie in een groep dieren en de bedrijfsbegeleiding.
De dierenarts kan naast zijn traditionele rol in de diergeneeskunde eveneens een loopbaan uitbouwen in alle biomedische sectoren.
Andere tewerkstellingsmogelijkheden zijn er in de vleeskeuring, de farmaceutische industrie, de veevoederbedrijven, de vleesverwerkende nijverheid, inspectiediensten van de overheid, wetenschappelijk onderzoek en onderwijs (mits het volgen van een lerarenopleiding).

Hier een overzicht van mogelijke aansluitende beroepen uit de beroependatabase van onderwijskiezer. 
Er kunnen steeds nog andere mogelijkheden zijn. 
Klik op een beroep voor meer informatie.

Mogelijke beroepen

Dierenarts

Studierendement

Studierichting 3e graad SO Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Biotechnische wetenschappen (TSO) 40 2,90% 30,40% 13 10 5 8 3 1
Economie-moderne talen (ASO) 59 0,21% 25,39% 21 15 7 5 5 6
Humane wetenschappen (ASO) 65 0,25% 29,37% 15 27 3 14 3 3
Latijn-wetenschappen (ASO) 219 3,13% 69,09% 18 23 20 46 105 7
Latijn-wiskunde (ASO) 159 1,32% 79,67% 8 7 13 26 103 2
Sociale en technische wetenschappen (TSO) 30 0,13% 10,07% 15 9 1 1 1 3
Wetenschappen-wiskunde (ASO) 575 1,64% 69,38% 38 67 58 112 284 16

Per bacheloropleiding die je kan volgen in het hoger onderwijs kan je hier bekijken wat de resultaten zijn van afgestudeerden uit verschillende studierichtingen uit het secundair onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.

Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het studierendement. Onderstaande tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het hoger onderwijs weer van studenten uit een secundaire studierichting. Dit is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% = de studenten uit een secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.

Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit een secundaire studierichting dat zich inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit een secundaire studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.

Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.

extra info over studierendement



bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming

Higher education in Flanders: general information

Language admission requirements for higher education in Dutch

Dutch language levels explained

Language requirements


Instelling Taalniveau ITNA CNaVT Staats-
examen
Certificaat CVO Eigen Succesvol
Universiteit Gent
->Alle academische bachelors behalve Toegepaste taalkunde
B2
Universiteit Gent
->Bachelor of Arts - toegepaste taalkunde
C1
Universiteit Antwerpen
->Alle academische bachelors niet uit studiegebieden Toegepaste taalkunde en Taal- en Letterkunde
B2
Universiteit Antwerpen
->Alle academische bachelors uit studiegebieden Toegepaste Taalkunde en Taal-en letterkunde
C1

Gegevens bijgewerkt tot 05-03-2019