BuKO type 7

Type 7 is er voor kinderen met een auditieve beperking of Spraak- en taalstoornis (STOS).

Criteria voor auditieve beperking:
Kinderen die op basis van audiologisch onderzoek door een NKO-arts beantwoorden aan een van de onderstaande criteria:

  • volgens de fletcher-index een gemiddeld gehoorverlies hebben voor de frequenties 500, 1000 en 2000 Hz van 40dB of meer voor het beste oor zonder correctie;
  • als de fletcher-index minder dan 40 dB bedraagt: een foneemscore van 80% of minder hebben bij de spraakaudiometrie met woorden met een MKM samenstelling bij 70dB geluidsterkte; 
  • een door een NKO-arts geobjectiveerde auditieve problematiek die niet terug te brengen is tot criterium a of b, maar met een duidelijke impact op de schoolse activiteiten”

Criteria voor spraak- of taalstoornis:
Kinderen met een spraak- of taalstoornis (die niet voldoen aan criteria type 2) waarvoor op basis van een multidisciplinair onderzoek door een erkend gespecialiseerd team met minstens een logopedist, audioloog en NKO-arts een van de volgende problematieken wordt vastgesteld:
voor leerlingen jonger dan 6 jaar:

  • kinderafasie met een terugval in de taalontwikkeling of
  • een vermoeden van ontwikkelingsdysfasie, gebaseerd op de vaststelling van een zeer moeizame spraak- en taalontwikkeling en met een duidelijke impact op schoolse activiteiten.

voor leerlingen vanaf 6 jaar:

  • diagnose ontwikkelingsdysfasie of kinderafasie.

  
Communicatie is hier van zeer groot belang.
Liplezen, hoortraining, gebarentaal, verwerven van zelfvertrouwen, oefeningen in sociale omgang, zijn allemaal belangrijke klemtonen in dit type van onderwijs.

 

Waar kan ik "BuKO type 7" volgen ?

Toon alle scholen

Verfijn je zoekopdracht door één of meerdere filter(s) te selecteren.


Filteren op provincie:
Filteren op net
Filteren op methodeschool:
Filteren op eigenschap:

 

Wie wordt toegelaten tot "BuKO type 7" ?

Toelatingsvoorwaarden:

Om te kunnen inschrijven in een school voor buitengewoon basisonderwijs is een  verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs nodig. Bij inschrijving in een school voor buitengewoon onderwijs moet de leerling het verslag nog niet hebben. Een voorlopig CLB-document volstaat. Het moet er wel zijn ten laatste bij de start van de lesbijwoning.
Dit verslag wordt afgeleverd door een CLB.  Het verslag bestaat uit 2 delen:

  • Deel 1: het attest: 
    Dit attest vermeldt de gegevens van de leerling, alsook het type van buitengewoon onderwijs waar de leerling kan ingeschreven worden.  
  • Deel 2: het verantwoordingsprotocol: 
    Het verantwoordingsprotocol bevat een beeld van het functioneren van de leerling binnen zijn context, geeft de schoolloopbaan weer en bevat een beschrijving van de reeds genomen maatregelen en de onderwijsbehoeften van de leerling die aanleiding geven tot de opmaak van het verslag.

De school voor buitengewoon onderwijs mag geen andere bijkomende toelatingsvoorwaarden opleggen.
Het kan niet dat de BuO-school naast een inschrijving in de school een inschrijving in het aan de school verbonden MFC eist; een bepaald minimum IQ eist of een bepaalde graad van zelfredzaamheid oplegt.

Het verslag geeft toegang tot een school voor buitengewoon onderwijs van het type dat vermeld staat op het verslag, maar biedt ook de mogelijkheid om een individueel aangepast curriculum te volgen in het gewoon onderwijs.
De keuze voor gewoon of buitengewoon onderwijs ligt bij de ouders.

Het verslag wordt bezorgd aan de ouders of kan in onderling overleg tussen ouders en CLB door het CLB rechtstreeks aan de betrokken BuO-school bezorgd worden.
 Voor de types 3, 4, 6, 7 en 9 is een medisch (voor type 4, 6 en 7) of multidisciplinair (voor type 3 en 9) onderzoek nodig. 
Het verslag is bestemd voor de directeur van de onderwijsinstelling gewoon of buitengewoon onderwijs, ter staving van de inschrijving en het wordt toegevoegd aan het leerlingendossier op school.
Als de leerling de school voor buitengewoon onderwijs verlaat, wordt het verslag aan de ouders terugbezorgd. Indien de leerling niet meer aan de voorwaarden voor opmaak verslag voldoet; kan een verslag ook worden opgeheven.


Leeftijdsvoorwaarden:

een kleuter moet tenminste twee jaar en zes maanden zijn.
De instapdagen die van toepassing zijn in het gewoon kleuteronderwijs gelden niet voor het BuKO.
In principe blijft de kleuter in het BuKO tot en met het schooljaar dat aanvangt op de eerste september van het jaar waarin hij vijf jaar wordt.

Afwijking:
Een kleuter die zes jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar mag toch nog in het BuKO ingeschreven worden.
Deze afwijking kan met één schooljaar verlengd worden.
In dit geval is hij leerplichtig.

 

Interessante links


Basisonderwijs: Kleuterparticipatie



Buitengewoon onderwijs: Gezin en handicap


Buitengewoon onderwijs: Opzoeken dichtstbijzijnde school

Methodeonderwijs: Federatie Steinerscholen


Onderwijs Vlaanderen: School- en studietoelagen

BuKO type 7

 

Klik op de foto om te vergroten
 

Type 7 is er voor kinderen met een auditieve beperking of Spraak- en taalstoornis (STOS).

Criteria voor auditieve beperking:
Kinderen die op basis van audiologisch onderzoek door een NKO-arts beantwoorden aan een van de onderstaande criteria:

  • volgens de fletcher-index een gemiddeld gehoorverlies hebben voor de frequenties 500, 1000 en 2000 Hz van 40dB of meer voor het beste oor zonder correctie;
  • als de fletcher-index minder dan 40 dB bedraagt: een foneemscore van 80% of minder hebben bij de spraakaudiometrie met woorden met een MKM samenstelling bij 70dB geluidsterkte; 
  • een door een NKO-arts geobjectiveerde auditieve problematiek die niet terug te brengen is tot criterium a of b, maar met een duidelijke impact op de schoolse activiteiten”

Criteria voor spraak- of taalstoornis:
Kinderen met een spraak- of taalstoornis (die niet voldoen aan criteria type 2) waarvoor op basis van een multidisciplinair onderzoek door een erkend gespecialiseerd team met minstens een logopedist, audioloog en NKO-arts een van de volgende problematieken wordt vastgesteld:
voor leerlingen jonger dan 6 jaar:

  • kinderafasie met een terugval in de taalontwikkeling of
  • een vermoeden van ontwikkelingsdysfasie, gebaseerd op de vaststelling van een zeer moeizame spraak- en taalontwikkeling en met een duidelijke impact op schoolse activiteiten.

voor leerlingen vanaf 6 jaar:

  • diagnose ontwikkelingsdysfasie of kinderafasie.

  
Communicatie is hier van zeer groot belang.
Liplezen, hoortraining, gebarentaal, verwerven van zelfvertrouwen, oefeningen in sociale omgang, zijn allemaal belangrijke klemtonen in dit type van onderwijs.

Waar kan ik "BuKO type 7" volgen ?

  Toon alle scholen

Verfijn je zoekopdracht door één of meerdere filter(s) te selecteren.


Filteren op provincie:
Filteren op net
   
Filteren op methodeschool:
Filteren op eigenschap:
 
   
 

Wie wordt toegelaten tot "BuKO type 7" ?

Toelatingsvoorwaarden:

Om te kunnen inschrijven in een school voor buitengewoon basisonderwijs is een  verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs nodig. Bij inschrijving in een school voor buitengewoon onderwijs moet de leerling het verslag nog niet hebben. Een voorlopig CLB-document volstaat. Het moet er wel zijn ten laatste bij de start van de lesbijwoning.
Dit verslag wordt afgeleverd door een CLB.  Het verslag bestaat uit 2 delen:

  • Deel 1: het attest: 
    Dit attest vermeldt de gegevens van de leerling, alsook het type van buitengewoon onderwijs waar de leerling kan ingeschreven worden.  
  • Deel 2: het verantwoordingsprotocol: 
    Het verantwoordingsprotocol bevat een beeld van het functioneren van de leerling binnen zijn context, geeft de schoolloopbaan weer en bevat een beschrijving van de reeds genomen maatregelen en de onderwijsbehoeften van de leerling die aanleiding geven tot de opmaak van het verslag.

De school voor buitengewoon onderwijs mag geen andere bijkomende toelatingsvoorwaarden opleggen.
Het kan niet dat de BuO-school naast een inschrijving in de school een inschrijving in het aan de school verbonden MFC eist; een bepaald minimum IQ eist of een bepaalde graad van zelfredzaamheid oplegt.

Het verslag geeft toegang tot een school voor buitengewoon onderwijs van het type dat vermeld staat op het verslag, maar biedt ook de mogelijkheid om een individueel aangepast curriculum te volgen in het gewoon onderwijs.
De keuze voor gewoon of buitengewoon onderwijs ligt bij de ouders.

Het verslag wordt bezorgd aan de ouders of kan in onderling overleg tussen ouders en CLB door het CLB rechtstreeks aan de betrokken BuO-school bezorgd worden.
 Voor de types 3, 4, 6, 7 en 9 is een medisch (voor type 4, 6 en 7) of multidisciplinair (voor type 3 en 9) onderzoek nodig. 
Het verslag is bestemd voor de directeur van de onderwijsinstelling gewoon of buitengewoon onderwijs, ter staving van de inschrijving en het wordt toegevoegd aan het leerlingendossier op school.
Als de leerling de school voor buitengewoon onderwijs verlaat, wordt het verslag aan de ouders terugbezorgd. Indien de leerling niet meer aan de voorwaarden voor opmaak verslag voldoet; kan een verslag ook worden opgeheven.


Leeftijdsvoorwaarden:

een kleuter moet tenminste twee jaar en zes maanden zijn.
De instapdagen die van toepassing zijn in het gewoon kleuteronderwijs gelden niet voor het BuKO.
In principe blijft de kleuter in het BuKO tot en met het schooljaar dat aanvangt op de eerste september van het jaar waarin hij vijf jaar wordt.

Afwijking:
Een kleuter die zes jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar mag toch nog in het BuKO ingeschreven worden.
Deze afwijking kan met één schooljaar verlengd worden.
In dit geval is hij leerplichtig.