Freinetpedagogie      


De Freinetpedagogie helpt je om beter te leren omgaan met andere mensen en goed te communiceren. In klasraden en leerlingenraden leer je duidelijk praten en goed luisteren. Je mag soms ook voorzitter of verslaggever zijn. Dan help je mee om een probleem op te lossen.

Je leert ook over de samenleving (burgerschap). Dat doe je niet alleen met boeken, maar ook door echte projecten. Bijvoorbeeld samenwerken met mensen uit de buurt om een tuin te maken.

Andere dingen leer je in ateliers. Dat zijn lessen waarin je zelf kiest wat je wil doen. Je ontdekt er verschillende onderwerpen en vaardigheden.

Hier zijn enkele voorbeelden:

  • Natuur en zorg voor de natuur: Je helpt bijvoorbeeld bij het maken van een schooltuin. Je leert hoe planten groeien en hoe je ze verzorgt.
  • Techniek en bouwen: Je maakt bijvoorbeeld een vogelhuisje. Je leert zagen en spijkers gebruiken.
  • Talen: Je leert beter Nederlands, Frans of Engels. Of je maakt kennis met een nieuwe taal zoals Latijn of Japans.
  • Wiskunde: Je oefent moeilijke sommen en leert hoe je wiskunde in het dagelijks leven gebruikt.
  • Geschiedenis: Je ontdekt hoe mensen vroeger leefden, bijvoorbeeld door een bezoek aan een museum.
  • Wetenschap en experimenteren: Je doet proefjes, zoals een eenvoudige robot maken of werken met chemie.
  • Computer en media: Je leert een website maken of een eenvoudig computerspel programmeren.
  • Kunst en creativiteit: Je leert schilderen, foto’s maken of zelf kleren ontwerpen.
  • Sport en zorg: Je sport (zoals voetbal of dans) en leert ook dingen zoals eerste hulp.

Freinetpedagogie betekent dat je vooral leert door zelf te doen en te ontdekken. Zo wordt leren leuk en lijkt het meer op het echte leven!

In 2A leer je verder op wat je in 1A hebt geleerd. Je krijgt nog steeds algemene vakken, maar je mag ook een basisoptie kiezen die past bij wat jij leuk vindt of goed kan. 

> Vakken die iedereen krijgt (basisvorming - 25 uur per week)

Je krijgt deze vakken in elke school:

  • Nederlands: lezen, schrijven en spreken.
  • Frans: je leert nieuwe woorden en oefent het spreken.
  • Wiskunde: rekenen, meten, logisch nadenken.
  • Engels: je leert woorden en eenvoudige gesprekken voeren
  • Natuurwetenschappen: over dieren, planten, en het menselijk lichaam
  • Techniek: dingen maken en onderzoeken hoe iets werkt.
  • Aardrijkskunde: landen, kaarten, natuur en klimaat.
  • Geschiedenis: leren over vroeger.
  • Lichamelijke opvoeding (LO): sporten en bewegen.
  • Beeld of muziek: creatief bezig zijn.
  • Godsdienst of zedenleer: nadenken over jezelf en anderen.
  • ICT: veilig en slim omgaan met computers.

> Basisoptie (5 uur per week)

Je kiest één basisoptie die bij je past. Bijvoorbeeld:

> Extra uren - differentiatie (2 uur per week)

Je krijgt ook een paar uren waarin je mag kiezen of waarin je extra hulp krijgt:

  • Heb je moeite met iets? Dan krijg je extra uitleg.
  • Gaat het goed? Dan mag je verdiepen
  • Of je kiest om nieuwe dingen te ontdekken, zoals Latijn, STEM, kunst of zorg.

> Hoe leer je dit?

Elke school mag zelf bepalen hoe ze deze lessen organiseert. Er zijn scholen die:

  • Projectweken organiseren naast lesweken
  • Vakken samenvoegen
  • Met thema’s werken over de verschillende vakken

Vergelijk de scholen, je vindt deze informatie op de websites van de scholen of tijdens bv. een opendeurdag.

Waar kan ik "Freinetpedagogie" volgen ?

Verfijn je zoekopdracht door één of meerdere filter(s) te selecteren.
Toon alle scholen

Welke keuze je kan maken na het tweede leerjaar A hangt af van het attest dat je behaalt.

Vanaf de tweede graad kies je voor een studierichting. Die zijn ingedeeld in finaliteiten en domeinen, we noemen dat de matrix.