Structuur van het Buitengewoon secundair onderwijs

Met de modernisering van het secundair onderwijs verandert er ook wat in het buitengewoon secundair onderwijs. Je kan zien wat dit betekent

De opleidingen in opleidingsvorm 3 (opleidingsfase, kwalificatiefase en integratiefase) behoren tot de finaliteit arbeidsmarkt

De modernisering van het buitengewoon secundair onderwijs gebeurt geleidelijk. Opleidingsvorm 4 volgt het tijdspad van de modernisering in het gewoon secundair onderwijs. Meer info over het tijdspad in opleidingsvorm 3 vind je hier.




Inschrijven in het BuSO

Inschrijven in een school voor buitengewoon onderwijs (BuO) kan pas als je van CLB een verslag gekregen hebt dat toegang geeft tot BuO of een ‘voorlopig document voor inschrijving in BuO’.

Dit verslag geeft ook  toegang tot een individueel aangepast curriculum in een school voor gewoon onderwijs met ondersteuning. Als je hier meer informatie over wil, kan je hiervoor bij je CLB terecht.

De specifieke onderwijsbehoeften van je kind zijn bepalend voor een verwijzing naar BuO, eerder dan de stoornis of beperking. 
Het CLB maakt het verslag op na uitgebreid overleg met de leerling, de ouders, de school en eventuele andere betrokkenen. 
In dat verslag staat onder meer :

  • Welke expertise meest aangewezen is voor de betrokken leerling (via het aangeven van een type)
  • Welke finaliteit meest aangewezen is voor de betrokken leerling (via het aangeven van een opleidingsvorm)  Een opleidingsvorm bestaat enkel op niveau secundair.

De leerling kan maar ingeschreven worden in het type en de opleidingsvorm zoals vermeld op het verslag . 


Organisatie van de types

 

Buitengewoon Basisonderwijs 
(BuBaO)

Buitengewoon Secundair Onderwijs
(BuSO)

BuKO
(kleuter)

BuLO
(lager)

OV 1

OV 2

OV 3

OV 4

Type

 

 

 

 

 

 

Basisaanbod (BA)

-

X

-

-

X

-

2

X

X

X

X

-

-

3

X

X

X

X

X

X

4

X

X

X

X

X

X

5

X

X

-

-

-

X

6

X

X

X

X

X

X

7

X

X

X

X

X

X

9

X

X

X

X

X


Definitie types en criteria voor verwijzing

Type

Definitie

Criteria

Inbreng externe diensten vereist?

BA

Specifieke onderwijsbehoeften voor wie het gemeenschappelijk curriculum niet haalbaar is + de aanpassingen in het gewoon onderwijs onvoldoende of disproportioneel zijn. 

Niet gekoppeld aan een diagnose of IQ-criteria.  
Gericht op de terugkeer naar gewoon onderwijs.

Aanpassingen die nodig zijn om het gemeenschappelijk curriculum te volgen zijn onredelijk of disproportioneel. De leerling heeft nood aan een individueel aangepast curriculum (IAC) of instap in BuO

                       ----

T2

een verstandelijke beperking

Aanpassingen die nodig zijn om het gemeenschappelijk curriculum te volgen zijn onredelijk of disproportioneel. De leerling heeft nood aan een individueel aangepast curriculum (IAC) of instap in BuO

Én IQ ≥ - 2SD normgroepgemiddelde  +

En sociaal aanpassingsgedrag significant beperkt : 
≥ - 2SD normgroepgemiddelde +

En functioneringsproblemen dateren van < 18 jaar

                     ----

T3

een emotionele- of gedragsstoornis 

(zonder verstandelijke beperking/T2- criteria.)

Aanpassingen die nodig zijn om het gemeenschappelijk curriculum te volgen zijn onredelijk of disproportioneel. De leerling heeft nood aan een individueel aangepast curriculum (IAC) of instap in BuO

En het gaat om een leerling waarbij een van de volgende diagnoses werd gesteld:

  • aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit
  • conduct disorder,
  • angststoornis,
  • stemmingsstoornis, 
  • hechtingsstoornis
  • oppositioneel opstandige gedragsstoornis 

Mag niet voldoen aan T2- criteria.

Aanwijsbare Multidisciplinaire diagnostiek m.i.v. psychiatrisch verslag.

Er kan een voorlopig verslag gemaakt worden voor type 3 indien er nog geen diagnose is. Het voorlopig verslag kan maximaal met 1 schooljaar verlengd worden.

 

T4

een motorische beperking

Aanpassingen die nodig zijn om het gemeenschappelijk curriculum te volgen zijn onredelijk of disproportioneel. De leerling heeft nood aan een individueel aangepast curriculum (IAC) of instap in BuO
En het gaat om leerlingen met stoornissen/beperkingen op vlak van
  • de functies van gewrichten en beenderen
  • de spierfuncties
  • de bewegingsfuncties
  • of er zijn geobjectiveerde problemen vastgesteld in bewegingsgerelateerd functioneren, met duidelijke impact op schoolse activiteiten. Deze categorie laat een opening voor  Developmental Coordination Disorder (DCD, ook wel 'dyspraxie' genoemd)

Op basis van specifieke medische diagnostiek

(indien bijkomend onderzoek niet nodig/wenselijk is kan CLB-arts deze diagnostiek aanleveren)

T5

verblijf in ziekenhuis, residentiële setting of preventorium

Behoefte aan individueel aanbod in residentiële setting + 
onmogelijkheid om voltijds aanwezig te zijn in een gewone school, zelfs mits opvang/begeleiding.

Nodig en voldoende: Attest behandelend arts van de medische of psychiatrische voorziening of van het preventorium of directeur (geen verslag nodig, enkel attest).

T6

een visuele beperking

Aanpassingen die nodig zijn om het gemeenschappelijk curriculum te volgen zijn onredelijk of disproportioneel. De leerling heeft nood aan een individueel aangepast curriculum (IAC) of instap in BuO

  • En de leerling voldoet aan een van de volgende criteria
  • gecorrigeerde Gezichtsscherpte: < 3/10 voor beste oog,
  • Gezichtsvelddefecten die meer dan de helft van de centrale zone van 30° beslaan of het gezichtsveld concentrisch verkleinen tot < 20°,
  • Altitudinale hemianopsie, Oftalmoplegie, Oculomotorische apraxie of Oscillopsie,
  • Gezichtsstoornis door geobjectiveerde cerebrale pathologie (bv. cerebrale visuele inperking)

Of er is een geobjectiveerde visuele pathologie, anders dan de vorige vastgesteld,  met duidelijke impact op het schoolse functioneren.

Op basis van specifieke oogheelkundige diagnostiek

T7

een auditieve beperking

 

Aanpassingen die nodig zijn om het gemeenschappelijk curriculum te volgen zijn onredelijk of disproportioneel. De leerling heeft nood aan een individueel aangepast curriculum (IAC) of instap in BuO
Leerling voldoet ook aan een van de volgende criteria
Gehoorverlies op 500, 1000, 2000 Hz van 40 dB of meer voor het beste oor (Fletcher- index),
Bij gehoorverlies < 40 dB: foneemscore van 80 % of minder bij spraakaudiometrie op 70 dB geluidsterkte (woorden met medeklinker-klinker-medeklinker samenstelling),
Of er is sprake van een  geobjectiveerde auditieve problematiek met impact op schools functioneren. 

Op basis van een audiologisch onderzoek door een neus-, keel- en oorarts

 

 

 

 

T7 STOS (een spraak- of taalstoornis )

(zonder verstandelijke beperking/T2- criteria)
 Spraak- of taalstoornis (STOS) :
  • -kinderafasie met terugval in taalontwikkeling of 
    -vermoeden van ontwikkelingsdysfasie met uiterst moeizame spraak- en taalontwikkeling en met duidelijke impact op school
≥6 jaar:
- ontwikkelingsdysfasie of kinderafasie
STOS: 
Multidisciplinair verslag door ‘erkend team’ 
vb. COS, CAR. 
Andere teams: minstens logo, audio en NKO-arts nodig

T9

een autismespectrumstoornis
(zonder verstandelijke beperking/T2- criteria)

autistische stoornis of
pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anders omschreven

Aanwijsbaar Multidisciplinair onderzoek m.i.v. psychiatrisch verslag.

 

Moet ik met een verslag voor BuO naar het buitengewoon onderwijs?

  • Neen, je mag ook kiezen voor een gewone school. 
    Je wordt dan voorlopig ingeschreven (= inschrijving onder ontbindende voorwaarden).
    Vervolgens bespreken de ouders + de school + het CLB of de school de noodzakelijke zorg/begeleiding kan bieden. 
    Na deze vergadering beslist de school binnen de 60 kalenderdagen na de effectieve start van de lesbijwoning of je al dan niet definitief wordt ingeschreven.
  • Met een verslag voor BuO kan je in een gewone school ondersteuning krijgen. Deze ondersteuning kan al starten tijdens de periode dat de school nog de afweging maakt.

Deze bepalingen gelden zowel in het BaO als in het SO. 
(meer info: omzendbrieven Buitengewoon BaO, Buitengewoon SO )


Welke studiebewijzen behalen leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon onderwijs?

Na het volgen van het gemeenschappelijk curriculum (= leerling zonder verslag of met een gemotiveerd verslag) → idem als de andere leerlingen.
Na het volgen van een individueel aangepast curriculum (IAC) (= leerling met verslag) → attest verworven bekwaamheden (in het (deeltijds) SO).
Wanneer leerlingen met een verslag in het SO een individueel aangepast curriculum  volgen in het gewoon SO, is het behalen van een gewone studiebekrachtiging zeer uitzonderlijk mogelijk. 
Als de klassenraad een gewone studiebekrachtiging wil geven, moet voor 1 mei van het betrokken schooljaar een aanvraag worden ingediend door de school bij de onderwijsinspectie. De aanvraag gaat over de overeenkomst van de doelen in het IAC met de leerplandoelen van het leerjaar/de studierichting. 
Voor 1 juni informeert de onderwijsinspectie de school over haar beslissing.