Beschrijving van de opleiding

2e leerjaar B Economie en organisatie OV4
De basisoptie Economie en organisatie laat je zien hoe bedrijven en organisaties werken. Je leert waarom bedrijven bestaan en wat ze doen. Dit helpt je om te ontdekken wat je later leuk zou vinden om te doen. Je leert er ook over sociale vaardigheden, zoals samenwerken en communiceren, en hoe je ICT (computers en technologie) goed kunt gebruiken. Hier zijn een aantal dingen die je zult leren:
- Je gebruikt computers en technologie op een handige manier.
-> Bijvoorbeeld: je leert hoe je een presentatie maakt op de computer.
- Je leert welke weg producten afleggen voordat ze bij jou thuis zijn.
-> Bijvoorbeeld: hoe een chocoladereep van de fabriek naar de winkel komt.
- Je ontdekt in welke sector (soort bedrijf) een onderneming past.
-> Bijvoorbeeld: is een bakkerij een dienst of een product?
- Je leert wat logistiek betekent en hoe goederen worden vervoerd.
-> Bijvoorbeeld: hoe postpakketten van het magazijn naar jouw huis komen.
- Je oefent sociale en communicatieve vaardigheden.
-> Bijvoorbeeld: hoe je goed samenwerkt met je klasgenoten aan een project.
- Je vergelijkt de taken van een winkelverkoper met je eigen interesses.
-> Bijvoorbeeld: zou je het leuk vinden om mensen te helpen in een winkel?
- Je vergelijkt de taken van een magazijnier met je eigen interesses.
-> Bijvoorbeeld: zou je het leuk vinden om te werken in een groot magazijn vol spullen?
- Je vergelijkt de taken van een onthaalmedewerker met je eigen interesses.
-> Bijvoorbeeld: lijkt het je leuk om mensen te ontvangen en te helpen in een hotel?
- Je voert een klein project uit alsof je een eigen bedrijfje hebt.
-> Bijvoorbeeld: je maakt een plan om zelfgemaakte armbanden te verkopen.
- Je stelt eenvoudige verkoopdocumenten op.
-> Bijvoorbeeld: je leert hoe je een bonnetje of een factuur schrijft.
Met deze lessen krijg je een goede basis om te begrijpen hoe de wereld van economie en bedrijven werkt, en ontdek je wat je leuk vindt en waar je goed in bent.
Let op: je kan een basisoptie kiezen in combinatie met 1 of 2 andere basisopties (maximum 3 basisopties).
2e leerjaar B Opstroomoptie OV4
De opstroomoptie bereidt je voor op de overstap naar:
- 2A;
- een 3e leerjaar in een doorstroomgerichte studierichting of een studierichting met dubbele finaliteit
De basisoptie opstroomoptie B-stroom is bedoeld om je beter te maken in wiskunde, Nederlands en andere vakken, zodat je later naar de dubbele of doorstroomfinaliteit kunt doorgaan. Deze optie helpt je ook om beter te worden in samenwerken, communiceren en je eigen talenten te ontdekken. Bijkomend krijgt het verkennen van je eigen mogelijkheden en interesses bijzondere aandacht in functie van oriëntering.
- Je leert hoe je duidelijk kunt praten en schrijven,
bijvoorbeeld door een leuk verhaal te vertellen aan je klasgenoten of een brief te schrijven aan een vriend.
- Je leert hoe je de Nederlandse taal goed kunt gebruiken,
bijvoorbeeld door te weten wanneer je 'd' of 't' moet schrijven aan het einde van een woord.
- Je leert hoe je de belangrijkste informatie uit teksten kunt halen,
bijvoorbeeld door een tekst over dino’s te lezen en de belangrijkste feiten op te schrijven.
- Je leert hoe je doelgericht kunt zoeken naar informatie, b
ijvoorbeeld door op het internet te zoeken naar goede bronnen voor je spreekbeurt over het heelal.
- Je leert nieuwe woorden en uitdrukkingen,
bijvoorbeeld door te weten wat 'figuurlijk taalgebruik' is en dit te gebruiken in je verhalen.
- Je leert hoe je rekensommen kunt oplossen met verschillende soorten getallen, zoals hele getallen en breuken,
bijvoorbeeld door het oplossen van een probleem over hoeveel pizzapunten iedereen krijgt.
- Je leert rekenregels en symbolen gebruiken,
bijvoorbeeld door te weten welk rekenvolgorde je moet volgen bij ingewikkelde sommen zoals 8 + (6 × 2).
- Je leert meetkundige vormen en eigenschappen,
bijvoorbeeld door te weten hoe je de omtrek en oppervlakte van een vierkant kunt berekenen.
- Je leert algebra gebruiken,
bijvoorbeeld door letters te gebruiken in plaats van getallen in sommen, zoals a + b = c.
- Je leert verbanden tussen hoeveelheden herkennen,
bijvoorbeeld door te zien hoe meer je fietst, hoe meer calorieën je verbrandt.
- Je leert vergelijkingen oplossen,
bijvoorbeeld door uit te rekenen hoeveel zakgeld je krijgt als je elke week 5 euro spaart en na 4 weken 20 euro hebt.
Let op: je kan een basisoptie kiezen in combinatie met 1 of 2 andere basisopties (maximum 3 basisopties).
Welke lessen krijg je?

Je krijgt minimaal 32 lesuren per week. Sommige scholen breiden het aantal lesuren basisvorming en/of differentiatie uit
Iedereen in 2 krijgt een ruime basisvorming, en moet daarnaast ook een keuzegedeelte invullen. Hoe dit verdeeld is zie je in bovenstaand schema.
Basisvorming
Iedereen krijgt zedenleer, godsdienst, cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie. In de basisvorming gaat veel aandacht gaat naar talen en wiskunde.
Daarnaast krijg je ook techniek, geschiedenis, wetenschappen, lichamelijke opvoeding, artistieke vorming …
Keuzegedeelte
In het keuzegedeelte kies je uit het aanbod van de school:
- maximaal 3 basisopties of pakketten (= een onderdeel van een basisoptie)
- en de differentiatie.
Basisopties:
Een leerling in 2B kan maximaal 3 basisopties of pakketten (= een onderdeel of onderdelen van een basisoptie) kiezen uit het aanbod van de school.
Differentiatie:
Differentiëren kan op verschillende manieren:
- Verkennen = proeven van nieuwe zaken (b.v. Projecten,…)
- Verdiepen = extra leerstof; extra uitdaging (b.v. extra wiskunde, extra Frans,…)
- Versterken = bijwerken waar je het moeilijk mee hebt ((b.v. herhaling Frans, herhaling wiskunde,…)
Wat je krijgt, verschilt van school tot school.
- Scholen kunnen kiezen voor een lessenrooster met alle vakken apart.
- Scholen kunnen ook vakken samenvoegen, bijvoorbeeld techniek en wiskunde. Dat noemen we vakkenclusters.
- Scholen mogen ook lessen aanbieden in de vorm van projecten.
Daarom vermelden we geen lessenroosters meer. Meer informatie vind je op de websites van de scholen.
Toelatingsvoorwaarden
Je wordt toegelaten tot 2A Kunst en creatie :
- als je geslaagd bent in het 1 A (hou wel rekening met eventuele uitsluitingen voor bepaalde basisopties of pakketten van basisopties);
- als je geslaagd bent in het 1B, op voorwaarde dat de toelatingsklassenraad akkoord gaat;
- als je geslaagd bent in het 2B in een andere basisoptie (of combinatie van basisopties) dan de 'opstroomoptie', op voorwaarde dat de toelatingsklassenraad akkoord gaat;
- als je geslaagd bent in het 2B in de 'opstroomoptie' of combinatie van basisopties waaronder de 'opstroomoptie'.
De school kan als toelatingsvoorwaarde voor deze basisoptie een geschikheids- of toelatingsproef organiseren (deze proef is dus niet verplicht; sommige scholen zullen ze organiseren, anderen niet).
Je kan ook worden toegelaten tot 2 A als je in het 1e A tekorten had voor bepaalde vakken, als de toelatingsklassenraad akkoord is. Daarvoor moet de toelatingsklassenraad wel eerst overleggen met de delibererende klassenraad van het 1e leerjaar A. De school die hiervoor kiest wil:
- in individuele gevallen rekening houden met specifieke onderwijskundige of organisatorische argumenten;
- meer individuele leertrajecten aanbieden.
Men moet dan wel rekening houden met volgende zaken:
- de tekorten moeten weggewerkt zijn voor het einde van het 2e leerjaar (vb. via remediëring, bijkomende opdrachten, …).
- krijg je in het 1e leerjaar geen oriënteringsattest, maar een attest van regelmatige lesbijwoning.
- de delibererende klassenraad van het 2e leerjaar kan toch nog een oriënteringsattest A van 1A geven aan leerlingen die de tekorten van het 1e leerjaar hebben weggewerkt, maar niet geslaagd zijn in het 2e leerjaar.
Als je uit een andere opleidingsvorm van het buitengewoon secundair onderwijs komt (Opleidingsvorm 1, 2, 3) kan je worden toegelaten tot 2A in opleidingsvorm 4 op voorwaarde dat de toelatingsklassenraad akkoord gaat.
Als je uit een niet-Vlaamse onderwijsinstelling (buitenlandse -, Frans- of Duitstalige school in België) of uit een onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers (OKAN), dan kan de toelatingsklassenraad van de school je toelaten tot dit 2e leerjaar A. Dit moet beslist worden binnen de 35 lesdagen vanaf je start in dat leerjaar.
Zie regelgeving, omzendbrief SO 64, 9.1 en 9.2.3
Toelating voor cognitief sterk functionerende leerlingen:
Als je verstandelijk vooruit bent op je leeftijdsgenoten (= cognitief sterk functionerend) kan je ook toegelaten worden tot dit leerjaar als je niet beschikt over een studiebewijs (A-, B- of C-attest) van het onderliggende leerjaar en op voorwaarde dat de klassenraad jou toelaat. De klassenraad is ook bevoegd om te bepalen of een leerling cognitief sterk functionerend is.
Bijkomende toelatingsvoorwaarden:
Veranderen tijdens schooljaar
- Als de toelatingsklassenraad akkoord gaat mag je ook tijdens het schooljaar overstappen van het 2B naar 2 A.
- Je kan veranderen van basisoptie(s) tijdens het schooljaar mits een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad.
Overzitten
De mogelijkheid tot overzitten wordt vastgelegd in de regelgeving (omzendbrief SO 64, 3.13). Het is de bedoeling om overzitten te beperken.
|
Behaald attest in 2e leerjaar 1e graad SO
|
|
| A-attest . |
Overzitten* is mogelijk in een andere basisoptie.
|
B-attest
|
Overzitten met of zonder studieverandering is enkel mogelijk na een gunstig advies van de klassenraad.
|
| C-attest |
Overzitten is verplicht, tenzij je 15 jaar bent op 31/12 van het volgende schooljaar. Je kan dan wel nog naar het derde jaar van de finaliteit arbeidsmarkt.
Je mag veranderen van basisoptie als je overzit.
|
* Een horizontale overstap van 2B naar 2A is niet hetzelfde als overzitten. (SO 64, 3.13)
Attesten
Je behaalt op het einde van het 2e leerjaar B zonder opstroomoptie een oriënteringsattest
- A-attest = je bent geslaagd en je mag naar het 3e leerjaar
Je mag verder studeren in alle richtingen van de van de 2e graad in de finaliteit arbeidsmarkt. Je mag ook verder studeren in de andere finaliteiten van de 2e graad als de leerkrachten van het 3e leerjaar akkoord gaan.
- B-attest = je bent geslaagd en je mag naar het 3e leerjaar, maar bepaalde finaliteiten, onderwijsvormen of studierichtingen zijn uitgesloten.
- C-attest = je bent niet geslaagd en je moet overzitten.*
Je krijgt ook een getuigschrift van de 1e graad van het secundair onderwijs als je een A- of een B-attest hebt behaald en een getuigschrift van het basisonderwijs wanneer je dit nog niet had.
* Je mag wel starten in het 3e leerjaar van het beroepssecundair onderwijs (3 bso) als
- je ten laatste op 31 december van het nieuwe schooljaar 15 jaar wordt
- én als je leerkrachten dit toelaten.
Wat na deze opleiding?

Om te starten in het 3e jaar hou je rekening met de toelatingsvoorwaarden en met het attest dat je op het einde van het 2e leerjaar behaalde.
De meeste leerlingen van 2B kiezen in het 3e jaar voor een studierichting in de finaliteit arbeidsmarkt.
Studierichtingen behoren tot finaliteiten, onderwijsvormen en domeinen.
- Studierichtingen zijn opleidingen die bestaan uit verschillende vakken.
- Finaliteit: geeft aan waarop de studierichting de leerling voorbereidt.
- Onderwijsvormen: algemeen secundair onderwijs, beroepssecundair onderwijs, kunstsecundair onderwijs en technisch secundair onderwijs (uitleg: zie moeilijke woordenlijst op Onderwijskiezer)
- Domeinen: zijn de interessegebieden (vb. Economie en organisatie, STEM, Taal en cultuur, …)
Er zijn ook andere mogelijkheden als je een A- of B-attest hebt behaald, op voorwaarde dat de leerkrachten van het 3e leerjaar je toelaten (= akkoord toelatingsklassenraad).
Als de leerkrachten van het 2e leerjaar A dit toestaan, kan je met een A- of B-attest ook starten in het 2e leerjaar A.
Overschakelen naar duaal leren is mogelijk vanaf de leeftijd van 15 jaar op voorwaarde dat je tenminste al 2 jaren voltijds secundair onderwijs gevolgd hebt.
|