Bio-ingenieurswetenschappen : Cel- en genbiotechnologie - Academische bachelor

 

Algemene info


De opleiding bio-ingenieurswetenschappen is een ingenieursopleiding waarbij de vier basiswetenschappen (biologie, chemie, fysica en wiskunde) op een geïntegreerde manier aan bod komen.
De nadruk ligt hierbij op de levende materie, de micro-organismen, planten en dieren, in hun omgeving (water, lucht en bodem).
Een bio-ingenieur houdt zich bezig met de technologieën om die levende materie in te zetten voor gebruik in de maatschappij. 
De opbouw van de opleiding verschilt per universiteit.


Voor wie?
Je bent geboeid door alles wat er om je heen gebeurt met bodem, lucht, water, dier en plant en je bent geïnteresseerd in een ingenieursberoep.
De studies vereisen aanleg en belangstelling voor exact-wetenschappelijke vakken, zoals chemie, biologie, fysica en wiskunde. 
Algemeen mag je stellen dat je best in de laatste twee jaren SO ten minste zes uren wiskunde per week gekregen hebt. 
Veel hangt uiteraard ook af van je motivatie, intelligentie en het aantal uren studie dat je tijdens het academiejaar aankan.
Besef ook dat je heel wat tijd in een laboratorium zult doorbrengen. 


De universiteiten organiseren voor kandidaat-studenten een ijkingstoets.
De ijkingstoets test via meerkeuzevragen enkele vaardigheden die belangrijk zijn voor vakken die je krijgt in het eerste jaar van de opleiding bio-ingenieur. De inhoud van de vragen bouwt verder op de leerstof van de richtingen uit het secundair onderwijs met 6 uur wiskunde. De leerinhouden van zowel eerste, tweede als derde graad komen aan bod. De vragen peilen naar je redeneervermogen, begrippenkennis, wiskundige vaardigheden, wiskundige vraagstukken in een fysica-context en inzicht in chemie.
Deelname is niet verplicht en gratis. Inschrijven is verplicht.
Voor info: http://www.ijkingstoets.be 


Aanvullende info:

Universiteit Antwerpen - Stadscampus

Aan de Universiteit Antwerpen kan je alleen de bacheloropleiding volgen. Dankzij de nauwe samenwerking met de andere Vlaamse universiteiten sluit deze bacheloropleiding naadloos aan op de verschillende masteropleidingen.
De opleiding bio-ingenieurswetenschappen is een ingenieursopleiding waarbij de vier basiswetenschappen (biologie, chemie, fysica en wiskunde) op een geïntegreerde manier aan bod komen. De nadruk ligt hierbij op de levende materie, de micro-organismen, planten en dieren, in hun omgeving (water, lucht en bodem). 
Je eerste twee bachelorjaren bieden je vooral gelegenheid je grondig te verdiepen in de basiswetenschappen zoals wiskunde, anorganische en organische scheikunde, fysica en themodynamica, celbiologie en biochemie, statistiek, economie en ecologie. Pas in je derde bachelorjaar kies je een afstudeerrichting.

Universiteit Gent - Campus Gent

De bacheloropleiding is opgebouwd rond zeven leerlijnen via welke je een aantal competenties leert. In de derde bachelor kies je vervolgens voor een afstudeerrichting. Bij het afstuderen als Bachelor in de bio-ingenieurswetenschappen ben je in staat om:

  • wiskundige basistechnieken toe te passen om wiskundige modellen op te stellen en door te rekenen, en om data te analyseren;
  • diverse problemen fysisch te beschrijven en technologische oplossingen voor te stellen;
  • chemische analyses uit te voeren en de werking van de verschillende (bio)chemische processen die van belang zijn voor de bio-ingenieur te beschrijven;
  • de interacties tussen organismen en hun (wijzigende) omgeving te beschrijven op basis van een grondig inzicht in de levende materie (cel, plant, dier, micro-organisme) en het systeem aarde;
  • duurzaam en ethisch verantwoord te handelen binnen de maatschappij en haar economische context;
  • een probleem procesmatig te beschrijven, dit te vertalen naar een wiskundig model, te implementeren in een programmeertaal en ermee te modelleren;
  • op een correcte manier te interageren met collega’s, op een wetenschappelijk verantwoorde manier onderzoek uit te voeren en dit zowel schriftelijk te rapporteren als mondeling toe te lichten.


Studiepunten

180 (bachelor) + 120 (master)

Bio-ingenieurswetenschappen : Cel- en genbiotechnologie - Academische bachelor

Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK
Klik op de foto om te vergroten

Algemene info


De opleiding bio-ingenieurswetenschappen is een ingenieursopleiding waarbij de vier basiswetenschappen (biologie, chemie, fysica en wiskunde) op een geïntegreerde manier aan bod komen.
De nadruk ligt hierbij op de levende materie, de micro-organismen, planten en dieren, in hun omgeving (water, lucht en bodem).
Een bio-ingenieur houdt zich bezig met de technologieën om die levende materie in te zetten voor gebruik in de maatschappij. 
De opbouw van de opleiding verschilt per universiteit.


Voor wie?
Je bent geboeid door alles wat er om je heen gebeurt met bodem, lucht, water, dier en plant en je bent geïnteresseerd in een ingenieursberoep.
De studies vereisen aanleg en belangstelling voor exact-wetenschappelijke vakken, zoals chemie, biologie, fysica en wiskunde. 
Algemeen mag je stellen dat je best in de laatste twee jaren SO ten minste zes uren wiskunde per week gekregen hebt. 
Veel hangt uiteraard ook af van je motivatie, intelligentie en het aantal uren studie dat je tijdens het academiejaar aankan.
Besef ook dat je heel wat tijd in een laboratorium zult doorbrengen. 


De universiteiten organiseren voor kandidaat-studenten een ijkingstoets.
De ijkingstoets test via meerkeuzevragen enkele vaardigheden die belangrijk zijn voor vakken die je krijgt in het eerste jaar van de opleiding bio-ingenieur. De inhoud van de vragen bouwt verder op de leerstof van de richtingen uit het secundair onderwijs met 6 uur wiskunde. De leerinhouden van zowel eerste, tweede als derde graad komen aan bod. De vragen peilen naar je redeneervermogen, begrippenkennis, wiskundige vaardigheden, wiskundige vraagstukken in een fysica-context en inzicht in chemie.
Deelname is niet verplicht en gratis. Inschrijven is verplicht.
Voor info: http://www.ijkingstoets.be 


Aanvullende info:

Universiteit Antwerpen - Stadscampus

Aan de Universiteit Antwerpen kan je alleen de bacheloropleiding volgen. Dankzij de nauwe samenwerking met de andere Vlaamse universiteiten sluit deze bacheloropleiding naadloos aan op de verschillende masteropleidingen.
De opleiding bio-ingenieurswetenschappen is een ingenieursopleiding waarbij de vier basiswetenschappen (biologie, chemie, fysica en wiskunde) op een geïntegreerde manier aan bod komen. De nadruk ligt hierbij op de levende materie, de micro-organismen, planten en dieren, in hun omgeving (water, lucht en bodem). 
Je eerste twee bachelorjaren bieden je vooral gelegenheid je grondig te verdiepen in de basiswetenschappen zoals wiskunde, anorganische en organische scheikunde, fysica en themodynamica, celbiologie en biochemie, statistiek, economie en ecologie. Pas in je derde bachelorjaar kies je een afstudeerrichting.

Universiteit Gent - Campus Gent

De bacheloropleiding is opgebouwd rond zeven leerlijnen via welke je een aantal competenties leert. In de derde bachelor kies je vervolgens voor een afstudeerrichting. Bij het afstuderen als Bachelor in de bio-ingenieurswetenschappen ben je in staat om:

  • wiskundige basistechnieken toe te passen om wiskundige modellen op te stellen en door te rekenen, en om data te analyseren;
  • diverse problemen fysisch te beschrijven en technologische oplossingen voor te stellen;
  • chemische analyses uit te voeren en de werking van de verschillende (bio)chemische processen die van belang zijn voor de bio-ingenieur te beschrijven;
  • de interacties tussen organismen en hun (wijzigende) omgeving te beschrijven op basis van een grondig inzicht in de levende materie (cel, plant, dier, micro-organisme) en het systeem aarde;
  • duurzaam en ethisch verantwoord te handelen binnen de maatschappij en haar economische context;
  • een probleem procesmatig te beschrijven, dit te vertalen naar een wiskundig model, te implementeren in een programmeertaal en ermee te modelleren;
  • op een correcte manier te interageren met collega’s, op een wetenschappelijk verantwoorde manier onderzoek uit te voeren en dit zowel schriftelijk te rapporteren als mondeling toe te lichten.


Studiepunten

180 (bachelor) + 120 (master)

Taal

TOELATINGSVOORWAARDEN

Je wordt rechtstreeks toegelaten als je in het bezit bent van één van onderstaande diploma's:

  • een diploma van secundair onderwijs;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs voor sociale promotie (met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid);
  • een buitenlands diploma of getuigschrift dat gelijkwaardig verklaard is met één van bovenstaande.

    Uitzonderingen:
  • Er is een toelatingsproef voor de bacheloropleidingen in de studiegebieden Geneeskunde en Tandheelkunde (info: toelatingsexamenartstandarts.be);
  • Er zijn bekwaamheidsproeven (artistieke toelatingsproeven) om toegelaten te worden tot de opleidingen in de studiegebieden 'Audiovisuele en beeldende kunst' en 'Muziek en podiumkunsten'.
  • Er is een verplichte niet bindende toelatingsproef voor de bacheloropleidingen Ingenieurswetenschappen en Ingenieurswetenschappen-Architectuur en Diergeneeskunde.

Afwijkende toelatingsvoorwaarden:
De onderwijsinstellingen hebben een reglement moeten opstellen voor kandidaten die niet aan de algemene toelatingsvoorwaarden voldoen.
Dit reglement kan je bij de instelling van je keuze opvragen.
De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen gebaseerd zijn op:
1. humanitaire redenen;
2. medische, psychische of sociale redenen ;
3. het algemeen niveau van de kandidaat, getoetst op de door het instellingsbestuur bepaalde wijze (bv. een gesprek, een proef, ..).
Weet wel dat dergelijke toelating niet gelijkgesteld is aan het diploma secundair onderwijs!!  

Extra taalvoorwaarden voor internationale studenten

De onderwijsinstellingen kunnen het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis voor houders van een buitenlands diploma.

Situering

Opleiding: Bio-ingenieurswetenschappen 

Afstudeerrichting: Cel- en genbiotechnologie

Studieniveau: Academische bachelor - HO

Specificatie: Bachelor of Science

Studiegebied: Toegepaste biologische wetenschappen

Belangstellingsdomeinen: Exacte wetenschappen, Techniek, Wiskunde-cijferwerk,

Schoolvakken SO: Biologie, Biotechniek, Chemie, Fysica, Landbouw, Natuurwetenschappen, Wetenschappen, Wiskunde,

Andere Afstudeerrichtingen

De andere afstudeerrichtingen binnen Bio-ingenieurswetenschappen zijn:

Bio-ingenieurswetenschappen : Algemene opleiding (Academische bachelor - HO)
Bio-ingenieurswetenschappen : Chemie en voedingstechnologie (Academische bachelor - HO)
Bio-ingenieurswetenschappen : Land- en bosbeheer (Academische bachelor - HO)
Bio-ingenieurswetenschappen : Landbouwkunde (Academische bachelor - HO)
Bio-ingenieurswetenschappen : Milieutechnologie (Academische bachelor - HO)

Vervolgopleidingen


een masteropleiding

Na een academisch gerichte bacheloropleiding ga je normalerwijze een masteropleiding volgen. Een master omvat minstens 60 studiepunten. Masters zijn altijd academisch gericht, maar kunnen ook een professionele gerichtheid hebben. Onderwijskiezer vermeldt hier de masters van het studiegebied van deze opleiding. Let wel dat je niet automatisch in al deze masters toegelaten wordt! Het kan zijn dat je eerst een voorbereidingsprogramma moet volgen.

Masteropleidingen binnen dit studiegebied


























een postgraduaat

Verder studeren kan ook in een postgraduaat. Dit is een opleiding van minstens 20 studiepunten.. Het geeft recht op een getuigschrift. Bedoeling is: verdere professionele vorming, verbreding of verdieping van de reeds verworven competenties.  Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelating tot een postgraduaat verschilt per opleiding. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per opleiding.


een bachelor-na-bacheloropleiding (Ba-na-Ba)

Verder studeren kan ook in een Ba-na-Ba. Dit is een verdere specialisatie, aansluitend op je basisopleiding en omvat minstens 60 studiepunten. Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelatingsvoorwaarden kunnen verschillen per opleiding.


een verkorte bachelor/master

Wanneer je een andere bachelor/master wilt behalen, kan dat soms via een verkort traject. Je behaalt dan het diploma op kortere termijn. De verkorte bachelor/master leidt naar een volwaardig bachelor-/masterdiploma.
Voor informatie over je mogelijkheden kan je terecht bij de onderwijsinstellingen.

Mits het volgen van een voorbereidingsprogramma zijn er waarschijnlijk nog andere opleidingen mogelijk. De mogelijkheden hangen af van je vooropleiding, EVC’s, EVK’s ... Contacteer de instellingen voor hoger onderwijs voor concrete informatie.


na- of bijscholingen

Hogescholen en universiteiten hebben doorgaans ook een aanbod van diverse na- of bijscholingen. Informatie hierover vind je niet op Onderwijskiezer, maar bij de onderwijsinstelling.

Instellingen

Prinsstraat 13  2000 Antwerpen
03 265 48 72    


Sint-Pietersnieuwstraat 33  9000 Gent
09 331 00 31    


Beroepsuitwegen

Deze beschrijving veronderstelt dat je het masterniveau hebt behaald.

De bio-ingenieur vindt men vaak in technisch-commerciële of onderzoeksfuncties, zowel op het niveau van het middenkader als op het niveau van het management, in een zeer grote variatie van sectoren: de landbouw-, de fermentatie- en voedingsindustrie, de chemie, de agrochemie, de farmacie, het milieubeheer.
In functie van de gekozen specialisatie kan de bio-ingenieur terechtkomen in diverse industriële sectoren zoals de scheikundige en farmaceutische industrie, controlelaboratoria, productie, procesontwikkeling, kwaliteitscontrole, waterzuivering, afvalverwerking, maar ook in navormings- en ontwikkelingswerk.
De methode en werkwijze, verworven door de studie van de exacte wetenschappen, laat bovendien toe zich waar te maken in domeinen buiten het eigen vakgebied, bv. commerciële management- en informaticagerichte functies.
Bio-ingenieurs zijn ook werkzaam in de gezondheidssector, medische laboratoria en overheidsinstellingen, zoals het Ministerie van Landbouw, het Ministerie van Volksgezondheid of slachthuizen.
Hun taak bestaat hier uit inspectie van eetwaren, milieubeheer, het uitvoeren van analyses, veiligheid.
Er zijn ook tewerkstellingskansen in de land- en tuinbouwsector, bij milieuorganisaties of in ontwikkelingslanden. Voor wie de specifieke lerarenopleiding volgt zijn er mogelijkheden als leerkracht in het onderwijs.

Hier een overzicht van mogelijke aansluitende beroepen uit de beroependatabase van onderwijskiezer. 
Er kunnen steeds nog andere mogelijkheden zijn. Klik op een beroep voor meer informatie.

Mogelijke beroepen

Bio- ingenieur
Onderzoeker exacte wetenschappen
Verantwoordelijke laboratorium

Vlaamse Kwalificatiestructuur

  • Kwalificaties beschrijven wat je moet kennen en kunnen om een beroep uit te oefenen, een opleiding te starten of deel te nemen aan de maatschappij. De Kwalificatiedatabank bevat alle beroepskwalificaties en onderwijskwalificaties uit de Vlaamse kwalificatiestructuur.

VKS - Onderwijskwalificatie Academische Bachelor: Bachelor of Science in de bio-ingenieurswetenschappen

Studierendement

Studierichting 3e graad SO Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Biotechnische wetenschappen (TSO) 32 2,32% 49,64% 9 3 3 6 7 4
Economie-wetenschappen (ASO) 32 1,24% 43,52% 3 8 5 8 4 4
Grieks-wiskunde (ASO) 87 5,86% 85,61% 2 3 6 15 59 2
Latijn-wetenschappen (ASO) 257 3,87% 59,56% 31 33 43 54 89 7
Latijn-wiskunde (ASO) 677 5,83% 77,68% 27 38 67 133 377 35
Moderne talen-wetenschappen (ASO) 103 1,00% 47,31% 20 11 18 27 17 10
Sportwetenschappen (ASO) 35 1,16% 43,67% 9 3 8 8 5 2
Techniek-wetenschappen (TSO) 48 1,08% 33,27% 16 9 8 11 3 1
Wetenschappen-wiskunde (ASO) 2523 6,89% 70,03% 181 214 300 543 1178 107

Per bacheloropleiding die je kan volgen in het hoger onderwijs kan je hier bekijken wat de resultaten zijn van afgestudeerden uit verschillende studierichtingen uit het secundair onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.

Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het studierendement. Onderstaande tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het hoger onderwijs weer van studenten uit een secundaire studierichting. Dit is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% = de studenten uit een secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.

Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit een secundaire studierichting dat zich inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit een secundaire studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.

Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.

extra info over studierendement



bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming


Gegevens bijgewerkt tot 29-01-2018

Bio-ingenieurswetenschappen : Cel- en genbiotechnologie - Academische bachelor

Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK Foto OK
Klik op de foto om te vergroten

Algemene info


De opleiding bio-ingenieurswetenschappen is een ingenieursopleiding waarbij de vier basiswetenschappen (biologie, chemie, fysica en wiskunde) op een geïntegreerde manier aan bod komen.
De nadruk ligt hierbij op de levende materie, de micro-organismen, planten en dieren, in hun omgeving (water, lucht en bodem).
Een bio-ingenieur houdt zich bezig met de technologieën om die levende materie in te zetten voor gebruik in de maatschappij. 
De opbouw van de opleiding verschilt per universiteit.


Voor wie?
Je bent geboeid door alles wat er om je heen gebeurt met bodem, lucht, water, dier en plant en je bent geïnteresseerd in een ingenieursberoep.
De studies vereisen aanleg en belangstelling voor exact-wetenschappelijke vakken, zoals chemie, biologie, fysica en wiskunde. 
Algemeen mag je stellen dat je best in de laatste twee jaren SO ten minste zes uren wiskunde per week gekregen hebt. 
Veel hangt uiteraard ook af van je motivatie, intelligentie en het aantal uren studie dat je tijdens het academiejaar aankan.
Besef ook dat je heel wat tijd in een laboratorium zult doorbrengen. 


De universiteiten organiseren voor kandidaat-studenten een ijkingstoets.
De ijkingstoets test via meerkeuzevragen enkele vaardigheden die belangrijk zijn voor vakken die je krijgt in het eerste jaar van de opleiding bio-ingenieur. De inhoud van de vragen bouwt verder op de leerstof van de richtingen uit het secundair onderwijs met 6 uur wiskunde. De leerinhouden van zowel eerste, tweede als derde graad komen aan bod. De vragen peilen naar je redeneervermogen, begrippenkennis, wiskundige vaardigheden, wiskundige vraagstukken in een fysica-context en inzicht in chemie.
Deelname is niet verplicht en gratis. Inschrijven is verplicht.
Voor info: http://www.ijkingstoets.be 


Aanvullende info:

Universiteit Antwerpen - Stadscampus

Aan de Universiteit Antwerpen kan je alleen de bacheloropleiding volgen. Dankzij de nauwe samenwerking met de andere Vlaamse universiteiten sluit deze bacheloropleiding naadloos aan op de verschillende masteropleidingen.
De opleiding bio-ingenieurswetenschappen is een ingenieursopleiding waarbij de vier basiswetenschappen (biologie, chemie, fysica en wiskunde) op een geïntegreerde manier aan bod komen. De nadruk ligt hierbij op de levende materie, de micro-organismen, planten en dieren, in hun omgeving (water, lucht en bodem). 
Je eerste twee bachelorjaren bieden je vooral gelegenheid je grondig te verdiepen in de basiswetenschappen zoals wiskunde, anorganische en organische scheikunde, fysica en themodynamica, celbiologie en biochemie, statistiek, economie en ecologie. Pas in je derde bachelorjaar kies je een afstudeerrichting.

Universiteit Gent - Campus Gent

De bacheloropleiding is opgebouwd rond zeven leerlijnen via welke je een aantal competenties leert. In de derde bachelor kies je vervolgens voor een afstudeerrichting. Bij het afstuderen als Bachelor in de bio-ingenieurswetenschappen ben je in staat om:

  • wiskundige basistechnieken toe te passen om wiskundige modellen op te stellen en door te rekenen, en om data te analyseren;
  • diverse problemen fysisch te beschrijven en technologische oplossingen voor te stellen;
  • chemische analyses uit te voeren en de werking van de verschillende (bio)chemische processen die van belang zijn voor de bio-ingenieur te beschrijven;
  • de interacties tussen organismen en hun (wijzigende) omgeving te beschrijven op basis van een grondig inzicht in de levende materie (cel, plant, dier, micro-organisme) en het systeem aarde;
  • duurzaam en ethisch verantwoord te handelen binnen de maatschappij en haar economische context;
  • een probleem procesmatig te beschrijven, dit te vertalen naar een wiskundig model, te implementeren in een programmeertaal en ermee te modelleren;
  • op een correcte manier te interageren met collega’s, op een wetenschappelijk verantwoorde manier onderzoek uit te voeren en dit zowel schriftelijk te rapporteren als mondeling toe te lichten.


Studiepunten

180 (bachelor) + 120 (master)

Taal

TOELATINGSVOORWAARDEN

Je wordt rechtstreeks toegelaten als je in het bezit bent van één van onderstaande diploma's:

  • een diploma van secundair onderwijs;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs voor sociale promotie (met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid);
  • een buitenlands diploma of getuigschrift dat gelijkwaardig verklaard is met één van bovenstaande.

    Uitzonderingen:
  • Er is een toelatingsproef voor de bacheloropleidingen in de studiegebieden Geneeskunde en Tandheelkunde (info: toelatingsexamenartstandarts.be);
  • Er zijn bekwaamheidsproeven (artistieke toelatingsproeven) om toegelaten te worden tot de opleidingen in de studiegebieden 'Audiovisuele en beeldende kunst' en 'Muziek en podiumkunsten'.
  • Er is een verplichte niet bindende toelatingsproef voor de bacheloropleidingen Ingenieurswetenschappen en Ingenieurswetenschappen-Architectuur en Diergeneeskunde.

Afwijkende toelatingsvoorwaarden:
De onderwijsinstellingen hebben een reglement moeten opstellen voor kandidaten die niet aan de algemene toelatingsvoorwaarden voldoen.
Dit reglement kan je bij de instelling van je keuze opvragen.
De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen gebaseerd zijn op:
1. humanitaire redenen;
2. medische, psychische of sociale redenen ;
3. het algemeen niveau van de kandidaat, getoetst op de door het instellingsbestuur bepaalde wijze (bv. een gesprek, een proef, ..).
Weet wel dat dergelijke toelating niet gelijkgesteld is aan het diploma secundair onderwijs!!  

Extra taalvoorwaarden voor internationale studenten

De onderwijsinstellingen kunnen het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis voor houders van een buitenlands diploma.

Situering

Opleiding: Bio-ingenieurswetenschappen 

Afstudeerrichting: Cel- en genbiotechnologie

Studieniveau: Academische bachelor - HO

Specificatie: Bachelor of Science

Studiegebied: Toegepaste biologische wetenschappen

Belangstellingsdomeinen: Exacte wetenschappen, Techniek, Wiskunde-cijferwerk,

Schoolvakken SO: Biologie, Biotechniek, Chemie, Fysica, Landbouw, Natuurwetenschappen, Wetenschappen, Wiskunde,

Andere Afstudeerrichtingen

De andere afstudeerrichtingen binnen Bio-ingenieurswetenschappen zijn:

Bio-ingenieurswetenschappen : Algemene opleiding (Academische bachelor - HO)
Bio-ingenieurswetenschappen : Chemie en voedingstechnologie (Academische bachelor - HO)
Bio-ingenieurswetenschappen : Land- en bosbeheer (Academische bachelor - HO)
Bio-ingenieurswetenschappen : Landbouwkunde (Academische bachelor - HO)
Bio-ingenieurswetenschappen : Milieutechnologie (Academische bachelor - HO)

Vervolgopleidingen


een masteropleiding

Na een academisch gerichte bacheloropleiding ga je normalerwijze een masteropleiding volgen. Een master omvat minstens 60 studiepunten. Masters zijn altijd academisch gericht, maar kunnen ook een professionele gerichtheid hebben. Onderwijskiezer vermeldt hier de masters van het studiegebied van deze opleiding. Let wel dat je niet automatisch in al deze masters toegelaten wordt! Het kan zijn dat je eerst een voorbereidingsprogramma moet volgen.

Masteropleidingen binnen dit studiegebied


























een postgraduaat

Verder studeren kan ook in een postgraduaat. Dit is een opleiding van minstens 20 studiepunten.. Het geeft recht op een getuigschrift. Bedoeling is: verdere professionele vorming, verbreding of verdieping van de reeds verworven competenties.  Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelating tot een postgraduaat verschilt per opleiding. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per opleiding.


een bachelor-na-bacheloropleiding (Ba-na-Ba)

Verder studeren kan ook in een Ba-na-Ba. Dit is een verdere specialisatie, aansluitend op je basisopleiding en omvat minstens 60 studiepunten. Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelatingsvoorwaarden kunnen verschillen per opleiding.


een verkorte bachelor/master

Wanneer je een andere bachelor/master wilt behalen, kan dat soms via een verkort traject. Je behaalt dan het diploma op kortere termijn. De verkorte bachelor/master leidt naar een volwaardig bachelor-/masterdiploma.
Voor informatie over je mogelijkheden kan je terecht bij de onderwijsinstellingen.

Mits het volgen van een voorbereidingsprogramma zijn er waarschijnlijk nog andere opleidingen mogelijk. De mogelijkheden hangen af van je vooropleiding, EVC’s, EVK’s ... Contacteer de instellingen voor hoger onderwijs voor concrete informatie.


na- of bijscholingen

Hogescholen en universiteiten hebben doorgaans ook een aanbod van diverse na- of bijscholingen. Informatie hierover vind je niet op Onderwijskiezer, maar bij de onderwijsinstelling.

Instellingen

Prinsstraat 13  2000 Antwerpen
03 265 48 72    


Sint-Pietersnieuwstraat 33  9000 Gent
09 331 00 31    


Beroepsuitwegen

Deze beschrijving veronderstelt dat je het masterniveau hebt behaald.

De bio-ingenieur vindt men vaak in technisch-commerciële of onderzoeksfuncties, zowel op het niveau van het middenkader als op het niveau van het management, in een zeer grote variatie van sectoren: de landbouw-, de fermentatie- en voedingsindustrie, de chemie, de agrochemie, de farmacie, het milieubeheer.
In functie van de gekozen specialisatie kan de bio-ingenieur terechtkomen in diverse industriële sectoren zoals de scheikundige en farmaceutische industrie, controlelaboratoria, productie, procesontwikkeling, kwaliteitscontrole, waterzuivering, afvalverwerking, maar ook in navormings- en ontwikkelingswerk.
De methode en werkwijze, verworven door de studie van de exacte wetenschappen, laat bovendien toe zich waar te maken in domeinen buiten het eigen vakgebied, bv. commerciële management- en informaticagerichte functies.
Bio-ingenieurs zijn ook werkzaam in de gezondheidssector, medische laboratoria en overheidsinstellingen, zoals het Ministerie van Landbouw, het Ministerie van Volksgezondheid of slachthuizen.
Hun taak bestaat hier uit inspectie van eetwaren, milieubeheer, het uitvoeren van analyses, veiligheid.
Er zijn ook tewerkstellingskansen in de land- en tuinbouwsector, bij milieuorganisaties of in ontwikkelingslanden. Voor wie de specifieke lerarenopleiding volgt zijn er mogelijkheden als leerkracht in het onderwijs.

Hier een overzicht van mogelijke aansluitende beroepen uit de beroependatabase van onderwijskiezer. 
Er kunnen steeds nog andere mogelijkheden zijn. Klik op een beroep voor meer informatie.

Mogelijke beroepen

Bio- ingenieur
Onderzoeker exacte wetenschappen
Verantwoordelijke laboratorium

Vlaamse Kwalificatiestructuur

  • Kwalificaties beschrijven wat je moet kennen en kunnen om een beroep uit te oefenen, een opleiding te starten of deel te nemen aan de maatschappij. De Kwalificatiedatabank bevat alle beroepskwalificaties en onderwijskwalificaties uit de Vlaamse kwalificatiestructuur.

VKS - Onderwijskwalificatie Academische Bachelor: Bachelor of Science in de bio-ingenieurswetenschappen

Studierendement

Studierichting 3e graad SO Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Biotechnische wetenschappen (TSO) 32 2,32% 49,64% 9 3 3 6 7 4
Economie-wetenschappen (ASO) 32 1,24% 43,52% 3 8 5 8 4 4
Grieks-wiskunde (ASO) 87 5,86% 85,61% 2 3 6 15 59 2
Latijn-wetenschappen (ASO) 257 3,87% 59,56% 31 33 43 54 89 7
Latijn-wiskunde (ASO) 677 5,83% 77,68% 27 38 67 133 377 35
Moderne talen-wetenschappen (ASO) 103 1,00% 47,31% 20 11 18 27 17 10
Sportwetenschappen (ASO) 35 1,16% 43,67% 9 3 8 8 5 2
Techniek-wetenschappen (TSO) 48 1,08% 33,27% 16 9 8 11 3 1
Wetenschappen-wiskunde (ASO) 2523 6,89% 70,03% 181 214 300 543 1178 107

Per bacheloropleiding die je kan volgen in het hoger onderwijs kan je hier bekijken wat de resultaten zijn van afgestudeerden uit verschillende studierichtingen uit het secundair onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.

Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het studierendement. Onderstaande tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het hoger onderwijs weer van studenten uit een secundaire studierichting. Dit is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% = de studenten uit een secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.

Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit een secundaire studierichting dat zich inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit een secundaire studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.

Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.

extra info over studierendement



bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming


Gegevens bijgewerkt tot 29-01-2018