De woordenlijst van onderwijskiezer
Op onderwijskiezer worden heel wat woorden gebruikt die waarschijnlijk niet voor iedereen even makkelijk te begrijpen zijn. Deze begrippen worden hier opgelijst in een alfabetisch gerangschikte ‘moeilijke woordenlijst’. Je krijgt per woord een beknopte omschrijving.
| A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z | ||
| A | A-attest
Behaal je een A-attest, dan ben je geslaagd. Je kan overgaan naar een volgend schooljaar. Je kan vrij kiezen welke studierichting je wil volgen, maar je moet wel aan de toelatingsvoorwaarden voor die richting voldoen. Aanvullingstraject Apart opleidingstraject dat kan gevolgd worden om door te stromen van bv. een HBO5 (graduaatsdiploma) naar een bacheloropleiding. Het traject dat je dient te volgen is afhankelijk van de eerder gevolgde opleiding en van de opleiding waarin je wil verder studeren. Er bestaan al aanvullingstrajecten, maar er zijn er ook nog heel wat in ontwikkeling. Academiejaar Een periode van een jaar aan een hogeschool of universiteit. Het begint ten vroegste op 1 september en eindigt op de dag voor het begin van het volgende academiejaar. De precieze aanvangsdatum wordt bepaald door het bestuur van de betrokken onderwijsinstelling. Academisch Nederlands In het hoger onderwijs worden meer moeilijke woorden gebruikt dan in het secundair onderwijs. Het is eigenlijk een eigen jargon, dat 'Academisch Nederlands' wordt genoemd. Het gaat om 'abstracte begrippen'; dit zijn begrippen die je enkel met je verstand kunt begrijpen. Academisch onderwijs Academisch onderwijs betreft de hogeronderwijsopleidingen die gericht zijn op algemene vorming en op de verwerving van academische of artistieke kennis en competenties eigen aan het functioneren in een domein van de wetenschappen of van de kunsten. Academisch gerichte opleidingen zijn op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd. In het academisch onderwijs worden volgende opleidingen aangeboden:
Academisering Het Vlaams Hoger onderwijs (HO) bestond lange tijd uit 3 types:
Onder invloed van de Bolagnaverklaring evolueerden we van een drieledige naar een tweeledige structuur met:
Eén van de gevolgen is dat het vroegere hogeschoolonderwijs van 2 cycli meer moet aansluiten bij het academisch onderwijs zoals dat aan de universiteiten wordt onderwezen. Deze omvorming heet academisering. Het is de bedoeling dat de studenten competenties verwerven die eigen zijn aan het academisch niveau. De academische hogeschoolopleidingen zullen wel hun eigen specifieke klemtonen kunnen blijven leggen. Concreet betekent dit dat het wetenschappelijk onderzoek een veel grotere rol moet gaan spelen in de 2 cycli- opleidingen. Uiteraard heeft dit effect op het lessenpakket van de student en op hetgeen men verwacht van het onderwijzend personeel. Deze omvorming zou ten laatste op het einde van het academiejaar 2012-2013 moeten volbracht zijn.
Accreditatie Dit is de formele erkenning van een opleiding op grond van een besluit, dat stelt dat de opleiding voldoet aan vooraf vastgestelde minimale kwaliteits- en niveauvereisten. De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) reikt de accreditaties uit en baseert zich hiervoor op een rapport van commissie van experten. Actualiseringsprogramma Een programma dat kan worden opgelegd aan studenten die in het hoger onderwijs wensen door te stromen op grond van een creditbewijs of een bewijs van bekwaamheid dat ten minste vijf kalenderjaren eerder werd behaald. Advies een raad die wordt geformuleerd nadat de situatie grondig werd bestudeerd. Je beslist zelf of je een advies al dan niet opvolgt. Afstandsonderwijs (AO) Afstandsonderwijs is bedoeld voor studenten die niet kunnen deelnemen aan dagonderwijs. Het wordt bijna uitsluitend met behulp van multimedia verstrekt. De student leert zelfstandig, op eigen tempo, waar en wanneer hij/zij wil. Ook begeleiding en hulp wordt gegeven vanop afstand, meestal online. Over het algemeen zijn er een aantal vaste contactmomenten tussen student en onderwijsinstelling. Op het einde van de rit wordt net hetzelfde diploma verworven als na het dagonderwijs. Afstemmingsprobleem Op onderwijskiezer gebruiken we dit woord om aan te geven dat het (onderwijs)aanbod niet is aangepast aan de nood (van de leerling). Afstudeerrichting Een opleiding kan verschillende afstudeerrichtingen hebben. Als je wordt toegelaten tot een bepaalde opleiding, mag je kiezen voor elke afstudeerrichting van die opleiding. Afstudeerrichtingen moeten minstens 30 studiepunten van elkaar verschillen. Aggregaat Vroegere term voor: Specifieke lerarenopleiding (van academisch niveau). Algemeen vak Leervak dat de leerlingen algemene kennis bijbrengt en dat is opgenomen in de lessenroosters van de 4 onderwijsvormen, bv. talen, wetenschappen, lichamelijke opvoeding enz. Naast de algemene vakken onderscheidt men de technische vakken, artistieke vakken en beroepsvakken.
Allochtoon Persoon die zelf naar België immigreerde of waarvan (één van de) voorouders naar België immigreerde. Alternerende beroepsopleiding (ABO) De alternerende beroepsopleiding (ABO) is een éénjarige opleiding die BuSO-OV3-leerlingen kunnen volgen na de 5-jarige basisopleiding. Je wisselt dan les volgen in school af met werken in een bedrijf (alterneren). Zo word je beter voorbereid om na dit jaar te gaan werken. Alumni Oud-student. Ambtshalve geregistreerde instellingen Dit zijn de traditionele hogeronderwijsinstellingen, die meestal al door de overheid erkend waren voor de invoering van de bachelor-masterstructuur. Deze instellingen worden door de overheid gesubsidieerd. Het gaat om:
Associatie Associaties zijn opgericht om de academisering van de hogescholen in goede banen te leiden. Het zijn vzw's die bestaan uit volgende verplichte leden :
Autiwerking Kinderen en jongeren met een Autisme Spectrum Stoornis (ASS) vragen een gespecialiseerde aanpak. Kenmerkend zijn: een duidelijke dagindeling; een prikkelarme klasindeling, visualisering van de tijd-de ruimte-de activiteiten en personen, aanbieden van concrete activiteiten, bieden van structuur via schema ‘s, werkdozen, stapstenen… Bedoeling is de stress bij het kind en/of de jongere te verminderen en de zelfstandigheid en de flexibiliteit van de leerling te verhogen. Een aantal scholen en internaten voor buitengewoon onderwijs hebben over de jaren heen heel wat expertise verworven. Gezien de diagnose ASS frequenter wordt gesteld en men in scholen met auti- werking werkt met kleine klassen, zijn deze vaak snel volzet. |
top |
| B | B-attest
Krijg je een B-attest, dan ben je geslaagd maar kan je het volgende leerjaar niet zomaar kiezen welke onderwijsvorm en/of studierichting je zal volgen. De school doet dat in jouw plaats omdat je voor een of meer vakken minder goede resultaten hebt behaald. Ze wil je zo helpen je schoolloopbaan succesvol te beëindigen. De school moet je wel uitleggen waarom ze jou een B-attest geeft. Ga je niet akkoord met deze beslissing, dan kan je je jaar overdoen en opnieuw proberen een oriënteringsattest A te behalen. Bachelor na bachelor (Banaba) Een opleiding van 60 studiepunten die kan gevolgd worden na een professioneel bachelordiploma. Het is in feite een voortgezette, gespecialiseerde (verbredend of verdiepend) opleiding. Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. De opleiding leidt tot een diploma. Een Banaba kan je niet volgen als basisdiploma. Bachelorproef Een bachelorproef is niet decretaal verplicht. De hogeschool of universiteit bepaalt per opleiding of dergelijke proef een verplicht opleidingsonderdeel is of niet. De proef vormt de afsluiting van de bachelorfase en is in het academisch onderwijs vaak een voorbereiding naar de masterfase. Ze kan diverse vormen aannemen (groepswerk, presentatie, paper, scriptie, ...). Via de bachelorproef tonen de studenten aan dat ze de eindcompetenties van de bacheloropleiding onder de knie hebben. Basisoptie In 2A (secundair onderwijs) kan je voor een beperkt aantal lesuren uit je lessenrooster zelf vakken kiezen uit het keuzeaanbod. Concreet gaat het over het kiezen van een basisoptie. Bedoeling is: kennismaken met deze vakken en eigen interesses en capaciteiten ontdekken. Basisvorming Wanneer deze term wordt gebruikt in een lessenrooster heeft men het meestal over die vakken die elke leerling van een bepaald leerjaar zonder uitzondering moet krijgen. De basisvorming is voor de meeste leerjaren vastgelegd. Onder basisvorming kan men ook verstaan: het geheel van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes dat via de school kan verworven worden. Deze basisvorming moet het mogelijk maken om later actief, kritisch en creatief deel te nemen aan het culturele en maatschappelijke leven. Begeleidende klassenraad Orgaan dat binnen elke school verantwoordelijk is voor het onderwijs en de vorming van een bepaalde klas, de evaluatie van de vorderingen en het advies over hun toelating tot het volgende leerjaar. Deze klassenraad kan niet beslissen over het al of niet geslaagd zijn van een leerling. Daarover beslist de delibererende klassenraad. In de begeleidende klassenraad zitten ondermeer: de directie, de leerkrachten van die klas. Dit kan worden uitgebreid met administratief en/of opvoedend personeel, clb, .. Belangstellingsdomein Geeft aan waar iemands voorkeur naar uitgaat. Het kan gaan om opleidingen, studiegebieden, activiteiten... zoals : sport, medische activiteiten, dieren, taal- en letterkunde, muziek... . Een domein bundelt meestal verschillende interesses, is zeer individueel en kan evolueren al naargelang de leeftijd van de persoon in kwestie. Sommige studierichtingen/opleidingen sluiten aan bij bepaalde belangstellingsdomeinen. Beroepenveld Een zeer praktisch pakket van vakken waarbij je kennis maakt met een beroep (vb. kapper) uit een bepaalde sector (vb. Haarzorg). Beroepsvoorbereidend leerjaar (BVL) Tweede leerjaar in het secundair onderwijs dat voorbereidt op een bso-richting. Vervolg op het eerste leerjaar B. In het bvl krijgen de leerlingen de kans om naast de basisvorming kennis te maken met enkele beroepenvelden. Op basis daarvan kiezen ze dan vanaf de tweede graad bso een meer definitieve richting. Beschutte werkplaats Werkplaats waar mensen werken die tijdelijk of definitief niet in het normaal economisch circuit kunnen werken. De activiteiten in een beschutte werkplaats kunnen verscheiden zijn: verpakkingswerk, hout- en metaalbewerking, groenzorg, montage.. Beursstudent Een beursstudent is een student die een studietoelage ontvangt van de Vlaamse Gemeenschap, in overeenstemming met de bepalingen van het decreet betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap. Bijna-Beursstudent Je bent bijna-beursstudent als je geen studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap ontvangt, maar je referentie-inkomen hoogstens 1336,71 euro boven de financiële maximumgrens ligt. Buitengewoon basisonderwijs (BuBaO) Overkoepelende benaming voor het buitengewoon kleuteronderwijs (BuKO)en het buitengewoon lager onderwijs (BuLO). Buitengewoon kleuteronderwijs (BuKO) Buitengewoon onderwijs voor leerlingen met speciale behoeften uit het kleuteronderwijs. Er is een onderverdeling in 6 verschillende types al naargelang de problematiek. Buitengewoon lager onderwijs (BuLO) Buitengewoon onderwijs voor leerlingen met speciale behoeften uit het lager onderwijs. Er is een onderverdeling in 8 verschillende types al naargelang de problematiek. |
top |
| C | C-attest
Krijg je een C-attest, dan ben je niet geslaagd en moet je dus in principe je jaar overdoen. De school zal je wel vertellen waarom dat moet. Samen met het CLB zal de school je helpen met je studiekeuze voor het volgende schooljaar. Lijkt het beter gewoon het jaar over te doen of lijkt het beter naar een andere studierichting en/of onderwijsvorm over te stappen? Let wel dat je soms ondanks een C-attest, toch toegelaten kunt worden tot bepaalde leerjaren op basis van leeftijd. Clausulering Wanneer een leerling is geslaagd met een B-attest kan hij/zij in een volgend leerjaar niet kiezen voor 1 of verschillende onderwijsvormen en/of studierichtingen. Dit wordt clausulering genoemd. College (hoger onderwijs) In het hoger onderwijs is 'college' een ander woord voor een 'les'. Men maakt soms nog een onderscheid tussen 'hoorcollege' en 'werkcollege'. College (secundair onderwijs) In het secundair onderwijs is een college een benaming voor een school. Meestal gaat het om scholen met een aanbod in het ASO. Het begrip wordt vooral in het vrij katholiek onderwijs gebruikt. Commissie van Advies voor het buitengewoon onderwijs. (CABO) Deze commissie formuleert adviezen op vragen die haar worden voorgelegd door ouders, meerderjarigen met een handicap, schooldirecties, leden van de onderwijsinspectie of CLB-artsen. De adviezen kunnen o.a. gaan over vrijstelling van leerplicht. De werking, de samenstelling... van de CABO's ligt vast in een Besluit van de Vlaamse regering (http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=12232). Competentie Een competentie is iets wat je kent en kunt. Het gaat over het geheel van kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes die je hebt of kan verwerven. Competentie 'Assertief zijn' Je komt, met respect voor de anderen, op voor je eigen mening, gevoelens en belangen. Competentie 'Flexibel zijn' Je kan je gedrag en handelingen aanpassen aan de situatie waarin je je bevindt. Bedoeling is immers een bepaald doel te bereiken en dat vraagt soms andere acties/werkwijzen dan je oorspronkelijk had gedacht. Competentie 'Initiatief nemen' Je onderneemt spontaan acties en/of stelt uit eigen beweging acties voor. Competentie 'Kunnen doorzetten' Je blijft je inspannen tot je je doel helemaal bereikt hebt. Competentie 'Kunnen plannen en organiseren' Je kan een planning opmaken en houdt hierbij rekening met tijd, plaats en uitvoerders. Je kan bijzaken van hoofdzaken onderscheiden. Competentie 'Kunnen samenwerken' Je werkt actief en gemotiveerd samen met anderen om tot een gezamenlijk resultaat te komen. Competentie 'kwaliteitsbewust werken' Elke taak of opdracht probeer je tot in de kleinste details, goed en volgens afspraak uit te voeren. Je blijft bij de uitvoering steeds oog hebben voor het (productie)rendement. Competentie 'Luisteren' Je bent bereid en in staat om boodschappen van anderen te begrijpen en op te nemen. Het kan zowel gaan om mondelinge boodschappen als om niet- verbale boodschappen. Competentie 'mondeling kunnen communiceren' Je kan een boodschap mondeling zodanig vertellen/overbrengen, dat het publiek voor wie de boodschap bedoeld is, deze begrijpt. Competentie 'persoonlijk voorkomen' De manier waarop je overkomt bij anderen. Je kan in verschillende situaties een sterke en geloofwaardige 1e indruk maken en deze ook behouden. Competentie 'Stressbestendig zijn' Onder zware druk, bij tegenslagen of kritiek, in of na moeilijke situaties, blijf je efficiënt functioneren. Competentie 'verantwoordelijkheidszin hebben' Je volgt de algemeen geldende (leef)regels op. Je neemt je verantwoordelijkheid op. Competentie 'Zelfinzicht hebben' Je kan jezelf goed inschatten en beoordelen. Je zelfbeeld komt grotendeels overeen met de realiteit. Credit Credits zijn de studiepunten die aan elk opleidingsonderdeel ('vak') zijn toegekend. Een student die slaagt in een examen over een opleidingsonderdeel, bewijst dat hij/zij de competenties en de studiepunten, hieraan verbonden, heeft verworven. Creditbewijs Dit bewijs vormt de erkenning van het feit dat een student de competenties verbonden aan een opleidingsonderdeel heeft verworven. Deze erkenning wordt vastgelegd in een document of een registratie. De verworven studiepunten, verbonden aan het betrokken opleidingsonderdeel, worden aangeduid als “credits”. Creditcontract Dit is een contract dat je als student kan aangaan met een hogeronderwijsinstelling. Hiermee schrijf je je als student in met het oog op het behalen van (een) creditbewij(s)(zen) voor één of meer opleidingsonderdelen. |
top |
| D | D- cursus
Verouderde benaming voor huidige 'Specifieke lerarenopleiding'. Vroeger ook bekend onder de naam GPB- opleiding. Daltonschool De daltonfilosofie gaat uit van het idee dat ieder mens in staat is tot het dragen van verantwoordelijkheid voor zichzelf en voor zijn omgeving. Dit is trouwens een voorwaarde om goed te kunnen functioneren in een democratische samenleving.
De taak is het middel om die drie principes te verwezenlijken. Geen kind, noch leerkracht moet met tegenzin naar school gaan. Zo sluit het leven in de school aan bij het leven buiten de school. Deeltijds studietraject Een studietraject van ten minste 3 en ten hoogste 53 studiepunten. Delibererende klassenraad Vergadering van leerkrachten die lesgeven in hetzelfde leerjaar van een secundaire school, bijgestaan door de schooldirecteur en eventueel CLB. De delibererende klassenraad beslist aan het eind van het schooljaar of een leerling al of niet slaagt (dit wordt 'deliberatie' genoemd). Afhankelijk van het leerjaar beslist de delibererende klassenraad over de toekenning van een oriënteringsattest, een getuigschrift, een studiegetuigschrift of een diploma. Departement Een departement is een organisatorisch deel van de hogeschool dat geleid wordt door een departementshoofd. Dienstensector Bedrijven die met de verkoop van hun goederen of diensten winst willen maken behoren tot deze sector. Bv. winkels, horeca, theaters, kappers, zakelijke dienstverleners, advocaten, ICT bedrijven en andere dienstverleners. Ook tertiaire sector genoemd. Diplomacontract Dit is een contract dat je als student kan aangaan met een hogeronderwijsinstelling. Hiermee schrijf je je als student in met het oog op het behalen van een graad of diploma van een opleiding of voor een volledig schakel- of voorbereidingsprogramma of voor een postgraduaat. Diplomasupplement Een diplomasupplement is een bijlage bij het diploma die een aanduiding geeft van de aard en de duur van de opleiding, het voltooide opleidingsprogramma, de behaalde creditbewijzen, de eventuele verleende vrijstellingen en de vooropleiding en instelling waaraan de student opleidingsonderdelen heeft gevolgd die verschillend zijn van de uitreikende instelling of in geval van gezamenlijke diplomering. Doctor De graad van 'doctor', het summum in de Vlaamse diplomaranking, wordt behaald aan een universiteit na de openbare verdediging van een proefschrift. De voorbereiding van een doctoraatsproefschrift, de "doctoraatsopleiding", vormt de onderzoeker die op een zelfstandige wijze een bijdrage dient te leveren aan de ontwikkeling en de groei van de wetenschappelijke kennis. Het proefschrift moet dus blijk geven van het vermogen tot de creatie van nieuwe wetenschappelijke kennis in een bepaald vakgebied of over vakgebieden heen en moet kunnen leiden tot wetenschappelijke publicaties. Doorlichtingsverslag Verslag geschreven door de onderwijsinspectie nadat het team van inspecteurs een school heeft bezocht met de bedoeling de kwaliteit van het onderwijs na te gaan. Inspectie gebeurt zowel op niveau van lager onderwijs als op niveau van secundair onderwijs. De inspectie heeft ook aandacht voor het schoolklimaat, de relaties tussen de verschillende groepen, de infrastructuur ... Iedereen kan de doorlichtingsverslagen inkijken. Doorstromingsfunctie Studierichtingen/opleidingen met een doorstromingsfuctie bereiden je enkel en alleen voor op verder studeren in het hoger onderwijs. Dus: niet gericht op arbeidsmarkt of tewerkstelling op 18 jaar. |
top |
| E | ECTS
ECTS betekent voluit 'European Credit Transfer and Accumulation System' en staat voor een Europees systeem voor de overdracht en de accumulatie van studiepunten die worden toegekend aan onderdelen van een studie of opleiding. ECTS garandeert een uniforme beschrijving van elke opleiding, wat een grotere transparantie en vergelijkbaarheid in Europa betekent. Eerder verworven competenties (EVC) Eerder Verworven Competenties zijn het geheel van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die zijn verworven door middel van werkervaringen. Het gaat dus om leren (een leerproces) dat niet via een onderwijsinstelling verloopt en dat niet met een studiebewijs werd bekrachtigd. Eerder verworven kwalificaties (EVK) Een eerder verworden kwalificatie, zijnde elk binnenlands of buitenlands studiebewijs dat aangeeft dat een formeel leertraject, al dan niet binnen onderwijs, met goed gevolg werd doorlopen, voor zover het niet gaat om een creditbewijs dat werd behaald binnen de instelling en opleiding waarbinnen men de kwalificatie wenst te laten gelden. Eindtermen Minimumdoelen op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de onderwijsoverheid als noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie. Scholen in het lager en secundair onderwijs, moeten deze eindtermen realiseren. De overheidsinspectie controleert tijdens regelmatige doorlichtingen of dit inderdaad gebeurt. Voor het kleuteronderwijs en het buitengewoon onderwijs heeft de overheid ontwikkelingsdoelen geformuleerd, die de eindtermen vervangen. EPOS De Vlaamse vzw. die zich zowel bezighoudt met de Europese programma's van het Levenslang Leren (LLP) als met Europass en andere hogere onderwijsprogramma's als Erasmus Mundus en Erasmus Belgica. Het letterwoord is de afkorting van : 'Europese Programma's voor Onderwijs, Opleiding en Samenwerking'. Erasmus Mundus Dit is een Europees programma waarmee de Europese Unie de positie van Europa als "centre of excellence" op het gebied van het hoger onderwijs wil verstevigen en ervoor zorgen dat het hoger onderwijs in Europa voor de hele wereld aantrekkelijker wordt. Het gaat om gezamenlijke master- of doctoraatsopleidingen die door de Europese Commissie geselecteerd worden voor een periode van vijf jaar, waarbij minimaal drie instellingen voor hoger onderwijs uit drie verschillende lidstaten een consortium vormen dat de opleiding aanbiedt. Studenten moeten een studieperiode in minstens twee verschillende landen doorbrengen en de opleiding leidt tot een gezamenlijk diploma. Ergotherapeut Een ergotherapeut begeleidt mensen in het terugwinnen, verbeteren en/of in stand houden van hun functioneren in hun leer-, leef-, werk- en ontspanningssituaties. Ergotherapie is gericht op het leren optimaal ZELF-(standig) HANDELEN van de patiënt. Hij vertrekt van een analyse van de (overblijvende) mogelijkheden (m.b.t. het kunnen uitvoeren van dagelijkse activiteiten/handelingen) en van wat de patiënt belangrijk en haalbaar vindt. Daarna maakt de ergotherapeut, samen met de patiënt een (leer-)programma op en daarna wordt er geoefend. Ervaringsgerichte school School die ervaringsgericht onderwijs organiseert. De focus ligt op : emotionele ontwikkeling, de kwaliteit van het leerproces, ontwikkeling in de breedte en meer verbondenheid. Diepgaand leren op het tempo en het niveau van de leerling staan centraal. Van de leerkracht worden aanvaarding, echtheid en empathie verwacht. De leerkracht dient ook de ruimte en de omgeving zodanig voor te bereiden dat kinderen uitgenodigd worden initiatief te nemen. Op basis van observatie komen zij tussenbeide. Er is veel ruimte voor gesprek met de kinderen, welbevinden en betrokkenheid van de leerling worden nagestreefd. Examencommissie Als je geen erkende opleiding hebt gevolgd kan je toch het bijhorende studiebewijs behalen door examens af te leggen voor een van de examencommissies van de Vlaamse Gemeenschap. Er zijn examencommissies voor het basis-, het secundair en het hoger onderwijs (zowel universiteir als niet-universitair). Vaak nog gekend onder de oude benaming 'middenjury'. Examencontract Dit is een contract dat je als student kan aangaan met een hogeronderwijsinstelling. Hiermee schrijf je je als student (onder de door het instellingsbestuur bepaalde voorwaarden) in voor het afleggen van examens met het oog op het behalen van een graad of een diploma van een opleiding, of een creditbewijs voor één of meer opleidingsonderdelen. Extra- muros activiteiten Activiteiten die gebeuren buiten de schoolmuren. Deze activiteiten, georganiseerd voor minimum 1 klas of leerlingengroep, kunnen 1 of meer schooldagen duren en hebben een opvoedend en onderwijzend karakter vb. sneeuwklassen, schoolreis naar de zoo, uitwisseling met een school uit Wallonië... |
top |
| F | Freinetschool
Methodeschool die werkt volgens de pedagogie van Celestin Freinet. De basisprincipes van dit onderwijs zijn:
|
top |
| G | Gedelibereerde studiepunten
Gedelibereerde studiepunten zijn studiepunten waarvoor een student op basis van examens geen creditbewijs verworven heeft, maar waarvoor een examencommissie beslist heeft dat hij de bijbehorende opleidingsonderdelen niet moet hervatten omdat zij van oordeel is dat de doelstellingen van het betrokken deel van het opleidingsprogramma globaal verwezenlijkt zijn. Geïndividualiseerd studietraject (GIT) Een studieprogramma op maat dat bestaat uit opleidingsonderdelen (=vakken)van het modeltraject die je nog moet afwerken + uit een aantal aanvullende opleidingsonderdelen van het hoger jaar. Je moet natuurlijk voldoende voorkennis hebben om die laatste vakken te mogen volgen. Je dient zo'n persoonlijk deeltraject steeds aan te vragen. Geïntegreerd onderwijs (GON) Heel wat leerlingen met een handicap of stoornis kunnen les volgen in het gewoon onderwijs mits extra ondersteuning van personeel uit scholen voor buitengewoon onderwijs. Deze ondersteuning kan tijdelijk zijn of permanent. Met andere woorden: de GON- leerling past zich, mits hulp, aan aan de rest van de klas. Niet alle leerlingen komen hiervoor in aanmerking. Er zijn regels in verband met aanvraag, het aantal GON- uren, het aantal jaren tijdens dewelke de leerling recht heeft op deze GON- begeleiding... . Geïntegreerde werkperiode (GWP) Een periode (vb. een week) tijdens dewelke de leerlingen, buiten de lessen, vakoverschrijdend aan een bepaald thema werken vb. aan burgerzin, milieu- of gezondheidseducatie. Dit kan gebeuren via deelname aan workshops, uitstappen, lezingen... Hoewel een GWP meestal buiten de schoolmuren doorgaat, wordt er voor niet- deelnemers vaak een lokale GWP in en rond de school georganiseerd. Afhankelijk van het onderwijsniveau spreekt men soms over schoolreis (BaO) of excursie (SO). Generatiestudent Een generatiestudent is een student die zich, in een bepaald academiejaar, voor de eerste keer inschrijft met een diplomacontract voor een professioneel of academisch gerichte bachelor in het Vlaamse hoger onderwijs. Het statuut van generatiestudent geldt het volledige academiejaar en de student kan slechts één academiejaar generatiestudent zijn. Geregistreerde instelling voor hoger onderwijs Een (niet-ambtshalve) geregistreerde instelling voor hoger onderwijs is een door de overheid erkende instelling die niet op overheidsfinanciering kan rekenen. Om erkend te worden als geregistreerde instelling dient een voorgeschreven procedure te worden doorlopen. Eerst moeten opleidingen aan de NVAO worden voorgelegd om een zogenaamde Toets Nieuwe Opleiding (TNO) te ondergaan. Bij een positief besluit van de NVAO kan de betrokken instelling de registratie aanvragen bij de Vlaamse regering. Graden Het voltijds gewoon secundair onderwijs is meestal lineair georganiseerd: het bestaat uit 3 graden van (meestal) 2 leerjaren. De 1e graad bestaat uit het 1e leerjaar A, het 1e leerjaar B, het 2e leerjaar van de 1e graad en het beroepsvoorbereidend leerjaar. Het is mogelijk om binnen de 3e graad nog een 3e leerjaar te volgen om je voor te bereiden op het hoger onderwijs of om je te specialiseren. (Vanaf 2012 zullen de opleidingen uit de 4e graad beroepsonderwijs geïntegreerd worden in de 3e graad BSO.) In het modulair onderwijs bestaan geen graden. Graduaatsdiploma Wanneer je slaagt in een opleiding in het hoger beroepsonderwijs, behaal je een graduaatsdiploma. Het is niet gelijk aan een bachelordiploma. |
top |
| H | Hoorcollege
De lector geeft les/uitleg over moeilijke onderdelen aan grote studentengroepen. |
top |
| I | Immersieonderwijs
Immersie betekent ‘onderdompeling’. In Immersiescholen (of taalbadscholen) worden een aantal vakken – zoals wiskunde, aardrijkskunde en geschiedenis – in een andere taal dan de officiële aangeboden. In Wallonië en Brussel zijn er al meer dan 200 Franstalige immersiescholen, (zowel basis- als secundair onderwijs) waar vakken in het Nederlands, Engels of Duits worden gegeven. Inclusief onderwijs (ION) Soms kunnen leerlingen met specifieke noden les volgen in het gewoon onderwijs terwijl ze niet dezelfde eindtermen moeten behalen als de rest van de klas. Omwille van hun handicap en/of beperkingen volgen ze een aangepast individueel traject en krijgen ze extra begeleiding. Met andere woorden: de school past zich aan aan de mogelijkheden van de GON- leerling. Industrieel leercontract (ILC) Inrichtende macht De INRICHTENDE MACHT wordt ook wel schoolbestuur genoemd. Ze is een beetje te vergelijken met een raad van bestuur in een bedrijf. De leden van de inrichtende macht zijn verantwoordelijk om de school goed te laten functioneren. Ze kunnen over heel wat schoolaangelegenheden zelf beslissen. Ze kiezen bijvoorbeeld totaal vrij de onderwijsmethode, de leerplannen, lessentabellen en het pedagogisch project van de school. Schoolbesturen die geld willen krijgen van de overheid moeten zich wel aan een aantal bepalingen houden. Zo moeten scholen voldoende uitgerust zijn en genoeg materiaal hebben om de lessen te ondersteunen (bv. boeken, materiaal in het atelier). De gebouwen moeten ook bewoonbaar, veilig en hygiënisch zijn. Inschaling Inschaling Afhankelijk van de mogelijkheden en de beperkingen van een leerling, deze onderbrengen in een bepaalde categorie. De inschaling bepaalt op hoeveel en/of welke ondersteuning iemand recht heeft. (bv. binnen het BuO). Inschrijvingsverslag Het inschrijvingsverslag wordt opgesteld wanneer een leerling wordt doorverwezen naar het buitengewoon onderwijs. Het wordt meestal opgesteld door een CLB en bestaat uit een inschrijvingsattest + een verantwoordingsprotocol. Hierin staan o.a. de conclusies van het multidisciplinair onderzoek. Dit verslag is nodig om de leerling te kunnen inschrijven in een school voor buitengewoon onderwijs. Integratiefase In deze fase van je opleiding wissel je leren op school af met werken in een bedrijf. Zo leer je de arbeidswereld kennen. Het is een voorbereiding op definitieve tewerkstelling nadien. |
top |
| J | Jenaplanschool
In een Jenaplanschool focust men op volgende 4 basisactiviteiten:
Deze afwisseling vind je terug in een ritmisch weekplan. De kinderen zitten in groepen die bestaan uit verschillende leeftijden. Elke groep heeft een eigen werkruimte en een(huiselijke) kring. Ervaringsgericht leren staat centraal in deze pedagogie die vooral in Nederland sterk vertegenwoordigd is. Hoewel elke Jenaplanschool verschillend is, werkt men volgens dezelfde uitgangspunten: respect voor zichzelf, de anderen en de natuur, aandacht voor de groep, heterogene stamgroepen in plaats van een jaarklassysteem, gericht op opvoeding (het verwerven van sociale en emotionele vaardigheden naast schoolse kennis) en bijgevolg op samenwerking met ouders, aandacht voor de unieke behoeften van elk kind, focus op zelfstandig werken. Peter Petersen (1884- 1952) bedacht dit type van onderwijs Jobstudent Iemand die student is en daarnaast met een studentencontract werkt. Een jobstudent kan zowel werken tijdens de zomervakantie als tijdens het schooljaar. Het aantal dagen dat de student betaald krijgt, bepaalt of er al dan niet sociale zekerheidsbijdragen moeten betaald worden. Voor de belastingen telt het verdiende bedrag mee. Voor de kinderbijslag houdt men rekening met het aantal effectief gewerkte uren . Jokerkrediet Een deel van het studiefinancieringkrediet dat een student kan aanvragen als hij niet aan sommige pedagogische voorwaarden voldoet. Een student kan het jokerkrediet gebruiken als hij niet geslaagd is, bij heroriëntering of wanneer hij een actualiseringprogramma volgt. |
top |
| K | Kalenderjaar
Een kalenderjaar is iets anders dan een schooljaar. Het start op 1 januari en eindigt op 31 december. Het begrip wordt veel gebruikt door de overheid. Keuzevak Een vak dat de secundaire leerling of de student uit het hoger onderwijs vrij kan kiezen uit het aanbod van de school of onderwijsinstelling.
Klassenraad (BaO) De klassenraad is het team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur (of zijn afgevaardigde) de verantwoordelijkheid draagt voor de begeleiding van én het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of een individuele leerling. Klassenraad (BuLO) De klassenraad is het team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur (of zijn afgevaardigde) de verantwoordelijkheid draagt voor de begeleiding van én het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of een individuele leerling. Deze raad oordeelt of een leerling in voldoende mate de doelen die in het leerplan opgenomen zijn, bereikt heeft. De klassenraad baseert zich daarbij op gegevens uit het leerlingendossier. Heeft een leerling deze doelen effectief bereikt, dan krijgt hij of zij het getuigschrift basisonderwijs. Klassenraad (BuSO) De klassenraad is een verplicht wekelijks overlegplatform, voorgezeten door de directeur of zijn afgevaardigde. Hij is samengesteld uit de leerkrachten en ondersteunend personeel (medisch, orthopedagogisch, paramedisch, psychologisch en sociaal). De klassenraad wordt bijgestaan door het CLB.
Klastitularis De KLASTITULARIS is een leraar die lesgeeft aan een klas of leeftijdsgroep en die bovendien de leerlingen van die klas of groep begeleidt. De klastitularis helpt bijvoorbeeld als je met de klas een middagactiviteit wil organiseren of je kan hem uitleg vragen over het schoolreglement of over je rapport. Hij controleert je schoolagenda en aanwezigheden, maar zoekt ook mee naar een oplossing als je leerproblemen hebt. Ook je ouders kunnen met vragen of opmerkingen naar de klastitularis gaan. Knelpuntberoep Dit zijn beroepen waarvoor het moeilijk is personeel te vinden om de vacatures in te vullen. De VDAB maakt een lijst op van deze beroepen op basis van een analyse van de vacatures. Knelpuntopleiding Dit is een opleiding die leidt naar een diploma of getuigschrift dat toegang geeft tot een knelpuntberoep. Kot Synoniem voor studentenkamer. Kwalificatie Een getuigschrift of diploma uitgereikt na het met goed gevolg voltooien van een formeel opleidings- of scholingstraject. |
top |
| L | Leefschool
Het concept ‘Leefschool’ is gebaseerd op 5 ontwikkelingsfasen die een kind doorloopt:
Leerlingen zitten samen in een leefgroep (2 tot 3 leeftijden) met 1 tot 2 begeleiders. Bedoeling is : leren van en met elkaar. Het verwerken van de leerstof gebeurt via ervaringsgericht leren. Door middel van projectwerk worden de kinderen actief betrokken bij hetgeen er rondom hen gebeurt. Er wordt over gewaakt dat alle leergebieden en –domeinen geïntegreerd aan bod komen. Men streeft in een niet-competitief klimaat naar succeservaringen bij elk kind. Zelfevaluatie, respect voor ieders vrijheid en mening en samen bindende en duidelijke afspraken maken (kinderen, begeleiders en ouders) zijn belangrijk. Enkele secundaire scholen en verschillende basisscholen kiezen voor deze aanpak. Leer- en ErvaringsbewijzenDatabank (LED) Deze Databank verzamelt alle leer- en ervaringsbewijzen (diploma's, certificaten, getuigschriften..) behaald door Vlaamse burgers. LED ondersteunt in eerste instantie de dienstverlening van de VDAB. Bij het begeleiden van klanten kan de VDAB hun diploma immers rechtstreeks opvragen. Klanten hoeven niet langer hun studiebewijzen te tonen of in te brengen. Iedere burger zal ook met behulp van zijn elektronische identiteitskaart (E-ID) kunnen nagaan wat er voor hem / haar in de LED is geregistreerd. Leerkrediet Het totale pakket van studiepunten (SPn) dat iedereen kan inzetten gedurende zijn hogere studieloopbaan . Het leerkrediet kun je vergelijken met een virtuele rugzak gevuld met studiepunten. Bij je start in het hoger onderwijs krijg je 140 studiepunten, bij inschrijving haal je de studiepunten die je opleiding ‘kost’ uit je rugzak. Op het einde van het academiejaar ontvang je de studiepunten terug waarvoor je een creditbewijs verwierf (= geslaagd bent). De 1e 60 SPn die je verwerft, worden zelfs dubbel bij je leerkrediet geteld. Enkel van toepassing op de basisopleidingen hoger onderwijs (BA en MA) en enkel wanneer je studeert met een diploma- of creditcontract. De stand van je leerkrediet kan je opvragen op www.studentenportaal.be Leerlingenraad Dit is de officiële vertegenwoordiging van de leerlingen in het beleid van een secundaire school. Scholen zijn verplicht een leerlingenraad op te richten. Er zijn wel twee uitzonderingen:
Leerplicht De wettelijke verplichting om te leren. Daarom ben je niet verplicht om naar school te gaan. Ook huisonderwijs is mogelijk. Lestijd De tijd die 1 les duurt op school. Er wordt vaak gesproken van een lesuur maar meestal duurt dit korter vb. 50 minuten. Lifelong Learning Programma (LLP) Programma dat uitwisselingsprojecten als Erasmus, Comenius, Leonardo da Vinci,Grundtvig e.a. overkoepelt. 'Een leven lang leren' loopt tot 2013 en wil onderwijs en mobiliteit van lerenden, lesgevers en onderwijsinstellingen stimuleren. Heel wat landen hebben zich geëngageerd in dit programma. Lokaal overlegplatform (LOP) Over heel Vlaanderen zijn er LOKALE OVERLEGPLATFORMS of LOP’s actief, zowel in het basis- als het secundair onderwijs. Het LOP is een vergadering van directies van scholen en clb’s, schoolpersoneel, ouders én leerlingen, lokale partners en organisaties van allochtonen en armen, integratiecentra, onthaalbureaus voor nieuwkomers en schoolopbouwwerk. Ze werken allemaal samen om de scholieren in hun stad of gemeente gelijke onderwijskansen te bieden. Het LOP geeft advies, steunt bij het inschrijvingsrecht en bemiddelt bij weigeringen. |
top |
| M | Master of Law LLM
LLM staat voor het Latijnse 'Legum Magister' wat 'Meester in de rechten' betekent. Master-na-Master (ManaMa) Dit is een specialisatie-opleiding (verbredend of verdiepend) voor mensen die al een masterdiploma hebben. Ze omvat minimaal 60 studiepunten en je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. Masterproef Werkstuk waarmee een masteropleiding wordt voltooid. Daardoor geef je blijk van een analytisch en synthetisch vermogen of van een zelfstandig probleemoplossend vermogen op academisch niveau of van het vermogen tot kunstzinnige schepping. Het werkstuk weerspiegelt de algemeen kritisch-reflecterende ingesteldheid of de onderzoeksingesteldheid van de student. Medisch Pedagogisch Instituut (MPI) Met vrucht beëindigd Geslaagd Modeltraject Elke bachelor- en masteropleiding biedt een voltijds standaard- of modelprogramma aan voor de gemiddelde student. Een halftijds modeltraject is een studietraject waarbij de student per academiejaar een studieprogramma neemt van min. 27 en max. 33 studiepunten. Eigenlijk is het voltijds modeltraject evenwichtig verdeeld over 2 academiejaren (i.p.v. 1) met elk 2 semesters. Montessorischool Montessorischolen zijn scholen zonder lessenrooster, zonder zittenblijven en zonder cijferbeoordelingssysteem. Kinderen blijven telkens (2 tot) 3 jaar bij dezelfde leid(st)er, verschillende leeftijden zitten bij elkaar in één groep. Ieder kind werkt voor zichzelf en krijgt de kans om op eigen tempo te evolueren. Dit houdt ook in dat niet elk kind op hetzelfde moment dezelfde leerstof zal krijgen. Dat is meteen het grote verschil met het traditionele onderwijs. Het gaat om het zelf ervaren binnen een stimulerende omgeving met specifiek ontwikkelingsmateriaal. Centraal staan in dit geïndividualiseerd onderwijs :
De Montessorigedachte wordt samengevat in de uitspraak: "Leer het mij zelf te doen". Het onderwijs past erg bij ondernemende, zelfstandige kinderen. In Vlaanderen komen relatief weinig Nederlandstalige Montessorischolen voor. Soms zijn ze enkel voor de allerkleinsten bedoeld (jonger dan 2,5 jaar), soms zijn het basisscholen met een kleuter en/of lagere afdeling. Het onderwijs is gebaseerd op de pedagogiek van Maria Montessori (1870-1951). Multidisciplinair samenwerking tussen personen uit verschillende disciplines (vakgebieden). Muzische basisschool Een basisschool die niet enkel wil werken aan de eenzijdige intellectuele ontwikkeling van de leerling. Daarom wordt er een flinke portie kunst aan toegevoegd. Muzische vorming wordt geïntegreerd in andere leerdomeinen. Tijdens de schooluren ontdekken de kinderen muziek, beeld, woord en beweging. Sommige scholen werken hiervoor samen met een muziekacademie, een cultuurcentrum, een bibliotheek… of organiseren culturele uitstappen, een jaarlijkse musical, hebben een schoolkoor… . |
top |
| N | Naamloos jaar
De bedoeling van dit 7e jaar BSO is: het behalen van een diploma secundair zonder daarbij een bijkomende specialisatie te volgen in een bepaald vakdomein. Als je slaagt behaal je een diploma S .O., geen getuigschrift van specialisatie. Officieel heet dit 'een derde leerjaar van de derde graad BSO niet ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar'. Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) Organisatie die zowel in Nederland als in België instaat voor de kwaliteit van het hoger onderwijs. Net Zie bij 'onderwijsnet'. Niet- graadgebonden Deze term wordt in de Onderwijskiezer soms gebruikt als synoniem voor 'modulair' georganiseerd. |
top |
| O | Onderwijsinspectie
Elke school krijgt vroeg of laat bezoek van de ONDERWIJSINSPECTIE. De inspectie beoordeelt, in opdracht van de overheid, de kwaliteit van het onderwijs. Een team van inspecteurs strijkt neer in de school om te kijken hoe het eraan toegaat. Nadien schrijft de inspectie een doorlichtingsverslag. Onderwijskoepel Onderwijskoepels zijn representatieve verenigingen van inrichtende machten van scholen. Zij nemen bepaalde verantwoordelijkheden van de scholen over, bv. leerplannen en lessenroosters opstellen. De belangrijkste koepels zijn:
Onderwijsnet In Vlaanderen zijn 3 onderwijsnetten: het Gemeenschapsonderwijs (GO!) is het onderwijs georganiseerd in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap. Het (vroegere rijksonderwijs) is verplicht tot neutraliteit. Dit wil zeggen dat de religieuze, filosofische of ideologische overtuiging van de ouders en de leerlingen moet gerespecteerd worden. het Gesubsidieerd officieel onderwijs (OGO) omvat alle onderwijs georganiseerd door een gemeente, stad of provincie. Het gesubsidieerd officieel onderwijs moet open staan voor alle levensbeschouwingen. De inrichtende machten zijn verenigd in twee koepels: het Onderwijssecretariaat van de Steden en gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap (OVSG) en het Provinciaal Onderwijs (POV). het Gesubsidieerd vrij onderwijs is het onderwijs dat op privé-initiatief georganiseerd wordt (dus niet door een overheid). Het bestaat hoofdzakelijk uit katholieke scholen. De onderwijskoepel is het het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (VSKO). Er zijn echter ook protestantse, joodse, orthodoxe, islamitische, … scholen mogelijk. Daarnaast heb je ook nog scholen die niet aan een godsdienst verbonden zijn zoals de Freinetscholen, de Montessorischolen en de Steinerscholen die specifieke pedagogische methoden toepassen. Onderwijsvorm Dit is een onderverdeling in het secundair onderwijs vanaf de 2e graad. Een onderwijsvorm bundelt studierichtingen met eenzelfde bedoeling en/of een aantal gemeenschappelijke kenmerken. Er zijn vier onderwijsvormen:
Elk van de 4 onderwijsvormen is onderverdeeld in 'studiegebieden'. Onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers (OKAN) In deze klas leren de leerlingen intensief Nederlands. Het is de bedoeling dat ze na 1 jaar voldoende Nederlands kunnen om naar een gewone klas te gaan. Meer info in onderwijskiezer. Ontwikkelingsdoelen Aan kleuterscholen en aan het buitengewoon onderwijs legt de Vlaamse overheid ontwikkelingsdoelen op. Dat zijn minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de onderwijsoverheid wenselijk acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie. De school moet ernaar streven ze te bereiken - en de inspectie gaat na in hoeverre dit gebeurt - maar hoeft ze daarom niet noodzakelijk te realiseren. Open asielcentrum Een asielcentrum waar asielzoekers vrij in en uit mogen lopen. Operator Een operator is iemand die een apparaat, een machine of een installatie bedient. Letterlijk betekent het (be)werker. Opleidingsonderdeel Een opleidingsonderdeel is een afgebakend geheel van onderwijsactiviteiten en de evaluatie ervan dat gericht is op het verwerven van welomschreven competenties inzake kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes. Opleidingstraject Deze term kom je tegen binnen de Leertijd. Het gaat om een opleiding/ (meestal) een geheel van opleidingen in een beroep dat leidt tot een getuigschrift Leertijd. Een opleidingstraject wordt opgedeeld in opleidingsjaren. Opleidingsvorm In het Buitengewoon secundair onderwijs (BUSO) spreken we niet over studierichtingen maar over opleidingsvormen (OV). Er bestaan 4 opleidingsvormen, elk met zijn eigen doelstellingen:
De 4 opleidingsvormen worden georganiseerd voor leerlingen uit verschillende types. Niet elk type bestaat in elke opleidingsvorm. Oudercontact Tijdens het OUDERCONTACT spreken ouders en leraren met elkaar over de leerling/zoon of dochter. Kan zij volgen in de klas? Gaat hij graag naar school? Enzovoort. Zo verbetert het onderling contact en kunnen ouders en leraren eventuele moeilijkheden samen bespreken. In de meeste scholen vindt het oudercontact een vijftal keer per jaar plaats, ’s avonds in de school. In het schoolreglement vind je de afspraken terug over oudercontact. Overzitten Dit betekent dat je het jaar opnieuw doet. Je kan een leerjaar zo vaak overzitten als je wil, op voorwaarde dat je geen A-attest behaalde voor identiek dezelfde studierichting (tenzij dit in het buitenland was of in een Franstalige school). Met een B- of C-attest kan je dus onbeperkt overzitten en met een A-attest ook als je voor een andere richting kiest. |
top |
| P | Parastatale
Een Parastatale is een (voormalige) semi-overheidsinstelling. Het slaat op instellingen en diensten die door de overheid worden opgericht, maar die qua bestuur vrij onafhankelijk kunnen optreden. In de beheerraad van een parastatale blijft de overheid wel altijd vertegenwoordigd door een afgevaardigde van de minister. Paritair Leercomité (PLC) In het PLC zetelen vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers. Zij bepalen voor hun eigen sector veel spelregels in verband met de toepassing van het werknemersleerlingstelsel. Deze sectorgebonden regels komen meestal bovenop de algemeen geldende spelregels. Pedagogisch project (PP) De filosofische of levensbeschouwelijke basis van waaruit het onderwijs wordt gegeven. Persoonlijke-AssistentieBudget (PAB) een budget dat het VAPH geeft aan personen om thuis, op school of op het werk hulp te organiseren en te financieren. Een commissie bepaalt hoe groot je budget is. Hierbij wordt rekening gehouden met je noden en behoeften. Die zijn onder meer afhankelijk van de aard en de ernst van je handicap, en van je leefsituatie. Met dit bugdet werf je assistenten aan. Je wordt dus hun werkgever.
Postgraduaat Opleiding ingericht door hogescholen en universiteiten van minstens 20 studiepunten. Deze opleiding volgt op een bachelor- of masteropleiding en geeft recht op een getuigschrift. Bedoeling is: verdere professionele vorming, verbreding of verdieping van de reeds verworven competenties. Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten. Practicum Tijdens zo'n lesmoment oefen je, individueel of in kleine groep, bepaalde vaardigheden in. Praktijk Gaat meestal over 'doen', over een handeling (een actie), het uitvoeren/toepassen van de theorie. Praktijklessen gaan over hoe de zaken in werkelijkheid gebeuren. Privéschool School die niet erkend is en niet gefinancierd of gesubsidieerd wordt door de overheid. Deze scholen kunnen geen officieel getuigschrift of diploma afleveren!
Programmaonderdeel Een vak. Psychotechnisch onderzoek Dit onderzoek gebeurt meestal binnen een selectiesituatie. Via tests en vragenlijsten meet men je vaardigheden, kennis, intelligentie, persoonlijkheid en competenties die nodig zijn voor een bepaalde opleiding/functie. Dit onderzoek gebeurt al dan niet online, individueel of in groep. Een interview diept de bevindingen meestal verder uit. Psychotechnische proeven verschillen dus naargelang de opleiding of (het niveau van) de functie waarvoor men solliciteert. Geïnteresseerd? Op het internet zijn nuttige voorbeelden van psychotechnische proeven te vinden. |
top |
| Q | top | |
| R | R. Steinerpedagogie
De Steinerpedagogie is meer dan een onderwijsmethode: leerkrachten geven les vanuit een antroposofische filosofie die zelf niet onderwezen wordt. Men streeft naar welbevinden, evenwicht, harmonie met de kosmos en het vinden van het juiste innerlijke ritme. Het onderwijs staat in dienst van de persoonlijkheidsvorming, met inbegrip van de sociale vorming.. Centraal staat de ontplooiing van:
Steinerscholen of scholen die werken volgens deze methode breken met het traditionele systeem van jaarklassen. Ze plannen hun leerstof over de hele opleiding, geven periode- onderwijs en kiezen voor integratie van kunstzinnig en praktisch onderwijs. In Vlaanderen werken een aantal basis- en secundaire scholen volgens deze filosofie. De 1e graad van het secundair onderwijs wordt gezien als een 7e en 8e jaar volgend op de lagere school- periode. De klasgroep wordt begeleid door een vaste klasleraar die zoveel mogelijk vakken zelf geeft. Naast de algemene vakken (wiskunde, wetenschappen, talen) krijgen ook kunstzinnige vakken (toneel, zang,…) en praktische vakken ( weven, tuinbouw, houtbewerking, smeden,…) een prominente rol. In elk vak is er aandacht voor zowel het intellectuele als voor het creatieve en het sociaal- affectieve aspect. Dit blijft zo gedurende het hele secundaire onderwijs. Dit onderwijs is gebaseerd op de inzichten van Rudolf Steiner Steiner (1861-1925). Regentaat Vroegere term voor: Initiële lerarenopleiding secundair onderwijs groep 1. Regulier onderwijs Gewoon basis- en secundair dagonderwijs dat zich niet richt tot speciale doelgroepen (buitengewoon onderwijs, onthaalklassen..). Ingeval van secundair onderwijs kan het zowel om voltijds als om deeltijds onderwijs gaan. |
top |
| S | Sanctie
Hieronder verstaat men soms: de diploma’s, getuigschriften en attesten die men behaalt op het einde van het schooljaar , getuigschriften en attesten. Schakelprogramma Professionele bachelors volgen een schakelprogramma van een jaar als overgang naar hun inschrijving in een masteropleiding. De omvang hangt af van de vooropleiding en de specifieke master waar men naartoe wil. Bedoeling is: algemene wetenschappelijke competenties en wetenschappelijk-disciplinaire basiskennis bijbrengen. Het levert geen diploma op, je hoeft dus ook geen leerkrediet in te zetten.
Scholengemeenschap Een scholengemeenschap is een vrijwillig samenwerkingsverband tussen verschillende scholen die tot hetzelfde onderwijsniveau behoren (bijvoorbeeld basisonderwijs of secundair onderwijs). Door de schaalvergroting kunnen scholen in een scholengemeenschap efficiënter werken. scholengroep Samenwerkingsverband binnen het GO! tussen basisscholen, secundaire scholen en een CLB. Scholengroepen vormen samen met de centrale Raad de inrichtende macht. School met de Bijbel Schoolplicht Bestaat niet in Vlaanderen of België. In Vlaanderen bestaat alleen leerplicht! Schoolplicht In België bestaat geen schoolplicht. Kinderen moeten dus niet noodzakelijk naar school om te leren. Thuisonderwijs is ook mogelijk. Schoolraad Leerlingen uit het vrij, gemeentelijk of provinciaal onderwijs kunnen een vertegenwoordiger kiezen in de SCHOOLRAAD. Daar zitten leerlingen aan tafel met de directie en vertegenwoordigers van ouders, leraren en de lokale gemeenschap. De schoolraad vraagt aan de directie en het schoolbestuur uitleg over allerlei kwesties: het budget, de schoolkosten… De raad kan ook advies verlenen over uiteenlopende zaken: het schoolreglement, het studieaanbod, uitstappen, verbouwingen op school, de begeleiding en evaluatie van leerlingen… Schoolwerkplan Scholen zijn verplicht een schoolwerkplan op te stellen. Het is een document waarin de school haar eigen visie op opvoeding en onderwijs uit de doeken doet. Het kan jaarlijks aangepast worden. Hoewel men dient rekening te houden met de eindtermen en het leerplan, kunnen scholen hierin nogal wat verschillen. Ten minste vier elementen moeten beschreven worden: het pedagogisch project, de organisatie van de school, hoe men evalueert en rapporteert, de voorzieningen in het gewoon onderwijs voor leerlingen die leerbedreigd zijn of een handicap hebben. Secundair na Secundair (Se-n-Se) Het Se-n-Se omvat korte, beroepsgrichte opleidingen binnen de 3e graad technisch en kunstsecundair onderwijs. Vroeger sprak men over specialisatiejaen TSO/KSO. Qua niveau situeen ze zich tussen het secundair en hoger beroepsonderwijs. De Se-n-Se opleidingen worden georganiseerd in de instellingen voor secundair onderwijs. Wie een opleiding afwerkt, behaalt een certificaat. Selor Selectiebureau van de federale overheid. Selor Selectiebureau van de federale overheid in België. De naam is afgeleid van 'SELectie - ORiëntatie. Selor selecteert en oriënteert medewerkers voor verschillende overheidsdiensten. Je kan bij Selor terecht als je:
Semester Een periode van een half (studie)jaar. In depraktijk gaat het meestal om minder dan 6 maanden. Seminarie Sinds het schooljaar 2004-2005 kunnen secundaire scholen 'seminaries' organiseren binnen het complementair gedeelte van hun lessenrooster. Seminaries zijn geen traditionele lessen. Bij seminaries horen geen leerplannen, eindtermen of schoolboeken. Leraren stellen zich meer op als coach ,er wordt vakoverschrijdend gewerkt en anders geëvalueerd. Ook voor seminaries moet gewerkt worden. Dit betekent niet dat de leerlingen voor alle seminaries moeten studeren, meestal zijn het (zelfstandig) leerproces en het stimuleren van de sociale en communicatieve vaardigheden belangrijker. Er wordt vaak in groep gewerkt, leerlingen leren opzoekingwerk verrichten, resultaten overzichtelijk presenteren met behulp van vb. Powerpoint.. . . Specificatie 'of Arts', 'of Science', 'of Laws', 'of Medicine', 'of Veterinary Science', 'of Veterinary Medicine', 'of Philosophy' Deze officiële toevoegingen zijn een internationaal herkenbare specificatie. Ze kunnen als volgt vermeld worden op je academisch Bachelor- of Masterdiploma: Graad + Kwalificatie + Specificatie. Voorbeeld: 'Bachelor/ Master in de Psychologie of Science'. De volledige lijst kan je hier raadplegen. Specifieke lerarenopleiding (SLO) Vroeger ook wel GPB-opleiding, D-cursus of aggregaat genoemd. De SLO kan georganiseerd worden door centra voor volwassenenonderwijs, hogeschool of universiteit en leidt tot het behalen van het "diploma van leraar".
Het is een opleiding van 60 studiepunten waarvan 30 voor het theoretische gedeelte en 30 voor de praktijkcomponent. Stage Tijdens stages krijgt de leerling(e) of student(e) de kans om te functioneren in het beroepenveld. Hij /zij proeft even van het latere beroepsleven en kan hetgeen hij/zij geleerd heeft toepassen in de realiteit van het echte werkveld. Structuuronderdeel Officiële term die gebruikt wordt in omzendbrieven voor het Vlaamse onderwijs. Betekent meestal 'studierichting'. Slaat op een deel van het onderwijsaanbod bv. 1e leerjaar A, 1e leerjaar B, (basis)optie, beroepenveld, vervolmakingsjaar, voorbereidend leerjaar op het hoger onderwijs, naamloos leerjaar, Se-n-Se...een specifiek structuuronderdeel bereidt voor op beroepen/beroepssectoren die weinig voorkomen en sterk gespecialiseerd zijn. Student met een functiebeperking Een student met een functiebeperking is een student die bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap een recht heeft geopend op een tegemoetkoming. Studiebelasting Studiebelasting is de theoretische tijd die men kan verwachten dat een gemiddeld student in opleiding nodig heeft om de competenties te verwerven van een opleiding, opleidingsonderdeel of een deel van een opleidingsonderdeel. Studiebelasting wordt uitgedrukt in uren. Studiebewijs Diploma, getuigschrift, attest, (deel)certificaat... Schriftelijk bewijs dat men een (deel van) een opleiding/studierichting met succes heeft afgerond of dat men beschikt over de vaardigheden en kennis die horen bij een opleiding (-sniveau). Studiegebied Groep van studierichtingen die inhoudelijk verwant zijn, die gericht zijn op eenzelfde beroepssector. Een studiegebied (vb. Lichaamsverzorging) kan studierichtingen bundelen uit verschillende onderwijsvormen( vb. TSO en BSO). Praktijkvakken van studierichtingen uit eenzelfd studiegebied, hebben meestal behoefte aan eenzelfde onderwijsinfrastructuur (aangepaste lokalen, gereedschappen, ...). Studiepunt (SP) Een maat voor studiebelasting. Eén studiepunt stemt overeen met 25 tot 30 uren voorgeschreven onderwijs-, leer- en evaluatieactiviteiten. Een rekensommetje leert dat een volledige opleiding overeen komt met 1500 tot 1800 uren studie per jaar voor de gemiddelde student.De studieomvang van elke opleiding of elk opleidingsonderdeel wordt uitgedrukt in studiepunten. (Meestal is 60 studiepunten = 1 jaar voor een modeltraject) Studierichting Zowel in het secundair als in het hoger onderwijs bestaan studierichtingen. Het zijn opleidingen die bestaan uit verschillende vakken. In het secundair onderwijs kies je vanaf de 2e graad voor een studierichting die deel uitmaakt van een bepaalde onderwijsvorm. In Vlaanderen bestaan veel studierichtingen. Syntra Middenstandsopleiding is de verouderde benaming. |
top |
| T | Taalbad
Leerlingen die een taalbad krijgen worden helemaal ondergedompeld in een vreemde taal vb. het Nederlands. Het is de bedoeling gedurende een bepaalde periode (vb. 1 schooljaar) intensief met die taal bezig te zijn in een normale leeromgeving. Dit is een goede opleidingsmethode om een vreemde taal te leren. De leerkracht praat uitsluitend deze taal waardoor vooral de mondelinge taalbeheersing met grote stappen vooruit gaat. Theorie Wijsheid uit boeken. Het geheel van gedachten, verklaringen, vooronderstellingen, kennis, hypothesen.. over een onderwerp/een verschijnsel. Tegengestelde van 'Praktijk'. Thuisonderwijs Thuisonderwijs is onderwijs aan minderjarige leerplichtige leerlingen van wie de ouders/ andere verantwoordelijken van de minderjarige, beslist hebben zelf dit onderwijs te organiseren en te bekostigen.
Toelatingsklassenraad Dit is een vergadering, samengesteld uit de schooldirectie en leerkrachten, eventueel aangevuld met technische adviseurs, ondersteunend personeel en/of het CLB. Zij beslissen, volgens de wettelijke normen, of je kan toegelaten worden tot een bepaald leerjaar, een bepaalde onderwijsvorm of een bepaalde studierichting. Topsportconvenant Dit engagement bestaat uit 2 overeenkomsten. Een overeenkomst tussen Vlaamse ministers (o.a. van onderwijs), BLOSO, de Vlaamse Sportfederatie, de Bond voor Lichamelijke Opvoeding, het Belgisch Olympisch Interfederaal Comité en de 3 onderwijskoepels. Aangevuld met een andere overeenkomst tussen de Vlaamse minister van onderwijs, de sportfederatie en de school. Topsportstatuut Er bestaan 3 statuten: Topsportstatuut A, Topsportstatuut B (beiden: secundair onderwijs) en statuut Topsportbelofte (lager onderwijs). Per sporttak ligt vast aan welke criteria je moet voldoen om dit statuut te verkrijgen. Deze criteria kan je opvragen bij de topsportfederaties. Het statuut geeft recht op een aantal halve dagen afwezigheid op school om te kunnen deelnemen aan stages of tornooien. Met dit statuut kan je naar een topsportschool. Je kan ook een 'gewone studierichting' volgen en studie en sport combineren door gebruik te maken van de halve dagen waarop je mag afwezig zijn. Het aantal halve dagen waarover jij beschikt hangt af van het soort statuut waarover je beschikt, de graad waarin je in het secundair onderwijs bent ingeschreven en het feit of je al dan niet naar een topsportschool gaat. Traject Een traject is 'de af te leggen weg (ook figuurlijk)'. bv. Het traject van de gemiddelde student in een professionele bacheloropleiding duurt 3 jaar. |
top |
| U | top | |
| V | Vaardigheid
Iets wat iemand geleerd heeft door middel van herhaaldelijke oefening. Deel van een competentie. Vakoverschrijdend werken De grenzen tussen vakken als wiskunde, geschiedenis, taal, economie,... worden doorbroken tijdens het geven van lessen. Vb. De geschiedenisleraar begeeft zich op het terrein van aardrijkskunde wanneer hij/zij het thema 'Europa' bespreekt. Het is evident dat samenwerking tussen collega's met een verschillende vakachtergrond hierbij is aangewezen. Verklaring op eer Uitspraak waarvan men verwacht dat deze eerlijk, volledig en oprecht is. Het kan gaan over iets dat men in het verleden gedaan heeft vb. gevolgde studies, of iets dat men belooft te doen. Verkorte bachelor Een professionele of academische bacheloropleiding die verkort wordt door vrijstellingen die de student krijgt op basis van een eerdere studie (EVK) of werkervaring. Als je slaagt in deze verkorte bachelor, behaal je een diploma. Vlaamse Gemeenschap België is een federale staat, die bestaat uit 3 gemeenschappen en 3 gewesten: de Vlaamse, de Franse en de Duitstalige Gemeenschap. Een gemeenschap is een autonome deelentiteit die bevoegd is voor onderwijs, cultuur, gezondheidsbeleid, bijstand aan personen en - behalve in Brussel - het taalgebruik. Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA) Officieel overleg- en adviesorgaan van de hogescholen. De raad adviseert de Vlaamse overheid over alle beleidsaspecten van het hogeschoolonderwijs, het projectmatig wetenschappelijk onderzoek, de maatschappelijke dienstverlening en de beoefening van de kunsten. Daarnaast organiseert en stimuleert de Vlhora het overleg tussen de instellingen aangaande alle materies die de hogescholen aanbelangen. Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) De VLIR heeft tot doel de dialoog en samenwerking tussen de Vlaamse universiteiten te bevorderen. In de schoot van de VLIR wordt overleg georganiseerd onder de universitaire instellingen, over aangelegenheden die de universiteiten aanbelangen. Op basis daarvan worden gemeenschappelijke standpunten geformuleerd en beleidsadviezen verstrekt aan de minister die bevoegd is voor het universitair onderwijs of het wetenschapsbeleid. Vlaamse kwalificatiestructuur (VKS) De Vlaamse kwalificatiestructuur is een ordening van door de Vlaamse Regering erkende kwalificaties. Een kwalificatie is een afgerond geheel van competenties waarvoor je erkend bewijs kunt krijgen. Het maakt duidelijk welke competenties relevant zijn voor het uitoefenen van een beroep of maatschappelijke functie of om een opleiding aan te vatten. Een overzicht vertaald naar onderwijsniveaus: Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) Onafhankelijk advies- en overlegorgaan. De VLOR bestaat uit vertegenwoordigers uit het hele onderwijslandschap: netten, koepels, ouders, vakbonden, leerkrachten, enz. Zij overleggen over het onderwijs- en vormingsbeleid en geven adviezen aan de minister en het Parlement. Daarnaast kan de VLOR overleg organiseren over alle onderwijsthema's waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is. Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad (VLUHR) De VLUHR is opgericht in 2010 door de VLIR en VLHORA. De nieuwe “super” koepel treedt niet op als vervanger van de bestaande koepels, maar oefent in hun verlengde de taken uit die in de Vlaamse hoger onderwijsruimte gezamenlijk worden opgenomen over universiteiten en hogescholen heen, daarin begeleid door hun associaties. De VLUHR fungeert als aanspreekpunt voor het hoger onderwijs waar de vragen van of advies naar de voogdijministers kunnen worden gecentraliseerd. Daarnaast is de VLUHR specifiek verantwoordelijk voor de externe kwaliteitszorg, de internationale samenwerking en de ontwikkelingssamenwerking in het Vlaamse hoger onderwijs. Voldaan aan voltijdse leerplicht Dit betekent dat je minimaal 16 jaar bent, of dat je 15 jaar bent + de eerste 2 leerjaren van het voltijds secundair onderwijs hebt gevolgd. Volgtijdelijkheid Alvorens je een examen kan afleggen voor bepaalde opleidingen of opleidingsonderdelen, moet je in sommige gevallen een andere opleiding of een ander opleidingsonderdeel gevolgd hebben. Deze volgorde waarin je kan inschrijven voor opleidingsonderdelen en opleidingen wordt in onderwijsjargon omschreven als ‘volgtijdelijkheid’. Voltijds studietraject Een studietraject van ten minste vierenvijftig en ten hoogste zesenzestig studiepunten. Volwassenenonderwijs Vroeger 'onderwijs voor sociale promotie' of 'avondonderwijs' genoemd. Het is onderwijs, georganiseerd op zowel secundair niveau als op het niveau van het hoger onderwijs. Voorbereidingsprogramma Dit programma kan worden opgelegd aan studenten die reeds een academische bachelor of een masterdiploma behaalden en wensen verder te studeren in een master waarin ze niet rechtstreeks toegelaten worden. Vrijstelling Een vrijstelling over een (gedeelte van een) opleidingsonderdeel wil zeggen dat je daarover geen examen meer moet afleggen. Je kan deze aanvragen op basis van Eerder Verworvan Kwalificaties (EVK) indien je eerder al geslaagd bent voor een vak met een gelijkaardige inhoud/ niveau of omvang. Aan een andere instelling bvb. of binnen een andere opleiding. Ook op basis van Eerder Verworven Competenties (EVC), kan je een procedure starten om deze te laten erkennen en om te zetten in vrijstellingen. |
top |
| W | Werkcollege
Lesmomenten in kleine studentengroepen. Er is veel interactie tussen de lesgever en de student. Werknemersleercontract Zie 'werknemersleerovereenkomst'. Is vaak nog bekend onder de vroegere benaming 'industrieel leercontract' (ILC). Werknemersleerlingenstelsel (WLS) Een opleidingssysteem binnen het deeltijds beroepssecundair onderwijs waarbij een jongere + een patroon/werkgever een werknemersleerovereenkomst (WLO, vroeger ILC) afsluiten. Meestal volgt de jongere theorie in een CDO en leert hij de job op de werkvloer. Let wel: de WLO is maar 1 van de verschillende overeenkomsten die een leerling kan aangaan tijdens zijn component werkplekleren. Het is de bedoeling dat de jongere een beroep aanleert dat gewoonlijk wordt uitgeoefend door een loontrekkende.
Werkplekleren Leren op de werkvloer. Al doende leren van elkaar. Soms heeft men het over: stages, praktijklessen, alternerend leren, atelierwerk... Werkstudent Iemand die werkt en daarnaast studeert. Hij/ zij is in de 1e plaats werknemer en kan dus niet werken als jobstudent. Het statuut heeft niets te maken met sociale zekerheidsbijdragen (RSZ) die al dan niet worden afgehouden! Onderwijsinstellingen bieden voor werkstudenten soms (voor enkele opleidingen) aparte trajecten aan (avondonderwijs, een groepering van vakken op een beperkt aantal lesdagen...). Andere opleidingen kan je meestal ook combineren met je werk via een deeltijds of geïndividualiseerd traject. De combinatie van werken en studeren is zwaar: je avonden, weekends en vakanties worden opgeslorpt door je studies. Je keuze heeft ook effect op je gezinsleven en sociaal leven. |
top |
| X | top | |
| Y | Yeshiva
Dit is o.m. de naam van een studierichting binnen het ASO, bedoeld voor jongeren uit de joodsorthodoxe gemeenschap. Naast algemeen vormende vakken, wordt ook het Hebreeuws onderwezen en wordt de joodse godsdienst intensief bestudeerd. |
top |
| Z | Zelfredzaamheid
In staat zijn zelf je leven in te richten. Er bestaan verschillende gradaties van zelfredzaamheid. Soms wordt in officiële verslagen gevraagd weer te geven in welke mate een leerling zelfredzaam is. Zij- instromer Leerling die het voorafgaandelijk Vlaams onderwijstraject niet heeft gevolgd en pas later start in het Vlaams onderwijssysteem. Zittijd Synoniem voor examenperiode. Gemeenzaam ook wel afgekort tot 'zit'. Zorgcoördinator De zorgcoördinator, vaak een leerkracht, helpt leerkrachten om leerproblemen bij leerlingen op te sporen, stippelt trajecten uit om die leerlingen te begeleiden en is de schakel met het CLB. Voor die taak wordt hij, afhankelijk van het aantal leerlingen dat extra zorg behoeft, deeltijds of voltijds vrijgesteld. |
top |