Ingenieurswetenschappen : Biomedische ingenieurstechnieken - Academische bachelor

 

 


 De opleiding wordt gekenmerkt door een sterke nadruk op het wetenschappelijke aspect van de techniek. Het curriculum is dan ook, zeker de eerste jaren, sterk wiskundig en natuurwetenschappelijk getint. 


De ingenieur vertaalt de wetenschappelijke kennis naar concrete technische toepassingen in verschillende domeinen. 
Inhoudelijk zijn er drie belangrijke basispijlers
– de wiskundige basiskennis en -vaardigheden en hun ingenieurstoepassingen; 
– de wetenschapsvakken; 
– de ontwerpgerichte ingenieursvakken en de ingenieursattitude.
Vakken als economie, wijsbegeerte of psychologie kunnen aan het programma worden toegevoegd. 
De opbouw van het programma verschilt per universiteit. 
De master leidt tot de beroepstitel van burgerlijk ingenieur.

Voor wie?
Je bent sterk geïnteresseerd in wiskunde en positieve wetenschappen. 
Je hebt in het secundair onderwijs liefst een richting gevolgd met minstens zes uur wiskunde in de laatste jaren.
Je bent geboeid door de technologische aspecten van industriële toepassingen. 
Je wilt het hoe en waarom van systemen, machines en installaties bestuderen en je bent bereid om hiervoor de wiskunde en de basiswetenschappen met enthousiasme en werklust grondig aan te pakken. 
Aangezien je later vaak in leidinggevende posities terechtkomt, is het belangrijk dat je over de nodige communicatie- en sociale vaardigheden beschikt.


Aanvullende info:

Vrije Universiteit Brussel - Brussels Humanities, Sciences & Engineering Campus

KU Leuven

Universiteit Gent - Campus Gent


Studiepunten

180

Ingenieurswetenschappen : Biomedische ingenieurstechnieken - Academische bachelor

Algemene info

 


 De opleiding wordt gekenmerkt door een sterke nadruk op het wetenschappelijke aspect van de techniek. Het curriculum is dan ook, zeker de eerste jaren, sterk wiskundig en natuurwetenschappelijk getint. 


De ingenieur vertaalt de wetenschappelijke kennis naar concrete technische toepassingen in verschillende domeinen. 
Inhoudelijk zijn er drie belangrijke basispijlers
– de wiskundige basiskennis en -vaardigheden en hun ingenieurstoepassingen; 
– de wetenschapsvakken; 
– de ontwerpgerichte ingenieursvakken en de ingenieursattitude.
Vakken als economie, wijsbegeerte of psychologie kunnen aan het programma worden toegevoegd. 
De opbouw van het programma verschilt per universiteit. 
De master leidt tot de beroepstitel van burgerlijk ingenieur.

Voor wie?
Je bent sterk geïnteresseerd in wiskunde en positieve wetenschappen. 
Je hebt in het secundair onderwijs liefst een richting gevolgd met minstens zes uur wiskunde in de laatste jaren.
Je bent geboeid door de technologische aspecten van industriële toepassingen. 
Je wilt het hoe en waarom van systemen, machines en installaties bestuderen en je bent bereid om hiervoor de wiskunde en de basiswetenschappen met enthousiasme en werklust grondig aan te pakken. 
Aangezien je later vaak in leidinggevende posities terechtkomt, is het belangrijk dat je over de nodige communicatie- en sociale vaardigheden beschikt.


Studiepunten

180


Instellingen die de opleiding organiseren zonder keuzetraject(en):

Vrije Universiteit Brussel - Brussels Humanities, Sciences & Engineering Campus

KU Leuven

Universiteit Gent - Campus Gent


Taal

TOELATINGSVOORWAARDEN

Je wordt rechtstreeks toegelaten als je in het bezit bent van één van onderstaande diploma's:

  • een diploma van secundair onderwijs;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
  • een diploma of certificaat, uitgereikt in het kader van het hoger beroepsonderwijs (HBO5 Verpleegkunde en Graduaatsopleidingen);
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs voor sociale promotie (met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid);
  • een buitenlands diploma of getuigschrift dat gelijkwaardig verklaard is met één van bovenstaande.

    Uitzonderingen:
  • Er is een toelatingsproef voor de bacheloropleidingen in de studiegebieden Geneeskunde en Tandheelkunde (info: toelatingsexamenartstandarts.be);
  • Er zijn bekwaamheidsproeven (artistieke toelatingsproeven) om toegelaten te worden tot de opleidingen in de studiegebieden 'Audiovisuele en beeldende kunst' en 'Muziek en podiumkunsten'.
  • Er is een verplichte niet bindende toelatingsproef voor de opleidingen Burgerlijk Ingenieur, Burgerlijk Ingenieur-Architect en Diergeneeskunde.

Afwijkende toelatingsvoorwaarden:
De onderwijsinstellingen hebben een reglement moeten opstellen voor kandidaten die niet aan de algemene toelatingsvoorwaarden voldoen.
Dit reglement kan je bij de instelling van je keuze opvragen.
De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen gebaseerd zijn op:
1. humanitaire redenen;
2. medische, psychische of sociale redenen ;
3. het algemeen niveau van de kandidaat, getoetst op de door het instellingsbestuur bepaalde wijze (bv. een gesprek, een proef, ..).
Weet wel dat dergelijke toelating niet gelijkgesteld is aan het diploma secundair onderwijs!!  

Extra taalvoorwaarden voor internationale studenten

De onderwijsinstellingen kunnen het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis voor houders van een buitenlands diploma.

Situering

Opleiding: Ingenieurswetenschappen 

Afstudeerrichting: Biomedische ingenieurstechnieken

Studieniveau: Academische bachelor - HO

Specificatie: Bachelor of Science

Studiegebied: Toegepaste wetenschappen

Belangstellingsdomeinen: Exacte wetenschappen, Techniek, Wiskunde-cijferwerk,

Schoolvakken SO: Informatica, Natuurwetenschappen, Wiskunde,

Vervolgopleidingen


een masteropleiding

Na een academisch gerichte bacheloropleiding ga je normalerwijze een masteropleiding volgen. Een master omvat minstens 60 studiepunten. Masters zijn altijd academisch gericht, maar kunnen ook een professionele gerichtheid hebben. Onderwijskiezer vermeldt hier de masters van het studiegebied van deze opleiding. Let wel dat je niet automatisch in al deze masters toegelaten wordt! Het kan zijn dat je eerst een voorbereidingsprogramma moet volgen.

Masteropleidingen binnen dit studiegebied


































































een postgraduaat

Verder studeren kan ook in een postgraduaat. Dit is een opleiding van minstens 20 studiepunten.. Het geeft recht op een getuigschrift. Bedoeling is: verdere professionele vorming, verbreding of verdieping van de reeds verworven competenties.  Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelating tot een postgraduaat verschilt per opleiding. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per opleiding.


een bachelor-na-bacheloropleiding (Ba-na-Ba)

Verder studeren kan ook in een Ba-na-Ba. Dit is een verdere specialisatie, aansluitend op je basisopleiding en omvat minstens 60 studiepunten. Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelatingsvoorwaarden kunnen verschillen per opleiding.


een verkorte bachelor/master

Wanneer je een andere bachelor/master wilt behalen, kan dat soms via een verkort traject. Je behaalt dan het diploma op kortere termijn. De verkorte bachelor/master leidt naar een volwaardig bachelor-/masterdiploma.
Voor informatie over je mogelijkheden kan je terecht bij de onderwijsinstellingen.

Mits het volgen van een voorbereidingsprogramma zijn er waarschijnlijk nog andere opleidingen mogelijk. De mogelijkheden hangen af van je vooropleiding, EVC’s, EVK’s ... Contacteer de instellingen voor hoger onderwijs voor concrete informatie.


een lerarenopleiding

Na een academische bachelor kan je via een verkorte educatieve bacheloropleiding leraar worden. Deze opleiding neemt 60 studiepunten in beslag en wordt georganiseerd door een hogeschool. Meer info.


na- of bijscholingen

Hogescholen en universiteiten hebben doorgaans ook een aanbod van diverse na- of bijscholingen. Informatie hierover vind je niet op Onderwijskiezer, maar bij de onderwijsinstelling.

Instellingen

Pleinlaan 2  1050 Elsene
02 629 20 10    


Naamsestraat 22  3000 Leuven
016 32 40 10    


Sint-Pietersnieuwstraat 33  9000 Gent
09 331 00 31    


Studierendement

Studierichting 3e graad SO Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Economie-wiskunde (ASO) 51 0,76 59,64 3 9 4 11 15 9
Grieks-wiskunde (ASO) 228 14,98 83,39 2 19 14 26 159 8
Industriële wetenschappen (TSO) 172 4,64 60,2 9 35 30 31 57 10
Latijn-wetenschappen (ASO) 47 0,73 63,24 5 3 11 8 18 2
Latijn-wiskunde (ASO) 1174 10,24 74,06 27 125 127 230 616 49
Wetenschappen-wiskunde (ASO) 3412 9,04 70,59 89 411 450 681 1 615 166

Per bacheloropleiding die je kan volgen in het hoger onderwijs kan je hier bekijken wat de resultaten zijn van afgestudeerden uit verschillende studierichtingen uit het secundair onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.

Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het studierendement. Onderstaande tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het hoger onderwijs weer van studenten uit een secundaire studierichting. Dit is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% = de studenten uit een secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.

Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit een secundaire studierichting dat zich inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit een secundaire studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.

Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.

extra info over studierendement



bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming


Gegevens bijgewerkt tot 06-03-2020

Ingenieurswetenschappen : Biomedische ingenieurstechnieken - Academische bachelor

Algemene info

 


 De opleiding wordt gekenmerkt door een sterke nadruk op het wetenschappelijke aspect van de techniek. Het curriculum is dan ook, zeker de eerste jaren, sterk wiskundig en natuurwetenschappelijk getint. 


De ingenieur vertaalt de wetenschappelijke kennis naar concrete technische toepassingen in verschillende domeinen. 
Inhoudelijk zijn er drie belangrijke basispijlers
– de wiskundige basiskennis en -vaardigheden en hun ingenieurstoepassingen; 
– de wetenschapsvakken; 
– de ontwerpgerichte ingenieursvakken en de ingenieursattitude.
Vakken als economie, wijsbegeerte of psychologie kunnen aan het programma worden toegevoegd. 
De opbouw van het programma verschilt per universiteit. 
De master leidt tot de beroepstitel van burgerlijk ingenieur.

Voor wie?
Je bent sterk geïnteresseerd in wiskunde en positieve wetenschappen. 
Je hebt in het secundair onderwijs liefst een richting gevolgd met minstens zes uur wiskunde in de laatste jaren.
Je bent geboeid door de technologische aspecten van industriële toepassingen. 
Je wilt het hoe en waarom van systemen, machines en installaties bestuderen en je bent bereid om hiervoor de wiskunde en de basiswetenschappen met enthousiasme en werklust grondig aan te pakken. 
Aangezien je later vaak in leidinggevende posities terechtkomt, is het belangrijk dat je over de nodige communicatie- en sociale vaardigheden beschikt.


Studiepunten

180


Instellingen die de opleiding organiseren zonder keuzetraject(en):

Vrije Universiteit Brussel - Brussels Humanities, Sciences & Engineering Campus

KU Leuven

Universiteit Gent - Campus Gent


Taal

TOELATINGSVOORWAARDEN

Je wordt rechtstreeks toegelaten als je in het bezit bent van één van onderstaande diploma's:

  • een diploma van secundair onderwijs;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
  • een diploma of certificaat, uitgereikt in het kader van het hoger beroepsonderwijs (HBO5 Verpleegkunde en Graduaatsopleidingen);
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs voor sociale promotie (met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid);
  • een buitenlands diploma of getuigschrift dat gelijkwaardig verklaard is met één van bovenstaande.

    Uitzonderingen:
  • Er is een toelatingsproef voor de bacheloropleidingen in de studiegebieden Geneeskunde en Tandheelkunde (info: toelatingsexamenartstandarts.be);
  • Er zijn bekwaamheidsproeven (artistieke toelatingsproeven) om toegelaten te worden tot de opleidingen in de studiegebieden 'Audiovisuele en beeldende kunst' en 'Muziek en podiumkunsten'.
  • Er is een verplichte niet bindende toelatingsproef voor de opleidingen Burgerlijk Ingenieur, Burgerlijk Ingenieur-Architect en Diergeneeskunde.

Afwijkende toelatingsvoorwaarden:
De onderwijsinstellingen hebben een reglement moeten opstellen voor kandidaten die niet aan de algemene toelatingsvoorwaarden voldoen.
Dit reglement kan je bij de instelling van je keuze opvragen.
De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen gebaseerd zijn op:
1. humanitaire redenen;
2. medische, psychische of sociale redenen ;
3. het algemeen niveau van de kandidaat, getoetst op de door het instellingsbestuur bepaalde wijze (bv. een gesprek, een proef, ..).
Weet wel dat dergelijke toelating niet gelijkgesteld is aan het diploma secundair onderwijs!!  

Extra taalvoorwaarden voor internationale studenten

De onderwijsinstellingen kunnen het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis voor houders van een buitenlands diploma.

Situering

Opleiding: Ingenieurswetenschappen 

Afstudeerrichting: Biomedische ingenieurstechnieken

Studieniveau: Academische bachelor - HO

Specificatie: Bachelor of Science

Studiegebied: Toegepaste wetenschappen

Belangstellingsdomeinen: Exacte wetenschappen, Techniek, Wiskunde-cijferwerk,

Schoolvakken SO: Informatica, Natuurwetenschappen, Wiskunde,

Vervolgopleidingen


een masteropleiding

Na een academisch gerichte bacheloropleiding ga je normalerwijze een masteropleiding volgen. Een master omvat minstens 60 studiepunten. Masters zijn altijd academisch gericht, maar kunnen ook een professionele gerichtheid hebben. Onderwijskiezer vermeldt hier de masters van het studiegebied van deze opleiding. Let wel dat je niet automatisch in al deze masters toegelaten wordt! Het kan zijn dat je eerst een voorbereidingsprogramma moet volgen.

Masteropleidingen binnen dit studiegebied


































































een postgraduaat

Verder studeren kan ook in een postgraduaat. Dit is een opleiding van minstens 20 studiepunten.. Het geeft recht op een getuigschrift. Bedoeling is: verdere professionele vorming, verbreding of verdieping van de reeds verworven competenties.  Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelating tot een postgraduaat verschilt per opleiding. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per opleiding.


een bachelor-na-bacheloropleiding (Ba-na-Ba)

Verder studeren kan ook in een Ba-na-Ba. Dit is een verdere specialisatie, aansluitend op je basisopleiding en omvat minstens 60 studiepunten. Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelatingsvoorwaarden kunnen verschillen per opleiding.


een verkorte bachelor/master

Wanneer je een andere bachelor/master wilt behalen, kan dat soms via een verkort traject. Je behaalt dan het diploma op kortere termijn. De verkorte bachelor/master leidt naar een volwaardig bachelor-/masterdiploma.
Voor informatie over je mogelijkheden kan je terecht bij de onderwijsinstellingen.

Mits het volgen van een voorbereidingsprogramma zijn er waarschijnlijk nog andere opleidingen mogelijk. De mogelijkheden hangen af van je vooropleiding, EVC’s, EVK’s ... Contacteer de instellingen voor hoger onderwijs voor concrete informatie.


een lerarenopleiding

Na een academische bachelor kan je via een verkorte educatieve bacheloropleiding leraar worden. Deze opleiding neemt 60 studiepunten in beslag en wordt georganiseerd door een hogeschool. Meer info.


na- of bijscholingen

Hogescholen en universiteiten hebben doorgaans ook een aanbod van diverse na- of bijscholingen. Informatie hierover vind je niet op Onderwijskiezer, maar bij de onderwijsinstelling.

Instellingen

Pleinlaan 2  1050 Elsene
02 629 20 10    


Naamsestraat 22  3000 Leuven
016 32 40 10    


Sint-Pietersnieuwstraat 33  9000 Gent
09 331 00 31    


Studierendement

Studierichting 3e graad SO Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Economie-wiskunde (ASO) 51 0,76 59,64 3 9 4 11 15 9
Grieks-wiskunde (ASO) 228 14,98 83,39 2 19 14 26 159 8
Industriële wetenschappen (TSO) 172 4,64 60,2 9 35 30 31 57 10
Latijn-wetenschappen (ASO) 47 0,73 63,24 5 3 11 8 18 2
Latijn-wiskunde (ASO) 1174 10,24 74,06 27 125 127 230 616 49
Wetenschappen-wiskunde (ASO) 3412 9,04 70,59 89 411 450 681 1 615 166

Per bacheloropleiding die je kan volgen in het hoger onderwijs kan je hier bekijken wat de resultaten zijn van afgestudeerden uit verschillende studierichtingen uit het secundair onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.

Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het studierendement. Onderstaande tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het hoger onderwijs weer van studenten uit een secundaire studierichting. Dit is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% = de studenten uit een secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.

Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit een secundaire studierichting dat zich inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit een secundaire studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.

Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.

extra info over studierendement



bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming


Gegevens bijgewerkt tot 06-03-2020