BuKO type 2

Type 2 is er voor kinderen met een verstandelijke beperking die voldoen aan alle onderstaande criteria:

  • ze hebben significante beperkingen in het intellectueel functioneren, wat op basis van een psycho-diagnostisch onderzoek tot uiting komt in een totaal intelligentiequotiënt op een gestandaardiseerde en genormeerde intelligentietest kleiner of gelijk aan 60, rekening houdend met het betrouwbaarheidsinterval;
  • ze hebben significante beperkingen in het sociale aanpassingsgedrag, wat op basis van psychodiagnostisch onderzoek tot uiting komt in een uitslag op een gestandaardiseerde en genormeerde schaal voor sociaal aanpassingsgedrag, die minstens drie standaarddeviaties beneden het gemiddelde ligt ten opzichte van een normgroep van leeftijdgenoten; 
  • de functioneringsproblemen zijn ontstaan vóór de leeftijd van 18 jaar;
  • het besluit “verstandelijke beperking” wordt genomen na een periode van procesdiagnostiek.

Onderwijs van type 2 gaat vooral over het aanleren van dagelijkse zaken die het initiatief en het zelfstandig leven bevorderen.
De klasactiviteiten zijn gericht op het beheersen van nuttige vaardigheden, taal en communicatie, gedragsaanpassing, creatieve en sociale activiteiten.

 

Waar kan ik "BuKO type 2" volgen ?

Toon alle scholen

Verfijn je zoekopdracht door één of meerdere filter(s) te selecteren.


Filteren op provincie:
Filteren op net
Filteren op methodeschool:
Filteren op eigenschap:

 

Wie wordt toegelaten tot "BuKO type 2" ?

Toelatingsvoorwaarden:
Om te kunnen inschrijven in een school voor buitengewoon basisonderwijs is een  verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs nodig. Bij inschrijving in een school voor buitengewoon onderwijs moet de leerling het verslag nog niet hebben. Een voorlopig CLB-document volstaat. Het moet er wel zijn ten laatste bij de start van de lesbijwoning.

Dit verslag wordt afgeleverd door een CLB. 
Het verslag heeft twee luiken:

  • Deel 1: het attest: 
    Dit attest vermeldt de gegevens van de leerling, alsook het type van buitengewoon onderwijs waar de leerling kan ingeschreven worden.  
  • Deel 2: het verantwoordingsprotocol: 
    Het verantwoordingsprotocol bevat een beeld van het functioneren van de leerling binnen zijn context, geeft de schoolloopbaan weer en bevat een beschrijving van de reeds genomen maatregelen en de onderwijsbehoeften van de leerling die aanleiding geven tot de opmaak van het verslag.

De school voor buitengewoon onderwijs mag geen andere bijkomende toelatingsvoorwaarden opleggen.
Het kan niet dat de BuO-school naast een inschrijving in de school een inschrijving in het aan de school verbonden MFC eist; een bepaald minimum IQ eist of een bepaalde graad van zelfredzaamheid oplegt.

Het verslag geeft toegang tot een school voor buitengewoon onderwijs van het type dat vermeld staat op het verslag, maar biedt ook de mogelijkheid om een individueel aangepast curriculum te volgen in het gewoon onderwijs.
De keuze voor gewoon of buitengewoon onderwijs ligt bij de ouders.

Het verslag wordt bezorgd aan de ouders of kan in onderling overleg tussen ouders en CLB door het CLB rechtstreeks aan de betrokken BuO-school bezorgd worden.
 Voor de types 3, 4, 6, 7 en 9 is een medisch (voor type 4, 6 en 7) of multidisciplinair (voor type 3 en 9) onderzoek nodig. 
Het verslag is bestemd voor de directeur van de onderwijsinstelling gewoon of buitengewoon onderwijs, ter staving van de inschrijving en het wordt toegevoegd aan het leerlingendossier op school.
Als de leerling de school voor buitengewoon onderwijs verlaat, wordt het verslag aan de ouders terugbezorgd. Indien de leerling niet meer aan de voorwaarden voor opmaak verslag voldoet; kan een verslag ook worden opgeheven.

Leeftijdsvoorwaarden:
Een kleuter moet tenminste twee jaar en zes maanden zijn.
De instapdagen die van toepassing zijn in het gewoon kleuteronderwijs gelden niet voor het BuKO.
In principe blijft de kleuter in het BuKO tot en met het schooljaar dat aanvangt op de eerste september van het jaar waarin hij vijf jaar wordt.

Afwijking:
Een kleuter die zes jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar mag toch nog in het BuKO ingeschreven worden.
Deze afwijking kan met één schooljaar verlengd worden.
In dit geval is hij leerplichtig.

 

Interessante links

Basisonderwijs: Kleuterparticipatie



Buitengewoon onderwijs: Gezin en handicap


Buitengewoon onderwijs: Opzoeken dichtstbijzijnde school



Methodeonderwijs: Federatie Steinerscholen

Onderwijs Vlaanderen: School- en studietoelagen

BuKO type 2

 

Klik op de foto om te vergroten
 

Type 2 is er voor kinderen met een verstandelijke beperking die voldoen aan alle onderstaande criteria:

  • ze hebben significante beperkingen in het intellectueel functioneren, wat op basis van een psycho-diagnostisch onderzoek tot uiting komt in een totaal intelligentiequotiënt op een gestandaardiseerde en genormeerde intelligentietest kleiner of gelijk aan 60, rekening houdend met het betrouwbaarheidsinterval;
  • ze hebben significante beperkingen in het sociale aanpassingsgedrag, wat op basis van psychodiagnostisch onderzoek tot uiting komt in een uitslag op een gestandaardiseerde en genormeerde schaal voor sociaal aanpassingsgedrag, die minstens drie standaarddeviaties beneden het gemiddelde ligt ten opzichte van een normgroep van leeftijdgenoten; 
  • de functioneringsproblemen zijn ontstaan vóór de leeftijd van 18 jaar;
  • het besluit “verstandelijke beperking” wordt genomen na een periode van procesdiagnostiek.

Onderwijs van type 2 gaat vooral over het aanleren van dagelijkse zaken die het initiatief en het zelfstandig leven bevorderen.
De klasactiviteiten zijn gericht op het beheersen van nuttige vaardigheden, taal en communicatie, gedragsaanpassing, creatieve en sociale activiteiten.

Waar kan ik "BuKO type 2" volgen ?

  Toon alle scholen

Verfijn je zoekopdracht door één of meerdere filter(s) te selecteren.


Filteren op provincie:
Filteren op net
   
Filteren op methodeschool:
Filteren op eigenschap:
 
   
 

Wie wordt toegelaten tot "BuKO type 2" ?

Toelatingsvoorwaarden:
Om te kunnen inschrijven in een school voor buitengewoon basisonderwijs is een  verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs nodig. Bij inschrijving in een school voor buitengewoon onderwijs moet de leerling het verslag nog niet hebben. Een voorlopig CLB-document volstaat. Het moet er wel zijn ten laatste bij de start van de lesbijwoning.

Dit verslag wordt afgeleverd door een CLB. 
Het verslag heeft twee luiken:

  • Deel 1: het attest: 
    Dit attest vermeldt de gegevens van de leerling, alsook het type van buitengewoon onderwijs waar de leerling kan ingeschreven worden.  
  • Deel 2: het verantwoordingsprotocol: 
    Het verantwoordingsprotocol bevat een beeld van het functioneren van de leerling binnen zijn context, geeft de schoolloopbaan weer en bevat een beschrijving van de reeds genomen maatregelen en de onderwijsbehoeften van de leerling die aanleiding geven tot de opmaak van het verslag.

De school voor buitengewoon onderwijs mag geen andere bijkomende toelatingsvoorwaarden opleggen.
Het kan niet dat de BuO-school naast een inschrijving in de school een inschrijving in het aan de school verbonden MFC eist; een bepaald minimum IQ eist of een bepaalde graad van zelfredzaamheid oplegt.

Het verslag geeft toegang tot een school voor buitengewoon onderwijs van het type dat vermeld staat op het verslag, maar biedt ook de mogelijkheid om een individueel aangepast curriculum te volgen in het gewoon onderwijs.
De keuze voor gewoon of buitengewoon onderwijs ligt bij de ouders.

Het verslag wordt bezorgd aan de ouders of kan in onderling overleg tussen ouders en CLB door het CLB rechtstreeks aan de betrokken BuO-school bezorgd worden.
 Voor de types 3, 4, 6, 7 en 9 is een medisch (voor type 4, 6 en 7) of multidisciplinair (voor type 3 en 9) onderzoek nodig. 
Het verslag is bestemd voor de directeur van de onderwijsinstelling gewoon of buitengewoon onderwijs, ter staving van de inschrijving en het wordt toegevoegd aan het leerlingendossier op school.
Als de leerling de school voor buitengewoon onderwijs verlaat, wordt het verslag aan de ouders terugbezorgd. Indien de leerling niet meer aan de voorwaarden voor opmaak verslag voldoet; kan een verslag ook worden opgeheven.

Leeftijdsvoorwaarden:
Een kleuter moet tenminste twee jaar en zes maanden zijn.
De instapdagen die van toepassing zijn in het gewoon kleuteronderwijs gelden niet voor het BuKO.
In principe blijft de kleuter in het BuKO tot en met het schooljaar dat aanvangt op de eerste september van het jaar waarin hij vijf jaar wordt.

Afwijking:
Een kleuter die zes jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar mag toch nog in het BuKO ingeschreven worden.
Deze afwijking kan met één schooljaar verlengd worden.
In dit geval is hij leerplichtig.