Deeltijds Beroepssecundair Onderwijs (DBSO)


Beschrijving?

Deeltijds beroepssecundair onderwijs is bedoeld voor leerlingen die niet langer voltijds op de schoolbanken willen zitten. Het combineert leren met werken en wordt georganiseerd door een Centrum voor Deeltijds Onderwijs (CDO).

Vergis je niet: ook in het DBSO ben je voltijds (= minimum 28 u/week) bezig met je opleiding. De term ’deeltijds’ slaat enkel op het volgen van de lessen.

Je week ziet er als volgt uit: 
2 dagen les (minimum 15 u per week) in een CDO + 
3 dagen werkplekleren (minimum 13 u per week). 

Binnen het DBSO loopt sinds 1 september 2016 het proefproject Duaal Leren.
Duale opleidingen zijn bedoeld om een beroep aan te leren én een diploma/getuigschrift of (deel-)certificaat te behalen. Ook hier leer je via een combinatie van  ‘lessen + leren op een werkplek’.
Een aantal centra voor Deeltijds Onderwijs biedt een duale opleiding aan naast klassieke DBSO- opleidingen. 

Meer info lees je op de pagina over Duaal Leren.


Welke Opleidingen?

Je hebt de keuze tussen een groot aantal DBSO- opleidingen: Opleidingen DBSO


Wie kan DBSO volgen?

Leeftijd

  • Elke jongere tussen 16 en 25 jaar

  • Elke 15- jarige die ten minste de eerste 2 jaren van het voltijds secundair onderwijs (= de 1e graad SO) heeft afgemaakt.

  • Op het einde van het schooljaar (30 juni) waarin de jongere 25 wordt, stopt het DBSO.

Een individuele afwijking om vanaf het begin van het schooljaar waarin je 15 wordt te kunnen starten in DBSO, kan worden toegestaan door de CDO- directie, na advies van het CLB.

Nationaliteit

Leerlingen die komen uit:

  • een onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers ( OKAN) of

  • uit een buitenlands onderwijssysteem

én rechtstreeks instromen in het DBSO, hebben hiervoor het akkoord van de klassenraad nodig. Idem voor leerlingen die uit het frans- of duitstalig onderwijs in België komen.
Indien het een overstap betreft vanuit OKAN, moet de (toelatings)klassenraad rekening houden met het advies van de klassenraad van dat onthaaljaar. Elke beslissing van de (toelatings)klassenraad die afwijkt van dat advies moet worden gemotiveerd.

Vooropleiding

-Enkel voor 15-jarige leerlingen geldt dat ze pas toegelaten worden als ze minstens de 1e graad van het voltijds SO hebben gevolgd. Ze hoeven niet geslaagd te zijn.

-Voor sommige DBSO- opleidingen is een bepaalde vooropleiding vereist.
Voor andere opleidingen moet je een bewijs hebben dat je medisch geschikt bent. Deze info wordt op Onderwijskiezer bij elke aparte DBSO- opleiding vermeld.
Individuele afwijkingen op de instapvereisten zijn mogelijk als de klassenraad hiertoe beslist.
Meer info.

Instromen (Inschrijven)

In principe kan je gedurende het hele schooljaar in het DBSO instromen. Zolang je voldoet aan de toelatingsvoorwaarden)
Je schrijft je hiervoor in bij een CDO.


Wat mag je verwachten?

Lessen?

Je zit minimum 15 u per week op de schoolbanken in een Centrum voor Deeltijds Onderwijs. 

Werkplekleren?

Je oefent minimum 13u per week je vaardigheden op de werkvloer. Je leert je job al doende.
Als deeltijds werken om de één of andere reden (nog) niet mogelijk is, worden er alternatieven voorzien door het CDO.

Op basis van een screening wordt bepaald wat het meest geschikte traject voor jou is:

  • Arbeidsdeelname  (AD) als je al echt wil/kan werken. Je leert op de werkvloer via gewone tewerkstelling.

  • Brugproject (BP): als je graag wil werken maar nog enkele arbeidsattitudes moet aanleren.
    (max. 800u)

  • Voortraject (VT): als je nog niet helemaal klaar bent om te leren in een werksituatie. 
    (max. 312u)

  • Persoonlijk ontwikkelingstraject (POT): als je nog niet arbeidsgericht denkt en intensieve individuele begeleiding nodig hebt.

    Als je + 18 jaar bent, kon je tot voor kort enkel kiezen voor AD.
    Vandaag kan een +18-jarige na screening in DBSO toegang krijgen tot 'Brugproject' of ‘inschakeling in arbeidsdeelname’. Cfr. 7.4.1 omzendbrief SO/2008

Waar?

Les volgen doe je in een Centrum voor Deeltijds Onderwijs (CDO). Deze centra zijn meestal verbonden aan secundaire tso/bso-scholen. Ze kunnen ook autonoom zijn.

Organisatie?

DBSO- opleidingen worden ofwel lineair ofwel modulair georganiseerd. De meeste DBSO-opleidingen worden modulair aangeboden.

Modulair betekent:
De leerstof wordt opgedeeld in verschillende leerpakketten of modules. Elke module is een afgerond deel van een opleiding.
Elke module kan starten op elk ogenblik van het schooljaar en gespreid worden over 1 of meerdere schooljaren. Sommige modules zijn onafhankelijk van elkaar, andere modules moeten in een bepaalde volgorde doorlopen worden (sequentieel).

Lineair 
betekent:
De opleidingen starten bij het begin van het schooljaar en lopen over 1 of meerdere volledige schooljaren.


Welke procedure moet ik volgen na mijn toelating tot het DBSO?

Elke leerling doorloopt volgende stadia:
Aanmelding
Je meldt je aan in een CDO.
Inschrijving
Je schrijft je in waarna  voor elke jongere de verplichte screening volgt.
Screening
Dit gebeurt ten laatste op 14 september of binnen de 14 dagen bij een laattijdige inschrijving.
De screening is eenmalig en hoeft niet meer wanneer dit al gebeurde bij een eerdere inschrijving in een ander of in hetzelfde centrum.
Het resultaat van de screening is bindend en wordt opgenomen in het trajectvolgsysteem van de VDAB. 

Wat gaat de screening na?
Je arbeidsrijpheid, interesses, motivatie en eerder verworven competenties. 
Op basis van de screeningsresultaten kom je meestal terecht in 1 van de 4 tewerkstellingstrajecten (AD, BP, VT of POT).
Je krijgt tijdens het doorlopen van dit ‘traject- op- maat’, trajectbegeleiding. Het is de bedoeling om je zo goed mogelijk te begeleiden naar de arbeidswereld.
Na de screening kan men je ook adviseren een andere opleiding of een andere vorm van onderwijs (bv. buitengewoon onderwijs of leertijd) te volgen.

Mogelijke Trajecten:

  • de Arbeidsdeelname -AD-:
    Als je de juiste attitudes hebt om te gaan werken (op tijd komen, inzet, leiding aanvaarden...) vult men de werkplekcomponent in via gewone tewerkstelling met een loon of  leervergoeding.
    Het CDO kan ook beslissen dat het werkplekleren in jouw geval best ingevuld wordt op een alternatieve wijze.
    Meer bepaald door:

    • het volgen van een sportgerelateerde opleiding
    • het verrichten van vrijwilligerswerk
    • het tijdelijk volgen van een bijkomende opleiding/cursus die je kansen op de arbeidsmarkt verhoogt
    • het verrichten van culturele, sociale of sportactiviteiten, georganiseerd/erkend door een overheidsinstantie
  • het Brugproject -BP-:
    Een begeleide praktijkopleiding gedurende maximum 10 maanden, 20 u per week.
    Voor jongeren die willen werken maar nog over onvoldoende vaardigheden en arbeidsgerichte attitudes beschikken en deze willen ontwikkelen.

  • het Voortraject -VT-:

  • Gericht op jongeren die nog niet klaar zijn om te werken.
    Zij volgen een specifieke opleidings- en begeleidingsmodule gedurende maximum 312 uur;

  • een Persoonlijk Ontwikkelingstraject -POT-:
    (nodig: een gemotiveerd CLB- verslag).
    Het werkplekleren of het geheel van ‘leren en werken’ kan  vervangen worden door een POT.
    In dit geval is er geen sprake van arbeidsdeelname maar krijg je een intensieve individuele begeleiding en aangepaste activiteiten.  
    Deze wordt georganiseerd door een Centrum voor Deeltijdse Vorming (CDV) voor jongeren in problematische situaties. Bedoeling is om je zelfredzaamheid en je maatschappelijk functioneren te verhogen.
    Ook krijg je een voorbereiding op de andere arbeidsgerichte trajecten.
    Er bestaan 3 verschillende POT ‘s: van 13 uur, 15 uur en 28 uur per week.

Trajectbegeleiding
Binnen een CDO zijn 1 of meer personen verantwoordelijk voor de trajectbegeleiding. 
Voor elke jongere wordt zo vlug mogelijk (ten laatste 1 maand na de screening) een trajectbegeleidingsplan opgesteld.
Bedoeling is je op je eigen tempo naar arbeidsdeelname te loodsen.
Om de 2 maanden is er overleg tussen de trajectbegeleider, het CLB en indien nodig de VDAB om het trajectbegeleidingsplan te evalueren en eventueel aan te passen. 
De trajecten die je doorloopt, worden geregistreerd in het trajectvolgsysteem van de VDAB. Je hoeft niet alle fasen te doorlopen, je kan ook steeds terugvallen naar een lager traject.

Als je binnen een schooljaar 30 dagen problematisch afwezig bent, wordt je inschrijving stop gezet.

Welk Contract/ Overeenkomst?

Ingeval van arbeidsdeelname in het normaal economisch circuit, sluit je 1 van volgende (bezoldigde) overeenkomsten af (sinds 1/9/2016*):

  • de overeenkomst alternerende opleiding (vanaf 20u per week werken op jaarbasis) of
  • de deeltijdse arbeidsovereenkomst (minder 20u per week werken op jaarbasis)OF
  • de deeltijdse arbeidsovereenkomst sociale maribel als je werkt in de non-profit sector in een organisatie waarvoor de sociale maribel**geldt. (kan zowel bij meer als bij minder dan 20u per week werken op de werkplek)

*Reeds bestaande overeenkomsten, lopen verder tot hun einddatum.
**Regeling voor werkplekken in Vlaanderen en Brussel uit de non-profitsector. Bedoeling is nieuwe arbeidsplaatsen creëren via patronale bijdrageverminderingen.

 Evaluatie

De klassenraad beslist of je geslaagd bent voor zowel de leergedeelte als voor het werkplekleren. Zij bepalen ook op welke manier je wordt geëvalueerd.

-Modulair onderwijs: De evaluatie van een module/ een opleiding kan gebeuren op elk ogenblik van het schooljaar. De school legt vast wanneer.

-Lineair onderwijs: Ingeval je lineair DBSO volgt, wordt je geëvalueerd op 30 juni. 


Wat kan ik behalen?

Je kan mits te voldoen aan de nodige voorwaarden, volgende studiebewijzen behalen:

  • een attest van verworven competenties;

  • een deelcertificaat van een module;

  • een certificaat van een opleiding;

  • een getuigschrift 2e graad secundair onderwijs;

  • een studiegetuigschrift van het 2e leerjaar van de 3e graad secundair onderwijs;

  • een diploma secundair onderwijs;

  • een getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer.

Ingeval je modulair DBSO volgt, kan je tussentijds  slagen in modules.
Concreet betekent dit dat je tijdens je opleiding, dus ook tijdens het schooljaar, een aantal keer beloond kan worden voor een afgewerkt leerpakket. Dan krijg je  meteen een deelcertificaat. Dit is een geldig bewijs dat je een onderdeel van het beroep beheerst.
Als je geslaagd bent in alle modules van je opleidingstraject krijg je het certificaat van de beroepsopleiding. Dit certificaat wordt erkend door de bedrijfswereld.


Financiën?

Verdien ik iets?

Soms ontvang je een loon, soms een leervergoeding. 
Jongeren met een overeenkomst van alternerende opleiding die slagen in hun opleidingsjaar hebben bovendien recht op een startbonus!

Hoeveel je per maand verdient hangt af van verschillende factoren: je contract, het soort ‘werkplekleren’, de beroepssector, ….

 

Soort overeenkomst

Wat verdien je?

Extra info

DA

Deeltijdse
arbeidsovereenkomst
of
Deeltijdse arbeidsovereenkomst sociale maribel**

Loon

Voor je werk tijdens het werkplekleren.

Bedrag is afhankelijk van aantal gewerkte uren + afhankelijk van geldend CAO in de beroepssector.

 

OAO

Overeenkomst Alternerende opleiding

Leervergoeding

453,20 euro/maand

Tijdens 1e jaar van alternerende opleiding

500,10 euro/maand

Na slagen in 1e jaar van de alternerende opleiding (of na geslaagd te zijn in 2e graad SO)

539,10 euro/maand

Na slagen in 2e jaar van de alternerende opleiding (of na geslaagd te zijn in 5SO of in kwalificatiefase BUSO OV3)

Voor zowel werkplekleren als voor het opleidingsgedeelte dat je volgt

 

  • ligt vast
  • is hetzelfde voor alle beroepssectoren (Bedrijven kunnen zelf nog extra  bonussen/premies geven).
  • hangt af van het opleidingsjaar dat je volgt van je alternerende opleiding

 

Bedragen op 1 juni 2017

*Voor de lopende overeenkomsten betaalt het bedrijf waarin je werkt  nog de ‘oude’ bedragen. 
Per maand ontvang je een leervergoeding tussen 329,46 en 541,09 euro bruto naargelang je leeftijd en het jaar van je opleiding.

**Regeling voor werkplekken in Vlaanderen en Brussel uit de non-profitsector. De trajectbegeleider uit het CDO kan je hierover verder informeren. 

Kinderbijslag?

Tot 31 augustus van het jaar waarin je 18 wordt, is er altijd recht op kinderbijslag, ongeacht wat je verdient.
Na die datum blijft de kinderbijslag enkel behouden wanneer je niet meer verdient dan de kinderbijslaggrens. Vanaf 1 juni 2017 is dat 541,09 euro bruto  per maand.

Schooltoelagen?

Soms kan je in DBSO een studietoelage krijgen van de overheid, of je nu een tewerkstelling hebt of niet. Dit kan tot en met het schooljaar waarin je 22 jaar wordt. Of je in aanmerking komt en de grootte van het bedrag hangt af van factoren zoals: je loon, het aantal kinderen ten laste… .  

Spijbelaars kunnen hun schooltoelage verliezen.

Kosten?
In DBSO kan geen inschrijvingsgeld worden gevraagd.
Per schooljaar kan een bijdrage gevraagd worden voor bepaalde onderwijskosten en/of leermiddelen, op voorwaarde dat de kosten vooraf gecommuniceerd werden. Het bedrag kan variëren naargelang de opleiding.


Wat na het DBSO?

De meeste leerlingen gaan na hun deeltijdse opleiding direct werken

Je kan ook, afhankelijk van de behaalde studiebewijzen, terugkeren naar het secundair onderwijs of zelfs verder studeren in het hoger (beroeps)onderwijs, het volwassenenonderwijs….
Informeer je hierover vooraf bij het CLB.


Meer info?

Omzendbrief Stelsel van leren en werken, SO/2008/08

Info SYNTRA Vlaanderen over overeenkomsten binnen DBSO en Leertijd
SYNTRA Vlaanderen, Wegwijs – overeenkomst alternerende opleiding, een leidraad voor leerlingen, ouders, opleidings- en onderwijsinstellingen en ondernemingen.
Info over school- en studietoelagen: www.studietoelagen.be