Freinetpedagogie
|
- Beschrijving
- Lessen
- Scholen
- Toelating
- Attesten
- Wat na
|
De Freinetpedagogie helpt je om beter te leren omgaan met andere mensen en goed te communiceren. In klasraden en leerlingenraden leer je duidelijk praten en goed luisteren. Je mag soms ook voorzitter of verslaggever zijn. Dan help je mee om een probleem op te lossen. Je leert ook over de samenleving (burgerschap). Dat doe je niet alleen met boeken, maar ook door echte projecten. Bijvoorbeeld samenwerken met mensen uit de buurt om een tuin te maken. Andere dingen leer je in ateliers. Dat zijn lessen waarin je zelf kiest wat je wil doen. Je ontdekt er verschillende onderwerpen en vaardigheden. Hier zijn enkele voorbeelden:
Freinetpedagogie betekent dat je vooral leert door zelf te doen en te ontdekken. Zo wordt leren leuk en lijkt het meer op het echte leven! In 2A leer je verder op wat je in 1A hebt geleerd. Je krijgt nog steeds algemene vakken, maar je mag ook een basisoptie kiezen die past bij wat jij leuk vindt of goed kan. > Vakken die iedereen krijgt (basisvorming - 25 uur per week) Je krijgt deze vakken in elke school:
> Basisoptie (5 uur per week) Je kiest één basisoptie die bij je past. Bijvoorbeeld:
> Extra uren - differentiatie (2 uur per week) Je krijgt ook een paar uren waarin je mag kiezen of waarin je extra hulp krijgt:
> Hoe leer je dit? Elke school mag zelf bepalen hoe ze deze lessen organiseert. Er zijn scholen die:
Vergelijk de scholen, je vindt deze informatie op de websites van de scholen of tijdens bv. een opendeurdag. Waar kan ik "Freinetpedagogie" volgen ?Welke keuze je kan maken na het tweede leerjaar A hangt af van het attest dat je behaalt. Vanaf de tweede graad kies je voor een studierichting. Die zijn ingedeeld in finaliteiten en domeinen, we noemen dat de matrix. |

