Modernisering secundair onderwijs

Vanaf september 2019

In de nieuwe structuur bestaat het voltijds gewoon secundair onderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs OV 4 uit drie graden:

  • de eerste graad, met een eerste leerjaar A, een eerste leerjaar B, een tweede leerjaar A en een tweede leerjaar B; 
  • de tweede graad, met een eerste leerjaar en een tweede leerjaar; 
  • de derde graad, met een eerste leerjaar, een tweede leerjaar en (met uitzondering van het buitengewoon secundair onderwijs OV 4), een derde leerjaar als Se-n-Se.

De eerste graad

Bedoeling van eerste graad secundair onderwijs

De belangrijkste doelstelling van de eerste graad van het secundair onderwijs is het oriënteren van leerlingen en hen voorbereiden op een bewuste en gerichte studiekeuze in de tweede graad. Leerlingen krijgen uitgebreid de kans om te ontdekken waar hun interesses en talenten liggen en kunnen die ook verder ontplooien.

Er wordt een brede basisvorming gegeven om zo te kunnen werken aan de doelen van die eerste graad. Even de doelen op een rijtje

Basisgeletterdheid: dit zijn minimumvereisten voor basisvaardigheden, zoals Nederlands, wiskundige en digitale geletterdheid, die door elke individuele leerling op het einde van de eerste graad (A en B) moeten bereikt worden.

Minimumdoelen: deze doelen moeten door de meeste leerlingen behaald worden tegen het einde van de eerste graad

Uitbreidingsdoelen: dit zijn onderwijsdoelen met een hoger abstractieniveau of een hogere moeilijkheidsgraad. Ze moeten door zoveel mogelijk leerlingen behaald worden.  

In de algemene vorming/basisvorming werken alle leerlingen aan sleutelvaardigheden (= 'sleutelcompetenties'). Deze hebben o.a. te maken met:  

  • Economische vorming
  • Levensbeschouwelijke vorming
  • Lichamelijke vorming
  • Maatschappelijk historische vorming
  • Natuurwetenschappelijke en technische vorming
  • Sociale vorming
  • Talige vorming (Nederlands, Frans, Engels,...)
  • Wiskundige vorming
  • Culturele vorming
  • Digitale vaardigheden
  • ...

Basisvorming + keuzegedeelte

Zowel de leerlingen van het 1e leerjaar A als de leerlingen van het 1e leerjaar B krijgen basisvorming en een keuzegedeelte . Hier onder ziet u hoe dit verdeeld is in het 1e leerjaar A en het 1e leerjaar B, en hoe deze verdeling verandert in het 2e leerjaar A en 2e leerjaar B.

Eerste graad: 1e leerjaar A

In het 1A heeft men minimum 27u basisvorming, aangevuld met een keuzegedeelte dat de school en de leerlingen ruimte voor differentiatie laat. 
Het keuzegedeelte van 5u heeft 3 doelstellingen: versterken, verdiepen en verkennen.
De differentiatie bouwt verder op de basisvorming:

  • Verdiepen van de basisvorming
  • Verdieping in klassieke talen
  • Remediëring van de basisvorming

Van scholen wordt verwacht dat zij binnen de differentiatie zowel remediërende als meer uitdagende pakketten aanbieden.

Eerste graad: 1e leerjaar B

In het 1B krijgen de leerlingen ook tenminste 27u basisvorming, aangevuld met tenminste 5 uren differentiatie.

De differentiatie bouwt verder op de basisvorming:

  • Verdiepen van de basisvorming
  • Remediëring van de basisvorming

Eerste graad: 2e leerjaar A

In het 2A is er een keuzegedeelte van 7u. 
Het keuzegedeelte bestaat uit: differentiatie + basisoptie.
De 7u worden ingevuld door de leerling zelf, die voor de basisoptie en de differentiatie kiest uit het aanbod van de school. 
Via de basisoptie maakt de leerling kennis met een domein. Op deze manier kan hij/zij ondervinden of deze (dit onderdeel van ) leerstof hem/haar al dan niet ligt. Het helpt de leerling om later in de tweede graad te kiezen voor een studierichting die het best aansluit bij de eigen interesses. Dit laat de leerling toe om later in de 2e graad te kiezen voor een studierichting die het best aansluit bij zijn interesses.


Dit zijn de basisopties en pakketten (pakket = basisoptie in een bepaalde context geplaatst):

  1. Klassieke talen (Grieks en Latijn)
    • Latijn
    • Grieks-Latijn
  2. Moderne talen en wetenschappen
  3. STEM-wetenschappen
    • Industriële wetenschappen
    • Techniek-wetenschappen
  4. STEM-technieken
    • Mechanica-elektriciteit
    • Agro- en biotechnieken
    • Bouw- en houttechnieken
    • Grafische communicatie en media
    • Maritieme technieken
    • Textiel
  5. Maatschappij en welzijn
  6. Economie en organisatie
  7. Voeding en horeca
  8. Sport
  9. Topsport
  10. Kunst en creatie
    • Artistieke vorming
    • Ballet
    • Creatie en vormgeving
  11. Steinerpedagogie
  12. Freinetpedagogie
  13. Yeshiva

 

Scholen kiezen vrij welke basisopties ze aanbieden. Zij bieden 1 of meer basisopties of pakketten aan.
De leerling kiest een basisoptie.
Als de school de basisopties in meerdere pakketten aanbiedt, kan de leerling maar één pakket kiezen.

De klassenraad kan de keuze voor een basisoptie beperken.

1e graad: 2e leerjaar B

In het 2B van de 1ste graad is er binnen de B-stroom op de wekelijkse lessentabel tijd voor 12u in het keuzegedeelte. 
Ook in de B-stroom dient die ruimte voor remediëring of verdieping én voor basisoptie.

In de B-stroom zijn onderstaande 7 basisopties en pakketten (pakket = onderdeel of onderdelen van een basisoptie) mogelijk.:

  1. STEM-technieken
    • Hout en bouw
    • Land- en tuinbouw
    • Elektriciteit
    • Mechanica
    • Zeevisserij en binnenvaart [niche]
    • Textiel [niche]
    • Schilderen en decoratie
    • Printmedia
  2. Maatschappij en welzijn
    • Haar- en schoonheidszorg
    • Mode [niche]          
    • Verzorging
  3. Economie en organisatie
  4. Voeding en horeca
    • Bakkerij-slagerij
    • Restaurant en keuken
  5. Sport
  6. Kunst en creatie [niche]
  7. Opstroomoptie

De school biedt maximaal 1 of meer basisopties of pakketten aan. De leerling kiest voor maximaal 3 basisopties of pakketten

Tweede en derde graad

De studierichtingen in de 2e en de 3e graad geven voortaan duidelijk aan waarvoor een leerling wordt voorbereid. Dit noemt men de finaliteit van een richting. Er zijn 3 mogelijkheden:

  • DOORSTROOMFINALITEIT = doorstromen naar het hoger onderwijs (vanuit ASO,- TSO- en KSO-richtingen) : 
    • Zijn dus vooral abstract-theoretische studierichtingen die de bedoeling om leerlingen succesvol te laten doorstromen naar academische en professionele bacheloropleidingen.
    • ASO-studierichtingen zijn studiedomeinoverschrijdend. De studierichtingen in KSO en TSO zijn studiedomeingebonden.
  • ARBEIDSMARKTFINALITEITdoorstromen naar de arbeidmarkt (vanuit BSO-richtingen en vanuit opleidingen uit BuSO Opleidingsvorm 3) 
    • Studierichtingen met arbeidsmarktfinaliteit behoren tot een zelfde studiedomein. Arbeidsmarktgerichte studierichtingen in het gewoon secundair onderwijs hebben de bedoeling om leerlingen succesvol te laten doorstromen naar graduaatsopleidingen (=hbo5-opleidingen) of voor te bereiden op gaan werken.
  • DUBBELE FINALITEIT = doorstromen naar de arbeidsmarkt of het hoger onderwijszijn mogelijk (vanuit bepaalde TSO- en KSO-richtingen). 
    • Studierichtingen met dubbele finaliteit behoren tot een studiedomein. Zij hebben de bedoeling om leerlingen succesvol te laten doorstromen naar professionele bacheloropleidingen in het hoger onderwijs en de graduaatsopleidingen (=hbo5-opleidingen).

De studierichtingen worden in een duidelijk schema (matrix) gegoten, waarin alle richtingen zijn gerangschikt volgens studiedomein, onderwijsvorm en finaliteit

Bekijk hier de matrix.

Er zijn 8 studiedomeinen

  • Taal en cultuur
  • STEM
  • Economie en organisatie
  • Kunst en creatie
  • Maatschappij en welzijn
  • Land- en tuinbouw
  • Voeding en horeca
  • Sport

 In het derde leerjaar van de derde graad (7e jaar), verdwijnt het onderscheid tussen:

  • de specialisatiejaren BSO, 
  • het naamloos leerjaar, 
  • de Se-n-Se-opleidingen TSO en KSO
  • en de voorbereidende jaren hoger onderwijs (ASO en KSO); 

Het worden allemaal Se-n-Se-opleidingen, maar niet aan onderwijsvormen gekoppeld.

Schoolorganisatie?

Er zijn 3 mogelijke manieren om zich te organiseren als school: 

  • een domeinschool,
  • een campusschool of
  • een verticale school

Een domeinschool is een school met een 2e en een 3e graad, waarbij in elk ingericht studiedomein ten minste 1 studierichting wordt georganiseerd. 
Voorbeeld
:

2e graad, doorstroomfinaliteit, studiedomeinoverschrijdend : studierichting humane wetenschappen A.S.O.
3e graad, doorstroomfinaliteit, studiedomeinoverschrijdend : studierichting humane wetenschappen A.S.O.

2e graad, dubbele finaliteit, studiedomein maatschappij en welzijn: studierichting maatschappij en welzijn T.S.O.
3e graad, dubbele finaliteit, studiedomein maatschappij en welzijn: studierichting gezondheidszorg T.S.O.

2e graad, arbeidsmarktfinaliteit, studiedomein maatschappij en welzijn: studierichting zorg en welzijn B.S.O.
3e graad, arbeidsmarktfinaliteit, studiedomein maatschappij en welzijn: studierichting verzorging B.S.O.;

Een campusschool is een school met  een tweede en een derde graad die in tenminste 2 studiedomeinen samengenomen tenminste 1 studierichting uit elke finaliteit organiseert. 

Voorbeeld:

2e graad, doorstroomfinaliteit, studiedomein STEM: studierichting technologische wetenschappen T.S.O.
3e graad, doorstroomfinaliteit, studiedomein STEM: studierichting technologische wetenschappen en engineering T.S.O.

2e graad, dubbele finaliteit, studiedomein economie en organisatie: studierichting bedrijf en organisatie T.S.O.
3e graad, dubbele finaliteit, studiedomein economie en organisatie: studierichting bedrijfsorganisatie T.S.O.

2e graad, arbeidsmarktfinaliteit, studiedomein economie en organisatie: studierichting organisatie en logistiek B.S.O.
3e graad, arbeidsmarktfinaliteit, studiedomein economie en organisatie: studierichting logistiek B.S.O.;

Een verticale school organiseert studierichtingen binnen eenzelfde finaliteit en onderwijsvorm in zowel de tweede als de derde graad. 

Voorbeeld:

2e graad, dubbele finaliteit, studiedomein kunst en creatie: studierichting ballet K.S.O.
3e graad, dubbele finaliteit, studiedomein kunst en creatie: studierichting ballet K.S.O.

En wat met het buitengewoon onderwijs binnen de nieuwe structuur?

Ook binnen het buitengewoon secundair onderwijs (BuSO) wordt het opleidingsaanbod van OV 3 (*) gemoderniseerd en opgenomen in de 2e en de 3e graad van het gewoon secundair onderwijs. 
Het gaat om beroepsopleidingen in de studiedomeinen:

  • STEM, 
  • Land- en Tuinbouw, 
  • Economie en Organisatie, 
  • Maatschappij en Welzijn, 
  • Voeding en Horeca

(*) = gericht op het kunnen functioneren in de maatschappij en het kunnen werken in het gewone arbiedsmilieu

In de matrix worden ze dan ook binnen de finaliteit arbeidsmarkt geplaatst.

Voor meer info over het BuSO Opleidingsvorm 3 klik op deze link.

Filmpje

Hier niets in wegschrijven

 

Meer info

Filmpje



Meer info