Ingenieurswetenschappen: Materiaalkunde - Academische bachelor

 

Algemene info


De opleiding wordt gekenmerkt door een sterke nadruk op het wetenschappelijke aspect van de techniek. Het curriculum is dan ook, zeker de eerste jaren, sterk wiskundig en natuurwetenschappelijk getint.
De ingenieur vertaalt de wetenschappelijke kennis naar concrete technische toepassingen in verschillende domeinen. 

Inhoudelijk zijn er drie belangrijke basispijlers
– de wiskundige basiskennis en -vaardigheden en hun ingenieurstoepassingen; 
– de wetenschapsvakken; 
– de ontwerpgerichte ingenieursvakken en de ingenieursattitude.
Vakken als economie, wijsbegeerte of psychologie kunnen aan het programma worden toegevoegd. 
De opbouw van het programma verschilt per universiteit. 
De master leidt tot de beroepstitel van burgerlijk ingenieur.

Voor wie?

Je bent sterk geïnteresseerd in wiskunde en positieve wetenschappen.
Je hebt in het secundair onderwijs liefst een richting gevolgd met minstens zes uur wiskunde in de laatste jaren.
Je bent geboeid door de technologische aspecten van industriële toepassingen.
Je wilt het hoe en waarom van systemen, machines en installaties bestuderen en je bent bereid om hiervoor de wiskunde en de basiswetenschappen met enthousiasme en werklust grondig aan te pakken.
Aangezien je later vaak in leidinggevende posities terechtkomt, is het belangrijk dat je over de nodige communicatie- en sociale vaardigheden beschikt.


Aanvullende info:

KU Leuven

Er is een gemeenschappelijke fase van 3 semesters.Het programma bestaat uit basiswetenschappen (wiskunde, energie en materie), inleiding tot de verschillende ingenieursdisciplines en algemeen vormende vakken. Deze hoofdrichting kan je combineren met de nevenrichting:

  • Chemische technologie
  • Geotechniek en mijnbouwkunde
  • Elektrotechniek
  • Werktuigkunde
  • Bedrijfsbeheer
  • Technologie van de levende systeme


Studiepunten

180 (bachelor) + 120 (master)

Ingenieurswetenschappen: Materiaalkunde - Academische bachelor

 

Algemene info


De opleiding wordt gekenmerkt door een sterke nadruk op het wetenschappelijke aspect van de techniek. Het curriculum is dan ook, zeker de eerste jaren, sterk wiskundig en natuurwetenschappelijk getint.
De ingenieur vertaalt de wetenschappelijke kennis naar concrete technische toepassingen in verschillende domeinen. 

Inhoudelijk zijn er drie belangrijke basispijlers
– de wiskundige basiskennis en -vaardigheden en hun ingenieurstoepassingen; 
– de wetenschapsvakken; 
– de ontwerpgerichte ingenieursvakken en de ingenieursattitude.
Vakken als economie, wijsbegeerte of psychologie kunnen aan het programma worden toegevoegd. 
De opbouw van het programma verschilt per universiteit. 
De master leidt tot de beroepstitel van burgerlijk ingenieur.

Voor wie?

Je bent sterk geïnteresseerd in wiskunde en positieve wetenschappen.
Je hebt in het secundair onderwijs liefst een richting gevolgd met minstens zes uur wiskunde in de laatste jaren.
Je bent geboeid door de technologische aspecten van industriële toepassingen.
Je wilt het hoe en waarom van systemen, machines en installaties bestuderen en je bent bereid om hiervoor de wiskunde en de basiswetenschappen met enthousiasme en werklust grondig aan te pakken.
Aangezien je later vaak in leidinggevende posities terechtkomt, is het belangrijk dat je over de nodige communicatie- en sociale vaardigheden beschikt.


Aanvullende info:

KU Leuven

Er is een gemeenschappelijke fase van 3 semesters.Het programma bestaat uit basiswetenschappen (wiskunde, energie en materie), inleiding tot de verschillende ingenieursdisciplines en algemeen vormende vakken. Deze hoofdrichting kan je combineren met de nevenrichting:

  • Chemische technologie
  • Geotechniek en mijnbouwkunde
  • Elektrotechniek
  • Werktuigkunde
  • Bedrijfsbeheer
  • Technologie van de levende systeme


Studiepunten

180 (bachelor) + 120 (master)

Bijzondere toelatingsvoorwaarden

Vanaf het academiejaar 2018-2019 moet je een verplichte niet-bindende instaptoets afleggen. Deze schriftelijke ijkingsproef geeft info over je vaardigheden en kennis in wiskunde. De toets is afgestemd op vooropleidingen uit het secundair onderwijs met minstens 6 uur wiskunde per week in de laatste 2 jaar. Toch kunnen ook leerlingen die minder wiskunde volgden in hun vooropleiding eraan deelnemen. Het is immers belangrijk dat elke geïnteresseerde student zich kan "ijken": je niveau kan immers van nature hoger zijn dan je vooropleiding laat vermoeden.


Je kan enkel deelnemen aan de ijkingstoets als je je ook op voorhand hebt ingeschreven voor de ijkingstoets. Houd rekening met de deadlines. De toets vindt plaats begin juli en begin september.


Bij je deelname zal je een deelnameattest ontvangen dat je kan voorleggen bij inschrijving.  Dit deelnameattest is slechts geldig voor inschrijving in het daaropvolgende academiejaar.  Je kan aan eender welke deelnemende universiteit de ijkingstoets afleggen, ongeacht waar je je later inschrijft.
Zonder deelname kan je je niet inschrijven in de opleiding, maar je resultaat is niet bindend.
Als je niet slaagt, krijg je nog steeds toelating tot de opleiding. Wel kan de universiteit beslissen om bij een lage score remediëring op te leggen.  De ijkingstoets is een gezamelijk initiatief van de Vlaamse Universiteiten.
In een aantal gevallen (bv. deelname aan een andere ijkingstoets of toelatingsexamen) is er een uitzondering op deze verplichting
Voor info: http://www.ijkingstoets.be

 

Taal

TOELATINGSVOORWAARDEN

Je wordt rechtstreeks toegelaten als je in het bezit bent van één van onderstaande diploma's:

  • een diploma van secundair onderwijs;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs voor sociale promotie (met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid);
  • een buitenlands diploma of getuigschrift dat gelijkwaardig verklaard is met één van bovenstaande.

    Uitzonderingen:
  • Er is een toelatingsproef voor de bacheloropleidingen in de studiegebieden Geneeskunde en Tandheelkunde (info: toelatingsexamenartstandarts.be);
  • Er zijn bekwaamheidsproeven (artistieke toelatingsproeven) om toegelaten te worden tot de opleidingen in de studiegebieden 'Audiovisuele en beeldende kunst' en 'Muziek en podiumkunsten'.
  • Er is een verplichte niet bindende toelatingsproef voor de bacheloropleidingen Ingenieurswetenschappen en Ingenieurswetenschappen-Architectuur.

Afwijkende toelatingsvoorwaarden:
De onderwijsinstellingen hebben een reglement moeten opstellen voor kandidaten die niet aan de algemene toelatingsvoorwaarden voldoen.
Dit reglement kan je bij de instelling van je keuze opvragen.
De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen gebaseerd zijn op:
1. humanitaire redenen;
2. medische, psychische of sociale redenen ;
3. het algemeen niveau van de kandidaat, getoetst op de door het instellingsbestuur bepaalde wijze (bv. een gesprek, een proef, ..).
Weet wel dat dergelijke toelating niet gelijkgesteld is aan het diploma secundair onderwijs!!  

Extra taalvoorwaarden voor internationale studenten

De onderwijsinstellingen kunnen het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis voor houders van een buitenlands diploma.
Meer info vind u bij de organiserende onderwijsinstellingen en onder het tabblaadje 'International students'.

Situering

Opleiding: Ingenieurswetenschappen: Materiaalkunde 

Studieniveau: Academische bachelor - HO

Studiegebied: Toegepaste wetenschappen

Belangstellingsdomeinen: Exacte wetenschappen, Techniek, Wiskunde-cijferwerk,

Schoolvakken SO: Chemie, Elektriciteit, Elektromechanica, Elektronica, Fysica, Informatica, Mechanica, Natuurwetenschappen, Wetenschappen, Wiskunde,

Vervolgopleidingen


een masteropleiding

Na een academisch gerichte bacheloropleiding ga je normalerwijze een masteropleiding volgen. Een master omvat minstens 60 studiepunten. Masters zijn altijd academisch gericht, maar kunnen ook een professionele gerichtheid hebben. Onderwijskiezer vermeldt hier de masters van het studiegebied van deze opleiding. Let wel dat je niet automatisch in al deze masters toegelaten wordt! Het kan zijn dat je eerst een voorbereidingsprogramma moet volgen.

Masteropleidingen binnen dit studiegebied



































































een postgraduaat

Verder studeren kan ook in een postgraduaat. Dit is een opleiding van minstens 20 studiepunten.. Het geeft recht op een getuigschrift. Bedoeling is: verdere professionele vorming, verbreding of verdieping van de reeds verworven competenties.  Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelating tot een postgraduaat verschilt per opleiding. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per opleiding.


een bachelor-na-bacheloropleiding (Ba-na-Ba)

Verder studeren kan ook in een Ba-na-Ba. Dit is een verdere specialisatie, aansluitend op je basisopleiding en omvat minstens 60 studiepunten. Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelatingsvoorwaarden kunnen verschillen per opleiding.


een verkorte bachelor/master

Wanneer je een andere bachelor/master wilt behalen, kan dat soms via een verkort traject. Je behaalt dan het diploma op kortere termijn. De verkorte bachelor/master leidt naar een volwaardig bachelor-/masterdiploma.
Voor informatie over je mogelijkheden kan je terecht bij de onderwijsinstellingen.

Mits het volgen van een voorbereidingsprogramma zijn er waarschijnlijk nog andere opleidingen mogelijk. De mogelijkheden hangen af van je vooropleiding, EVC’s, EVK’s ... Contacteer de instellingen voor hoger onderwijs voor concrete informatie.


na- of bijscholingen

Hogescholen en universiteiten hebben doorgaans ook een aanbod van diverse na- of bijscholingen. Informatie hierover vind je niet op Onderwijskiezer, maar bij de onderwijsinstelling.

Instellingen

    
Naamsestraat 22  3000 Leuven
016 32 40 10    


Beroepsuitwegen

Deze beschrijving veronderstelt dat je het masterniveau hebt behaald.

De tewerkstellingsmogelijkheden voor burgerlijk ingenieurs zijn niet onder één noemer te brengen.
Door de gekozen specialisatie kunnen er grote verschillen zijn in de sectoren waar ingenieurs terechtkomen. Velen doen aan wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling bij universiteiten en onderzoekscentra.
Burgerlijk ingenieurs vinden we ook terug als lesgever in het secundair en hoger onderwijs.
Een aantal Masters in de ingenieurswetenschappen: materiaalkunde zijn werkzaam in het fundamenteel en toegepast wetenschappelijk onderzoek over de eigenschappen, het gedrag, de vormgeving en de productie van verschillende types materialen, zoals metalen, kunststoffen, keramiek, composieten, ‘nieuwe’ materialen ... Anderen analyseren en optimaliseren bestaande of nieuwe productie- en verwerkingsmethoden.
Belangrijke, traditionele industriesectoren voor de materiaal-deskundigen zijn de metaalindustrie (ijzer en staal, non-ferro-legeringen: productie en verwerking), scheepswerven, assemblagebedrijven (auto’s), constructiebedrijven voor spoorwegmaterieel, chemische bedrijven (polymeren, materiaalkeuze), machinefabrieken, micro-elektronicabedrijven (halfgeleiders), controle-organen en expertisebureaus (materiaaleigenschappen en studie van schadegevallen).
Enkele typische beroepsprofielen zijn procesingenieur, productontwikkelaar, kwaliteitsingenieur, raadgevend ingenieur en onderzoeker. 

Klik hieronder op één van de beroepen voor een beschrijving van dat beroep, inclusief looninformatie en actuele vacatures.

Mogelijke beroepen

Burgerlijk ingenieur
Expert onderzoek en ontwikkeling in de industrie ( knelpuntberoep)
Onderzoeker exacte wetenschappen

Vlaamse Kwalificatiestructuur

  • Kwalificaties beschrijven wat je moet kennen en kunnen om een beroep uit te oefenen, een opleiding te starten of deel te nemen aan de maatschappij. De Kwalificatiedatabank bevat alle beroepskwalificaties en onderwijskwalificaties uit de Vlaamse kwalificatiestructuur.

VKS - Onderwijskwalificatie Academische Bachelor: Bachelor of Science in de ingenieurswetenschappen

Studierendement

Studierichting 3e graad SO Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Economie-wiskunde (ASO) 61 0,84% 52,60% 6 11 8 9 16 11
Grieks-wiskunde (ASO) 226 15,65% 81,99% 2 15 20 32 150 7
Industriële wetenschappen (TSO) 165 4,51% 57,56% 7 35 31 27 52 13
Latijn-wetenschappen (ASO) 62 0,89% 60,53% 4 8 16 5 21 8
Latijn-wiskunde (ASO) 1307 10,87% 72,49% 24 139 170 270 634 70
Wetenschappen-wiskunde (ASO) 3382 9,67% 69,04% 83 419 496 664 1526 194

Per bacheloropleiding die je kan volgen in het hoger onderwijs kan je hier bekijken wat de resultaten zijn van afgestudeerden uit verschillende studierichtingen uit het secundair onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.

Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het studierendement. Onderstaande tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het hoger onderwijs weer van studenten uit een secundaire studierichting. Dit is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% = de studenten uit een secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.

Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit een secundaire studierichting dat zich inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit een secundaire studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.

Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.

extra info over studierendement



bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming

Higher education in Flanders: general information

Language admission requirements for higher education in Dutch

Dutch language levels explained

Language requirements


Instelling Taalniveau ITNA CNaVT Staats-
examen
Certificaat CVO Eigen Succesvol
KU Leuven
->Alle academische bachelors
B2

Gegevens bijgewerkt tot 11-10-2018

Ingenieurswetenschappen: Materiaalkunde - Academische bachelor

 

Algemene info


De opleiding wordt gekenmerkt door een sterke nadruk op het wetenschappelijke aspect van de techniek. Het curriculum is dan ook, zeker de eerste jaren, sterk wiskundig en natuurwetenschappelijk getint.
De ingenieur vertaalt de wetenschappelijke kennis naar concrete technische toepassingen in verschillende domeinen. 

Inhoudelijk zijn er drie belangrijke basispijlers
– de wiskundige basiskennis en -vaardigheden en hun ingenieurstoepassingen; 
– de wetenschapsvakken; 
– de ontwerpgerichte ingenieursvakken en de ingenieursattitude.
Vakken als economie, wijsbegeerte of psychologie kunnen aan het programma worden toegevoegd. 
De opbouw van het programma verschilt per universiteit. 
De master leidt tot de beroepstitel van burgerlijk ingenieur.

Voor wie?

Je bent sterk geïnteresseerd in wiskunde en positieve wetenschappen.
Je hebt in het secundair onderwijs liefst een richting gevolgd met minstens zes uur wiskunde in de laatste jaren.
Je bent geboeid door de technologische aspecten van industriële toepassingen.
Je wilt het hoe en waarom van systemen, machines en installaties bestuderen en je bent bereid om hiervoor de wiskunde en de basiswetenschappen met enthousiasme en werklust grondig aan te pakken.
Aangezien je later vaak in leidinggevende posities terechtkomt, is het belangrijk dat je over de nodige communicatie- en sociale vaardigheden beschikt.


Aanvullende info:

KU Leuven

Er is een gemeenschappelijke fase van 3 semesters.Het programma bestaat uit basiswetenschappen (wiskunde, energie en materie), inleiding tot de verschillende ingenieursdisciplines en algemeen vormende vakken. Deze hoofdrichting kan je combineren met de nevenrichting:

  • Chemische technologie
  • Geotechniek en mijnbouwkunde
  • Elektrotechniek
  • Werktuigkunde
  • Bedrijfsbeheer
  • Technologie van de levende systeme


Studiepunten

180 (bachelor) + 120 (master)

Bijzondere toelatingsvoorwaarden

Vanaf het academiejaar 2018-2019 moet je een verplichte niet-bindende instaptoets afleggen. Deze schriftelijke ijkingsproef geeft info over je vaardigheden en kennis in wiskunde. De toets is afgestemd op vooropleidingen uit het secundair onderwijs met minstens 6 uur wiskunde per week in de laatste 2 jaar. Toch kunnen ook leerlingen die minder wiskunde volgden in hun vooropleiding eraan deelnemen. Het is immers belangrijk dat elke geïnteresseerde student zich kan "ijken": je niveau kan immers van nature hoger zijn dan je vooropleiding laat vermoeden.


Je kan enkel deelnemen aan de ijkingstoets als je je ook op voorhand hebt ingeschreven voor de ijkingstoets. Houd rekening met de deadlines. De toets vindt plaats begin juli en begin september.


Bij je deelname zal je een deelnameattest ontvangen dat je kan voorleggen bij inschrijving.  Dit deelnameattest is slechts geldig voor inschrijving in het daaropvolgende academiejaar.  Je kan aan eender welke deelnemende universiteit de ijkingstoets afleggen, ongeacht waar je je later inschrijft.
Zonder deelname kan je je niet inschrijven in de opleiding, maar je resultaat is niet bindend.
Als je niet slaagt, krijg je nog steeds toelating tot de opleiding. Wel kan de universiteit beslissen om bij een lage score remediëring op te leggen.  De ijkingstoets is een gezamelijk initiatief van de Vlaamse Universiteiten.
In een aantal gevallen (bv. deelname aan een andere ijkingstoets of toelatingsexamen) is er een uitzondering op deze verplichting
Voor info: http://www.ijkingstoets.be

 

Taal

TOELATINGSVOORWAARDEN

Je wordt rechtstreeks toegelaten als je in het bezit bent van één van onderstaande diploma's:

  • een diploma van secundair onderwijs;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs voor sociale promotie (met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid);
  • een buitenlands diploma of getuigschrift dat gelijkwaardig verklaard is met één van bovenstaande.

    Uitzonderingen:
  • Er is een toelatingsproef voor de bacheloropleidingen in de studiegebieden Geneeskunde en Tandheelkunde (info: toelatingsexamenartstandarts.be);
  • Er zijn bekwaamheidsproeven (artistieke toelatingsproeven) om toegelaten te worden tot de opleidingen in de studiegebieden 'Audiovisuele en beeldende kunst' en 'Muziek en podiumkunsten'.
  • Er is een verplichte niet bindende toelatingsproef voor de bacheloropleidingen Ingenieurswetenschappen en Ingenieurswetenschappen-Architectuur.

Afwijkende toelatingsvoorwaarden:
De onderwijsinstellingen hebben een reglement moeten opstellen voor kandidaten die niet aan de algemene toelatingsvoorwaarden voldoen.
Dit reglement kan je bij de instelling van je keuze opvragen.
De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen gebaseerd zijn op:
1. humanitaire redenen;
2. medische, psychische of sociale redenen ;
3. het algemeen niveau van de kandidaat, getoetst op de door het instellingsbestuur bepaalde wijze (bv. een gesprek, een proef, ..).
Weet wel dat dergelijke toelating niet gelijkgesteld is aan het diploma secundair onderwijs!!  

Extra taalvoorwaarden voor internationale studenten

De onderwijsinstellingen kunnen het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis voor houders van een buitenlands diploma.
Meer info vind u bij de organiserende onderwijsinstellingen en onder het tabblaadje 'International students'.

Situering

Opleiding: Ingenieurswetenschappen: Materiaalkunde 

Studieniveau: Academische bachelor - HO

Studiegebied: Toegepaste wetenschappen

Belangstellingsdomeinen: Exacte wetenschappen, Techniek, Wiskunde-cijferwerk,

Schoolvakken SO: Chemie, Elektriciteit, Elektromechanica, Elektronica, Fysica, Informatica, Mechanica, Natuurwetenschappen, Wetenschappen, Wiskunde,

Vervolgopleidingen


een masteropleiding

Na een academisch gerichte bacheloropleiding ga je normalerwijze een masteropleiding volgen. Een master omvat minstens 60 studiepunten. Masters zijn altijd academisch gericht, maar kunnen ook een professionele gerichtheid hebben. Onderwijskiezer vermeldt hier de masters van het studiegebied van deze opleiding. Let wel dat je niet automatisch in al deze masters toegelaten wordt! Het kan zijn dat je eerst een voorbereidingsprogramma moet volgen.

Masteropleidingen binnen dit studiegebied



































































een postgraduaat

Verder studeren kan ook in een postgraduaat. Dit is een opleiding van minstens 20 studiepunten.. Het geeft recht op een getuigschrift. Bedoeling is: verdere professionele vorming, verbreding of verdieping van de reeds verworven competenties.  Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelating tot een postgraduaat verschilt per opleiding. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per opleiding.


een bachelor-na-bacheloropleiding (Ba-na-Ba)

Verder studeren kan ook in een Ba-na-Ba. Dit is een verdere specialisatie, aansluitend op je basisopleiding en omvat minstens 60 studiepunten. Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelatingsvoorwaarden kunnen verschillen per opleiding.


een verkorte bachelor/master

Wanneer je een andere bachelor/master wilt behalen, kan dat soms via een verkort traject. Je behaalt dan het diploma op kortere termijn. De verkorte bachelor/master leidt naar een volwaardig bachelor-/masterdiploma.
Voor informatie over je mogelijkheden kan je terecht bij de onderwijsinstellingen.

Mits het volgen van een voorbereidingsprogramma zijn er waarschijnlijk nog andere opleidingen mogelijk. De mogelijkheden hangen af van je vooropleiding, EVC’s, EVK’s ... Contacteer de instellingen voor hoger onderwijs voor concrete informatie.


na- of bijscholingen

Hogescholen en universiteiten hebben doorgaans ook een aanbod van diverse na- of bijscholingen. Informatie hierover vind je niet op Onderwijskiezer, maar bij de onderwijsinstelling.

Instellingen

    
Naamsestraat 22  3000 Leuven
016 32 40 10    


Beroepsuitwegen

Deze beschrijving veronderstelt dat je het masterniveau hebt behaald.

De tewerkstellingsmogelijkheden voor burgerlijk ingenieurs zijn niet onder één noemer te brengen.
Door de gekozen specialisatie kunnen er grote verschillen zijn in de sectoren waar ingenieurs terechtkomen. Velen doen aan wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling bij universiteiten en onderzoekscentra.
Burgerlijk ingenieurs vinden we ook terug als lesgever in het secundair en hoger onderwijs.
Een aantal Masters in de ingenieurswetenschappen: materiaalkunde zijn werkzaam in het fundamenteel en toegepast wetenschappelijk onderzoek over de eigenschappen, het gedrag, de vormgeving en de productie van verschillende types materialen, zoals metalen, kunststoffen, keramiek, composieten, ‘nieuwe’ materialen ... Anderen analyseren en optimaliseren bestaande of nieuwe productie- en verwerkingsmethoden.
Belangrijke, traditionele industriesectoren voor de materiaal-deskundigen zijn de metaalindustrie (ijzer en staal, non-ferro-legeringen: productie en verwerking), scheepswerven, assemblagebedrijven (auto’s), constructiebedrijven voor spoorwegmaterieel, chemische bedrijven (polymeren, materiaalkeuze), machinefabrieken, micro-elektronicabedrijven (halfgeleiders), controle-organen en expertisebureaus (materiaaleigenschappen en studie van schadegevallen).
Enkele typische beroepsprofielen zijn procesingenieur, productontwikkelaar, kwaliteitsingenieur, raadgevend ingenieur en onderzoeker. 

Klik hieronder op één van de beroepen voor een beschrijving van dat beroep, inclusief looninformatie en actuele vacatures.

Mogelijke beroepen

Burgerlijk ingenieur
Expert onderzoek en ontwikkeling in de industrie ( knelpuntberoep)
Onderzoeker exacte wetenschappen

Vlaamse Kwalificatiestructuur

  • Kwalificaties beschrijven wat je moet kennen en kunnen om een beroep uit te oefenen, een opleiding te starten of deel te nemen aan de maatschappij. De Kwalificatiedatabank bevat alle beroepskwalificaties en onderwijskwalificaties uit de Vlaamse kwalificatiestructuur.

VKS - Onderwijskwalificatie Academische Bachelor: Bachelor of Science in de ingenieurswetenschappen

Studierendement

Studierichting 3e graad SO Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Economie-wiskunde (ASO) 61 0,84% 52,60% 6 11 8 9 16 11
Grieks-wiskunde (ASO) 226 15,65% 81,99% 2 15 20 32 150 7
Industriële wetenschappen (TSO) 165 4,51% 57,56% 7 35 31 27 52 13
Latijn-wetenschappen (ASO) 62 0,89% 60,53% 4 8 16 5 21 8
Latijn-wiskunde (ASO) 1307 10,87% 72,49% 24 139 170 270 634 70
Wetenschappen-wiskunde (ASO) 3382 9,67% 69,04% 83 419 496 664 1526 194

Per bacheloropleiding die je kan volgen in het hoger onderwijs kan je hier bekijken wat de resultaten zijn van afgestudeerden uit verschillende studierichtingen uit het secundair onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.

Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het studierendement. Onderstaande tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het hoger onderwijs weer van studenten uit een secundaire studierichting. Dit is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% = de studenten uit een secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.

Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit een secundaire studierichting dat zich inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit een secundaire studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.

Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.

extra info over studierendement



bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming

Higher education in Flanders: general information

Language admission requirements for higher education in Dutch

Dutch language levels explained

Language requirements


Instelling Taalniveau ITNA CNaVT Staats-
examen
Certificaat CVO Eigen Succesvol
KU Leuven
->Alle academische bachelors
B2

Gegevens bijgewerkt tot 11-10-2018