BUSO: Opleidingsvorm 3 (OV3)

Om je te kunnen inschrijven in het buitengewoon onderwijs opleidingsvorm 3, heb je een IAC-verslag nodig van een centrum voor leerlingenbegeleiding. Heb je een verslag voor secundair onderwijs OV1, OV2 en OV3 van voor 01-09-2023, dan word je beschouwd als een leerling met een IAC-verslag.

In dat verslag staat

  • welke maatregelen je school al heeft genomen om je te helpen
  • waarom dit niet genoeg geholpen heeft bij wat alle leerlingen moeten kennen en kunnen op school (= leerdoel)

Meer info

Let op!

  • De volgorde waarin modules moeten gevolgd worden is belangrijk¹
  • Soms gelden ook specifieke toelatingsvoorwaarden tot een module. Dit wordt door de klassenraad bepaald.
  • De klassenraad kan ook een vrijstelling toekennen voor een module.
  • Een leerling kan maar één module tegelijk volgen.
  • De overstap van een modulair naar een niet-modulair systeem gebeurt op basis van een beslissing van de klassenraad.

¹ Zie de opleidingenstructuur.

Ik zit al in het BuSO maar in een andere opleidingsvorm 

Als het CLB van je school je IAC-verslag of OV4-verslag verandert in een IAC-verslag voor opleidingsvorm 3, dan kan je je inschrijven in OV3.

Aanvuller     Integratiefase      




Beschrijving van de opleiding

Je leert:

  • je in de computermaatschappij uit de slag trekken,
  • je in het Nederlands correct uitdrukken,
  • een werkmethode opvolgen,
  • in team werken,
  • met voorschriften inzake kwaliteit, welzijn, veiligheid en milieu omgaan, vooral 
    - persoonlijke hygiëne verzorgen,
    - afval en restproducten sorteren en verwijderen,
    - met gevaarlijke stoffen weten om te gaan;
  • op aanwijzing de voorraad verzorgen,
  • artikelen ontvangen en stapelen,
  • schappen en winkelrekken aanvullen,
  • op aanwijzing artikelen etiketteren.
  • je leert op aanwijzing de presentatieruimte verzorgen en onderhouden: aanvullen, schoonmaken, etiketten nakijken, ..

De opleiding omvat verschillende modules:

Basis sociale en taalvaardigheden: hier leert de lerende omgaan met zijn sociale leefwereld.
Hij leert eerst zijn eigen persoonlijkheid kennen om zo via waarneming van de eigen leefwereld te komen tot een zicht op de maatschappij die hem omringt.
Er wordt eveneens een basis gelegd voor de vaardigheden spreken, luisteren en lezen met betrekking tot een eerste moderne vreemde taal.
De omschrijving bevat alleen de taaltaken. Het niveau ervan beperkt zich tot het basisniveau dat nodig is als voorbereiding op de basiscompetenties die verder in de opleiding aan bod komen.
De te gebruiken of te produceren teksten gaan bij voorkeur over concrete, vertrouwde onderwerpen en zijn eenvoudig qua woordenschat, grammatica en structuur.

Basisinitiatie in de winkelomgeving: in deze module leert men de verschillende aspecten van handel kennen om zich in een winkelomgeving in te leven.
Er wordt ook aandacht besteed aan de winkeltaken en de werkomstandigheden.

Basis computervaardigheden: hier leert men met de computer omgaan: er wordt onder andere kennis gemaakt met de apparatuur en met eenvoudige toepassingen van tekstverwerking, rekenblad en gegevensbestand.
Er gaat aandacht naar houding, handstand en vingerzetting.

Winkelvoorraad:
in de module ‘winkelvoorraad 1’ komen de werkzaamheden rond de winkelvoorraad aan bod.
Het gaat zowel om de werkzaamheden in de opslagruimte als in de winkel zelf.
Interne transportmiddelen worden gebruikt om de artikelen naar de verkoopoppervlakte te brengen.
Deze taken dienen op aanwijzing te gebeuren.
Gegevensbeheer en etikettering met de pc komen hier aan bod. Voor Nederlands en een moderne vreemde taal gaat de aandacht naar de vaardigheid lezen.
In de module ‘winkelvoorraad 2’ komen de werkzaamheden rond de winkelvoorraad aan bod.
Het gaat zowel om de werkzaamheden in de opslagruimte als in de winkel zelf.
Interne transportmiddelen worden gebruikt om de artikelen naar de verkoopoppervlakte te brengen.
De taken, die in de module ‘winkelvoorraad 2’ voorkomen worden nu echter zelfstandig uitgevoerd.
Men leert eveneens de winkelvoorraad inventariseren, bestellingen opmaken en doorgeven.
Men is in staat om de bestelde artikelen te ontvangen, aan de hand van de nodige documenten te controleren op kwaliteit en kwantiteit en de gegevens ervan in te voeren alvorens ze op te slaan.
Tekstverwerking en internetgebruik komen hier aan bod.
Gegevensbeheer en rekenblad worden eveneens ingeoefend, evenals etikettering met de pc.
Voor Nederlands en een moderne vreemde taal werkt men aan de vaardigheden spreken en lezen.

Ondersteunende winkeltaken: in de module ‘ondersteunende winkeltaken 1’ leert men een aantal ondersteunende taken uitvoeren die gelden voor alle functies binnen een winkel.
Het gaat o.a. om artikelen zoeken, inpakken, etiketteren en beveiligen.
Het verwijderen en sorteren van afval komt hier eveneens aan bod.
Er wordt tevens belang gehecht aan hygiëne en uiterlijk.
Gegevensbeheer komt aan bod. Voor Nederlands en een moderne vreemde taal gaat de aandacht naar de vaardigheden spreken, luisteren en lezen.
In de module ‘ondersteunende winkeltaken 2’ leert men een aantal ondersteunende taken uitvoeren die gelden voor alle functies binnen de winkel.
In tegenstelling tot ‘ondersteunende winkeltaken 1’ gebeurt dit nu op zelfstandige basis.
Vervolgens komt planning van eigen taken aan bod.
Er wordt tevens aandacht besteed aan veiligheid, diefstalpreventie en diefstal, wat ook voor alle plaatsen in de winkel van belang is.
Gegevensbeheer en tekstverwerking komen aan bod.
Er wordt aandacht besteed aan de vaardigheid spreken in het Nederlands en een moderne vreemde taal.


Welke lessen krijg je?

Modulair onderwijs wordt georganiseerd zonder opdeling in fasen.

Je krijgt algemene, sociale en beroepsgerichte vorming.

Je leert over hoe je aan de samenleving kan deelnemen en dat je zal werken in het gewone arbeidsmilieu. Dat wil zeggen dat je betaalde arbeid zal verrichten in een gewone werkomgeving.

Algemene en sociale vorming gaat over burgerzin, taalvaardigheid, rekenvaardigheden, gezondheidsopvoeding, leren leren, lichamelijke opvoeding, milieu- educatie, sociaal- emotionele educatie, vrijetijdsvaardigheden en ICT.

Beroepsgerichte vorming krijg je vooral op je werkplek. Je leert er wat je moet kunnen om een bepaald beroep uit te oefenen en heeft te maken met de opleidingscompetenties (wat je precies leert in de opleiding), kennis en belangrijke vaardigheden. Dit geeft aan een beroepsopleiding een vaste en duidelijke inhoud die sterk met je beroepsveld verbonden is.

 

De algemene en sociale vorming wordt ofwel niet-modulair ofwel gedeeltelijk modulair georganiseerd.

De beroepsgerichte vorming wordt modulair georganiseerd. In modules komen geen afzonderlijke vakken voor.

Scholen


Geen scholen gevonden.

Voor zover bij ons bekend.

Toelatingsvoorwaarden

Om je te kunnen inschrijven in het buitengewoon onderwijs opleidingsvorm 3, heb je een IAC-verslag nodig van een centrum voor leerlingenbegeleiding. Heb je een verslag voor secundair onderwijs OV1, OV2 en OV3 van voor 01-09-2023, dan word je beschouwd als een leerling met een IAC-verslag.

In dat verslag staat

  • welke maatregelen je school al heeft genomen om je te helpen
  • waarom dit niet genoeg geholpen heeft bij wat alle leerlingen moeten kennen en kunnen op school (= leerdoel)

Meer info

Let op!

  • De volgorde waarin modules moeten gevolgd worden is belangrijk¹
  • Soms gelden ook specifieke toelatingsvoorwaarden tot een module. Dit wordt door de klassenraad bepaald.
  • De klassenraad kan ook een vrijstelling toekennen voor een module.
  • Een leerling kan maar één module tegelijk volgen.
  • De overstap van een modulair naar een niet-modulair systeem gebeurt op basis van een beslissing van de klassenraad.

¹ Zie de opleidingenstructuur.

Ik zit al in het BuSO maar in een andere opleidingsvorm 

Als het CLB van je school je IAC-verslag of OV4-verslag verandert in een IAC-verslag voor opleidingsvorm 3, dan kan je je inschrijven in OV3.

Attesten

Als je een modulaire opleiding  (= leerstof wordt opgedeeld in kleinere delen of modules) volgt, kan je deze studiebekrachtiging krijgen:

  • een getuigschrift van verworven competenties, wanneer je een afgerond geheel binnen je opleiding met vrucht hebt beëindigd.
  • een getuigschrift van je opleiding, wanneer je een opleiding van assistentniveau met vrucht hebt gevolgd.
  • een getuigschrift van je alternerende beroepsopleiding, wanneer je de integratiefase met vrucht hebt gevolgd.

Daarnaast kan je behalen:

  • Een deelcertificaat, als je geslaagd bent in een module.
  • Door verschillende deelcertificaten te combineren, kan je een certificaat behalen.
  • Een attest van verworven competenties als je niet geslaagd bent in een module. Daarmee kan je de competenties aantonen die je wel verworven hebt .

Een module waarvoor je een vrijstelling hebt, wordt gezien als een module die je met vrucht hebt gevolgd.

Wat na deze opleiding?

Na de kwalificatiefase kan je gaan werken, want je bent niet meer leerplichtig.

Als je een getuigschrift kreeg, kan je in de kwalificatiefase een bijkomende opleiding volgen als de klassenraad dit toelaat.

Je kunt ook nog in de integratiefase een alternerende beroepsopleiding (ABO) volgen:

  • Het is een opleiding van 1 jaar voor jongeren die de kwalificatiefase beëindigd hebben.
  • Dit is een soort van stagejaar waarbij je 2 dagen school loopt en de rest van de tijd een beroepsstage uitoefent.  
  • Het is een brug tussen de schoolloopbaan en de bedrijfswereld en vergroot de kans op tewerkstelling. 

Met een getuigschrift onderwijskwalificatie niveau 2 word je toegelaten tot het 1e leerjaar van de 3e graad van de arbeidsmarktfinaliteit (bso).

Je kunt eventueel ook nog een opleiding volgen bij VDAB, Syntra of in het volwassenenonderwijs.

Tot een graduaatsopleiding en in het Se-n-Se (7de jaar TSO/KSO) kan je eventueel worden toegelaten na een toelatingsproef of op basis van reeds gevolgde opleidingen.