Opleiding: Diergeneeskunde
Afstudeerrichting:
Studieniveau: Academische bachelor - HO
 
Studiegebied: Diergeneeskunde
Belangstellingsdomeinen: Exacte wetenschappen,
Schoolvakken SO: Biologie, Wetenschappen,
 
 
Bijzondere toelating
 

Vanaf het academiejaar 2019-2020 komt er een nieuwe niet-bindende toelatingsproef voor studenten die zich inschrijven in de opleiding diergeneeskunde. De proef zal bestaan uit vragen wiskunde, fysica, chemie en een niet-cognitieve vragenlijst.


Je kan enkel deelnemen aan de ijkingstoets als je je ook op voorhand hebt ingeschreven voor de ijkingstoets. Houd rekening met de deadlines.


Bij je deelname zal je een deelnameattest ontvangen dat je kan voorleggen bij inschrijving.  Dit deelnameattest is slechts geldig voor inschrijving in het daaropvolgende academiejaar.  Je kan aan eender welke deelnemende universiteit de ijkingstoets afleggen, ongeacht waar je je later inschrijft.


Zonder deelname kan je je niet inschrijven in de opleiding, maar je resultaat is niet bindend. 
Als je niet slaagt, krijg je nog steeds toelating tot de opleiding. Wel kan de universiteit beslissen om bij een lage score remediëring op te leggen.  De ijkingstoets is een gezamelijk initiatief van de Vlaamse Universiteiten.
In een aantal gevallen (bv. deelname aan een andere ijkingstoets of toelatingsexamen) is er een uitzondering op deze verplichting
Voor info: http://www.ijkingstoets.be

 
Klemtonen
 

Algemene info


Deze opleiding richt zich op alles wat te maken heeft met de gezondheid van het dier.
In de bacheloropleiding leer je nog niet meteen de volledige praktische kant van het beroep.
Eerst verken je de theoretische basis over het gezonde dier. Je krijgt wel een inleiding in de klinische en praktische aspecten van het dierenarts-beroep.

Tijdens het 1ste bachelorjaar is er een grondige studie van de basiswetenschappen: fysica, chemie (organische en anorganische), biologie (plant- en dierkunde), naast cel- en weefselleer.
Het programma wordt vervolledigd door biomedische informatica, ICT, statistiek en dierenwelzijn.
Het 2de jaar staat in het teken van het gezonde dier, dat bestudeerd wordt via anatomie, embryologie, fysiologie en biochemie.
In het 3de bachelorjaar staan de studie van de verschillende ziekteverwekkers (bacteriologie, virologie, parasitologie), diervoeding, genetica, immunologie en hygiëne centraal.
De bacheloropleiding en het 1ste masterjaar zijn volledig gemeenschappelijk.
Halverwege het 2de masterjaar maken de studenten een keuze tussen de verschillende afstudeerrichtingen: gezelschapsdieren, paard, herkauwers, varken, pluimvee en konijn of onderzoek.
In het laatste jaar wordt zowat alle beschikbare tijd in de kliniek doorgebracht.

Een Master in de Diergeneeskunde bezit in de 1ste plaats voldoende kennis en vaardigheid om de gezondheid van dieren te bewaren of te herstellen.
In de 2de plaats kan de dierenarts de interacties tussen mens en dier beoordelen en in een brede maatschappelijke context plaatsen.
De dierenarts heeft daarvoor kennis van en inzicht in het normale en abnormale gedrag van (huis)dieren, het dierenwelzijn en de ketenbewaking bij de productie van voedsel van dierlijke oorsprong.
In de masteropleiding bestaan 5 afstudeerrichtingen: herkauwers / varken, pluimvee en konijn / gezelschapsdieren / paard / onderzoek. 

Voor wie?

De belangrijkste cursussen van het eerste jaar, zoals chemie, fysica en bio­logie, vereisen voorkennis.
De leerstof begint met een herhaling van wat in het secundair onderwijs gegeven werd, maar de benadering gebeurt vanuit een ander oogpunt; begrijpen, opbouwen en toepassen zijn belangrijker dan iets kennen.
Een goed geheugen is belangrijk voor nagenoeg alle dier­geneeskundige basis­opleidingsonderdelen en klinische opleidingsonderdelen. 
Noties van Latijn zijn nuttig (maar niet noodzakelijk), omdat veel gebruik wordt gemaakt van Latijnse terminologie.


Vanaf het academiejaar 2019-2020 is deelname aan een ijkingstoets verplicht voor wie zich wil inschrijven in de opleiding diergeneeskunde.  Dit is een niet-bindende toelatingsproef die zal bestaan uit vragen wiskunde, fysica, chemie en een niet-cognitieve vragenlijst.
Met deze toets ontdek je of je de noodzakelijke wiskundige en wetenschappelijke vaardigheden hebt om te starten in de opleiding.
De toets is gebaseerd op leerstof van de richtingen uit het secundair onderwijs met 6 uur wiskunde en met 1 uur chemie.
Deelname is gratis en verplicht. Inschrijven is verplicht.
Info https://www.ijkingstoets.be


 


 



 
Studiepunten
  180 (bachelor) + 180 (master)
 
Beroepsbeschrijving- en uitwegen
 

Zowat 60% van de dierenartsen is gevestigd als zelfstandig dierenarts.
Hier is vooral een toename van praktijken gericht op gezelschapsdieren merkbaar, ten nadele van de praktijken gericht op de veeteelt.
In deze laatste sector krijgt de dierenarts, door de intensieve teelt van meestal een diersoort, meer en meer een belangrijke rol bij de ziektepreventie in een groep dieren en de bedrijfsbegeleiding.
De dierenarts kan naast zijn traditionele rol in de diergeneeskunde eveneens een loopbaan uitbouwen in alle biomedische sectoren.
Andere tewerkstellingsmogelijkheden zijn er in de vleeskeuring, de farmaceutische industrie, de veevoederbedrijven, de vleesverwerkende nijverheid, inspectiediensten van de overheid, wetenschappelijk onderzoek en onderwijs (mits het volgen van een lerarenopleiding).


Hier een overzicht van mogelijke aansluitende beroepen uit de beroependatabase van onderwijskiezer. 
Er kunnen steeds nog andere mogelijkheden zijn. 
Klik op een beroep voor meer informatie.

 
Vervolgopleidingen
 
Na een academisch gerichte bacheloropleiding ga je normalerwijze een masteropleiding volgen. Let wel dat je niet automatisch in al deze masters toegelaten wordt! Het kan zijn dat je eerst een voorbereidingsprogramma moet volgen.
Masteropleidingen binnen dit studiegebied
 
  Diergeneeskunde : Gezelschapsdieren  
  Diergeneeskunde : Herkauwers  
  Diergeneeskunde : Onderzoek  
  Diergeneeskunde : Paard  
  Diergeneeskunde : Varken, pluimvee en konijn  
Postgraduaat
  Verder studeren kan ook in een prostgraduaat. De toelatingsvoorwaarden kunnen verschillen per opleiding.
Bachelor-na-Bachelor
  Verder studeren kan ook in een Ba-na-Na. De toelatingsvoorwaarden kunnen verschillen per opleiding.
Mits het volgen van een voorbereidingsprogramma of verkorte bachelor zijn er ook nog andere opleidingen mogelijk. De mogelijkheden hangen af van je vooropleiding, EVC’s, EVK’s ... Contacteer de instellingen voor hoger onderwijs voor concrete informatie.
  • http://associatie.kuleuven.be/wanaba
  • http://www.ugent.be/studiekiezer
  • http://www.universitaireassociatiebrussel.be/verder-studeren-en-herorienteren
  • http://www.associatie-antwerpen.be/
  • http://www.auhl.be
 
 
Instellingen
Universiteit Antwerpen, Stadscampus (5)
    Prinsstraat 13
2000 Antwerpen
Universiteit Gent, Campus Gent (4)
    Sint-Pietersnieuwstraat 33
9000 Gent
 
Gegevens bijgewerkt tot 05-03-2019

 

Deze informatie komt van de website www.onderwijskiezer.be.
Heb je nog vragen, maak dan gebruik van het vragenformulier op de website.