Lager Onderwijs (3de lj)

 

Het lager onderwijs volgt op het kleuteronderwijs.
Het bestaat uit 6 aaneensluitende leerjaren en duurt tot de start van het secundair onderwijs. Het is bedoeld voor kinderen van 6 tot 12 jaar.
Normalerwijze start een kind in het 1e leerjaar op 1 september van het jaar waarin het 6 jaar wordt.
Deze datum valt samen met het begin van de leerplicht. 

Het minimum aantal jaren dat een leerling in het lager onderwijs ‘moet’ doorbrengen wordt niet langer vastgelegd in de regelgeving.Maar het getuigschrift lager onderwijs kan pas uitgereikt worden aan regelmatige leerlingen die voor 1 januari van het lopende schooljaar al 8 jaar geworden zijn.

In dit leerjaar wordt verder gewerkt op de verworvenheden van het vorige leerjaar.
Voor het basisonderwijs legt de overheid geen lessenroosters vast. 
Scholen in Vlaanderen hebben een zekere autonomie.  Zo bepaalt elke school zelf de inhoud van het basisonderwijs.
Elke school beslist zelf over haar tijdsbestedingen en is vrij in de keuze van haar eigen onderwijskundige methodes en werkvormen. 
Zo zijn er scholen die onderwijs organiseren vanuit een typische filosofische achtergrond en/of pedagogische principes (Bv. Dalton, Freinet, Steiner, ...) .
Wel moet de school erover waken dat de eindtermen behaald worden.

Frans is verplicht in het 5e en 6e leerjaar gewoon lager onderwijs en kan in Brussel aangeboden worden vanaf het 1e leerjaar gewoon lager onderwijs.

Buiten Brussel kan Frans vanaf 1 september 2014 aangeboden worden vanaf het 3e leerjaar, op voorwaarde dat de leerlingen de onderwijstaal (Nederlands) voldoende beheersen.

Scholen krijgen de mogelijkheid om, naast Frans, ook Engels en/of Duits facultatief aan te bieden vanaf het 3e jaar gewoon lager onderwijs, op voorwaarde dat de leerlingen het Nederlands voldoende beheersen.
De school schat zelf in of leerlingen het Nederlands voldoende beheersen om in aanmerking te komen voor het facultatief aanbod Engels en/of Duits. Voor dit facultatief aanbod zijn geen eindtermen vastgelegd. De school kiest zelf de inhoud.

 

Welke lessen krijg ik?

In het gewoon lager onderwijs zijn er 28 lestijden van 50 minuten per week.
Gedurende 6 leerjaren leren de kinderen de basisvaardigheden: lezen, schrijven, rekenen.

Voor het basisonderwijs legt de overheid geen lessenroosters vast.
De school bepaalt zelf de inhoud van het basisonderwijs, beslist zelf over haar tijdsbesteding en is vrij in de keuze van eigen pedagogische en onderwijskundige methodes.
Scholen moeten wel rekening houden met de eindtermen die door de overheid werden vastgelegd voor
6 leergebieden:

  • wiskunde,
  • wereldoriëntatie,
  • lichamelijke opvoeding,
  • Nederlands;
  • muzische vorming;
  • Frans (verplicht in 5de en 6de leerjaar maar veel scholen beginnen hier al vroeger mee: In Vlaanderen ten vroegste vanaf 3e leerjaar, in Brussel ten vroegste vanaf 1e leerjaar).

    Het vertalen van deze eindtermen en ontwikkelingsdoelen naar kwaliteitsvolle leerplannen gebeurt in de praktijk meestal door de koepels van de inrichtende machten/onderwijskoepels.
    Voor leraren zijn deze leerplannen een belangrijk instrument om dagelijks goed onderwijs te realiseren. Leerplannen stellen scholen in staat om het maatschappelijke minimum te realiseren én laten toch ruimte om eigen keuzes te maken.

Naast de eindtermen per leergebied zijn er ook leergebiedoverschrijdende eindtermen voor:

  • informatie- en communicatietechnologie;
  • leren leren;
  • sociale vaardigheden.

In de lagere scholen van het stedelijk, provinciaal en gemeenschapsonderwijs kiezen de ouders voor hun kind of het 1 van de erkende godsdiensten volgt, dan wel niet-confessionele zedenleer.
In de vrije katholieke scholen volgen de kinderen katholieke godsdienst.

 

Waar kan ik "Lager Onderwijs (3de lj)" volgen ?

Toon alle scholen

Verfijn je zoekopdracht door één of meerdere filter(s) te selecteren.


Filteren op provincie:
Filteren op arrondissement:
Filteren op gemeente:
Filteren op net:
Filteren op methodeschool:
Filteren op eigenschap:

 

Wie wordt toegelaten tot "Lager Onderwijs (3de lj)" ?

Voorwaarden voor 5- jarigen
(al wie 5 jaar geworden is vóór 1 januari van het lopende schooljaar)
Een (niet-bindend) advies van het CLB en de toelating van de klassenraad zijn steeds nodig.  
De klassenraad beslist over de toelating van een vijfjarige tot het gewoon lager onderwijs.
De school deelt de beslissing omtrent de toelating tot het gewoon lager onderwijs mee, uiterlijk de tiende schooldag van september voor leerlingen die ingeschreven zijn vóór 1 september. 
Voor leerlingen die vanaf 1 september ingeschreven worden, deelt de school de beslissing mee uiterlijk tien schooldagen na de inschrijving.

In afwachting van de mededeling is de leerling ingeschreven onder opschortende voorwaarde.
Wanneer deze termijnen overschreden worden, is de leerling ingeschreven.
Wanneer de beslissing tot toelating negatief is, moet de beslissing schriftelijk meegedeeld en gemotiveerd worden. 
Na kennisneming van en toelichting bij het advies van het CLB en na toelating door de klassenraad, nemen de ouders de uiteindelijke beslissing over de vervroegde instap.
Deze toelatingsvoorwaarde geldt ook in de Franstalige scholen in de rand- en taalgrensgemeenten die deel uitmaken van het Nederlandse taalgebied.

Voorwaarden voor 6- jarigen
(al wie 6 jaar geworden is vóór 1 januari van het lopende schooljaar)
6- jarigen die vorig schooljaar minimum 220 halve dagen aanwezig waren in een erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs, hebben recht op toelating tot het gewoon lager onderwijs. 
De ouders van deze leerlingen maken zelf de keuze of de leerling op 6 jaar in het gewoon lager onderwijs instapt of een jaar langer kleuteronderwijs volgt.

Voor 6- jarigen die geen 220 halve dagen aanwezigheid in een erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs hebben, beslist de klassenraad van het lager onderwijs over de toelating.

Deze beslissing is enkel geldig voor de school waar de klassenraad de beslissing nam en niet voor andere scholen!
De manier waarop de klassenraad deze beslissing neemt bepaalt de school zelf (bijv. contact name met de kleuterschool, advies van het CLB, een oriënterend gesprek met de leerling/ouders, testen, …).
De school deelt de beslissing omtrent de toelating tot het gewoon lager onderwijs mee:
ten laatste de 10e schooldag van september, voor leerlingen die ingeschreven zijn vóór 1 september. 
- ten laatste 10 schooldagen na de inschrijving voor leerlingen die vanaf 1 september ingeschreven worden. 
In afwachting van de mededeling is de leerling ingeschreven onder opschortende voorwaarde. 
Wanneer deze termijnen overschreden worden is de leerling ingeschreven. 
Wanneer de beslissing tot toelating negatief is, moet deze beslissing schriftelijk meegedeeld + gemotiveerd worden.

Voldoende aanwezigheid in een Nederlandstalige erkende school voor kleuteronderwijs is geen vereiste voor leerlingen die instappen in het gewoon lager onderwijs in Franstalige scholen die deel uitmaken van het Nederlandse taalgebied (in de rand- en taalgrensgemeenten).
Zij hebben op basis van hun leeftijd van 6 jaar recht op toelating tot het gewoon lager onderwijs.

Vanaf het schooljaar 2018-2019 wordt het aantal halve dagen dat zesjarigen in kleuteronderwijs aanwezig moeten geweest zijn om rechtstreeks toegelaten te worden tot het gewoon lager onderwijs , verhoogd . Zij moeten het voorgaande schooljaar ingeschreven en ten minste 250 halve dagen aanwezig zijn geweest in een Nederlandstalige erkende kleuterschool om recht te hebben op toelating tot het gewoon lager onderwijs. Concreet betekent dit dat vijf jarige kleuters tijdens het schooljaar 2017-2018 ten minste 250 halve dagen aanwezig moeten geweest zijn om rechtstreeks toegelaten te worden tot het gewoon lager onderwijs in het schooljaar 2018-2019.

De klassenraad van het lager onderwijs beslist over de toelating voor de leerlingen die niet voldoende aanwezig zijn geweest .
Voorwaarden voor 7- jarigen

(al wie 7 jaar geworden is vóór 1 januari van het lopende schooljaar)
Deze leerlingen hebben op basis van hun leeftijd recht op toelating tot het gewoon lager onderwijs.

Bijkomende taalvoorwaarden 
Vanaf 1 september 2014 moeten scholen voor elke leerling die voor het eerst in het Nederlandstalig gewoon lager onderwijs instroomt, een verplichte screening van het niveau van de onderwijstaal uitvoeren NA inschrijving. 
Deze screening informeert over de beginsituatie van de leerling en wordt gevolgd door een taaltraject aangepast aan de leerling. 
Voor leerlingen die onvoldoende Nederlands kennen om de lessen te kunnen volgen, is een taalbad van maximaal 1 jaar mogelijk.
Leerlingen die beantwoorden aan de criteria van anderstalige nieuwkomer, moeten geen taalscreening doen. 
Zij krijgen sowieso een aangepast taaltraject.

Verplichte taalscreening

 

Wat kan je behalen na "Lager Onderwijs (3de lj)" ?

Wanneer de klassenraad autonoom oordeelt dat je de doelen uit het leerplan (= eindtermen), voldoende bereikt hebt, ontvang je op het einde van het basisonderwijs, het getuigschrift basisonderwijs.
Leerlingen die het getuigschrift basisonderwijs niet behalen, krijgen een getuigschrift van bereikte doelen (vanaf juni 2018). 

Vervroegd?
Ook wanneer je (nog) niet het volledig lager onderwijs hebt doorlopen kan de klassenraad beslissen om je het getuigschrift basisonderwijs toe te kennen.
Voorwaarde is dat je de doelen die in de eindtermen zijn opgenomen, hebt bereikt én minstens vier jaar hebt doorgebracht in de lagere school.
Alleen de onderwijsminister kan op die regel een afwijking toestaan.
Bedoeling is bvb. een hoogbegaafde leerling uit het vierde of vijfde leerjaar onmiddellijk naar het secundair onderwijs te laten overstappen.

Elke leerplichtige leerling die lager onderwijs via huisonderwijs volgt of in een niet-erkende school en iedereen die tenminste 9 jaar is - en geen getuigschrift van basisonderwijs heeft, kan het getuigschrift basisonderwijs behalen via de examencommissie.

 

Interessante links

Basisonderwijs: Leerplicht



Methodeonderwijs: Federatie Steinerscholen

Onderwijs Vlaanderen: School- en studietoelagen

Lager Onderwijs (3de lj)

 

Klik op de foto om te vergroten
 

Het lager onderwijs volgt op het kleuteronderwijs.
Het bestaat uit 6 aaneensluitende leerjaren en duurt tot de start van het secundair onderwijs. Het is bedoeld voor kinderen van 6 tot 12 jaar.
Normalerwijze start een kind in het 1e leerjaar op 1 september van het jaar waarin het 6 jaar wordt.
Deze datum valt samen met het begin van de leerplicht. 

Het minimum aantal jaren dat een leerling in het lager onderwijs ‘moet’ doorbrengen wordt niet langer vastgelegd in de regelgeving.Maar het getuigschrift lager onderwijs kan pas uitgereikt worden aan regelmatige leerlingen die voor 1 januari van het lopende schooljaar al 8 jaar geworden zijn.

In dit leerjaar wordt verder gewerkt op de verworvenheden van het vorige leerjaar.
Voor het basisonderwijs legt de overheid geen lessenroosters vast. 
Scholen in Vlaanderen hebben een zekere autonomie.  Zo bepaalt elke school zelf de inhoud van het basisonderwijs.
Elke school beslist zelf over haar tijdsbestedingen en is vrij in de keuze van haar eigen onderwijskundige methodes en werkvormen. 
Zo zijn er scholen die onderwijs organiseren vanuit een typische filosofische achtergrond en/of pedagogische principes (Bv. Dalton, Freinet, Steiner, ...) .
Wel moet de school erover waken dat de eindtermen behaald worden.

Frans is verplicht in het 5e en 6e leerjaar gewoon lager onderwijs en kan in Brussel aangeboden worden vanaf het 1e leerjaar gewoon lager onderwijs.

Buiten Brussel kan Frans vanaf 1 september 2014 aangeboden worden vanaf het 3e leerjaar, op voorwaarde dat de leerlingen de onderwijstaal (Nederlands) voldoende beheersen.

Scholen krijgen de mogelijkheid om, naast Frans, ook Engels en/of Duits facultatief aan te bieden vanaf het 3e jaar gewoon lager onderwijs, op voorwaarde dat de leerlingen het Nederlands voldoende beheersen.
De school schat zelf in of leerlingen het Nederlands voldoende beheersen om in aanmerking te komen voor het facultatief aanbod Engels en/of Duits. Voor dit facultatief aanbod zijn geen eindtermen vastgelegd. De school kiest zelf de inhoud.

Welke lessen krijg ik?

In het gewoon lager onderwijs zijn er 28 lestijden van 50 minuten per week.
Gedurende 6 leerjaren leren de kinderen de basisvaardigheden: lezen, schrijven, rekenen.

Voor het basisonderwijs legt de overheid geen lessenroosters vast.
De school bepaalt zelf de inhoud van het basisonderwijs, beslist zelf over haar tijdsbesteding en is vrij in de keuze van eigen pedagogische en onderwijskundige methodes.
Scholen moeten wel rekening houden met de eindtermen die door de overheid werden vastgelegd voor
6 leergebieden:

  • wiskunde,
  • wereldoriëntatie,
  • lichamelijke opvoeding,
  • Nederlands;
  • muzische vorming;
  • Frans (verplicht in 5de en 6de leerjaar maar veel scholen beginnen hier al vroeger mee: In Vlaanderen ten vroegste vanaf 3e leerjaar, in Brussel ten vroegste vanaf 1e leerjaar).

    Het vertalen van deze eindtermen en ontwikkelingsdoelen naar kwaliteitsvolle leerplannen gebeurt in de praktijk meestal door de koepels van de inrichtende machten/onderwijskoepels.
    Voor leraren zijn deze leerplannen een belangrijk instrument om dagelijks goed onderwijs te realiseren. Leerplannen stellen scholen in staat om het maatschappelijke minimum te realiseren én laten toch ruimte om eigen keuzes te maken.

Naast de eindtermen per leergebied zijn er ook leergebiedoverschrijdende eindtermen voor:

  • informatie- en communicatietechnologie;
  • leren leren;
  • sociale vaardigheden.

In de lagere scholen van het stedelijk, provinciaal en gemeenschapsonderwijs kiezen de ouders voor hun kind of het 1 van de erkende godsdiensten volgt, dan wel niet-confessionele zedenleer.
In de vrije katholieke scholen volgen de kinderen katholieke godsdienst.

Waar kan ik "Lager Onderwijs (3de lj)" volgen ?

  Toon alle scholen

Verfijn je zoekopdracht door één of meerdere filter(s) te selecteren.


Filteren op provincie:
Filteren op arrondissement:
Filteren op gemeente:
Filteren op net
   
Filteren op methodeschool:
Filteren op eigenschap:
 
   

Wie wordt toegelaten tot "Lager Onderwijs (3de lj)" ?

Voorwaarden voor 5- jarigen
(al wie 5 jaar geworden is vóór 1 januari van het lopende schooljaar)
Een (niet-bindend) advies van het CLB en de toelating van de klassenraad zijn steeds nodig.  
De klassenraad beslist over de toelating van een vijfjarige tot het gewoon lager onderwijs.
De school deelt de beslissing omtrent de toelating tot het gewoon lager onderwijs mee, uiterlijk de tiende schooldag van september voor leerlingen die ingeschreven zijn vóór 1 september. 
Voor leerlingen die vanaf 1 september ingeschreven worden, deelt de school de beslissing mee uiterlijk tien schooldagen na de inschrijving.

In afwachting van de mededeling is de leerling ingeschreven onder opschortende voorwaarde.
Wanneer deze termijnen overschreden worden, is de leerling ingeschreven.
Wanneer de beslissing tot toelating negatief is, moet de beslissing schriftelijk meegedeeld en gemotiveerd worden. 
Na kennisneming van en toelichting bij het advies van het CLB en na toelating door de klassenraad, nemen de ouders de uiteindelijke beslissing over de vervroegde instap.
Deze toelatingsvoorwaarde geldt ook in de Franstalige scholen in de rand- en taalgrensgemeenten die deel uitmaken van het Nederlandse taalgebied.

Voorwaarden voor 6- jarigen
(al wie 6 jaar geworden is vóór 1 januari van het lopende schooljaar)
6- jarigen die vorig schooljaar minimum 220 halve dagen aanwezig waren in een erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs, hebben recht op toelating tot het gewoon lager onderwijs. 
De ouders van deze leerlingen maken zelf de keuze of de leerling op 6 jaar in het gewoon lager onderwijs instapt of een jaar langer kleuteronderwijs volgt.

Voor 6- jarigen die geen 220 halve dagen aanwezigheid in een erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs hebben, beslist de klassenraad van het lager onderwijs over de toelating.

Deze beslissing is enkel geldig voor de school waar de klassenraad de beslissing nam en niet voor andere scholen!
De manier waarop de klassenraad deze beslissing neemt bepaalt de school zelf (bijv. contact name met de kleuterschool, advies van het CLB, een oriënterend gesprek met de leerling/ouders, testen, …).
De school deelt de beslissing omtrent de toelating tot het gewoon lager onderwijs mee:
ten laatste de 10e schooldag van september, voor leerlingen die ingeschreven zijn vóór 1 september. 
- ten laatste 10 schooldagen na de inschrijving voor leerlingen die vanaf 1 september ingeschreven worden. 
In afwachting van de mededeling is de leerling ingeschreven onder opschortende voorwaarde. 
Wanneer deze termijnen overschreden worden is de leerling ingeschreven. 
Wanneer de beslissing tot toelating negatief is, moet deze beslissing schriftelijk meegedeeld + gemotiveerd worden.

Voldoende aanwezigheid in een Nederlandstalige erkende school voor kleuteronderwijs is geen vereiste voor leerlingen die instappen in het gewoon lager onderwijs in Franstalige scholen die deel uitmaken van het Nederlandse taalgebied (in de rand- en taalgrensgemeenten).
Zij hebben op basis van hun leeftijd van 6 jaar recht op toelating tot het gewoon lager onderwijs.

Vanaf het schooljaar 2018-2019 wordt het aantal halve dagen dat zesjarigen in kleuteronderwijs aanwezig moeten geweest zijn om rechtstreeks toegelaten te worden tot het gewoon lager onderwijs , verhoogd . Zij moeten het voorgaande schooljaar ingeschreven en ten minste 250 halve dagen aanwezig zijn geweest in een Nederlandstalige erkende kleuterschool om recht te hebben op toelating tot het gewoon lager onderwijs. Concreet betekent dit dat vijf jarige kleuters tijdens het schooljaar 2017-2018 ten minste 250 halve dagen aanwezig moeten geweest zijn om rechtstreeks toegelaten te worden tot het gewoon lager onderwijs in het schooljaar 2018-2019.

De klassenraad van het lager onderwijs beslist over de toelating voor de leerlingen die niet voldoende aanwezig zijn geweest .
Voorwaarden voor 7- jarigen

(al wie 7 jaar geworden is vóór 1 januari van het lopende schooljaar)
Deze leerlingen hebben op basis van hun leeftijd recht op toelating tot het gewoon lager onderwijs.

Bijkomende taalvoorwaarden 
Vanaf 1 september 2014 moeten scholen voor elke leerling die voor het eerst in het Nederlandstalig gewoon lager onderwijs instroomt, een verplichte screening van het niveau van de onderwijstaal uitvoeren NA inschrijving. 
Deze screening informeert over de beginsituatie van de leerling en wordt gevolgd door een taaltraject aangepast aan de leerling. 
Voor leerlingen die onvoldoende Nederlands kennen om de lessen te kunnen volgen, is een taalbad van maximaal 1 jaar mogelijk.
Leerlingen die beantwoorden aan de criteria van anderstalige nieuwkomer, moeten geen taalscreening doen. 
Zij krijgen sowieso een aangepast taaltraject.

Verplichte taalscreening

Wat kan je behalen na "Lager Onderwijs (3de lj)" ?

Wanneer de klassenraad autonoom oordeelt dat je de doelen uit het leerplan (= eindtermen), voldoende bereikt hebt, ontvang je op het einde van het basisonderwijs, het getuigschrift basisonderwijs.
Leerlingen die het getuigschrift basisonderwijs niet behalen, krijgen een getuigschrift van bereikte doelen (vanaf juni 2018). 

Vervroegd?
Ook wanneer je (nog) niet het volledig lager onderwijs hebt doorlopen kan de klassenraad beslissen om je het getuigschrift basisonderwijs toe te kennen.
Voorwaarde is dat je de doelen die in de eindtermen zijn opgenomen, hebt bereikt én minstens vier jaar hebt doorgebracht in de lagere school.
Alleen de onderwijsminister kan op die regel een afwijking toestaan.
Bedoeling is bvb. een hoogbegaafde leerling uit het vierde of vijfde leerjaar onmiddellijk naar het secundair onderwijs te laten overstappen.

Elke leerplichtige leerling die lager onderwijs via huisonderwijs volgt of in een niet-erkende school en iedereen die tenminste 9 jaar is - en geen getuigschrift van basisonderwijs heeft, kan het getuigschrift basisonderwijs behalen via de examencommissie.

Interessante links

Basisonderwijs: Leerplicht



Methodeonderwijs: Federatie Steinerscholen

Onderwijs Vlaanderen: School- en studietoelagen