
STEM = Science, Technology, Engineering, Mathematics
De basisoptie STEM-technieken wil je laten kennismaken met technische en wetenschappelijke uitdagingen in het studiedomein van STEM. Afhankelijk van de keuze van de school kan deze kennismaking breed zijn of meer gericht op specifieke gebieden zoals agro- en biotechnieken, bouw- en houttechnieken, grafische communicatie en media, maritieme technieken, mechanica-elektriciteit of textiel.
Naast het uitbreiden van je technisch-wetenschappelijke kennis uit de eerste graad, krijg je in deze basisoptie de kans om technieken toe te passen om nieuwe dingen te ontwerpen en te maken.
- Je leert hoe je materialen en gereedschappen op een verantwoorde manier kunt kiezen en gebruiken.
-> Bijvoorbeeld, bij het maken van een vogelhuisje kies je het juiste hout en de juiste nagels.
- Je gebruikt hulpmiddelen om je werk te verbeteren.
-> Bijvoorbeeld, je gebruikt een waterpas om ervoor te zorgen dat een plank recht hangt.
- Je maakt een stappenplan om een project te realiseren.
-> Bijvoorbeeld, je bedenkt eerst een plan om een brug van spaghetti te bouwen en volgt daarna de stappen.
- Je past technieken toe om iets te ontwerpen en maken.
-> Bijvoorbeeld, bij het maken van een T-shirt ontwerp je eerst het patroon en gebruik je daarna de juiste stoffen en gereedschappen om het te naaien, terwijl je veiligheidsnormen in acht neemt.
- Je evalueert wat je hebt gemaakt en kijkt hoe je het kunt verbeteren.
-> Bijvoorbeeld, je hebt een robot gebouwd die kan bewegen en je bekijkt samen met je klasgenoten hoe je zijn prestaties kunt verbeteren door de motoren te optimaliseren.
Door deze activiteiten leer je niet alleen nieuwe vaardigheden, maar ook hoe je samenwerkt en problemen oplost. Dit helpt je om creatief en kritisch te denken terwijl je plezier hebt in het leren en ontdekken.
De basisoptie kan uit volgende pakketten bestaan:
Agro- en biotechnieken
- Je leert over landbouw, tuinbouw, veeteelt, planten, hobby- en gezelschapsdieren, milieu, ...
- Je leert de behoeften en noodzaak van voeding voor mens en dier ontdekken.
- Daarna wordt onderzocht welke middelen er nodig zijn om voedsel voor mens en dier te produceren.
- Je gaat ook leren zelf plantaardig en dierlijk voedsel te produceren.
Bouw- en houttechnieken
- In bouw maak je kennis met materialen en gereedschappen.
- Je leert metselen en plannen lezen.
- In hout leer je tal van gereedschappen gebruiken.
- Je leert houtsoorten onderscheiden, je krijgt zicht op hun structuur en weet waarvoor ze kunnen gebruikt worden.
Grafische communicatie en media
- Je krijgt een praktische en theoretische kennismaking met alles wat er reilt en zeilt in een drukkerij: bv. prepress, meerkleurendruk, multimedia,...
- Je leert ideeën visueel vormgeven met verschillende media (drukwerk, op een website, …).
Maritieme technieken
- Je maakt kennis met de visserij en zeevaartkunde.
- Je leert scheepsinstrumenten (kompas, radar, ...) gebruiken en zeekaarten lezen om zo je positie op de wereldbol te bepalen.
- Je leert over netten en nettechnieken.
- Je maakt kennis met verschillende technieken van de visvangst.
- Je leert ook over motoren, de motoronderdelen, de verschillende typen verbrandingsmotoren en hun toepassingsgebied.
Mechanica-elektriciteit
- Je leert over elektriciteit in theorie en praktijk en in het vak mechanica leer je over metalen en kunststoffen en hoe je ze kan gebruiken.
- In elektriciteit leer je hoe elektriciteit wordt opgewekt (gelijkspanning, batterij en wisselspanning, ...) en de voor- en nadelen van de verschillende manieren. Je maakt kennis met gereedschap en materialen.
- In mechanica leer je over de voornaamste gereedschappen, formaten, lijnsoorten, maataanduidingen in tekeningen.
Textiel
- Je maakt kennis met de verschillende productie- en afwerkingstechnieken in de textielsector.
- Je leert de eigenschappen en mogelijkheden kennen van de natuurlijke, kunstmatige en synthetische textielgrondstoffen.
Plant en dier
- Je leert over de structuren, levensprocessen, groei en ontwikkeling van planten en dieren.
- Je leert ook de leefomgeving voor dieren inrichten en onderhouden.
- Daarnaast is er tevens aandacht voor het telen van planten en het onderzoeken van voedingsproducten.
In 2A leer je verder op wat je in 1A hebt geleerd. Je krijgt nog steeds algemene vakken, maar je mag ook een basisoptie kiezen die past bij wat jij leuk vindt of goed kan.
> Vakken die iedereen krijgt (basisvorming - 25 uur per week)
Je krijgt deze vakken in elke school:
- Nederlands: lezen, schrijven en spreken.
- Frans: je leert nieuwe woorden en oefent het spreken.
- Wiskunde: rekenen, meten, logisch nadenken.
- Engels: je leert woorden en eenvoudige gesprekken voeren
- Natuurwetenschappen: over dieren, planten, en het menselijk lichaam
- Techniek: dingen maken en onderzoeken hoe iets werkt.
- Aardrijkskunde: landen, kaarten, natuur en klimaat.
- Geschiedenis: leren over vroeger.
- Lichamelijke opvoeding (LO): sporten en bewegen.
- Beeld of muziek: creatief bezig zijn.
- Godsdienst of zedenleer: nadenken over jezelf en anderen.
- ICT: veilig en slim omgaan met computers.
> Basisoptie (5 uur per week)
Je kiest één basisoptie die bij je past. Bijvoorbeeld:
> Extra uren - differentiatie (2 uur per week)
Je krijgt ook een paar uren waarin je mag kiezen of waarin je extra hulp krijgt:
- Heb je moeite met iets? Dan krijg je extra uitleg.
- Gaat het goed? Dan mag je verdiepen
- Of je kiest om nieuwe dingen te ontdekken, zoals Latijn, STEM, kunst of zorg.
> Hoe leer je dit?
Elke school mag zelf bepalen hoe ze deze lessen organiseert. Er zijn scholen die:
- Projectweken organiseren naast lesweken
- Vakken samenvoegen
- Met thema’s werken over de verschillende vakken
Vergelijk de scholen, je vindt deze informatie op de websites van de scholen of tijdens bv. een opendeurdag.
Waar kan ik "STEM-technieken (toepassingsgericht)" volgen ?
Welke keuze je kan maken na het tweede leerjaar A hangt af van het attest dat je behaalt.
Vanaf de tweede graad kies je voor een studierichting. Die zijn ingedeeld in finaliteiten en domeinen, we noemen dat de matrix.
|