Buitengewoon onderwijs (BuO)
Kinderen en jongeren die door hun problematiek onvoldoende hulp of opvang vinden in het gewoon onderwijs kunnen terecht in het buitengewoon onderwijs. Daar krijgen ze onderwijs aangepast aan hun bijzondere behoeften. Tussen hun 2,5 tot 21 jaar kunnen ze er naar school in kleuter-, lager, en secundair onderwijs. De klasgroepen zijn kleiner dan in het gewone onderwijs, men beschikt er over speciale leermiddelen en hulpverleners (logopedist, kinesist, psycholoog, ortho- pedagoog, verpleegkundige, gebarentolk).
Doel van het buitengewoon onderwijs?
Het doel is ieder kind optimale ontwikkelingskansen en schoolsucces bieden.
Toelatingsvoorwaarden?
Zie aparte rubriek toelatingsvoorwaarden.
Hoe verloopt de verwijzing?
Een verwijzing naar het BuO is de resultante van een proces. Het CLB speelt hier een belangrijke rol:
- enerzijds vervult het clb een actieve rol in de vroegtijdige aanmelding van leerproblemen door regelmatig overleg met leerkrachten en gezin;
- anderzijds kan het CLB door middel van multidisciplinair onderzoek de mogelijkheden en de beperkingen van een leerling op vlak van leren, gedrag en ontwikkeling in kaart brengen. Zo kunnen de specifieke ondersteuningsnoden en behoeften van het kind op pedagogisch en didactisch vlak duidelijk worden.
Wanneer een aangepast onderwijsaanbod niet lukt, wordt een verwijzingsproces op gang gezet.
Tijdens dit proces wordt er intens samengewerkt tussen de betrokken partners: de school voor gewoon onderwijs – het CLB – de ouders - de leerling zelf - externe diensten.
Zeer belangrijk is dat de ouders van bij het begin intens en inhoudelijk worden betrokken bij het verwijzingsproces.
Verplicht?Ouders zijn wettelijk niet verplicht een advies in te volgen. Zij blijven de uiteindelijke verantwoordelijke voor de onderwijsloopbaan van hun kind. Het buitengewoon onderwijs is een recht voor het kind, geen plicht. Dit wil echter niet zeggen dat ouders een overschakeling kunnen eisen.
Alternatieve oplossingen?
Het kan verantwoord zijn om een kind met specifieke noden in het gewoon onderwijs te laten les volgen. Scholen verschillen op het vlak van zorgbreedte. Met zorgbreedte bedoelt men de inspanningen die scholen leveren om zoveel mogelijk leerlingen zo goed mogelijk op te vangen (bv. extra ondersteuning, huiswerkklassen …). Het is belangrijk dat ouders samen met de school, het clb en eventuele andere begeleiders (logopedist, kinesist ..) hier grondig rond overleggen en de eventuele alternatieven verkennen.
Misschien zijn er ook wel mogelijkheden voor het kind via het geïntegreerd onderwijs (zie rubriek GON/ION)?
