Industriële wetenschappen : Bouwkunde - Academische bachelor

 

Algemene info


De opleiding tot industrieel ingenieur combineert een brede academische en wetenschappelijke basis met talrijke praktijktoepassingen.
In de opleiding verwerf je via basisvakken veeleer toepassingsgerichte kennis.
Je gebruikt die kennis vervolgens om bestaande toepassingen en ontwerpen te verbeteren of om systemen te optimaliseren in een specifieke bedrijfs- of sectorcontext. 
De klemtoon ligt op de vertaling van wetenschappen en polyvalente technologie naar oplossingen. 
De opbouw van het programma verschilt per universiteit.
Meestal is er een gemeenschappelijke fase van 3 semesters. 
Aan sommige universiteiten kies je van in het eerste jaar opleidingsonderdelen in functie van de latere specialisatie of is er een beperktere gemeenschappelijke fase. 
De polyvalente basisvorming in wiskunde en wetenschappen staat centraal.
Deze theoretische vakken krijgen hun toepassingen in diverse laboratoria. 

Gezien de verscheidenheid in vooropleiding van de studenten worden in meerdere universiteiten in het 1ste semester door middel van differentiatie in het curriculum, tekorten uit het secundair onderwijs voor wiskunde, fysica, chemie of technische vakken weggewerkt en/of worden.
In de eerste weken van september instapcursussen/introductiecursussen wiskunde, chemie, fysica, elektriciteit, Engels ingericht om leerstof op te frissen of op peil te brengen. 

De opleiding tot bouwkundig ingenieur stoelt op een grondige technologische kennis.
Daarnaast moet de ingenieur beschikken over communicatieve vaardigheden, een sterk probleemoplossend vermogen en moet hij/zij goed in team kunnen werken.
Je leert de berekeningsmethoden om omvangrijke structuren te dimensioneren te doorgronden en je maakt kennis met de modernste meetapparatuur.
Je krijgt ook een degelijke basis van moderne informatica en CAD-technieken. 
De opleiding legt de klemtoon op de constructie van functionele en duurzame gebouwen en wegeninfrastructuur, met aandacht voor veiligheid, stabiliteit en het milieu.


Afhankelijk van de universiteit worden keuzetrajecten georganiseerd.
Een overzicht vind je onder het gelijknamige tabblaadje.


Voor wie?
Uitgesproken interesse voor wiskunde, technologie en wetenschappen is vanzelfsprekend.
Voorkennis van minstens vier uur wiskunde per week is onontbeerlijk.
Een specifieke voorkennis van opleidingsonderdelen zoals mechanica, elektriciteit en chemie is niet noodzakelijk.


De universiteiten organiseren voor kandidaat-studenten een ijkingstoets. Deze toets is speciaal afgestemd op leerlingen die geïnteresseerd zijn om een opleiding industrieel ingenieur in de industriële wetenschappen of biowetenschappen te starten. De toets is gebaseerd op leerstof van de richtingen uit het secundair onderwijs met minstens 4 uur wiskunde.
Deelname is gratis en niet verplicht. Inschrijven is verplicht!
Voor info: http://www.ijkingstoets.be



Studiepunten

180 (bachelor) + 60 (master).

Industriële wetenschappen : Bouwkunde - Academische bachelor

Algemene info


De opleiding tot industrieel ingenieur combineert een brede academische en wetenschappelijke basis met talrijke praktijktoepassingen.
In de opleiding verwerf je via basisvakken veeleer toepassingsgerichte kennis.
Je gebruikt die kennis vervolgens om bestaande toepassingen en ontwerpen te verbeteren of om systemen te optimaliseren in een specifieke bedrijfs- of sectorcontext. 
De klemtoon ligt op de vertaling van wetenschappen en polyvalente technologie naar oplossingen. 
De opbouw van het programma verschilt per universiteit.
Meestal is er een gemeenschappelijke fase van 3 semesters. 
Aan sommige universiteiten kies je van in het eerste jaar opleidingsonderdelen in functie van de latere specialisatie of is er een beperktere gemeenschappelijke fase. 
De polyvalente basisvorming in wiskunde en wetenschappen staat centraal.
Deze theoretische vakken krijgen hun toepassingen in diverse laboratoria. 

Gezien de verscheidenheid in vooropleiding van de studenten worden in meerdere universiteiten in het 1ste semester door middel van differentiatie in het curriculum, tekorten uit het secundair onderwijs voor wiskunde, fysica, chemie of technische vakken weggewerkt en/of worden.
In de eerste weken van september instapcursussen/introductiecursussen wiskunde, chemie, fysica, elektriciteit, Engels ingericht om leerstof op te frissen of op peil te brengen. 

De opleiding tot bouwkundig ingenieur stoelt op een grondige technologische kennis.
Daarnaast moet de ingenieur beschikken over communicatieve vaardigheden, een sterk probleemoplossend vermogen en moet hij/zij goed in team kunnen werken.
Je leert de berekeningsmethoden om omvangrijke structuren te dimensioneren te doorgronden en je maakt kennis met de modernste meetapparatuur.
Je krijgt ook een degelijke basis van moderne informatica en CAD-technieken. 
De opleiding legt de klemtoon op de constructie van functionele en duurzame gebouwen en wegeninfrastructuur, met aandacht voor veiligheid, stabiliteit en het milieu.


Afhankelijk van de universiteit worden keuzetrajecten georganiseerd.
Een overzicht vind je onder het gelijknamige tabblaadje.


Voor wie?
Uitgesproken interesse voor wiskunde, technologie en wetenschappen is vanzelfsprekend.
Voorkennis van minstens vier uur wiskunde per week is onontbeerlijk.
Een specifieke voorkennis van opleidingsonderdelen zoals mechanica, elektriciteit en chemie is niet noodzakelijk.


De universiteiten organiseren voor kandidaat-studenten een ijkingstoets. Deze toets is speciaal afgestemd op leerlingen die geïnteresseerd zijn om een opleiding industrieel ingenieur in de industriële wetenschappen of biowetenschappen te starten. De toets is gebaseerd op leerstof van de richtingen uit het secundair onderwijs met minstens 4 uur wiskunde.
Deelname is gratis en niet verplicht. Inschrijven is verplicht!
Voor info: http://www.ijkingstoets.be



Studiepunten

180 (bachelor) + 60 (master).

Instellingen die de opleiding organiseren met keuzetraject(en):

Onderwijskiezer ziet een keuzetraject als een essentieel deel van de opleiding, dat mede de eigenheid van die opleiding bepaalt. We stellen geen voorwaarden van een minimum aantal studiepunten, maar het gaat wel altijd om een pakket van meerdere vakken.

KU Leuven - Campus De Nayer St.-Katelijne-Waver

Na een polyvalente basisvorming van drie semesters, kies je voor een afstudeerrichting in een technologiedomein dat aansluit bij je persoonlijke interesses. Zo leg je al tijdens je bacheloropleiding de technologische basis voor de aansluitende masteropleiding.
Er zijn twee keuzemogelijkheden: 

Bouwkunde

Landmeten


KU Leuven - Campus Brugge

Na een polyvalente basisvorming van drie semesters, kies je voor een afstudeerrichting in een technologiedomein dat aansluit bij je persoonlijke interesses. Zo leg je al tijdens je bacheloropleiding de technologische basis voor de aansluitende masteropleiding.
Er zijn twee keuzemogelijkheden: 

Bouwkunde

Landmeten


KU Leuven - Campus Gent

Na een polyvalente basisvorming van drie semesters, kies je voor een afstudeerrichting in een technologiedomein dat aansluit bij je persoonlijke interesses. Zo leg je al tijdens je bacheloropleiding de technologische basis voor de aansluitende masteropleiding.
Er zijn twee keuzemogelijkheden: 

Bouwkunde

Landmeten


Universiteit Gent - Campus Gent

In de bachelor bouwkunde komen zowel bouwkundige als landmeetkundige opleidingsonderdelen aan bod. Dit laat je toe door te stromen naar een master bouwkunde of een master landmeten. De opleiding bouwkunde legt de klemtoon op de constructie van functionele en duurzame gebouwen en wegeninfrastructuur, met aandacht voor veiligheid, stabiliteit en milieu.

Bouwkunde

Landmeten



Instellingen die de opleiding organiseren zonder keuzetraject(en):

Universiteit Antwerpen - Stadscampus

Elke afstudeerrichting biedt basisvorming met een stevige basis wiskunde en economie. Daarnaast kies je van bij de start al een eigen discipline, zodat je je algemene opleiding meteen op de bouwwereld toepast en dus met je passie bezig bent. Je wordt een technologisch expert: zowel in theorie als in de praktijk. Je programma bevat heel wat:

  • practica in laboratoria op industriële schaal
  • bedrijfs- en werfbezoeken waar je alles in uitvoering ziet
  • een bedrijfsstages waar je de theorie zelf in de praktijk zal omzetten
  • onderzoeks- en ontwerpprojecten van reële bouwprojecten.

Universiteit Hasselt/KU Leuven Campus Diepenbeek

Gezamenlijke opleiding van de Universiteit Hasselt en de KU Leuven. Studenten schrijven zich in aan de UHasselt, maar zijn officieel student van beide universiteiten en krijgen een gemeenschappelijk diploma van de KU Leuven en Universiteit Hasselt.
De eerste 94 studiepunten zijn gemeenschappelijk. In dit gemeenschappelijk deel van je bacheloropleiding ligt een sterke focus op wetenschappen: fysica, mechanica, chemie, elektronica, elektrotechniek en wiskunde.
In het eerste jaar is semester 1 opgedeeld in 2 blokken, met examens aan het einde van elke blok. Vanaf het 2de semester is er enkel nog het semestersysteem. In de loop van je tweede bachelorjaar specialiseer je je en kies je een afstudeerrichting.

KU Leuven - Campus Aalst

Op Technologiecampus Aalst kun je enkel de eerste drie semesters volgen. Nadien kies je voor een afstudeerrichting (binnen Bouwkunde, Chemie, Elektromechanica of Elektronica-ICT) op Technologiecampus Gent of een andere campus van de faculteit.


Taal

TOELATINGSVOORWAARDEN

Je wordt rechtstreeks toegelaten als je in het bezit bent van één van onderstaande diploma's:

  • een diploma van secundair onderwijs;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs voor sociale promotie (met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid);
  • een buitenlands diploma of getuigschrift dat gelijkwaardig verklaard is met één van bovenstaande.

    Uitzonderingen:
  • Er is een toelatingsproef voor de bacheloropleidingen in de studiegebieden Geneeskunde en Tandheelkunde (info: toelatingsexamenartstandarts.be);
  • Er zijn bekwaamheidsproeven (artistieke toelatingsproeven) om toegelaten te worden tot de opleidingen in de studiegebieden 'Audiovisuele en beeldende kunst' en 'Muziek en podiumkunsten'.
  • Er is een verplichte niet bindende toelatingsproef voor de bacheloropleidingen Ingenieurswetenschappen en Ingenieurswetenschappen-Architectuur en Diergeneeskunde.

Afwijkende toelatingsvoorwaarden:
De onderwijsinstellingen hebben een reglement moeten opstellen voor kandidaten die niet aan de algemene toelatingsvoorwaarden voldoen.
Dit reglement kan je bij de instelling van je keuze opvragen.
De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen gebaseerd zijn op:
1. humanitaire redenen;
2. medische, psychische of sociale redenen ;
3. het algemeen niveau van de kandidaat, getoetst op de door het instellingsbestuur bepaalde wijze (bv. een gesprek, een proef, ..).
Weet wel dat dergelijke toelating niet gelijkgesteld is aan het diploma secundair onderwijs!!  

Extra taalvoorwaarden voor internationale studenten

De onderwijsinstellingen kunnen het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis voor houders van een buitenlands diploma.

Situering

Opleiding: Industriële wetenschappen 

Afstudeerrichting: Bouwkunde

Studieniveau: Academische bachelor - HO

Specificatie: Bachelor of Science

Studiegebied: Industriële wetenschappen en Technologie

Belangstellingsdomeinen: Exacte wetenschappen, Techniek, Wiskunde-cijferwerk,

Schoolvakken SO: Architecturale vorming, Bouw, Fysica, Natuurwetenschappen, Wiskunde,

Andere Afstudeerrichtingen

De andere afstudeerrichtingen binnen Industriële wetenschappen zijn:

Industriële wetenschappen : Bio-industriële wetenschappen (Academische bachelor - HO)
Industriële wetenschappen : Chemie (Academische bachelor - HO)
Industriële wetenschappen : Elektromechanica (Academische bachelor - HO)
Industriële wetenschappen : Elektronica-ICT (Academische bachelor - HO)
Industriële wetenschappen : Industrieel ontwerpen (Academische bachelor - HO)
Industriële wetenschappen : Informatica (Academische bachelor - HO)
Industriële wetenschappen : Nucleaire technologie (Academische bachelor - HO)
Industriële wetenschappen : Verpakkingstechnologie (Academische bachelor - HO)

Vervolgopleidingen


een masteropleiding

Na een academisch gerichte bacheloropleiding ga je normalerwijze een masteropleiding volgen. Een master omvat minstens 60 studiepunten. Masters zijn altijd academisch gericht, maar kunnen ook een professionele gerichtheid hebben. Onderwijskiezer vermeldt hier de masters van het studiegebied van deze opleiding. Let wel dat je niet automatisch in al deze masters toegelaten wordt! Het kan zijn dat je eerst een voorbereidingsprogramma moet volgen.

Masteropleidingen binnen dit studiegebied































een postgraduaat

Verder studeren kan ook in een postgraduaat. Dit is een opleiding van minstens 20 studiepunten.. Het geeft recht op een getuigschrift. Bedoeling is: verdere professionele vorming, verbreding of verdieping van de reeds verworven competenties.  Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelating tot een postgraduaat verschilt per opleiding. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per opleiding.


een bachelor-na-bacheloropleiding (Ba-na-Ba)

Verder studeren kan ook in een Ba-na-Ba. Dit is een verdere specialisatie, aansluitend op je basisopleiding en omvat minstens 60 studiepunten. Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelatingsvoorwaarden kunnen verschillen per opleiding.


een verkorte bachelor/master

Wanneer je een andere bachelor/master wilt behalen, kan dat soms via een verkort traject. Je behaalt dan het diploma op kortere termijn. De verkorte bachelor/master leidt naar een volwaardig bachelor-/masterdiploma.
Voor informatie over je mogelijkheden kan je terecht bij de onderwijsinstellingen.

Mits het volgen van een voorbereidingsprogramma zijn er waarschijnlijk nog andere opleidingen mogelijk. De mogelijkheden hangen af van je vooropleiding, EVC’s, EVK’s ... Contacteer de instellingen voor hoger onderwijs voor concrete informatie.


na- of bijscholingen

Hogescholen en universiteiten hebben doorgaans ook een aanbod van diverse na- of bijscholingen. Informatie hierover vind je niet op Onderwijskiezer, maar bij de onderwijsinstelling.

Instellingen

Prinsstraat 13  2000 Antwerpen
03 265 48 72    


J. De Nayerlaan 5  2860 Sint-Katelijne-Waver
015 31 69 44    


Agoralaan Gebouw H  3590 Diepenbeek
011 37 07 77    


Spoorwegstraat 12  8200 Sint-Michiels
050 66 48 00    


Gebroeders De Smetstraat 1  9000 Gent
09 265 86 10    


Sint-Pietersnieuwstraat 33  9000 Gent
09 331 00 31    


Kwalestraat 154  9300 Aalst
053 72 71 70    


Beroepsuitwegen

Deze beschrijving veronderstelt dat je het masterniveau hebt behaald.

De industrieel ingenieur neemt de plaats in tussen de opdrachtgevers (directie) en de uitvoerders (ploegbazen, werfleiders, arbeiders).
In tegenstelling tot de burgerlijk ingenieur is de industrieel ingenieur meer van nabij betrokken bij de rechtstreekse uitvoering van het werk. 

De master in de Industriële wetenschappen: bouwkunde ontwerpt, construeert, onderhoudt en herstelt gebouwen en infrastructuurwerken (wegen-, spoor- en bruggenbouw, waterwegen, riolering).
Hij ontwikkelt en verbetert nieuwe bouwsystemen en berekent hun eigenschappen (stabiliteit, duurzaamheid). Hij kan ingezet worden als projectleider, calculator, raadgevend ingenieur, ontwerpingenieur, stabiliteitsingenieur, onderzoeksingenieur in bouwbedrijven, studiebureaus, toeleverings- en uitrustingsbedrijven, openbare besturen, nutsbedrijven.
Als projectleider staat hij in voor de organisatie en de uitvoering van bouwprojecten met oog voor termijnen, budgetten, veiligheid, kwaliteit en milieu.
Als calculator stelt hij prijsoffertes op voor bouwprojecten.
Als raadgevend ingenieur adviseert hij in verband met technieken die aangewend moeten worden bij herstelling of vernieuwing van constructies.
Als ontwerpingenieur werkt hij projecten uit in wegen-, bruggen- en waterbouw en bouwconstructies.
Als stabiliteitsingenieur berekent hij de stabiliteit van de bouw en zoekt de gepaste constructiematerialen.

Hier een overzicht van mogelijke aansluitende beroepen uit de beroependatabase van onderwijskiezer. 
Er kunnen steeds nog andere mogelijkheden zijn. 
Klik op een beroep voor meer informatie.

Mogelijke beroepen

Industrieel ingenieur
Landmeter ( knelpuntberoep)
Werfleider ( knelpuntberoep)

Vlaamse Kwalificatiestructuur

  • Kwalificaties beschrijven wat je moet kennen en kunnen om een beroep uit te oefenen, een opleiding te starten of deel te nemen aan de maatschappij. De Kwalificatiedatabank bevat alle beroepskwalificaties en onderwijskwalificaties uit de Vlaamse kwalificatiestructuur.

VKS - Onderwijskwalificatie Academische Bachelor: Bachelor of Science in de industriële wetenschappen

Studierendement

Studierichting 3e graad SO Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Biotechnische wetenschappen (TSO) 51 3,70% 46,19% 12 7 10 7 12 3
Economie-moderne talen (ASO) 72 0,26% 29,34% 15 22 8 7 4 16
Economie-wetenschappen (ASO) 156 6,07% 44,16% 19 34 30 32 24 17
Economie-wiskunde (ASO) 177 2,61% 52,36% 16 36 32 30 41 22
Elektriciteit-elektronica (TSO) 83 5,50% 51,73% 9 11 19 18 16 10
Elektromechanica (TSO) 206 4,23% 41,35% 33 45 26 38 26 38
Industriële wetenschappen (TSO) 75 2,04% 52,70% 4 21 12 16 20 2
Industriële wetenschappen (TSO) 1724 46,96% 63,47% 112 239 285 383 668 37
Latijn-wetenschappen (ASO) 197 2,97% 55,76% 22 27 42 42 51 13
Latijn-wiskunde (ASO) 404 3,48% 74,56% 15 32 46 83 216 12
Moderne talen-wetenschappen (ASO) 340 3,30% 48,41% 33 78 68 72 59 30
Sportwetenschappen (ASO) 183 6,07% 45,35% 28 41 32 33 32 17
Techniek-wetenschappen (TSO) 589 13,25% 45,91% 85 139 110 101 113 41
Wetenschappen-wiskunde (ASO) 148 0,40% 62,22% 8 20 28 31 57 4
Wetenschappen-wiskunde (ASO) 4513 12,32% 67,57% 198 551 630 1067 1957 110

Per bacheloropleiding die je kan volgen in het hoger onderwijs kan je hier bekijken wat de resultaten zijn van afgestudeerden uit verschillende studierichtingen uit het secundair onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.

Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het studierendement. Onderstaande tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het hoger onderwijs weer van studenten uit een secundaire studierichting. Dit is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% = de studenten uit een secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.

Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit een secundaire studierichting dat zich inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit een secundaire studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.

Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.

extra info over studierendement



bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming


Gegevens bijgewerkt tot 29-01-2018

Industriële wetenschappen : Bouwkunde - Academische bachelor

Algemene info


De opleiding tot industrieel ingenieur combineert een brede academische en wetenschappelijke basis met talrijke praktijktoepassingen.
In de opleiding verwerf je via basisvakken veeleer toepassingsgerichte kennis.
Je gebruikt die kennis vervolgens om bestaande toepassingen en ontwerpen te verbeteren of om systemen te optimaliseren in een specifieke bedrijfs- of sectorcontext. 
De klemtoon ligt op de vertaling van wetenschappen en polyvalente technologie naar oplossingen. 
De opbouw van het programma verschilt per universiteit.
Meestal is er een gemeenschappelijke fase van 3 semesters. 
Aan sommige universiteiten kies je van in het eerste jaar opleidingsonderdelen in functie van de latere specialisatie of is er een beperktere gemeenschappelijke fase. 
De polyvalente basisvorming in wiskunde en wetenschappen staat centraal.
Deze theoretische vakken krijgen hun toepassingen in diverse laboratoria. 

Gezien de verscheidenheid in vooropleiding van de studenten worden in meerdere universiteiten in het 1ste semester door middel van differentiatie in het curriculum, tekorten uit het secundair onderwijs voor wiskunde, fysica, chemie of technische vakken weggewerkt en/of worden.
In de eerste weken van september instapcursussen/introductiecursussen wiskunde, chemie, fysica, elektriciteit, Engels ingericht om leerstof op te frissen of op peil te brengen. 

De opleiding tot bouwkundig ingenieur stoelt op een grondige technologische kennis.
Daarnaast moet de ingenieur beschikken over communicatieve vaardigheden, een sterk probleemoplossend vermogen en moet hij/zij goed in team kunnen werken.
Je leert de berekeningsmethoden om omvangrijke structuren te dimensioneren te doorgronden en je maakt kennis met de modernste meetapparatuur.
Je krijgt ook een degelijke basis van moderne informatica en CAD-technieken. 
De opleiding legt de klemtoon op de constructie van functionele en duurzame gebouwen en wegeninfrastructuur, met aandacht voor veiligheid, stabiliteit en het milieu.


Afhankelijk van de universiteit worden keuzetrajecten georganiseerd.
Een overzicht vind je onder het gelijknamige tabblaadje.


Voor wie?
Uitgesproken interesse voor wiskunde, technologie en wetenschappen is vanzelfsprekend.
Voorkennis van minstens vier uur wiskunde per week is onontbeerlijk.
Een specifieke voorkennis van opleidingsonderdelen zoals mechanica, elektriciteit en chemie is niet noodzakelijk.


De universiteiten organiseren voor kandidaat-studenten een ijkingstoets. Deze toets is speciaal afgestemd op leerlingen die geïnteresseerd zijn om een opleiding industrieel ingenieur in de industriële wetenschappen of biowetenschappen te starten. De toets is gebaseerd op leerstof van de richtingen uit het secundair onderwijs met minstens 4 uur wiskunde.
Deelname is gratis en niet verplicht. Inschrijven is verplicht!
Voor info: http://www.ijkingstoets.be



Studiepunten

180 (bachelor) + 60 (master).

Instellingen die de opleiding organiseren met keuzetraject(en):

Onderwijskiezer ziet een keuzetraject als een essentieel deel van de opleiding, dat mede de eigenheid van die opleiding bepaalt. We stellen geen voorwaarden van een minimum aantal studiepunten, maar het gaat wel altijd om een pakket van meerdere vakken.

KU Leuven - Campus De Nayer St.-Katelijne-Waver

Na een polyvalente basisvorming van drie semesters, kies je voor een afstudeerrichting in een technologiedomein dat aansluit bij je persoonlijke interesses. Zo leg je al tijdens je bacheloropleiding de technologische basis voor de aansluitende masteropleiding.
Er zijn twee keuzemogelijkheden: 

Bouwkunde

Landmeten


KU Leuven - Campus Brugge

Na een polyvalente basisvorming van drie semesters, kies je voor een afstudeerrichting in een technologiedomein dat aansluit bij je persoonlijke interesses. Zo leg je al tijdens je bacheloropleiding de technologische basis voor de aansluitende masteropleiding.
Er zijn twee keuzemogelijkheden: 

Bouwkunde

Landmeten


KU Leuven - Campus Gent

Na een polyvalente basisvorming van drie semesters, kies je voor een afstudeerrichting in een technologiedomein dat aansluit bij je persoonlijke interesses. Zo leg je al tijdens je bacheloropleiding de technologische basis voor de aansluitende masteropleiding.
Er zijn twee keuzemogelijkheden: 

Bouwkunde

Landmeten


Universiteit Gent - Campus Gent

In de bachelor bouwkunde komen zowel bouwkundige als landmeetkundige opleidingsonderdelen aan bod. Dit laat je toe door te stromen naar een master bouwkunde of een master landmeten. De opleiding bouwkunde legt de klemtoon op de constructie van functionele en duurzame gebouwen en wegeninfrastructuur, met aandacht voor veiligheid, stabiliteit en milieu.

Bouwkunde

Landmeten



Instellingen die de opleiding organiseren zonder keuzetraject(en):

Universiteit Antwerpen - Stadscampus

Elke afstudeerrichting biedt basisvorming met een stevige basis wiskunde en economie. Daarnaast kies je van bij de start al een eigen discipline, zodat je je algemene opleiding meteen op de bouwwereld toepast en dus met je passie bezig bent. Je wordt een technologisch expert: zowel in theorie als in de praktijk. Je programma bevat heel wat:

  • practica in laboratoria op industriële schaal
  • bedrijfs- en werfbezoeken waar je alles in uitvoering ziet
  • een bedrijfsstages waar je de theorie zelf in de praktijk zal omzetten
  • onderzoeks- en ontwerpprojecten van reële bouwprojecten.

Universiteit Hasselt/KU Leuven Campus Diepenbeek

Gezamenlijke opleiding van de Universiteit Hasselt en de KU Leuven. Studenten schrijven zich in aan de UHasselt, maar zijn officieel student van beide universiteiten en krijgen een gemeenschappelijk diploma van de KU Leuven en Universiteit Hasselt.
De eerste 94 studiepunten zijn gemeenschappelijk. In dit gemeenschappelijk deel van je bacheloropleiding ligt een sterke focus op wetenschappen: fysica, mechanica, chemie, elektronica, elektrotechniek en wiskunde.
In het eerste jaar is semester 1 opgedeeld in 2 blokken, met examens aan het einde van elke blok. Vanaf het 2de semester is er enkel nog het semestersysteem. In de loop van je tweede bachelorjaar specialiseer je je en kies je een afstudeerrichting.

KU Leuven - Campus Aalst

Op Technologiecampus Aalst kun je enkel de eerste drie semesters volgen. Nadien kies je voor een afstudeerrichting (binnen Bouwkunde, Chemie, Elektromechanica of Elektronica-ICT) op Technologiecampus Gent of een andere campus van de faculteit.


Taal

TOELATINGSVOORWAARDEN

Je wordt rechtstreeks toegelaten als je in het bezit bent van één van onderstaande diploma's:

  • een diploma van secundair onderwijs;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
  • een diploma van het vroegere hoger onderwijs voor sociale promotie (met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid);
  • een buitenlands diploma of getuigschrift dat gelijkwaardig verklaard is met één van bovenstaande.

    Uitzonderingen:
  • Er is een toelatingsproef voor de bacheloropleidingen in de studiegebieden Geneeskunde en Tandheelkunde (info: toelatingsexamenartstandarts.be);
  • Er zijn bekwaamheidsproeven (artistieke toelatingsproeven) om toegelaten te worden tot de opleidingen in de studiegebieden 'Audiovisuele en beeldende kunst' en 'Muziek en podiumkunsten'.
  • Er is een verplichte niet bindende toelatingsproef voor de bacheloropleidingen Ingenieurswetenschappen en Ingenieurswetenschappen-Architectuur en Diergeneeskunde.

Afwijkende toelatingsvoorwaarden:
De onderwijsinstellingen hebben een reglement moeten opstellen voor kandidaten die niet aan de algemene toelatingsvoorwaarden voldoen.
Dit reglement kan je bij de instelling van je keuze opvragen.
De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen gebaseerd zijn op:
1. humanitaire redenen;
2. medische, psychische of sociale redenen ;
3. het algemeen niveau van de kandidaat, getoetst op de door het instellingsbestuur bepaalde wijze (bv. een gesprek, een proef, ..).
Weet wel dat dergelijke toelating niet gelijkgesteld is aan het diploma secundair onderwijs!!  

Extra taalvoorwaarden voor internationale studenten

De onderwijsinstellingen kunnen het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis voor houders van een buitenlands diploma.

Situering

Opleiding: Industriële wetenschappen 

Afstudeerrichting: Bouwkunde

Studieniveau: Academische bachelor - HO

Specificatie: Bachelor of Science

Studiegebied: Industriële wetenschappen en Technologie

Belangstellingsdomeinen: Exacte wetenschappen, Techniek, Wiskunde-cijferwerk,

Schoolvakken SO: Architecturale vorming, Bouw, Fysica, Natuurwetenschappen, Wiskunde,

Andere Afstudeerrichtingen

De andere afstudeerrichtingen binnen Industriële wetenschappen zijn:

Industriële wetenschappen : Bio-industriële wetenschappen (Academische bachelor - HO)
Industriële wetenschappen : Chemie (Academische bachelor - HO)
Industriële wetenschappen : Elektromechanica (Academische bachelor - HO)
Industriële wetenschappen : Elektronica-ICT (Academische bachelor - HO)
Industriële wetenschappen : Industrieel ontwerpen (Academische bachelor - HO)
Industriële wetenschappen : Informatica (Academische bachelor - HO)
Industriële wetenschappen : Nucleaire technologie (Academische bachelor - HO)
Industriële wetenschappen : Verpakkingstechnologie (Academische bachelor - HO)

Vervolgopleidingen


een masteropleiding

Na een academisch gerichte bacheloropleiding ga je normalerwijze een masteropleiding volgen. Een master omvat minstens 60 studiepunten. Masters zijn altijd academisch gericht, maar kunnen ook een professionele gerichtheid hebben. Onderwijskiezer vermeldt hier de masters van het studiegebied van deze opleiding. Let wel dat je niet automatisch in al deze masters toegelaten wordt! Het kan zijn dat je eerst een voorbereidingsprogramma moet volgen.

Masteropleidingen binnen dit studiegebied































een postgraduaat

Verder studeren kan ook in een postgraduaat. Dit is een opleiding van minstens 20 studiepunten.. Het geeft recht op een getuigschrift. Bedoeling is: verdere professionele vorming, verbreding of verdieping van de reeds verworven competenties.  Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelating tot een postgraduaat verschilt per opleiding. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per opleiding.


een bachelor-na-bacheloropleiding (Ba-na-Ba)

Verder studeren kan ook in een Ba-na-Ba. Dit is een verdere specialisatie, aansluitend op je basisopleiding en omvat minstens 60 studiepunten. Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De toelatingsvoorwaarden kunnen verschillen per opleiding.


een verkorte bachelor/master

Wanneer je een andere bachelor/master wilt behalen, kan dat soms via een verkort traject. Je behaalt dan het diploma op kortere termijn. De verkorte bachelor/master leidt naar een volwaardig bachelor-/masterdiploma.
Voor informatie over je mogelijkheden kan je terecht bij de onderwijsinstellingen.

Mits het volgen van een voorbereidingsprogramma zijn er waarschijnlijk nog andere opleidingen mogelijk. De mogelijkheden hangen af van je vooropleiding, EVC’s, EVK’s ... Contacteer de instellingen voor hoger onderwijs voor concrete informatie.


na- of bijscholingen

Hogescholen en universiteiten hebben doorgaans ook een aanbod van diverse na- of bijscholingen. Informatie hierover vind je niet op Onderwijskiezer, maar bij de onderwijsinstelling.

Instellingen

Prinsstraat 13  2000 Antwerpen
03 265 48 72    


J. De Nayerlaan 5  2860 Sint-Katelijne-Waver
015 31 69 44    


Agoralaan Gebouw H  3590 Diepenbeek
011 37 07 77    


Spoorwegstraat 12  8200 Sint-Michiels
050 66 48 00    


Gebroeders De Smetstraat 1  9000 Gent
09 265 86 10    


Sint-Pietersnieuwstraat 33  9000 Gent
09 331 00 31    


Kwalestraat 154  9300 Aalst
053 72 71 70    


Beroepsuitwegen

Deze beschrijving veronderstelt dat je het masterniveau hebt behaald.

De industrieel ingenieur neemt de plaats in tussen de opdrachtgevers (directie) en de uitvoerders (ploegbazen, werfleiders, arbeiders).
In tegenstelling tot de burgerlijk ingenieur is de industrieel ingenieur meer van nabij betrokken bij de rechtstreekse uitvoering van het werk. 

De master in de Industriële wetenschappen: bouwkunde ontwerpt, construeert, onderhoudt en herstelt gebouwen en infrastructuurwerken (wegen-, spoor- en bruggenbouw, waterwegen, riolering).
Hij ontwikkelt en verbetert nieuwe bouwsystemen en berekent hun eigenschappen (stabiliteit, duurzaamheid). Hij kan ingezet worden als projectleider, calculator, raadgevend ingenieur, ontwerpingenieur, stabiliteitsingenieur, onderzoeksingenieur in bouwbedrijven, studiebureaus, toeleverings- en uitrustingsbedrijven, openbare besturen, nutsbedrijven.
Als projectleider staat hij in voor de organisatie en de uitvoering van bouwprojecten met oog voor termijnen, budgetten, veiligheid, kwaliteit en milieu.
Als calculator stelt hij prijsoffertes op voor bouwprojecten.
Als raadgevend ingenieur adviseert hij in verband met technieken die aangewend moeten worden bij herstelling of vernieuwing van constructies.
Als ontwerpingenieur werkt hij projecten uit in wegen-, bruggen- en waterbouw en bouwconstructies.
Als stabiliteitsingenieur berekent hij de stabiliteit van de bouw en zoekt de gepaste constructiematerialen.

Hier een overzicht van mogelijke aansluitende beroepen uit de beroependatabase van onderwijskiezer. 
Er kunnen steeds nog andere mogelijkheden zijn. 
Klik op een beroep voor meer informatie.

Mogelijke beroepen

Industrieel ingenieur
Landmeter ( knelpuntberoep)
Werfleider ( knelpuntberoep)

Vlaamse Kwalificatiestructuur

  • Kwalificaties beschrijven wat je moet kennen en kunnen om een beroep uit te oefenen, een opleiding te starten of deel te nemen aan de maatschappij. De Kwalificatiedatabank bevat alle beroepskwalificaties en onderwijskwalificaties uit de Vlaamse kwalificatiestructuur.

VKS - Onderwijskwalificatie Academische Bachelor: Bachelor of Science in de industriële wetenschappen

Studierendement

Studierichting 3e graad SO Aantal studenten Participatie-
graad
Gemiddeld
SR
SR
0%
SR
1-24%
SR
25-49%
SR
50-84%
SR
85-100%
SR
nvt
Biotechnische wetenschappen (TSO) 51 3,70% 46,19% 12 7 10 7 12 3
Economie-moderne talen (ASO) 72 0,26% 29,34% 15 22 8 7 4 16
Economie-wetenschappen (ASO) 156 6,07% 44,16% 19 34 30 32 24 17
Economie-wiskunde (ASO) 177 2,61% 52,36% 16 36 32 30 41 22
Elektriciteit-elektronica (TSO) 83 5,50% 51,73% 9 11 19 18 16 10
Elektromechanica (TSO) 206 4,23% 41,35% 33 45 26 38 26 38
Industriële wetenschappen (TSO) 75 2,04% 52,70% 4 21 12 16 20 2
Industriële wetenschappen (TSO) 1724 46,96% 63,47% 112 239 285 383 668 37
Latijn-wetenschappen (ASO) 197 2,97% 55,76% 22 27 42 42 51 13
Latijn-wiskunde (ASO) 404 3,48% 74,56% 15 32 46 83 216 12
Moderne talen-wetenschappen (ASO) 340 3,30% 48,41% 33 78 68 72 59 30
Sportwetenschappen (ASO) 183 6,07% 45,35% 28 41 32 33 32 17
Techniek-wetenschappen (TSO) 589 13,25% 45,91% 85 139 110 101 113 41
Wetenschappen-wiskunde (ASO) 148 0,40% 62,22% 8 20 28 31 57 4
Wetenschappen-wiskunde (ASO) 4513 12,32% 67,57% 198 551 630 1067 1957 110

Per bacheloropleiding die je kan volgen in het hoger onderwijs kan je hier bekijken wat de resultaten zijn van afgestudeerden uit verschillende studierichtingen uit het secundair onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.

Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het studierendement. Onderstaande tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het hoger onderwijs weer van studenten uit een secundaire studierichting. Dit is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% = de studenten uit een secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.

Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit een secundaire studierichting dat zich inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit een secundaire studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.

Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.

extra info over studierendement



bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming


Gegevens bijgewerkt tot 29-01-2018